De Slag bij Svolder (Svold, Swold)Oudnoords: Svöld, Svöldr, Svölð of Svölðr. was een zeeslag die op 9, 10 of 11 september 999 of 1000 in het westelijk deel van Oostzee werd uitgevochten tussen aan de ene kant de Noorse koning Olaf Tryggvason en aan de andere kant een coalitie van zijn talrijke vijanden. De achtergrond van deze slag was de eenwording van Noorwegen, de lang lopende Deense pogingen om controle over delen van Noorwegen te verkrijgen, en de verspreiding van het christendom in Scandinavië.

Koning Olaf was op weg naar huis na een expeditie naar Wendland (het huidige Pommeren), toen hij in een hinderlaag terechtkwam en werd overvallen door een alliantie van Sven Gaffelbaard, de koning van Denemarken, Olof Skötkonung (ook bekend als Olaf Eríksson), de koning van Zweden, en Erík Hákonsson, jarl Lade. Tryggvason stond tegen een grote overmacht. Hij had tijdens de slag slechts elf oorlogsschepen (drakkars) tot zijn beschikking, terwijl zijn vijanden beschikten over ten minste 70 schepen., Vikingen, blz. 137-38. De Noorse koninklijke schepen werden een voor een uitgeschakeld, als laatste van allen het grootste schip, de Ormen Lange (de "Lange Slang"), die door Jarl Erik buiten gevecht werd gesteld. Daarop zou Olaf Tryggvason zichzelf in volle wapenuitrusting in zee hebben geworpen. Zijn lijk werd niet teruggevonden. Na de slag bij Svolder werd het grootste deel van Noorwegen geregeerd door de twee jarls van het bij Trondheim gelegen schiereiland Lade als een leengoed van respectievelijk Denemarken en Zweden.

Context

In de vroegste geschreven geschiedenis van Noorwegen is sprake van een aantal kleine koninkrijkjes, die soms met elkaar strijden. Er bestond nog geen centrale autoriteit. In de traditionele geschiedschrijving begon de opkomst van Harald Mooihaar in de 9e eeuw het proces van eenwording van het land en de consolidatie van de koninklijke macht.Meer recent is betoogd dat Harald Mooihaar in de eerste plaats als een mythisch karakter moet worden gezien. zie 2002:230

left|thumb|In 995 ingezworen als koning ging Olaf Tryggvason er snel toe over om Noorwegen tot het christendom te bekeren. Hij gebruikte daarvoor alle middelen waarover hij beschikte. Haralds afstammelingen en andere rechthebbenden op de troon hadden te maken met sterke regionale leiders, zoals de Jarls van Lade en de heersers over de Vingulmark in het oosten, terwijl de koningen van Denemarken regio's in het zuiden opeisten en stonden te popelen om Noorse vazallen te verwerven om zo hun invloed te vergroten. De verspreiding van het Christendom werd in de late 10e eeuw ook een steeds belangrijker politiek thema 1963:23

In de jaren 970 werd Haakon Sigurdsson, de jarl van Lade, de machtigste man in Noorwegen. Hij werd in eerste instantie gesteund door Harald Blauwtand van Denemarken. Sigurdsson betaalde tribuut aan Blauwtand. Later kregen de twee een conflict over religieuze zaken. Harald had zich tot het christendom bekeerd en stond te popelen om Noorwegen kerstenen, terwijl Haakon een fervent heiden bleef. In 995 werd Haakon afgezet en kwam de jonge christelijke leider Olaf Tryggvason op de troon.

Hoewel hij de Deense autoriteit verwierp, maakte Olaf het zijn missie om Noorwegen en de Noorse kolonies in het westen zo snel en zo volledig mogelijk te bekeren. Hij gebruikte daarvoor alle mogelijke middelen zoals bedreigingen, martelingen en executies. Olaf brak de heidense weerstand en binnen een paar jaar was Noorwegen, althans in naam, een christelijk land. In dit proces had koning Olaf natuurlijk de nodige verschillende vijanden gemaakt. De meest prominente daarvan waren jarl Erik, zoon van jarl Haakon, en Sven Gaffelbaard, de koning van Denemarken, die beiden het gevoel hadden dat Olaf hen had beroofd van hun aanspraken in Noorwegen. 1963:25-6.

Dezelfde belangen die in de slag bij Svolder botsten zouden Noorwegen nog decennia verdelen, wat leidde tot verdere grote slagen, waaronder de slag bij Nesjar en de slag bij Stiklestad. De oplossing kwam pas in 1035 toen de Noorse koning Magnus de Goede de troon van een onafhankelijk en christelijk Noorwegen besteeg. 1993:54-8.

Bronnen thumb|Hoewel de slag bij Svolder in een flink aantal middeleeuwse bronnen wordt vermeld, is het verhaal het best bekend uit Snorri Sturlusons Heimskringla. Dit werk heeft moderne historici en literaire werken het meest beïnvloed. De slag bij Svolder komt in een aantal historische bronnen ter sprake. Het vroegste geschreven werk is van Adam van Bremen (ca. 1080). Adam schreef vanuit een Deens standpunt aangezien zijn bron koning Sven Estridsen van Denemarken was. De latere Deense historicus Saxo Grammaticus maakte gebruik van Adams werk voor zijn verder uitgebreide Gesta Danorum (ca. 1200).

In Noorwegen geven de drie synoptische geschiedenissen, Historia de Antiquitate Regum Norwagiensium, Historia Norwegiæ en Ágrip af Nóregskonungasögum (ca. 1190), een kort overzicht van de strijd. De IJslandse koningssagen bieden een veel uitgebreidere behandeling, te beginnen met Oddr Snorrason' Sage van Olaf Tryggvason (ca. 1190). Op basis van de skaldische poëzie, mondeling overgeleverde geschiedenis, geleerde Europese voorbeelden en een ongebreidelde fantasie, construeerde Oddr een uitgebreid verslag van de slag 1941:xiv, cxxxvi Dit voorbeeld werd overgenomen in de latere IJslandse sagen, Fagrskinna en Heimskringla (ca. 1220). In beide worden citaten uit de skaldische poëzie toegevoegd. Drie IJslandse gedichten van rond 1200 zijn ook van enig historisch belang: Nóregs konungatal, Rekstefja en Olafs Drapa Tryggvasonar. Ten slotte combineert de immense Olafs saga Tryggvasonar en mesta (ca. 1300) verschillende van de bovenstaande bronnen tot een relaas dat als de laatste, langste en minst betrouwbare van de sagevertellingen geldt.

De contemporaine skaldische poëzie waarin naar de slag bij Svolder wordt verwezen omvat een werk van Hallfreðr, de moeilijkheden veroorzakende dichter, die in dienst stond van Olaf Tryggvason. Hallfreðr was niet aanwezig bij de slag, maar verzamelde informatie over de slag als basis voor een lofrede op Olaf. Over Jarl Eirik zijn een aantal stanza's bewaard gebleven in het werk van Halldórr de Onchristelijke, die over de strijd spreekt als van "vorig jaar". Hij beschrijft de scène waar Eirik de boot de Lange Slang verovert. Sommige verzen over de strijd zijn ook bewaard gebleven in Þórðr Kolbeinssons elegie op Eirik, een werk dat waarschijnlijk rond 1015 werd gecomponeerd. Tot slot vocht Skúli Þórsteinsson met Eirik in de strijd. Daarover schreef hij op hoge leeftijd een gedicht.De standaardeditie van het corpus van de skaldische poëzie blijft die van Finnur Jónsson (1912-1915). Voor de carrières van Hallfreðr, Halldórr, Þórðr en Skúli zie Finnur Jónsson:1923:544-64.

Hoewel historici de contemporaine skaldische poëzie hoog waarderen als de meest nauwkeurige bronnen, die beschikbaar zijn, moet erop gewezen worden dat de gedichten niet onafhankelijk bewaard zijn gebleven, maar als citaten in de koningssagen. Na twee eeuwen van mondelinge overlevering, wordt er vaak aan getwijfeld dat een vers juist is onthouden en correct wordt toegeschreven. Bovendien richtte de skaldische poëzie zich niet in de eerste plaats op het geven van feitelijke informatie, maar was het een genre, waarin reeds bekende feiten op een artistieke wijze aan de toehoorders worden gepresenteerd. 1998:66. Historici vallen echter vaak terug op de minder betrouwbare, maar meer gedetailleerde vertellingen in de sagen.

Aanloop naar de slag Uit de contemporaine skaldische gedichten kan weinig worden afgeleid over de aanleiding voor de slag bij Svolder. Adam van Bremen stelt dat Olaf Tryggvasons Deense vrouw Thyri hem aanmoedigde om oorlog te voeren tegen Denemarken. Toen Olaf hoorde dat Sven Gaffelbaard en Olaf Schatkoning een alliantie hadden gevormd, werd hij boos en besloot hij dat de tijd voor een aanval was gekomen. 2002:81-2Ágrip en Historia Norwegie hebben een vergelijkbaar verhaal. Thyri was een zuster van Sven Gaffelbaard, en toen Olaf Tryggvason haar trouwde, zou Gaffelbaard geweigerd hebben haar beloofde bruidsschat te betalen. Woedend lanceerde Olaf een expeditie om Denemarken aan te vallen, maar hij was te ongeduldig om te wachten tot de gezamenlijke Noorse vloot zich had verzameld. Met slechts 11 schepen zette hij koers naar het zuiden, in de verwachting dat de anderen hem zouden volgen. Toen die verwachting echter niet werd gerealiseerd, ging hij op weg naar Wendland (het huidige Pommeren) om daar bondgenoten te zoeken. Op weg daarnaartoe voer hij in de hinderlaag die door Sven en zijn bondgenoten was gelegd. 1995:33; 2003:blz. 97 Deze voorstelling van zaken wordt mogelijk tegengesproken door een contemporain vers van Halldórr de Onchristelijke waarin staat dat Olaf Tryggvason vanuit het zuiden kwam, toen hij in de slag bij Svolder verzeild raakte 1941:cxxvi Het een hoeft het ander echter niet tegen te spreken. Feit is dat Tryggvason, aannemende dat hij geen zelfmoordneigingen had, in een hinderlaag liep of hij nu op de heenweg naar of de terugweg uit Wendland was.

Oddr Snorrason doet een uitgebreid verslag van de problemen die voortvloeiden uit de huwelijken van de wilskrachtige prinses Thyri. Hij vertelt ons, dat zij werd uitgehuwelijkt aan de Wendische koning Burislav, die een grote bruidsschat voor haar ontving, maar zij zou niet akkoord zijn gegaan met dit huwelijk en ging in hongerstaking. Daarop stuurde Burislav haar terug naar Denemarken. Vervolgens regelde zij zelf een huwelijk met Olaf Tryggvason, tot ongenoegen van haar broer Sven Gaffelbaard. Svens vrouw, Sigrid de Hoogmoedige, een fervent tegenstander van Tryggvason, zou Gaffelbaard vervolgens opgehitst hebben om oorlog tegen hem te voeren. Sven smeedde vervolgens een complot met de Skaanse jarl Sigvaldi en Olaf Schatkoning van Zweden om Olaf Tryggvason in de val te lokken. Olaf Tryggvason reisde naar Wendland om Thyri's bruidsschat van koning Burislav op te eisen. Terwijl hij in Wendland was, hoorde hij geruchten over een geplande hinderlaag; Sigvaldi vertelde hem echter dat deze geruchten vals waren. Tryggvason geloofde Sigvaldi en stuurde het grootste deel van zijn vloot naar huis, omdat zijn mannen ongeduldig werden. Hij had dus slechts een kleine vloot tot zijn beschikking, toen hij in de buurt van Svolder in de voorbereide hinderlaag liep. 1941:cxxxviii-cxxix

De Fagrskinna en Heimskringla volgen grotendeels het verhaal van Oddr, maar in vereenvoudigde vorm. Ook wijken zij in sommige opzichten af. Volgens de Heimskringla zeilde Sigvaldi samen met Olaf Tryggvason en een vloot van Wendische schepen en leidde hij hem persoonlijk naar de plaats van de hinderlaag.

Of de bovenstaande details nu juist zijn of niet, het is duidelijk dat Sven Gaffelbaard, Olaf Schatkoning en Erik Haakonson voldoende reden hadden om zich tegenover Olaf Tryggvason te weer te stellen. Olaf had de controle over Viken in het zuiden van Noorwegen overgenomen, een gebied dat lang onder Deense heerschappij hadden gestaan. Olaf en Sven werkten in Engeland samen, maar Olaf had daar vrede gesloten, terwijl Sven door wilde gaan met oorlog voeren. Sven stond verder op vriendschappelijke voet met Olaf Schatkoning en was met hem verbonden door huwelijksbanden, zodat de twee natuurlijke bondgenoten waren.Olaf de Zweed kan ook een vazal van Sven zijn geweest. "Olofs ondergeschiktheid wordt aangegeven in zijn bijnaam Scotkonungœr (modern Zweeds Skötkonung). Deze bijnaam werd voor het eerst in de dertiende eeuw gebruikt, maar dateert waarschijnlijk van een eerder tijdstip en betekent, volgens Snorri Sturluson, tribuutkoning. Dit werd door hem gelijkgesteld aan een jarl, aldus in de The New Cambridge Medieval History IV, blz. 295 Ten slotte was jarl Erik uit zijn erflanden verdreven door Olaf Tryggvason, net als eerder zijn vader, jarl Hakon, die Erik mogelijk zou hebben willen wreken.