Met de Nederlandse dialecten worden in dit artikel dialecten bedoeld, die deel uitmaken van of nauw verwant zijn aan de Nederlandse taal en voor het grootste deel tevens in hetzelfde taalgebied als het Standaardnederlands worden gesproken. De in Nederland en Vlaanderen gesproken dialecten of streektalen zijn vaak weer onderverdeeld in regiolecten en stadsdialecten, zoals: Hollands → Zuid-Hollands → Amsterdams.Taalkundig valt het Amsterdams onder het Zuid-Hollands

De indelingen vallen niet met de provinciegrenzen samen. Wel vormt in een aantal gevallen de provincie tevens de kern van een gebied waar een bepaalde streektaal dominant is.

Indelingskaart Jo Daan, 1969, Van Randstad tot Landrand. Bijdragen en Mededelingen der Dialectcommissie van de KNAW XXXVI. Amsterdam: Noord-Hollandsche Uitgevers Maatschappij, 54 pagina's met kaart en grammofoonplaat. en Georges De Schutter, 1994, - Dutch - In: E. König (ed), The Germanic languages, Routledge, London, p. 439-477, classificeerden de dialecten alleen op Nederlands, Belgisch en Frans grondgebied. Er zijn echter ook dialectgroepen die de oostgrens overschrijden. Zie daarvoor de paragraaf 'Definitie' met de kaart Nederlandse dialecten en hun oostelijke periferie.

thumb|Nederlandse dialecten Legenda bij de indelingskaart

FL (Flevoland) is in de 20e eeuw ingepolderd, de taalsituatie in deze provincie is divers. In het niet ingekleurde gebied op de kaart (omringd door de getallen 9, 10 en 12) wordt - naast het Standaardnederlands - overwegend Fries gesproken, een officiële taal in Nederland.

A. Zuidwestelijke groep (Zeeuws/West-Vlaams)

West-Vlaams, inclusief Frans-Vlaams en Zeeuws-Vlaams Zeeuws

B. Noordwestelijke groep (Hollands)

Zuid-Hollands Westhoeks in noordwestelijk Brabant Waterlands* en Volendams* Zaans* Kennemerlands West-Fries* Bildts, Midslands, Stadsfries en Amelands*

* De dialectgroepen aangeduid met een asterisk worden weliswaar onder het Hollands gerekend, maar hebben vanouds een zeer sterk Fries substraat.

C. Noordoostelijke groep (Nedersaksisch) dat geografisch oostwaarts tot ver in Duitsland onder de verwante dialecten kent

Kollumerlands Gronings (Westerkwartiers, Hogelandsters, Oldambsters, Veenkoloniaals, Westerwoldsters, Stadsgronings) en Noord-Drents, Oost-Fries Stellingwerfs Midden-Drents Zuid-Drents Twents Twents-Graafschaps Gelders-Overijssels (Achterhoeks, Sallands, Noordwest-Overijssels en Urkers) Veluws

D. Noordelijk-centrale groep

Utrechts-Alblasserwaards

E. Zuidelijk-centrale groep in België, Nederland en in een aangrenzend deel van Duitsland

Zuid-Gelders Noord-Brabants, te onderscheiden in West-, Midden- en Oost-Brabants, en Noord-Limburgs Brabants, te onderscheiden in Antwerps, Kempens en Zuid- ook wel Vlaams-Brabants Oost-Vlaams, met varianten: Dialecten in de Denderstreek (op de grens met Brabants)

F. Zuidoostelijke groep (Limburgs) in Nederland, België en in een aangrenzend deel van Duitsland West- ook wel Belgisch- of Luiks-Limburgs, Centraal-Limburgs, Oost-Limburgs, Oostlimburgs-Ripuarisch dat ook wel als een Duits dialect wordt beschouwd. Kerkraads, Bocholtzer en Vaalser worden niet tot deze groep gerekend, omdat dit taalkundig gezien Duitse dialecten zijn (Ripuarisch).

+WestelijkCentraalOostelijkNoordHollandsUtrechts-AlblasserwaardsNedersaksischZuidZeeuws / West-VlaamsZuid-Gelders, (beide) Brabants, Oost-VlaamsLimburgs

Definitie van Nederlandse dialecten miniatuur|Dialecten in de Benelux

Verwantschap als criterium Eén mogelijk criterium zou de verwantschap tussen een dialect en een taal kunnen zijn. Dit criterium leidt echter tot het volgende probleem: Nederduitse dialecten (in Duitsland) en Oost-Nederlandse (Nedersaksische) dialecten zijn erg nauw met elkaar verwant (de benaming "Nederduits" wordt dan ook vaak gebruikt als overkoepelende term). Maar men zou een Nederduits dialect niet Nederlands willen noemen, een Oost-Nederlands dialect daarentegen wel, aldus de Nederlandse taalkundige Hendrik Entjes.

Bovendien is het erg moeilijk de graad van verwantschap tussen dialecten nauwkeurig vast te stellen.H. Entjes, Dialecten in Nederland, Knoop & Niemeijer, Haren (Gn) 1974,

De Belgische taalwetenschapper Guido Geerts laat zien welke problemen en onzekerheden er kunnen ontstaan wanneer men het Nederlandse taalgebied niet aan staatsgrenzen maar aan dialectkenmerken wil vastmaken. Het dialect van Bentheim (Duitsland) staat bijvoorbeeld dichter bij het Standaardnederlands dan voor het Maastrichts of Hasselts het geval is. Omgekeerd overwegen in de dialecten ten oosten van de Benrather linie de Duitse kenmerken, bijvoorbeeld in het Kerkraads of het dialect van Vaals. Er zijn echter ook kenmerken in de dialecten van Kerkrade en Aken die wel in het Nederlands maar niet in het Duits voorkomen. Op een puur taalkundige basis is zodoende niet te beoordelen of een grensdialect Nederlands of Duits genoemd moet worden. Om deze reden ziet Geerts af van de taalkenmerken-definitie.Guido Geerts, "Voorlopers en varianten van het Nederlands", Leuven, Uitgeverij Acco, 4. druk

Overkoepeling en verwantschap als criterium De Belgische dialectoloog Jan Goossens heeft voorgesteld de graad van verwantschap te combineren met de overkoepeling door de Nederlandse standaardtaal. Volgens dit gecombineerde criterium zijn dialecten Nederlands die met het Nederlands verwant zijn en daar worden gesproken waar het Nederlands – en geen nauwer verwante taal – de cultuurtaal is. De beperking "geen nauwer verwante taal" is nodig om de Friese en de Nederlandse dialecten uit elkaar te kunnen houden. Goossens gaat ervan uit dat in het grootste gedeelte van de provincie Friesland het Fries de cultuurtaal is (naast het Nederlands). Omdat de dialecten in Friesland nauwer met het Fries dan met het Nederlands zijn verwant, zijn het dus Friese en geen Nederlandse dialecten. De Nederlandse dialecten in Frans-Vlaanderen (het Frans-Vlaams) zouden volgens deze definitie echter geen Nederlandse dialecten zijn, omdat daar het Nederlands geen cultuurtaal is. Goossens merkt daarbij op dat zijn definitie niet puur linguïstisch maar eerder sociolinguïstisch is. Hij betoogt dat men met een puur linguïstische definitie niet goed kan werken.

Indeling van de dialecten De Nederlandse dialecten heeft men steeds weer anders ingedeeld. Het is gebleken dat een eenduidige indeling niet makkelijk te vinden is.

Aan het einde van de negentiende en in het begin van de twintigste eeuw speelden de oude Germaanse stammen een belangrijke rol bij het indelen van de dialecten. Zo kwam men tot de indeling in Frankische, Saksische en Friese dialecten waarbij de onder-dialecten naar provincies werden vernoemd. Men begreep echter dat de dialectgrenzen geen oude stammengrenzen zijn. De oude begrippen Frankisch, Saksisch en Fries bleven in gebruik, maar men zag ervan af deze begrippen in verband te brengen met de oude Franken, Saksen en Friezen. In plaats daarvan werden deze begrippen slechts gebruikt als namen in een grove indeling.

Later tekende men dialectkaarten op basis van isoglossen. Dat wil zeggen dat men bijvoorbeeld onderzocht in welke streek een bepaalde klinker als één enkele klinker (monoftong) of als tweeklank (diftong) werd uitgesproken, en men tekende een grenslijn (isoglosse) tussen die twee gebieden. Die methode heeft echter het nadeel dat diegene die de kaart tekent, zelf beslist welke taalverschillen belangrijk zijn en met isoglossen gemarkeerd worden en welke niet.

Een andere methode om dialecten in te delen berust op de beoordeling van de sprekers zelf. Men vraagt dialectsprekers welke andere dialecten op het eigen dialect lijken. Als de dialecten van twee plaatsen op elkaar lijken tekent men een pijltje van de ene plaats naar de andere, daarvandaan de naam pijltjesmethode. Het is echter niet zeker of de zo verkregen gegevens betrouwbaar zijn. In de praktijk moet de taalwetenschapper deze gegevens nog controleren, op basis van eigen ervaringen of met de hulp van collega's.

Nederfrankische dialecten

West-Vlaams—Zeeuwse dialecten West-Vlaams: België Frans-Vlaams: Frankrijk Zeeuws-Vlaams: Nederland Zeeuws: Nederland Flakkees Goerees Hollands-Frankische dialecten Hollands: Nederland Zuid-Hollands Amsterdams Haags Haarlems Rotterdams Leids Noord-Hollands Waterlands Volendams Zaans Kennemerlands West-Fries Huizens Bildts Midslands Stadsfries Amelands Westhoeks Utrechts-Alblasserwaards Brabants-Frankische dialecten Brabants : België, Nederland en Duitsland Noordwest-Brabants: Nederland en België Antwerps Markizaats Bergs Baronies Midden-Noord-Brabants: Nederland en België Tilburgs Hollands-Brabants Maaslands Oost-Brabants Kempenlands Noord-Meierijs Peellands Geldrops Heeze-en-Leendes Kempens: België Noorderkempens Zuiderkempens Zuid-Brabants: België Hagelands Leuvens Centraal-Zuid-Brabants Klein-Brabants Pajots Getelands: België Zuid-Gelders: Nederland Kleverlands: Duitsland en Nederland Land-van-Cuijks: Nederland Noord-Brabants: Nederland Noord-Limburgs: Nederland Oost-Vlaams: België Aalsters Limburgse dialecten Limburgs: Nederland, België en Duitsland Luik-Limburgs of West-Limburgs: België en Nederland (Noord-Brabant) Dommellands: Budels Demerkempens Hasselts Beringerlands Lonerlands Truierlands Centraal Limburgs : België en Nederland Tongerlands (soms ook West-Limburg) Bilzerlands Trichterlands Maastrichts Centraal-Maaslands Maaskempens Horns Weertlands Weerts Oost-Limburgs: Nederland en Duitsland Noordelijk Oost-Limburgs Tegels Heldens Roermonds Zuidelijk Oost-Limburgs Sittards Geleens Eijsdens Oostlimburgs-Ripuarisch: Nederland en Duitsland Platdiets Heerlens Nederlands

(Nederlands) Nedersaksische dialecten thumb|Nedersaksische taalvariëteiten in Nederland en Duitsland Gronings en Noord-Drents (Noordenvelds) Stellingwerfs Drents Twents Twents-Graafschaps Gelders-Overijssels Sallands Achterhoeks Urkers Veluws West-Veluws Oost-Veluws

Duidelijke taalgrenzen tussen de Nedersaksische dialecten in Nederland en Duitsland zijn niet aan te wijzen. Wanneer ze door het Nederlands als daktaal worden overkoepeld, worden ze tot de Nederlandse dialecten gerekend. Hoewel het Nedersaksisch sinds 1996 de status van op zichzelf staande 'taal' heeft, bestaat er geen ''standaard-Nedersaksisch'' of een standaard voor de schrijftaal. Ook de geografische grenzen van het Nedersaksisch zijn niet strikt te bepalen omdat de dialectvariaties westwaarts geleidelijk overgaan in westelijke Nederfrankische dialecten, en zuidwaarts in Duitsland in Middenduitse dialcten

Niet continentale dialecten

Surinaams-Nederlands, Suriname Antilliaans-Nederlands, Nederlandse Antillen en Aruba

Situatie in Nederland

Na de Tweede Wereldoorlog is de situatie van de Nederlandse dialecten sterk gewijzigd. Veel dialectologen stellen vast dat de dialecten in bijna alle delen van Nederland door het Standaardnederlands worden teruggedrongen. Eveneens oefent de standaardtaal een grote invloed uit op de dialecten. De lokale dialecten worden steeds meer door regiolecten vervangen, dus door regionale omgangstalen, die zich tussen dialect en standaardtaal bevinden. Dit heeft verschillende oorzaken: het platteland wordt steeds stedelijker (verstedelijking) de bevolking wordt steeds mobieler, men heeft vaker werk en vriendenkring buiten het dorp de massamedia krijgen meer betekenis vrouwen gaan vaker werken, en daar gebruikt men eerder de standaardtaal dan het dialect de sociale mobiliteit (van beneden naar boven) werd makkelijker ook voor de bevolking van het platteland maar de standaardtaal bleef noodzakelijk hiervoorHerman Vekeman en Andreas Ecke, "Geschichte der niederländischen Sprache", Bern 1992,

Het hiervoor beschreven verschijnsel wordt ook wel nivellering genoemd.

Situatie-overzicht Nederland