Georges Jacques Danton (Arcis-sur-Aube, 26 oktober 1759 – Parijs, 5 april 1794) was een nationalistisch revolutionair die een leidende rol speelde als minister van Justitie ten tijde van de Franse Revolutie. Hij was populair en had een enorme reputatie als sympathieke levensgenieter. Zijn daadwerkelijke rol en betekenis is omstreden.Janssen Perio, E.M. (1989) Vrijheid, gelijkheid en de broederschap van Kaïn en Abel. Getuigenissen en documenten over de Franse Revolutie, p. 232, 234. Hij hoopte de revolutie stop te kunnen zetten en als erfgenaam een goed leven te kunnen leiden.Janssen Perio, p. 233-234. Danton werd van corruptie beschuldigd en kon tijdens zijn proces niet alle uitgaven en inkomsten verantwoorden.

Al tijdens de Derde Franse Republiek ontstond een polemiek over de interpretatie van zijn persoon, werk of invloed. Voor de aanhangers of volgelingen van Robespierre was hij vaak te conservatief, voor de dantonisten te radicaal.

Biografie thumb|links|Georges-Jacques Danton (1841, gravure uit 1841) Dantons gezicht is enigszins gehavend vanwege de pokken en een confrontatie in zijn jeugd met een stier en een aantal varkens Danton werd geboren in een respectabele familie. Zijn vader was advocaat. Hij kreeg een goede opleiding en begon zijn carrière in Parijs toen hij 21 was. In 1787 had hij een eigen praktijk als advocaat opgebouwd. Hij was lid van de Koninklijke Adviesraad.Soboul, A. (1975) De Franse Revolutie dl I, 1789-1793, p. 210. Danton trouwde en kreeg twee kinderen. Het echtpaar woonde in de Rue des Cordeliers, in het 6e arrondissement waar hij als hij de deur uitstapte, de drukkersinkt kon ruiken. Zijn huis stond open voor veel mensen uit de buurt. In april 1790 werd Danton voorzitter van de politieke vereniging Club des Cordeliers, die een zeer radicaal-revolutionaire koers voorstond.Soboul, p. 134. Samen met Camille Desmoulins die in de buurt woonde, en Jean-Paul Marat behoorde hij tot de invloedrijkste leden. Danton verdiende goed geld sinds de revolutie was begonnen en investeerde in onroerend goed. Eind 1791 was hij slachtoffer van een reorganisatie van het rechtswezen, waarvoor hij gecompenseerd werd,Hibbert, C. (1980) The French Revolution, p. 167 maar niet dusdanig dat hij een staat kon voeren zoals voorheen.

In juni 1791 probeerde de koninklijke familie te vluchten. Lodewijk XVI en zijn familie werden gearresteerd in Varennes-en-Argonne en teruggevoerd naar Parijs, waar ze werden opgesloten in het paleis. Danton eiste dat de koning zou scheiden van zijn vrouw en dat hij haar zou terugsturen naar Wenen.

thumb|De bestorming van de Tuilerieën (ca. 1800, Museum van de Franse Revolutie)

Begin 1792 waren Danton en Robespierre tegenstanders van de oorlog die door Jacques Pierre Brissot werd voorgestaan.Soboul, p. 192. Er moest eerst orde op zaken worden gesteld in eigen land. De tegenstelling leidde tot een scheuring in de politieke gelederen. Lodewijk XVI, die als constitutioneel monarch een herkansing had gekregen, koos zijn nieuwe ministers onder de girondijnen.Soboul, p. 194. De oorlogsverklaring volgde op 20 april 1792. Danton riep het volk op tot een demonstratie op 20 juni 1792. Op 17 juli 1792 gaf hij de aanzet tot een petitie. Danton riep op tot een bezetting van het Tuilerieënpaleis. Op 10 augustus 1792 werd het paleis bestormd.

Danton als minister van Justitie Er werd een revolutionaire regering benoemd en Danton werd op 11 augustus minister van Justitie; meer dan honderd besluiten gingen binnen acht dagen het departement uit. Hij benoemde François Robert en Pierre-Guillaume Seron tot zijn secretarissen. De Parijse Commune van 1792 eiste op 17 augustus een buitengewone strafrechtbank. Alle ambtenaren en priesters moesten de eed van haat afleggen, wie weigerde moest binnen twee weken het land verlaten. George Washington, Klopstock, Friedrich Schiller en Pestalozzi werden ereburgers.

Bij de dreiging van de Pruisische legers riep Danton: "Om de vijanden te overwinnen, heren, hebben wij stoutmoedigheid nodig, nogmaals stoutmoedigheid, altijd weer stoutmoedigheid, en Frankrijk is gered." Op 18 augustus benoemde hij Dumouriez als bevelhebber van het leger. Hij wilde, om Oostenrijk in toom te houden, een overeenkomst met Pruisen en de toezegging van Engeland dat het zich neutraal zou houden. Op 20 september (?) riep hij op tot een soort volksoorlog;Janssen Perio, p. 163. iedere inwoner van Frankrijk zou moeten dienen in het leger.

Begin september kwam het tot de arrestatie van drieduizend personen en de hysterische septembermoorden, waarbij 1200 mensen, waaronder veel priesters, op soms beestachtige wijze werden vermoord.Hibbert, p. 170-179. Danton schijnt niet veel ondernomen te hebben om de massa te stoppen.Soboul, p. 213. Hij was sinds 21 september 1792 lid van de Nationale Conventie. Op dezelfde dag werd de monarchie afgeschaft. De volgende dag werd de nieuwe Franse republikeinse kalender ingevoerd (beginnend met jaar I).

Danton deed op 9 oktober afstand van zijn ministerspost en werd vervangen door een girondijn. Toch bleef hij aan als lid van het ministerie, volstrekt tegen de regels. De volgende dag moest hij verantwoording afleggen; Danton raakte verstrikt in zijn antwoorden. De girondijnen bleven hem aanvallen.Soboul, p. 211, 221-222.

Eind november werd hij door de Conventie naar de Zuidelijke Nederlanden gezonden om een aanklacht tegen generaal Dumouriez te onderzoeken. Daardoor bleef de kwestie van de financiële verantwoording onder zijn ministerschap liggen. Hij bezocht de steden Luik en Aken, die inmiddels door de Armée du Nord waren veroverd. De generaal zou uit afkeer van de terdoodveroordeling van de koning met de Oostenrijkers te hebben onderhandeld en Louis Philippe d'Orleans ter troon willen stellen. Op 16 januari 1793 was Danton terug en trachtte hij Dumouriez te verdedigen om zijn eigen positie te beschermen en Dumouriez voor de Republiek te behouden.Doyle. p. 227 Robespierre eist zijn terugroeping, de Conventie stuurt daarom een delegatie om hem in Parijs te kunnen berechten. Rumoer ontstaat wanneer blijkt dat Dumouriez zijn leger naar Parijs toe drijft. Het leger van Dumouriez verlaat hem echter en Dumouriez vlucht naar Oostenrijk.Ter Haar, p. 274 Ten overstaan van zulke gevaren voor de Republiek lukte het de radicalen op 10 maart 1793 de revolutionaire rechtbank in te stellen, het Tribunal révolutionnaire.

Danton als lid van de Nationale Conventie thumb|De zaal van de Nationale Conventie in de koninklijke manege van de Tuilerieën waar tot 9 mei 1793 werd vergaderd (1792, Musée Carnavalet)

Als eerste president van het Comité de Salut Public, opgericht op 6 april 1793 en waarin geen enkele girondijn zitting had, trachtte Danton de strijd tussen de verschillende partijen te bezweren en de revolutie een wat menselijker aanzien te geven.Janssen Perio, p. 228. Hij pleitte voor gratie en behoorde tot de toegeeflijken (Indulgents). Tijdens zijn drie maanden lange presidentschap werden 21 aangeklaagden naar het schavot gestuurd en 22 vrijgesproken. Danton wordt gerekend tot de montagnards in de Nationale Conventie, waar men elkaar met pistolen bedreigde en met elkaar op de vuist ging. Danton nam afstand van Marat, die het volk opruide en toonde zich een overtuigde tegenstander van de dictatuur, alhoewel hij de Conventie dwong in de richting van centralisatie van de machtsmiddelen. Het Comité de Salut Public zou de voorlopige regering moeten vormen. De leden van de overige commissies zouden door dit Comité benoemd worden.Flake, p. 141. Dit voorstel van Danton schijnt te zijn verworpen.

Hij trouwde op 17 juni in het geheim (katholiek) met een 16-jarig meisje, dat hem aanspoorde zich terug te trekken en dat medelijden had met Marie Antoinette die op haar vonnis wachtte. Op 10 juli werd hij niet herkozen als lid van het Comité de Salut public. Danton was niet langer de invloedrijkste en Robespierre werd zijn opvolger op 27 juli.Ter Haar, p. 235

thumb|links|Georges Jacques Danton (1901, History of the World)

Als president van de Conventie (25 juli 1793 – 8 augustus 1793) dacht hij Robespierre omver te kunnen werpen. Op 23 augustus werd de Levée en masse goedgekeurd. Op 5 september pleitte Danton voor een wet waarbij de Sansculotten een kleine vergoeding kregen als zij twee keer per week naar de afdelingsbijeenkomsten gingen en om iedere burger een geweer te geven.Flake, p. 138.Soboul, p. 283. Op 17 september werd bepaald dat niet alleen degenen die iets tegen de vrijheid, maar ook degenen die niets voor de vrijheid hadden gedaan, verdacht waren. Danton en Saint-Just schortten op 10 oktober de nieuwe Franse grondwet van 1793 op, die op 24 juni was ingediend.Flake, p. 135. Danton steunde samen met Desmoulin in zijn eigen krant Vieux Cordelier Robespierre in zijn markante maatregelen tegen de ontkerstening op 22 november.Soboul, p. 305.Doyle. p. 267. Pas later en onder druk van de vorderende Terreur zou Robespierre de ontkerstening omarmen. Pas op 18 September 1794 werd de staatskerk bij motie van de Conventie ontbonden en kerk en staat gescheiden.Doyle, p. 288

Joseph Fouché was ten spijt van Robespierre een fervent voorstander van ontkerstening. Reeds op 10 oktober 1793 verklaarde hij in een manifesto elke godsdienstige ceremonie buiten het kerkgebouw verboden.Soboul, p. 293.Doyle, p. 260. Zijn denken werd door vele andere revolutionairen gedeeld. Zo werd op 5 oktober een hernieuwde Franse republikeinse kalender ingevoerd waarbij niet de geboorte van Christus, maar het begin van de Revolutie als eerste jaar gold; het was dus reeds Jaar II. De maanden werden opgedeeld in drie weken, de weken opgedeeld in tien dagen, de namen van de Gregoriaanse kalender vernoemd naar oogst en weersomstandigheden. En de laatste dag van de week werd de décadi, de nieuwe rustdag. De zondag kon zo niet meer worden aangehouden. Op 20 october verklaarde de Conventie dat priestelijke gewaden in Parijs verboden waren. Daarop deed Jean-Baptiste Gobel, op initiatief van Anacharsis Cloots, samen met veertien van zijn priesters op 7 november 1793 afstand van zijn ambt en wijding. Zij hadden in het openbaar hun roomse gewaad uitgetrokken. De Notre-Dame werd verschoont van bijgeloof, haar beelden en ornamenten vernielend, en werd nu de Tempel van de Rede. In de kathedraal werd niet meer God aanbeden, maar de Cultus van de Rede ingevoerd.

Danton had Parijs voor zaken verlaten maar was op 20 november 1793 terug toen hij vernam dat zijn vrienden werden aangevallen. Op de 22e viel Danton de godsdienstvervolging aan en eiste zuinigheid met mensenlevens. Hij, maar ook het volk: in de dorpen en steden buiten Parijs was men niet tevreden met de hervormingen.Doyle, p. 262. Danton probeerde dan ook de Terreur af te zwakken door Hébert aan te vallen. Het waren daarentegen deze opstanden die de Terreur aanjoeg en verder deed oplaaien.Doyle, p. 263. Op 3 december deed Danton water bij de wijn en zei echter absoluut niet van plan te zijn de revolutie te schaden.Soboul, p. 308.