Jan Baptist David (Lier, 25 januari 1801 - Leuven, 24 maart 1866), was een kanunnik en hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Leuven. Tevens was hij voorman van de Vlaamse Beweging en voorzitter van de katholieke Vlaamse studentenbond Met Tijd en Vlijt. Het in 1875 gestichte Davidsfonds is naar hem genoemd.

thumb|Standbeeld van Kanunnik David aan de stadsvesten te Lier, ontworpen door Frans De Vriendt.

Jeugdjaren In zijn jonge jaren werkte David in Antwerpen als apothekersgast. Daar begeesterde Jan Frans Willems hem met de liefde voor zijn moedertaal. Op zijn negentiende trok hij naar het seminarie van Mechelen voor zijn priesteropleiding. In 1823 werd hij tot priester gewijd in Lier en begon hij als leraar aan het Koninklijk Atheneum van Antwerpen. Niet lang daarna werd hij leraar poësis aan het Klein Seminarie van Mechelen, tot dit in 1825 gesloten werd als gevolg van de onderwijspolitiek van koning Willem I.

Erudiet Vlaming thumb|Brief van Jan Baptist David (1839) Tussen 1831 en 1837 was David directeur van het Pitzemburgcollege in Mechelen. Vanaf 1834 bekleedde hij de leerstoel Taal- en letterkunde en vanaf 1836 de leerstoel Vaderlandse geschiedenis aan de Katholieke Universiteit Leuven. Daar zette hij zich in om de Nederlandse (Vlaamse) letterkunde te bevorderen. Hij bekommerde zich al vroeg om de taal en publiceerde een Nederduytsche spraekkunst (2 delen, 1833-1835). In 1841 en in 1850 werd hij verkozen tot voorzitter van de Taal- en Letterkundige Congressen. In 1856 werd hij benoemd tot lid van de Vlaemsche Grievencommissie; de overige acht leden waren: Lucien Jottrand (de eerste voorzitter), Hendrik Conscience, Ferdinand Snellaert, Frans Rens, Frans Hendrik Mertens, Guillaume de Corswarem, Eugène Stroobant en Michiel van der Voort.

In 1864 werd hij lid van de Spelling-commissie, die de eenheid van taal voor Vlaanderen en Nederland ambtelijk deed erkennen. Hij werkte mee aan het Groot Woordenboek der Nederlandsche Taal met de Vries en te Winkel.

Hij publiceerde ook geschiedkundige werken in het Nederlands, onder andere in het tijdschrift De Middelaer, waarvan hij medeoprichter was. Bekendst is zijn omvangrijke De vaderlandsche historie. Hij baseerde zich voornamelijk op al gepubliceerde bronnen omdat archieven in zijn tijd vaak nog ontoegankelijk waren. Zijn geschiedkundige werken zijn naar de tijdsgeest moraliserend en romantisch-nationalistisch.

Publicaties Grammatica en taalkunde Nederduytsche spraekkunst. 1836-1839 Eerste deel: Spelling en woordvorsching (Digitale versie) Tweede deel: Woordvoeging en prosodie (Digitale versie) Nederduitsche spraekkunst voor middelbare scholen en collegien, 2 delen, Mechelen, 1839 (2e editie, Leuven, 1858) (Digitale versie) De Middelaer of Bydragen ter bevordering van tael, onderwys en letterkunde, Leuven, 1840-'43

Tekstuitgaven Jacob van Maerlants Rijmbijbel, voorzien van commentaar, 4 delen, 1858-1864 Rymbybel van Jacob van Maerlant. Met voorrede, varianten van hss., aenteekeningen en glossarium op last van het Gouvernement en in naem der Koninklyke Akademie van Wetenschappen, Letteren en Fraeije Kunsten voor de eerste mael uitgeg. door J. David. 1858-1859 Eerste deel (Digitale versie) Tweede deel (Digitale versie) Derde deel (Digitale versie) Werken van Jan van Ruusbroec, 5 delen, 1858-1868 De Geestenwareld, gedicht van H. Bilderdijk, uitgegeven met inleidingen aenteekeningen, Leuven, 1842 De Geestenwareld en het waerachtig Goed. Gedichten van Mr. W. Bilderdijk, Uitgegeven met inleiding, analyse en aenteekeningen, Leuven, 1843 (Digitale versie) De Ziekte der Geleerden in zes zangen. Gedicht van Mr. W. Bilderdijk, uitgegeven met inleiding en aenteekeningen, Leuven, 1848 (Digitale versie) Dat boec van de twaelf Dogheden. Die Spieghel der ewigher salicheit, Gent, 1858 Dat boec van VII trappen en den graet van gheestelyke mannen. Dat boec van zeven sloten. Dat boec van den rike der ghelieven. Dat boec van de vier becoringen, Gent, 1861 Dat boec van den twaelf beghinnen, Gent, 1864

Geschiedenis Historie van het Oud en Nieuw Testament, met frontispice en landkaerten, Mechelen, 1830 De vaderlandsche historie, 11 delen, 1842-1866 Eerste deel: Geschiedenis van België voor en onder het bewind der Romeinen (Digitale versie) Tweede deel: Geschiedenis van België onder de Franken; Worsteling tegen de Romeinsche magt; Val van het keizerrijk; Het bewind der Franken; Tydvak der Merovingers (Digitale versie) Derde deel: Tydvak der Karolingers; Regering van Pipinus; Van Karel den Groote; Van Lodewyk den Vrome; Verdeeling des ryks; Ryk van Lotharis; Hertogdom van Lotharingen (Digitale versie) Vierde deel: Geschiedenis van Vlaenderen (Digitale versie) Vijfde deel: Geschiedenis van Brabant (Digitale versie) Zesde deel: Geschiedenis van Henegau (Digitale versie) Zevende deel: Geschiedenis van Namen. Bevat ook: Geschiedenis van Luxemburg (Digitale versie) Achtste deel: Geschiedenis van België onder de Burgondische heerschappy (Digitale versie) Negende deel: Geschiedenis van België onder de Oostenryksche heerschappy (Digitale versie) Tiende deel: Geschiedenis van België onder de Spaensche heerschappy (Digitale versie) Elfde deel: Geschiedenis van België onder de Spaensche heerschappy. II (Digitale versie) Geschiedenis van St. Albertus van Leuven, bisschop van Luik, 1843 (Digitale versie) Geschiedenis van de stad en de heerlijkheid van Mechelen, 1854 (Digitale versie)

Taalkundige en literaire teksten Eenige regelen over de Vlaemsche tael, Mechelen, 1823 De Nacht, Klinkdicht, De Wolf op zijn doodsbed, drie gedichten in de Lierschen Almanak, 1825 Historiën en parabelen van pater Bonaventura, Mechelen, 1828 Voorlezingen van nederduitsche, Mechelen, 1836 Voorlezing van nederduitsche prozastukken, Leuven, 1839 Eenige woorden aen eenen waren Belg, over de tegenwoordige staetsomstandigheden, Leuven, 1841 Wie zullen wij kiezen? Brief van den boer van d'Eyermerkt van Antwerpen, aen alle boeren van Brabant en Vlaenderen, Antwerpen, 1841 Een woord van den boer van d'Eyermerkt over den volkstand en den adeldom, Antwerpen, 1841 Redevoering uitgesproken by de opening van het Taelcongres in de promotiezael van de Gentsche Hoogeschool 23 Oct. 1841, Gent, 1841 Verslag over den toestand des genootschaps Met Tyd en Vlyt, gedaen in zitting van 23 October 1842, Leuven, 1842 De Schoolen Letterbode, of bydragen ter bevordering van onderwys, letterkunde en geschiedenis, Sint-Truiden, 1844 Stamtafel van hunne Kon. Hoogh. den Hertog van Brabant en den Graef van Vlaenderen, Leuven, 1852 Over de Bilderdijksche afwijkingen van het gewoon schrijfgebruik in Holland. 1853-1854 (Digitale versie) Het Roosje, gedicht, getoonzet door X. van Elewijck, Gent, 1855 Tael- en letterkundige aenmerkingen, Leuven, 1856 Van de beelden der heiligen en hunne gewone kenmerken, 3e editie, Brugge, 1857 Nederlandsche gedichten met taal- en letterkundige aanteekeningen, in naam en op last van het taal- en letterlievend studentengenootschap Met Tijd en Vlijt, uitgegeven door P. Willems, hoogleraar Leuven, Leuven, 1869 (Digitale versie) De Vriend der Belgische jeugd, of bloemlezing uit de vaderlandsche historie, Leuven, 1877

Ander werk Van Weenen naer Linz, Ischl en Salzburg. 1846 (Digitale versie)

Vertalingen Verdediging van het christendom, of Gesprekken over den godsdienst. Vert. van: Défense du christianisme ou Conférence sur la religion door Denis Frayssinous. 1825-1826 I. deel (Digitale versie) II. deel (Digitale versie) III. deel (Digitale versie) IV. deel (Digitale versie) Vier boeken van de navolging Christi van Thomas a Kempis, Mechelen, 1843 (7e editie, Leuven, 1865) (Digitale versie)

Literatuur Brief van een Noord-Nederlander aan J. David, professor bij de Katholieke Universiteit te Leuven. 1844 (Digitale versie) A. de Jager. Herinnering aan den hoogleeraar David. 1869 (Digitale versie) Lode Wils. Kanunnik Jan David en de Vlaamse Beweging van zijn tijd. 1957

Huldebetoon Na zijn overlijden werden gedenkstenen geplaatst op het kerkhof van de Parkabdij en aan de pastoriemuur van Wilsele (Leuven). In Lier staat een imposant standbeeld van hem. Jan Baptist David is sinds 1999 de naam van de katholieke scholengemeenschap van Lier, waartoe o.m. behoren: het Sint-Gummaruscollege, het Sint-Ursula-lyceum en het VTI behoren.

Literatuur H. VAN GIJSEL, Voor godsdienst, taal en volk. Het leven van kanunnik Jan-Baptist David, 1968. A. LENS, Jan-Baptist David, 1975. LODE WILS, Kanunnik Jan-Baptist David en de Vlaamse Beweging van zijn tijd, 1957. LODE WILS, Honderd jaar Vlaamse Beweging. Geschiedenis van het Davidsfonds (2 delen), 1977-1984. PATRICK DE GREEF, 'Ten geleide', in: Geschiedenis van de stad en de heerlijkheid van Mechelen, heruitgave 1985.

Categorie:Persoon binnen de Vlaamse Beweging in de 19e eeuw Categorie:Belgisch kanunnik Categorie:Davidsfonds