thumb|Marius Petipa tussen 1890 en 1895 Marius Ivanovitsj Petipa (Russisch: Мариус Иванович Петипа) geboren als Victor Marius Alphonse Petipa (Marseille, 11 maart 1818 – Goerzoef, 14 juli 1910) was een Frans balletdanser en choreograaf. Hij staat bekend als een van de invloedrijkste personen van het ballet ooit. Een eeuw na zijn dood wordt deze kunstvorm nog steeds gedomineerd door de erfenis die hij naliet. Vele choreografen zijn beïnvloed en geïnspireerd door zijn werk, onder wie George Balanchine.
Petipa wordt evenzeer erkend voor de balletten die hij gecreëerd heeft. Sommige daarvan zijn tot op heden nog bekend bij het publiek, in versies trouw aan het origineel: De dochter van de farao (1862), Don Quichot (1869), La Bayadère (De Tempeldanseres) (1877), Doornroosje (De Schone Slaapster) (1890), De notenkraker (choreografie door Lev Ivanov, met instructie en toestemming van Petipa in 1892), Harlequinade (1900). Petipa blies ook nieuw leven in werken van andere choreografen, waarbij vele van zijn herzieningen uiteindelijk de definitieve versies werden, zoals Le Corsaire (1856, 1863, 1868, 1885 en 1899), Giselle (1850 door Jules Perrot; 1894 versie-Petipa), La Esmeralda (1866, 1872, 1886 en 1898) en Het zwanenmeer (met Lev Ivanov in 1895). Deze worden vandaag beschouwd als mijlpalen van het klassieke balletrepertorium.
Biografie Petipa werd geboren als Michel Victor Marius Alphonse Petipa. Zijn moeder Victorine Grasseau was een bekende tragedieactrice en dramadocente. Zijn vader Jean was balletdanser, choreograaf en docent. In de periode dat Marius in Marseille geboren werd, werkte zijn vader er als hoofddanser in de opera om er later gepromoveerd te worden tot hoofdchoreograaf. De jonge Marius reisde heel Europa door, met zijn ouders, daar hun beroep hen van stad naar stad en van land naar land bracht. Toen Marius zes jaar oud was leefden zijn ouders in Brussel. Zijn vader was er balletmeester en hoofddanser in de Koninklijke Muntschouwburg. Later zou Jean Petipa een van de medeoprichters worden van het Conservatorium voor dans in Brussel. Marius volgde zijn opleiding in het College van Brussel, terzelfder tijd volgde hij aan het Brussels conservatorium muziek en leerde er vioolspelen.
Net zoals Jean Petipa's oudste zoon Lucien ballet leerde op de leeftijd van zeven jaar, zo leerde ook Marius ballet op die leeftijd. Deze kunstvorm interesseerde hem allerminst in het begin. Marius' oudere broer Lucien zou een van de beroemdste balletdansers van zijn tijd worden, hij creëerde de rol van Albrecht in van de vele opvoeringen van Giselle.
De tijd verstreek en Marius begon van het ballet te houden, dat zo vervlochten was met de identiteit van zijn familie. Hij debuteerde in 1827 op negenjarige leeftijd in een productie van zijn vader, La Dansomani naar het werk van Pierre Gardel, hij vertolkte de rol van de juveniele Savoyard. De Belgische Revolutie in 1830 zorgde ervoor dat Jean Petipa zonder werk kwam te zitten, waardoor de familie voor enkele jaren in armoede leefde.
De Petipa's verhuisden in 1834 naar Bordeaux in Frankrijk, waar Marius' vader werk gevonden had in het Grand Théâtre de Bordeaux als balletmeester. Hier vervolledigde Marius zijn academische opleiding en zijn balletstudie, onder leiding van Auguste Vestris. In 1838, op twintigjarige leeftijd, werd hij aangenomen als eerste danser bij het Ballet van Nantes. Het was in Nantes dat de jonge Marius zijn geluk beproefde in de choreografie, met het uitproberen van een serie balletopvoeringen in één bedrijf.
In 1839 vergezelde Marius zijn vader naar de Verenigde Staten op tournee samen met een groep dansers. De tournee draaide uit op een complete ramp; de manager van de tournee was met al het entreegeld verdwenen. Tot het fiasco droeg ook bij dat vele Amerikanen nog nooit van ballet gehoord hadden, zodat het op een boegeroep werd onthaald. Bij de terugkeer in Frankrijk besloot Marius in Parijs te blijven. In 1840 maakte hij zijn debuut als danser bij de Comédie-Française; tijdens dat optreden was hij de danspartner van de legendarische ballerina Carlotta Grisi in een benefiet gehouden voor de actrice Rachel. Hij trad ook op in het Théâtre Imperial de L'Opera, waar zijn broer Lucien eerste danser was.
Bordeaux In 1841 werd Marius eerste danser bij het ballet van het Grand Théâtre de Bordeaux. Ondertussen studeerde hij verder ballet bij Auguste Vestris; hij vertolkte de hoofdrol in balletproducties als La Fille Mal Gardée, La Péri en Giselle. Hij had succes als (dans) partner van de beroemde ballerina Carlotta Grisi in La Péri. Over deze vertolking zou nog jaren gesproken worden, in het bijzonder het acrobatische vangtalent van de ballerina, dat het publiek met verstomming sloeg, zodanig dat het een uitspraak van Théophile Gautier ontlokte: Petipa's voetwerk zal zo bekend worden als de Niagarawatervallen. In Bordeaux begon Marius ook zijn eigen producties uit te breiden, en deze werden met een enorm respect onthaald: La Jolie Bordelaise (De Schoonheid van Bordeaux), La Vendange (De Grafrover). thumb|Studenten aan de Keizerlijke Balletschool in de Petipa-productie A Fairy Tale, Sint-Petersburg 1891. Op de foto ziet men een jonge Anna Pavlova geknield met een vogelkooi.
Spanje In 1843 kreeg Petipa de hoofdrol in het Teatro Real van Madrid, waar hij gedurende drie jaar een accurate kennis zou opdoen in traditionele Spaanse dans. Hij produceerde er nieuwe werken met typisch Spaanse thema's: Carmen et Son Toréro (Carmen en haar Torero Toreador), La Perle de Sevilla (de Parel van Sevilla), L'Avonture d'une Fille de Madrid (Avonturen van een Meisje uit Madrid), La Fleur de Granada (De Bloem uit Granada). In 1846 begon hij een liefdesrelatie met de vrouw van markies de Chateaubriand, een prominent lid van de Franse ambassade. Die daagde Marius uit tot een duel; hij ontvluchtte Spanje en zou nooit meer wederkeren. Hij ging weer naar Parijs en werkte er in de Opéra de Paris, waar hij de danspartner was van Thérése Elssler, een zuster van Fanny Elssler.
Rusland Vroege carrière Petipa aanvaardde de aanstelling van eerste danser in het Keizerlijk Ballet in Sint-Petersburg, een post die vrij kwam na het vertrek van de Franse danser Emile Gredlu. Op 24 mei 1847 arriveerde de negenentwintigjarige Petipa in Sint-Petersburg. Waarschijnlijk veranderde hij zijn naam Victor Marius Alphonse in Marius Ivanovitsj toen hij zich bekeerde tot de orthodoxie.
Op 26 september 1847 maakte Petipa zijn debuut in de balletproductie van Paquita in de rol van Lucien d'Hervilli naar instructie van choreograaf, Joseph Mazilier, aan de zijde van balletdanser Pierre-Frédéric Malevergne. Op 10 februari 1848 presenteerde hij samen met zijn vader, die hem kort na zijn aankomst in Rusland was achterna gereisd, de balletproductie Les Diable Amoureux onder de titel Santanella. Marius vertolkte de hoofdrol van Fabio in het stuk van Mazilier. Het is significant om te vermelden dat Marius' vader docent werd aan de laatstejaars van de Keizerlijke Balletschool. Deze is nu bekend onder de naam Russische Balletacademie Vaganova, hij bleef er lesgeven tot aan zijn dood in 1855 op negenenvijftigjarige leeftijd.
Tegen de tijd dat Petipa in Sint-Petersburg aankwam, was de kwaliteit van de producties in het Keizerlijk Ballet sterk verminderd door het vertrek van gastballerina Marie Taglioni. Door de productie van Paquita en Santenella oogstte het Imperial opnieuw positieve commentaren. In december 1849 presenteerde Petipa een eigen volledige balletproductie met Leda, het Zwitserse Melkmeisje. De productie zou de eerste en laatste originele productie van Marius worden in het Imperial gedurende zes jaar, door dat zijn verplichtingen als danser eerste prioriteit zou krijgen, in plaats van dat van een spelende choreograaf.
In de winter van 1849 kwam de bekende Franse balletmeester Jules Perrot aan in Sint-Petersburg, nadat hij de plaats van balletmeester had aanvaard. In zijn kielzog sleepte hij de Italiaan Cesare Pugni mee, die hoofdcomponist van het Keizerlijk Ballet werd. Een meerderheid van de werken die Perrot op het toneel zal brengen in Sint-Petersburg zijn hernieuwde versies van balletuitvoeringen die hij geproduceerd heeft met componist Pugni in Londen. Petipa speelde de mannelijke hoofdrol in elke balletuitvoering van Perrot (de rollen waar Perrot zelf niet de hoofdrol in vertolkte); hij assisteerde Perrot ook in de uitvoering en opmaak van het stuk. Zo leerde hij veel over choreografie.
Marius en gezin In 1850 werd er een eerste zoon geboren in het gezin Petipa, genaamd Marius Mariusovitsj Petipa (1850-1919). Diens moeder Marié Thérése Bourdin, met wie Marius sr. een kort avontuur beleefde, overleed amper vijf jaar later. In 1854 huwde Marius met de ballerina Marija Soerovsjtsjikova. Samen kregen ze drie kinderen: Marie Mariusova Petipa (1857-1930), die een gevierd danseres werd en de rol vertolkte van Lilac in Doornroosje in 1890. Jean Mariusovitsj Petipa (1859-1971)
Tweede ballet na zes jaar Op 9 januari 1855 stelde Petipa zijn tweede originele ballet voor na een periode van zes jaar. Het stuk heette The Star of Granada, waarvoor hij voor de eerste maal samenwerkte met de componist Pugni. Het stuk werd niet opgevoerd op het middenpodium van het Bolsjojtheater (het theaterhuis waar het keizerlijk Ballet en Opera ondergebracht waren tot 1886), maar het werd opgevoerd in het Michailovskitheater in Sint-Petersburg. Het zal ruim twee jaar duren voor Marius zijn volgende werk zal presenteren, ontstaan speciaal in opdracht voor een gala in het Peterhof. Op 8 oktober 1857 presenteerde hij zijn nieuw werk De Roos, de Viool en de Vlinder. Het blijkt een heel erg succesvol stuk te zijn, doch de productie werd toegeschreven aan Perrot.
Marius en echtgenote op de planken Op 23 april 1859 werkte Petipa aan een werk dat de Parijse Markt (le Marché de Paris) zou gaan heten, op muziek van Pugni, waarin zijn vrouw de hoofdrol van Lizetta vertolkte. Dit ballet was zo'n groot succes dat Petipa en zijn vrouw twee jaar later uitgenodigd werden om in Parijs in het Académie royale de musique het stuk onder de titel Le Marché des Innocents ook op te voeren.
Danser op pensioen In 1860 keerde Perrot terug naar zijn geboorteland Frankrijk. Petipa hoopte nu balletmeester te worden, en choreografie was een logisch alternatief voor het dansen voor de nu eenenveertigjarige Marius, die op het punt stond te stoppen met dansen. Hij was zeker een beloftevolle choreograaf achter de gordijnen en een goede ontwerper van nieuwe balletten. Maar de directeur van de keizerlijke theaters Andrej Saboerov gaf de baan aan de Franse choreograaf Arthur Saint-Léon. Al gauw ontstond er een productieve competitie tussen Marius en Arthur, waardoor het Keizerlijk Ballet nieuwe hoogtes bereikte. Marius' tien jaar lange ervaring als assistent van Perrot heeft hem veel bijgebracht. En hoewel hij maar twee eigen balletten choreografeerde zorgde het succes van de Parijse Markt en zijn vele dansen in verschillende opera's ervoor dat hij zijn talenten kon perfectioneren. In 1862 zette hij een ballet in elkaar, waardoor hij altijd zal herinnerd worden.
De dochter van de farao Geschiedenis De Italiaanse Carolina Rosati was gastballerina bij het Keizerlijk Ballet en haar contract liep op zijn einde. Haar contract voorzag een laatste benefietoptreden in een gloednieuwe productie, en einde 1861 vroeg ze met de voorbereidingen te beginnen. Saboerov legde meteen alle repetities en andere projecten stil, en vroeg aan Marius of hij een ballet kon ontwerpen in zes weken. Zelfverzekerd antwoordde Marius: Ja, ik zal het proberen, en wellicht ook slagen.
Terwijl hij in Parijs bezig was met zijn Parijse Markt kreeg hij het uitgewerkte scenario van de dramaturg Jules-Henri Vernoy de Saint-Georges voor een ballet getiteld De dochter van de farao. Petipa meende dat dit verhaal geplaatst in het Oude Egypte perfect zou zijn voor de productie met Rosati. In die tijd was Europa gefascineerd door de oude farao's.