Adzjarië (Georgisch: აჭარა, Atsjara ofwel: , , Autonome Republiek Adzjarië) is een autonome republiek met een oppervlakte van 2900 km² in het zuidwesten van Georgië, grenzend aan de Zwarte Zee en Turkije. De republiek had volgens de volkstelling van 2024 ruim 400.000 inwoners, waarvan 235.000 in hoofdstad Batoemi.
Historie Adzjarië maakte sinds de oudheid deel uit van Colchis en het Koninkrijk Iberië. Gekoloniseerd door Grieken in de 5e eeuw voor Christus, kwam de regio vanaf de 1e eeuw voor Christus onder Rome te vallen. Het werd vervolgens een deel van Egrisi (Lazica) voordat het in de 8e eeuw na Christus werd opgenomen in het koninkrijk Abchazië (Egrisi-Abchazië) wat in de 11e eeuw leidde tot de eenwording van het Koninkrijk Georgië.
Ottomaanse overheersing Turkije betwiste regelmatig het gebied van Adzjarië en had er ook lange tijd controle over. De Ottomanen veroverden het gebied in 1614. De bevolking van Adzjarië bekeerde zich in deze periode geleidelijk tot de islam. Dat is in de 21e eeuw nog steeds zichtbaar, want ongeveer veertig procent van de bevolking in Adzjarië is moslim. Deze 'Moslim-Georgiërs' worden als de etnische subgroep Adzjaren aangeduid.
De Ottomanen werden door de Russisch-Turkse Oorlog in 1878 gedwongen Adzjarië af te staan aan het zich uitbreidende Russische Rijk. Het gebied dat nu als Adzjarië bekend staat werd destijds onderdeel van het oblast Batoemi.
Autonomie Na een tijdelijke bezetting door Turkse en Britse troepen in 1918-1920, werd Adzjarië in juli 1920 door de Britten overgedragen aan de Democratische Republiek Georgië. De Georgiërs claimden de oblast Batoemi na de val van het Russische Rijk. In de grondwet, die op 21 februari 1921 tijdens de Sovjetinvasie van Georgië werd aangenomen verleenden ze dat hele gebied autonomie als 'Moslim-Georgië'. მატიანე, Constitution Of Georgia (1921), Artikel 107, geraadpleegd op 4 december 2021. Gearchiveerd op 4 december 2021.
miniatuur|links|Grensdorpen Maradidi (afb.) en Sarpi werden door het verdrag van Kars gesplitst. Turkije bezette Batoemi in maart 1921. In het verdrag van Kars werd het betwiste gebied verdeeld tussen Turkije en de inmiddels opgerichte Georgische Socialistische Sovjetrepubliek, op voorwaarde dat de moslimbevolking autonomie zou krijgen. Dit werd geformaliseerd in artikel VI van het verdrag. Het noorden van de oblast Batoemi werd in juli 1921 de Adzjarische Autonome Socialistische Sovjetrepubliek (ASSR) binnen de Georgische SSR. Het was daarmee de enige autonomie in de Sovjet-Unie die gebaseerd was op religie in plaats van etniciteit.
Terwijl eind 1990 de autonomie van Zuid-Ossetië werd ingetrokken door de Georgische sovjetregering, werd de Adzjaarse autonomie niet direct bedreigd. De nieuwe grondwet van het onafhankelijke Georgië, die in 1995 werd aangenomen, bevestigde niet expliciet maar wel feitelijk de autonome status van de inmiddels hernoemde Autonome Republiek Adzjarië door het erkennen van de bestuurslichamen en hun bijzondere plaats binnen de Georgische grondwettelijke context. Legislative Herald of Georgia Grondwet Georgië (versie 1995), 24 augustus 1995, geraadpleegd op 4 december 2021. Gearchiveerd op 4 december 2021.
Staat binnen de staat De autonomie ging in de jaren 1990 in de praktijk zo ver onder leiding van de Adzjaarse leider Aslan Abasjidze dat de Georgische regering van Edoeard Sjevardnadze feitelijk geen grip meer hadden op het gebied. Abasjidze regeerde Adzjarië als een persoonlijk rijk en kon zijn staat binnen de staat bestendigen door corruptie, criminaliteit en smokkel, aangevuld met zijn eigen leger. Op nationaal niveau balanceerde hij tussen de verschillende politieke krachten in binnen- en buitenland.
Hij zorgde ook voor een flinke politieke voet in de Georgische hoofdstad Tbilisi. Zijn partij Unie voor Democratische Wedergeboorte had tientallen zetels in het nationale parlement. Toen Micheil Saakasjvili in januari 2004 president van Georgië werd met onder meer de belofte het centrale gezag weer te herstellen over de afvallige regio's Abchazië, Zuid-Ossetië en ook Adzjarië, werd het Abasjidze duidelijk dat zijn positie wankelde. Civil.ge, Saakashvili: I will Control Adjara, 5 maart 2004, geraadpleegd op 4 december 2021. Gearchiveerd op 4 december 2021.
Crisis 2004 miniatuur|Verwoeste brug over de Tsjoloki In maart 2004 bezocht Abasjidze tweemaal Moskou om steun te zoeken tegen de dreiging die hij zag in Saakasjvili's verkiezingsbelofte. De Russische regering nam Abasjidze verbaal in bescherming en waarschuwde de Georgiërs tegen gewapend ingrijpen. Civil.ge, Moscow Accuses Tbilisi of Trying to Oust Adjarian Leader, 12 maart 2004, geraadpleegd op 4 december 2021. Gearchiveerd op 4 december 2021. Civil.ge, Abashidze Visits Moscow, Accuses Tbilisi of Resorting Force in Adjara, 13 maart 2004, geraadpleegd op 4 december 2021. Gearchiveerd op 4 december 2021. Civil.ge, Russia Warns Tbilisi against Use of Force in Adjara, 14 maart 2004, geraadpleegd op 4 december 2021. Gearchiveerd op 4 december 2021. Op 14 maart 2004 ontstond een conflict tussen milities van Adzjarië en de centrale autoriteiten van Georgië. In opmaat naar de Georgische parlementsverkiezingen in die maand wilde president Saakasjvili op campagne in de regio, maar hem werd geweigerd de binnenlandse grens bij de rivier Tsjoloki over te steken.
De Georgische regering verzamelde zich in havenstad Poti en stelde een ultimatum en een economische blokkade in. Reliefweb, OCHA Georgia Information Bulletin Mar 2004, 31 maart 2004, geraadpleegd op 4 december 2021. Gearchiveerd op 4 december 2021. De situatie de-escaleerde tijdelijk, toen enkele dagen later een overeenkomst tussen beide partijen werd gesloten. Na de verkiezingen, waarbij de partij van Abasjidze de kiesdrempel van 7% niet haalde, liepen de spanningen weer op. In april 2004 weigerde Abasjidze in te gaan op eisen uit Tbilisi om de paramilitaire eenheden op te heffen en tot ontwapening over te gaan, Civil.ge, Tensions Grow, as Abashidze Says No to Disarmament, 13 april 2004, geraadpleegd op 4 december 2021. Gearchiveerd op 4 december 2021. waarna Abasjidze de noodtoestand weer uitriep en reservisten mobiliseerde.
miniatuur|Hoofdstad Batoemi werd vanaf 2004 opgeknapt. In reactie hierop hield het Georgische leger de grootste oefeningen tot dan toe op hun basis bij Poti, ongeveer 30 kilometer van de Adzjaarse grens. Dit voedde paranoia bij Abasjidze en hij beval bruggen op te blazen in de belangrijkste wegen vanuit het noorden, in de De hoofdweg Poti-Batoemi. over de Tsjoloki en in de (Ozoergeti - Koboeleti) weg bij Kakoeti. Civil.ge, Adjara Blows up Key Bridges, Cuts Road Links, 2 mei 2004, geraadpleegd op 4 december 2021. Gearchiveerd op 4 december 2021. NRC Handelsbald, Adzjariërs blazen de verbindingen met Georgië op, 3 mei 2004, geraadpleegd op 4 december 2021. Gearchiveerd op 4 december 2021. Deze situatie en het toenemende geweld tegen oppositiegeluid in Adzjarië resulteerde in massaal burgerprotest. Civil.ge, 15.000 Protesters Demand Abashidze’s Resignation, 5 mei 2004, geraadpleegd op 4 december 2021. Gearchiveerd op 4 december 2021. Op 6 mei 2004 vluchtte Abasjidze naar Moskou en was de crisis voorbij, zonder dat de Georgische troepen een voet in Adzjarië hadden gezet. Civil.ge, Abashidze Flees Georgia, 6 mei 2004, geraadpleegd op 4 december 2021. Gearchiveerd op 4 december 2021.
Op 4 juli 2004 werd Adzjaarse autonomie bekrachtigd in de Georgische wet, Legislative Herald of Georgia On the status of the Autonomous Republic of Adjara, 4 juli 2004, geraadpleegd op 4 december 2021. Gearchiveerd op 4 december 2021. waarna Levan Varsjalomidze benoemd werd tot voorzitter van de Adzjaarse regering. De regering Saakasjvili begon met de re-integratie van Adzjarië in Georgië en zette in op het aanjagen van de lokale economie en de toeristische ontwikkeling van Batoemi.
Geografie miniatuur|Adjaristskali, "rivier van Adzjarië". Adzjarië ligt aan de Zwarte Zee en grenst in het zuiden aan Turkije, in het oosten aan de regio Samtsche-Dzjavacheti en in het noorden aan Goeria. De autonome republiek ligt in de westelijke uitlopers van de Kleine Kaukasus en kent hierdoor een ruig en moeilijk toegankelijk binnenland met verschillende sub-gebergtes.
Het kustgebied ten noorden van badplaats Koboeleti is vlak, maar ten zuiden daarvan komt het Meschetigebergte dicht bij de kust, wat een krappe en bergachtige kuststrook geeft. Bij de monding van de zuidelijk gelegen rivier Tsjorochi kon de stad Batoemi ontstaan. De betrekkelijk hoge bergen dicht bij de kust zorgen ook voor veel neerslag. Adzjarië is de natste regio van de Kaukasus en in het verleden van de voormalige Sovjet-Unie als geheel.
Gebergtes miniatuur|Meschetigebergte De hoogste bergen van Adzjarië zijn te vinden in het noordoostelijk, oostelijk en zuidoostelijk grensgebied, met hoogtes tussen de 2500 en 3000 meter boven zeeniveau. Het Meschetigebergte strekt zich in noordoostelijke richting uit van Batoemi naar Goeria. Ten zuiden van de Adjaristskali, de belangrijkste rivier door de regio, vormt het Sjavsjetigebergte de grens met Turkije.
Het Arsianigebergte vormt de natuurlijke grens met de regio Samtsche-Dzjavacheti. In dit gebergte is de 2986 meter hoge Kentsjaoeli (Kanli) de hoogste bergtop van Adzjarië, in de zuidoostelijke punt op de grens met Turkije (district Posof). Rond de 2027 meter hoge Goderdzi-pas, in de hoofdweg tussen Batoemi en Achaltsiche, is een wintersportgebied.
De bergachtige geografie rond Batoemi gaf bereikbaarheidsproblemen door toenemende drukte van het (internationale) verkeer. Een kostbaar project werd aangevangen voor de verlegging van de nationale hoofdroute S2 (E97) door het bergachtige binnenland, onder andere door vele tunnels in plaats van door de stad.
Bestuur Het autonome bestuur van Adzjarië bestaat uit een eenkamerparlement, de Hoge Raad, als wetgevend orgaan en een kabinet van ministers als uitvoerend orgaan (regering). De voorzitter van de autonome regering wordt door de president van Georgië voorgedragen aan de Hoge Raad, die bij meerderheid met de voordracht moet instemmen. De voorzitter is tevens het hoofd van de republiek.
De 21 leden van de Hoge Raad worden elke vier jaar door algemeen kiesrecht gekozen, in een gemengd kiesstelsel. Hierbij geldt een verdeelsleutel van 15 zetels middels evenredige vertegenwoordiging en zes zetels via enkelvoudige districten. De verkiezing vindt plaats op de laatste zaterdag van oktober in het kalenderjaar waarin de ambtstermijn van de Hoge Raad afloopt. Dit is in de praktijk tegelijkertijd met de nationale parlementsverkiezingen.
Sinds 29 april 2026 is de voorzitter van de regering Zoerab Pataradze, die de autonome republiek ook al in de periode 2016-2018 leidde. De voorzitter van de Hoge Raad was vanaf april 2026 Tsotne Ananidze.
Gemeenten
Adzjarië heeft zes gemeenten:
Batoemi (stadsgemeente) Chelvatsjaoeri Choelo Keda Koboeleti Sjoeachevi
Binnen deze zes gemeenten zijn in totaal 329 bewoonde kernen, waaronder: Twee steden: Batoemi en Koboeleti Vijf daba's: Choelo, Keda, Otsjchamoeri, Sjoeachevi en Tsjakvi 322 dorpen, waaronder Chelvatsjaoeri en Sarpi. Deze zijn ingedeeld over 61 administratieve gemeenschappen (, )
Demografie Adzjarië telde volgens de census van november 2024 ruim 400.000 inwoners, een groei van ruim twintig procent ten opzichte van de volkstelling van 2014. Census.ge, Main Results of the 2014 Census (Publication), pdf, p15-17, geraadpleegd op 4 december 2021. Gearchiveerd op 4 november 2021. In tegenstelling tot de meeste andere Georgische regio's neemt de bevolking van Adzjarië toe. De groei komt voornamelijk voor rekening van de stad Batoemi, die na de val van het regime Abasjidze in 2004 gerevitaliseerd werd. De stad groeide naar tweede grootste stad in Georgië.