Het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderhedenDe aanvankelijke Nederlandse titel van het verdrag, zoals weergegeven in het Tractatenblad van het Koninkrijk der Nederlanden in 1993, was "Europees Handvest voor streektalen of talen van minderheden". Daar in het Nederlands het woord 'streektaal' geldt als synoniem voor 'dialect' en het uitdrukkelijk niet de bedoeling van het Handvest is dialecten te erkennen, heeft men er nadien voor gekozen het woord 'streektalen' in de Nederlandse titel en in de tekst te vervangen door 'regionale talen'. De Nederlandse versie heeft de status van vertaling. De Engelse en de Franse versie hebben beide de status van authentiek document, zoals blijkt uit de laatste regels van de door de Nederlandse overheid geratificeerde versie (zie de onderstaande link). is een verdrag dat op 25 juni 1992 door het Comité van Ministers van de Raad van Europa vastgesteld werd en op 1 maart 1998 in werking trad. Het doel van het Handvest is enerzijds de bescherming en bevordering van regionale talen en talen van minderheden als bedreigd onderdeel van het Europees cultureel erfgoed en anderzijds sprekers van regionale talen of talen van minderheden de mogelijkheid te bieden deze talen zowel in het openbare als persoonlijke leven te gebruiken.
Begripsomschrijvingen Het Handvest omschrijft als "regionale talen of talen van minderheden" talen die: van oudsher worden gebruikt in een bepaald gebied van een staat door onderdanen van die staat die een numerieke minderheid vormen ten opzichte van de overige bevolking van die staat; verschillen van de officiële taal/talen van die staat; geen dialecten van de officiële taal/talen van de staat of talen van migranten zijn. "gebied waarbinnen de regionale taal of de taal van een minderheid wordt gebruikt": het geografische gebied waarbinnen deze taal de uitdrukkingswijze vormt van een voldoende aantal mensen om de aanneming te rechtvaardigen van de diverse beschermende en bevorderende maatregelen waarin het Handvest voorziet. "niet-territoriale talen": talen gebruikt door onderdanen van de Staat die verschillen van de taal of talen gebruikt door de overige bevolking van die staat maar die, hoewel zij van oudsher binnen het gebied van die staat worden gebruikt, niet met een bepaald gebied daarvan kunnen worden vereenzelvigd.
Inhoud Het Handvest bestaat uit drie delen.
Deel I omvat algemene bepalingen, waaronder de bovenvermelde begripsomschrijvingen.
Deel II bestaat uit algemene doelstellingen en beginselen die van toepassing zijn op alle regionale talen en talen van minderheden die onder het Handvest beschermd worden. De staten moeten op deze voor het behoud van de talen noodzakelijke beginselen hun beleid en wetgeving baseren. De basisbeginselen en -doelstellingen zijn: de erkenning van de regionale talen of talen van minderheden als uiting van culturele rijkdom; de eerbiediging van het geografisch gebied van elke regionale taal of taal van een minderheid; de noodzaak van vastberaden optreden ter bevordering en bescherming van regionale talen of talen van minderheden; de vergemakkelijking en/of aanmoediging van het gebruik van regionale talen of talen van minderheden, in gesproken en geschreven vorm, in het openbare en particuliere leven; de instandhouding en ontwikkeling van banden en culturele betrekkingen tussen groepen die een regionale taal of taal van een minderheid gebruiken onderling en met de andere taalgroepen in de staat; het voorzien in passende vormen en middelen voor het onderwijs in en de bestudering van regionale talen of talen van minderheden op alle daarvoor in aanmerking komende onderwijsniveaus; het verschaffen van voorzieningen om degenen die een regionale taal of taal van een minderheid niet spreken en die wonen in het gebied waar deze wordt gebruikt, in staat te stellen deze taal te leren indien zij dit wensen; de bevordering van studie en onderzoek van regionale talen of talen van minderheden aan universiteiten of gelijkwaardige instellingen; de bevordering van passende soorten internationale uitwisselingen; het wegnemen van alle ongerechtvaardigde vormen van onderscheid, uitsluiting, beperking of voorkeur betreffende het gebruik van een regionale taal of taal van een minderheid waarmee wordt beoogd de instandhouding of ontwikkeling van een zodanige taal te ontmoedigen of in gevaar te brengen. het kweken van wederzijds begrip tussen alle taalgroepen van het land, het opnemen in het onderwijsprogramma van eerbiediging van, begrip voor en tolerantie ten aanzien van regionale talen of talen van minderheden en het aanmoedigen van de massamedia om hetzelfde te doen. Verder verplichten de staten die het Handvest ondertekenen zich ertoe rekening te houden met de behoeften en wensen die naar voren gebracht worden door groepen die de talen gebruiken en het oprichten van verenigingen die deze groepen vertegenwoordigen aan te moedigen. Verder moeten de bovengenoemde basisbeginselen en -doelstellingen ook toegepast worden op de niet-territoriale talen, zij het op soepele wijze rekening houdend met de bijzondere kenmerken van deze talen.
In Deel III van het Handvest zijn 68 uitgewerkte maatregelen opgesteld ter bescherming en bevordering van regionale talen of talen van minderheden. Voor elk van de talen waarop dit deel van toepassing wordt verklaard, moeten minstens 35 maatregelen worden uitgekozen die ter bescherming en bevordering van de desbetreffende taal in beleid en wetgeving moeten worden omgezet. De maatregelen verschillen in omvang en verstrekkendheid en hebben betrekking op de volgende zeven terreinen: onderwijs; rechterlijke autoriteiten; bestuurlijke autoriteiten en openbare diensten; media; culturele activiteiten en voorzieningen; economisch en sociaal leven; grensoverschrijdende uitwisselingen.
Toepassing Het Handvest dient als basis voor de nationale wetgeving betreffende de bescherming en bevordering van de talen in de lidstaten van de Raad van Europa. Omdat de demografische, sociale, politieke en economische situatie van de talen die onder de definitie van het verdrag vallen zeer uiteenloopt, maakt het Handvest het mogelijk voor elke taal een eigen pakket maatregelen ter bescherming en bevordering vast te leggen die nuttig en/of nodig zijn voor de betreffende taal. De verplichtingen die ten aanzien van het Handvest aangegaan worden, kunnen dus sterk verschillen tussen staten en ook tussen de erkende talen binnen een staat.
Alle aldus in het Handvest erkende talen hebben dan nog niet dezelfde status. Talen die onder Deel III van het Handvest vallen (zoals het Fries) genieten de grootste erkenning. Dit houdt onder meer in dat er onderwijs in wordt gegeven en dat juridische transacties die de taal als voertaal hebben, worden erkend. Talen die onder Deel II vallen (in Nederlands zijn dit het Nedersaksisch en Limburgs) genieten weliswaar erkenning en het gebruik ervan wordt door de overheid gestimuleerd, maar dit alles gaat minder ver dan Deel III: rechten kunnen er in de praktijk niet aan worden ontleend.Taalvariatie en taalbeleid, J. De Caluwe. Blz. 112-113/127.
Behalve regionale talen of talen van minderheden en niet-territoriale talen kunnen ook minder verspreide officiële talen onder het Handvest beschermd worden. Het is niet de bedoeling dat talen die verbonden zijn met recente migratiebewegingen of dialecten van de officiële taal onder het Handvest worden erkend.
Uitdrukkelijk voorkomen moet worden dat door erkenning en bevordering van de regionale talen of talen van minderheden concurrentie of vijandigheid ontstaat tussen deze talen en de officiële taal of talen van een staat. Er moet gewerkt worden aan een intercultureel en meertalig beleid dat rekening houdt met de culturele en sociale werkelijkheid, zodat elke taal zijn plaats krijgt.
Het gevoerde beleid door de staten ten aanzien van de talen die zij onder het Handvest erkend hebben, wordt getoetst door de Commissie van deskundigen. Deze commissie bestaat uit één lid per deelnemende lidstaat en wordt door het Comité van Ministers van de Raad van Europa benoemd. Elke staat dient bij deze commissie periodiek een verslag in over het gevoerde beleid. De commissie levert hierop commentaar en doet aanbevelingen aan het Comité van Ministers, dat zich daarover uitspreekt en eventueel kan ingrijpen.
Reikwijdte De stand van ratificatie en ondertekening op 1 januari 2011. De schuingedrukte talen worden alleen erkend onder deel II van het Handvest.
Land Ondertekening Geratificeerd Inwerkingtreding Erkende talen 11-05-2001 25-01-2002 01-05-2002 Aramees, Grieks, Jezidisch, Koerdisch, Russisch 21-12-2001 07-09-2005 21-09-2010 01-01-2011 Albanees, Duits, Hongaars, Italiaans, Jiddisch, Ladino, Macedonisch, Montenegrijns, Oekraïens, Pools, Roemeens, Roetheens, Romani, Sloveens, Slowaaks, Tsjechisch, Turks 12-11-1992 26-08-2002 01-12-2002 Armeens 05-11-1992 08-09-2000 01-01-2001 Duits 05-11-1992 16-09-1998 01-01-1999 Deens, Nederduits, Nedersorbisch, Noord-Fries, Oppersorbisch, Romani, Saterfries 05-11-1992 09-11-1994 01-03-1998 Romani, Samisch, Zweeds 07-05-1999 05-11-1992 26-04-1995 01-03-1998 Duits, Kroatisch, Roemeens, Servisch, Sloveens, Slowaaks 07-05-1999 27-06-2000 05-11-1997 05-11-1997 01-03-1998 Hongaars, Italiaans, Oekraïens, Roetheens, Servisch, Slowaaks, Tsjechisch 05-11-1992 18-11-1997 01-03-1998 Geen te erkennen talen aanwezig 05-11-1992 22-06-2005 01-10-2005 Geen te erkennen talen aanwezig 25-07-1996 05-11-1992 11-07-2002 22-03-2005 15-02-2006 06-06-2006 Albanees, Romani 05-11-1992 02-05-1996 01-03-1998 Fries, Jiddisch, Limburgs, Nedersaksisch, Papiaments, Romani 05-11-1992 10-11-1993 01-03-1998 Samisch 02-05-1996 19-09-2005 01-01-2006 Bulgaars, Duits, Gagaoezisch, Grieks, Hongaars, Jiddisch, Krimtataars,Moldavisch, Pools, Roemeens, Russisch, Slowaaks en Wit-Russisch. 05-11-1992 28-06-2001 01-10-2001 Burgenlandkroatisch, Hongaars, Romani, Sloveens, Slowaaks, Tsjechisch 12-05-2003 12-02-2009 01-06-2009 Armeens, Duits, Hebreeuws, Jiddisch, Karaïtisch, Kasjoebisch, Litouws, Oekraïens, Roetheens, Romani, Russisch, Slowaaks, Tataars, Tsjechisch, Wit-Russisch 17-07-1995 29-01-2008 01-05-2008 Albanees, Armeens, Bulgaars, Duits, Grieks, Hongaars, Italiaans, Jiddisch, Kroatisch, Macedonisch, Pools, Roetheens, Romani, Russisch, Servisch, Slowaaks, Tataars, Tsjechisch, Turks, Oekraïens 10-05-2001 22-03-2005 15-02-2006 01-06-2006 Albanees, Bosnisch, Bulgaars, Hongaars, Kroatisch, Oekraïens, Roemeens, Roetheens, Romani, Slowaaks 03-07-1997 04-10-2000 01-01-2001 Hongaars, Italiaans, Romani 20-02-2001 05-09-2001 01-01-2002 Bulgaars, Duits, Hongaars, Kroatisch, Oekraïens, Pools, Roetheens, Romani, Tsjechisch 05-11-1992 09-04-2001 01-08-2001 Baskisch, Catalaans, Galicisch 09-11-2000 15-11-2006 01-03-2007 Duits, Pools, Romani, Slowaaks 02-03-2000 27-03-2001 01-07-2001 Cornisch, Iers-Gaelisch, Manx-Gaelisch, Schots en Ulster Schots, Schots-Gaelisch, Welsh 09-02-2000 09-02-2000 01-06-2000 Fins, Jiddisch, Romani, Samisch, Tornedalfins 08-10-1993 23-12-1997 01-04-1998 Italiaans, Reto-Romaans
Nederland Nederland heeft in 1992 het Handvest ondertekend. In 1996 is het door de Tweede en Eerste Kamer goedgekeurd en vervolgens geratificeerd. Hierbij werden het Nedersaksisch en het Fries erkend, waarbij alleen op het Fries de specifieke maatregelen en verplichtingen uit deel III van toepassing werden verklaard. Tevens werden het Jiddisch en Romani als niet-territoriale talen erkend. In 1997 werd het oorspronkelijk niet genoemde Limburgs alsnog als regionale taal erkend. Het handvest is in Nederland op 1 maart 1998 in werking getreden.