Leerplicht is de wettelijke verplichting om kinderen onderwijs te laten volgen. Wanneer sprake is van de verplichting om dit aan een school te doen, wordt dit schoolplicht genoemd. Leerplicht en schoolplicht verschillen van land tot land, waarbij in sommige landen thuisonderwijs wel toegestaan is en in andere landen niet of slechts onder bepaalde voorwaarden.

De inburgeringswet in Nederland valt niet onder de leerplichtwet, maar betekent in de praktijk wel de verplichting tot leren voor veel nieuwkomers en oudkomers, met sancties voor wie hier niet aan voldoet.

Begin De eerste pogingen om leerplicht in te voeren zijn vervat in de wetgeving van enkele Duitse staten, nl. de hertogdommen Weimar (1619), Gota (1642) en Brandenburg-Pruisen (1698 en 1717). Keizerin Maria Theresia van Oostenrijk introduceerde in 1774 leerplicht in de landen van het Habsburgse Rijk.

België Geschiedenis De Belgische grondwet schrijft dat iedereen recht heeft op onderwijs, met eerbied voor de fundamentele rechten en vrijheden. Om dit leerrecht te garanderen, is er een leerplicht. Het maakt niet uit hoe het kind onderwijs krijgt. De vrijheid van onderwijs is in België van toepassing op de ouders. Overtredingen van de leerplichtwet kunnen nooit door de leerlingen, maar enkel door de ouders begaan worden.

Op 26 december 1864 wordt de Ligue de l'Enseignement opgericht, een nationale vereniging om het onderwijs in België te verbeteren. Lagere scholen zijn dan misschien wel grotendeels toegankelijk voor alle lagen van de bevolking, maar in de praktijk is het voor arbeiders- en boerengezinnen niet altijd evident om het schoolgeld te betalen. Bovendien moeten veel kinderen in die lagere klassen werken om bij te dragen aan het gezinsinkomen. Een eerste wetsvoorstel om algemene leerplicht in te voeren voor kinderen van 6 tot 12 jaar wordt in 1883 nog lauw onthaald door de meeste katholieke en zelfs verschillende liberale politici. Maar na 80 jaar van touwtrekkerij komt de Schoolstrijd aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog uiteindelijk toch ten einde en wordt de wet op de leerplicht goedgekeurd.

De wet-Poullet van 19 mei 1914 introduceerde de leerplicht voor alle kinderen tussen 6 en 12 jaar en stipuleerde dat de bovenste leeftijdsgrens zou verhoogd worden tot 13 en vervolgens 14 jaar. De maatregel zorgde voor een forse daling van de ongeletterdheid onder de bevolking. Tevens werd het Medisch Schooltoezicht opgericht, om de kritiek tegen te gaan dat een (verplichte) concentratie van kinderen tot ongezonde situaties zou leiden. De leerplicht viel dus samen met het lager onderwijs. In 1953 trekt de Belgische regering met Onderwijsminister Pierre Harmel de leerplicht op tot 15 jaar. Toen in de jaren zeventig een aantal studies een verband toonden tussen onderwijsniveau en werkloosheid, werd de leerplicht verlengd tot 16 jaar. Uiteindelijk werd de leerplicht door de wet van 29 juni 1983 verlengd tot 18 jaar.29 JUNI 1983. - Wet betreffende de leerplicht. Op die manier probeerde men jongeren van de straat en uit de werkloosheid te houden. Met succes, twee jaar lang kwamen er geen werklozen bij op de arbeidsmarkt.

Huidige regeling De leerplicht gaat in op 1 september van het burgerlijk jaar waarin het kind 5 jaar wordt en duurt 12 volle schooljaren. Bij aanvang van de leerplicht is een kind dus minimaal 4 jaar en 8 maanden (namelijk, als het nog op 31 december van dat jaar verjaart) en maximaal 5 jaar en 8 maanden (als het al op 1 januari van dat jaar verjaard is). Op 1 september 2013 vatten dus in de regel alle leerlingen geboren in 2007 het eerste leerjaar aan. Van die regel kan worden afgeweken door een vervroegde of verlate instap, na overleg met het Centrum voor Leerlingenbegeleiding.

Hoewel leerplicht nog een federale bevoegdheid is voegde de Vlaamse minister van onderwijs vanaf schooljaar 2008-2009 een bijkomende voorwaarde toe: alvorens in het eerste leerjaar te kunnen starten, moet de leerling minstens één jaar (Nederlandstalig) kleuteronderwijs gevolgd hebben, tenzij men op een taalproef kan aantonen het Nederlands voldoende onder de knie te hebben. Formeel wordt de leerplichtdatum niet gewijzigd; in de praktijk komt het er wel op neer dat iedereen een jaartje eerder naar school moet beginnen gaan.

Alle kinderen die in België verblijven zijn leerplichtig. Vanaf 15 of 16 jaar kan een jongere deeltijds leren en deeltijds werken en zo aan de leerplicht voldoen in DBSO of in de leertijd. De leerplicht eindigt op het einde van het schooljaar (op 30 juni dus) van het jaar waarin de leerling 18 jaar wordt of wanneer het diploma secundair onderwijs wordt behaald (ongeacht de leeftijd van de jongere).

Leerplicht is geen schoolplicht. Thuisonderwijs is ook mogelijk.Departement Onderwijs en Vorming: "Kan ik ook thuis les volgen?". Gids voor leerlingen. Gearchiveerd op 23 juni 2013. Ouders die hiervoor kiezen moeten dit aan het departement onderwijs meedelen. De Vlaamse overheid zorgt voor een leerplichtcontrole, om na te gaan of alle leerplichtige leerlingen wel aan de leerplicht voldoen. De leerplichtcontrole betreft zowel: is elke leerling ingeschreven in een school (of erkend als huisonderwijs)? als: volgt elke leerling regelmatig de lessen?. Onder deze leerplichtcontrole valt dus ook het begeleiden van spijbelaars. Waar de inspectie eerder bestraffend optreedt naar ouders, zal het CLB trachten de leerling (en zijn ouders) te begeleiden, m.a.w. iets te doen aan de onderliggende oorzaak van het spijbelen.

De Belgische grondwet bepaalt voorts dat het onderwijs kosteloos is tot het einde van de leerplicht. De toegang tot het kleuteronderwijs (een uitzondering, want geen leerplichtonderwijs), het lager onderwijs en het secundair onderwijs is gratis. Basis- en secundaire scholen die door de overheid gefinancierd of gesubsidieerd worden, mogen dus geen inschrijvingsgeld vragen. Voor bijkomende kosten voor leermiddelen e.d. geldt een maximumfactuur. Voor het secundair onderwijs bestaat een stelsel van schooltoelagen voor ouders met een laag inkomen. Vanaf 2008-2009 werd ook een schooltoelage voor kinderen van het lager onderwijs voorzien.

Uitbreiding leerplicht In februari 2019 gaf de Vlaamse regering een positief advies aan de federale overheid voor het verlagen van de beginleeftijd van de leerplicht naar vijf jaar in plaats van zes. Daarmee zou het laatste jaar van het kleuteronderwijs ook verplicht gesteld worden. De voorgestelde maatregel zou moeten dienen om de kleine groep kleuters die geen kleuteronderwijs volgen beter voor te bereiden op het eerste leerjaar van het lager onderwijs. Wel drong de Vlaamse regering erop aan om de verlaging van de leerplichtleeftijd niet te koppelen aan een verplichting om al levensbeschouwelijke lessen aan te bieden in de derde kleuterklas van het officieel onderwijs. Anders zou dat betekenen dat kinderen in de derde kleuterklas dan al van elkaar gescheiden zouden worden voor de verschillende levensbeschouwelijke lessen.

In maart 2019 keurde de Kamer van volksvertegenwoordigers de leeftijdsverlaging unaniem goed. De wetswijziging gaat in vanaf het schooljaar 2020-2021; vanaf dan zal elk kind in België vanaf de leeftijd van 5 jaar onderwijs moeten volgen.

Frankrijk De eerste leerplicht in Frankrijk werd ten tijde van Lodewijk XIV ingevoerd, met als ogenschijnlijk doel het lijden van de bevolking doen af te nemen. Het had echter wel als “bijkomend voordeel” voor de koning dat hierdoor de rijken niet meer privé geschoold werden, zonder toezicht van de overheid en dat de groei van het protestantisme tegengegaan kon worden. In Frankrijk poogde men de leerplicht in te stellen na de revolutie van 1848, maar pas met de wet van 28 maart 1882 werd de leerplicht ingevoerd. Het basisonderwijs wordt dan verplicht voor leerlingen (jongens én meisjes) van 6 tot 13 jaar. De wet voorzag dat ook aan de leerplicht kon worden voldaan door huisonderwijs.

De wet was voor zijn tijd vooruitstrevend, en voorzag zelfs in het opgelegde minimumprogramma, waaronder naast lezen, schrijven, rekenen, ook "burgerzin" (instruction morale et civique), vaderlandse geschiedenis, creatieve vakken, kennismaking met de natuurwetenschappen en hun toepassingen, inbegrepen het hanteren van werktuigen en zorg voor hygiëne. Zeer merkwaardig was toen ook (voor de jongens) de "exercices militaires"; voor de meisjes was er ondertussen naaiwerk.

In 1936 werd de leerplicht verlengd tot 14 jaar; en in 1959 tot 16 jaar. Voorstellen om de leerplicht te verlengen tot 18 jaar hebben het niet gehaald.

Luxemburg Onder premierschap van Félix de Blochausen werd op 20 april 1881 door minister van Binnenlandse Zaken Henri Kirpach de leerplichtswet doorgevoerd die het voor kinderen van 9 tot 12 jaar verplicht stelde om onderwijs te volgen.

Nederland Geschiedenis De eerste leerplichtwet in Nederland is opgesteld onder verantwoordelijkheid van de toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Hendrik Goeman Borgesius en werd aangenomen in 1900. De wet trad in werking op 1 januari 1901. Deze wet verplichtte kinderen van 6 tot 12 jaar tot het volgen van onderwijs. De leerplicht startte dus bij de aanvang van het schooljaar nadat de kinderen ten volle 6 jaar geworden zijn. Voor sommige kinderen werden uitzonderingen gemaakt, zoals voor boerenkinderen tijdens de oogsttijd. Dochters mochten ook thuisblijven om het gezin te verzorgen.

De leerplichtwet van 1900 werd met 50-49 stemmen aangenomen, doordat een tegenstander (Francis David Schimmelpenninck) van zijn paard was gevallen en daardoor niet kon stemmen. Het paard is verstandiger dan zijn meester zeiden voorstanders van de leerplichtwet. Tegelijk lieten de liberalen het doodzieke Kamerlid Jacob Johan van Kerkwijk (1830-1901), die vóór zou stemmen, met een rijtuig naar Den Haag brengen. Vooral onder de christelijke partijen was verzet, omdat zij het bestaansrecht van christelijke scholen bij wet geregeld wilden hebben. Dit gebeurde pas bij de Grondwetswijziging van 1917 (Artikel 23 van de Grondwet). De socialisten waren ook tegen de wet, maar dan omdat zij de wet niet ver genoeg vonden gaan. De leerplichtwet 1900 kende als speciale vorm van onderwijs ook nog het huisonderwijs (zoals dat in adellijke families toen nog voorkwam) als geldige vorm van onderwijs, mits door een bevoegde onderwijzer gegeven. Had dat huisonderwijs er niet in gestaan, dan zouden diverse Kamerleden tegen hebben gestemd.

In 1928 werd de leerplicht verlengd van 6 naar 7 jaar en in 1942 naar 8 jaar.

Deze leerplicht gold overigens niet voor "trekkende" kinderen zoals van schippers, zigeuners en kermisvolk. Zij werden pas in de volgende aanpassing meegenomen (Leerplichtwet 1969).

In 1969 werd een nieuwe leerplichtwet ingevoerd, vanaf dat moment heet de wet Leerplichtwet 1969. De leerplichtperiode werd verlengd naar 9 jaar. Verder werd bij wet een toezichthouder aangesteld (de leerplichtambtenaar), die op naleving van de leerplichtwet moest toezien, ter vervanging van de vroeger bestaande commissies tot wering van schoolverzuim. Huisonderwijs als mogelijkheid om de leerplicht te vervullen werd afgeschaft.

In 1975 werd de leerplichtperiode nog eens verlengd, naar 10 jaar en werd toegevoegd dat een kind na 10 jaar nog partieel leerplichtig (2 dagen per week) is tot en met het schooljaar waarin het kind 17 is geworden. Ook werd bepaald dat meerderjarigheid niet langer een criterium is om aan de leerplicht te ontkomen. Dit laatste werd toegevoegd omdat steeds meer allochtone meisjes voor hun 18e trouwden en zo voor de wet meerderjarig werden en niet langer leerplichtig waren. De partiële leerplicht werd veelal vervuld (als men niet naar een dagschool bleef gaan) op een vormingscentrum, waar veel maatschappijleer e.d. werd gegeven om de jongeren weerbaarder te maken. Velen ontdoken echter deze partiële leerplicht en werkgevers wilden geen jongeren van 16 aannemen omdat ze die twee dagen in de week verlof moesten geven (en 17-jarigen een dag).