De U5 is een lijn van de metro van Berlijn. De metrolijn verbindt Berlin Hauptbahnhof via de Alexanderplatz in het oosten van het stadscentrum met de wijken Friedrichshain, Lichtenberg, Friedrichsfelde, Biesdorf en Hellersdorf (→ kaart). De U5 telt 26 stations en heeft een lengte van 22 km; de reistijd over de gehele lijn bedraagt 41 minuten. Het eerste deel van de grootprofiellijn opende op 21 december 1930. Tijdens de deling van de stad lag de lijn als enige van het net geheel op Oost-Berlijns grondgebied.
Geschiedenis Een metro onder de Frankfurter Allee Plannen voor een metrolijn onder de Frankfurter Allee bestonden al vroeg in de geschiedenis van de Berlijnse metro. De Hochbahngesellschaft, die verantwoordelijk was voor de bouw van de eerste (kleinprofiel)metrolijnen in Berlijn, breidde het in 1913 geopende station Klosterstraße (U2) zelfs uit ten behoeve van een toekomstige lijn onder de boulevard. Al vanaf 1908 spande de Hochbahngesellschaft zich in voor het verkrijgen van een concessie voor het traject en in 1914 werd die ook verkregen. De Eerste Wereldoorlog zorgde echter voor uitstel van de bouw. Na de oorlog waren de inzichten betreffende de metroaanleg veranderd en wilde men alle nieuwe lijnen in groot profiel uitvoeren. Daarnaast achtte men het ongewenst het reeds wijdvertakte stamtracé (nu onderdeel van U1 en U2) met nog een aftakking uit te breiden.
Bij de aanleg van de GN-Bahn (nu U8) werden in het station Alexanderplatz reeds twee perrons voor de geplande lijn onder de Frankfurter Allee gebouwd. De concessie voor de lijn was nog altijd in handen van de Hochbahngesellschaft, ook na de aanpassing van de plannen in 1927. In 1926 was het beheer over het metronet echter verkregen door het Berlijnse stadsbestuur, dat bij zijn plannen bleef de lijn in groot profiel te bouwen. De Hochbahngesellschaft nam wel de aanleg van de metrolijn op zich en bouwde zo voor het eerst in haar geschiedenis een grootprofiellijn. In mei 1927 werden de werkzaamheden gestart tussen Alexanderplatz en Friedrichsfelde.
De bouw van de lijn bleek zeer eenvoudig en vorderde gestaag. De stations werden ondiep aangelegd, maar wel van mezzanines voorzien. Het voorlopige eindstation Friedrichsfelde was vanuit het oogpunt van reizigersaantallen niet nodig, maar een eindpunt moest er toch zijn; bovendien kon men hier een werkplaats aanleggen, de eerste in het oosten van de stad. Op 21 december 1930 werd de lijn, die de aanduiding E had gekregen, in gebruik genomen; het traject mat zeven kilometer en telde tien stations: Alexanderplatz - overstap op het stamtracé en de GN-Bahn Schillingstraße Strausberger Platz Memeler Straße (nu Weberwiese) Petersburger Straße (nu Frankfurter Tor) Samariterstraße Frankfurter Allee - overstap op de S-Bahn Magdalenenstraße Bahnhof Lichtenberg (nu Lichtenberg) - overstap op de spoorlijnen van de Deutsche Reichsbahn (DR) Friedrichsfelde Al deze stations werden ontworpen door Alfred Grenander, de huisarchitect van de Hochbahngesellschaft. Grenander creëerde een standaardontwerp, waarvan per station slechts op enkele details werd afgeweken. De stations onderscheidden zich echter van elkaar door hun "kenkleur" of "herkenningskleur", die zowel in de wandbetegeling als op de stalen steunpilaren toegepast werd. Daarnaast is er variatie in de hoogte van de perronhal.
Verlenging naar het Tierpark Plannen voor verlenging van lijn E ontstonden al kort na de opening. Allereerst wilde men de lijn verlengen naar Karlshorst, een villawijk waar zich na de Tweede Wereldoorlog het Sovjet-Russische militaire bestuur had gevestigd. Vanwege de grote vraag naar nieuwe woningen kreeg de woningbouw echter voorrang boven metroprojecten. Een van de eerste stadsuitbreidingsgebieden werd de omgeving van het Tierpark, waar 9000 woningen aan 25.000 mensen onderdak moesten gaan bieden. Ter ontsluiting van de nieuwe woonwijk werd besloten metrolijn E met één station te verlengen, hetgeen in 1973 werd voltooid.Hans-Werner Schleife c.s.: Lexikon Metros der Welt. Motorbuch Verlag, Oost-Berlijn/Stuttgart 1985. . Blz. 69 Het nieuwe station Tierpark diende naast de inwoners van het gebied ook de 2,5 miljoen mensen die het park jaarlijks bezochten, wat het project extra lonend maakte.
De aanleg van het eerste metroproject in de DDR begon in 1969. Het tracé loopt ten noordoosten van de werkplaats tot aan de straat Am Tierpark, waar het nieuwe station verrees. Het ontwerp ervan werd in overeenstemming gebracht met de oudere stations op de lijn. Het 1,2 kilometer lange traject werd geopend op 25 juni 1973. Dat er vier jaar nodig was voor de bouw van een dergelijk korte tunnel kan verklaard worden door de zwakke economie van de DDR en het gebrek aan betonelementen, onder andere veroorzaakt door een brand in de opstelplaats bij de Alexanderplatz.
Een metrolijn naar Hellersdorf
Aan het eind van de jaren 1970 begon de planning voor een nieuw woongebied rond het (sinds de vorming van Groot-Berlijn in 1920 tot de stad behorende) dorp Hellersdorf. Vanwege de omvang van het nieuwbouwgebied was een snelle verbinding met het Oost-Berlijnse centrum nodig. Er werden meerdere varianten voor een dergelijke verbinding bestudeerd, waaronder een S-Bahnlijn. De eerder gebouwde nieuwbouwgebieden Marzahn en Hohenschönhausen hadden een S-Bahnverbinding gekregen, maar de Stadtbahn was inmiddels te druk bezet om nog een aftakking te kunnen verwerken. Een sneltramlijn bleek daarnaast niet voldoende capaciteit te hebben, waardoor een verlenging van lijn E als enige optie overbleef. Na de bestudering van een aantal tracévarianten werd er uiteindelijk voor gekozen de lijn bovengronds te laten verlopen over de niet meer gebruikte VnK-spoorlijn (Verbindung nach Kaulsdorf). De lijn zou daarbij ook de door de S-Bahn gebruikte Ostbahn kruisen.
Het project werd in 1983-84 uitgewerkt en de bouw van het 10,10 kilometer lange en 9 stations tellende tracé begon op 1 maart 1985. De lijn werd in twee fases geopend in 1988 en 1989. Na station Tierpark maakt de tunnel een scherpe bocht naar het oosten om meteen op de VnK-lijn aan te sluiten. De lijn kruist vervolgens de Buitenring en bereikt het station Biesdorf-Süd, waar drie sporen werden aangelegd om er korttrajecttreinen te laten eindigen. Het daarop volgende station Elsterwerdaer Platz was het voorlopige eindpunt van de op 1 juli 1988 geopende eerste fase van de verlenging.
Na Elsterwerdaer Platz loopt het tracé in noordoostelijke richting tot het S-Bahnstation Wuhletal. De metrosporen werden hier tussen de reeds bestaande S-Bahnsporen gelegd, waardoor er in gelijke richting cross-platform kan worden overgestapt. Bij dit overstapstation werd ten behoeve van het aanleveren van nieuw metromaterieel tevens een verbindingsspoor met de hoofdlijn van de DR aangelegd. Na een korte tunnel onder de Gülzower Straße komt de lijn weer bovengronds om via de stations Albert-Norden-Straße (tegenwoordig Kaulsdorf-Nord), Heinz-Hoffman-Straße (tegenwoordig Neue Grottkauer Straße), Cottbuser Platz, Hellersdorf en Paul-Verner-Straße (nu Louis-Lewin-Straße) het eindpunt Hönow te bereiken. De twee laatstgenoemde stations lagen tot een grenscorrectie in 1990 buiten het grondgebied van Berlijn. Op 1 juli 1989, een jaar na de opening van de eerste verlengingsfase, kwam het tracé Elsterwerdaer Platz - Hönow in gebruik. Het was de eerste en enige grote metroverlenging in de DDR.
Alle stations van de oostelijke verlenging van lijn E werden ontworpen door het Entwurfs- und Vermessungsbetrieb der Deutschen Reichsbahn ("Ontwerp- en Kadasterdienst van de DR"). Voor het eerst in de geschiedenis van de Berlijnse metro werden de stations met hellingbanen uitgerust, zodat ook rolstoelgebruikers en mensen met kinderwagens de perrons konden bereiken.
Hereniging De eerste plannen voor een westelijke verlenging van U5 waren reeds opgenomen in het zogenaamde 200-Kilometer-Plan van het West-Berlijnse stadsbestuur uit het midden van de jaren 1950. De lijn zou vanaf Alexanderplatz naar Luchthaven Tegel worden doorgetrokken, waarbij bij Turmstraße een overstap op U9 en bij Jungfernheide een overstap op U7 was opgenomen.Ulrich Lemke/Uwe Poppel: Berliner U-Bahn. Alba Verlag, Düsseldorf 1985. . Blz. 71 Na de Duitse Hereniging kwam een aantal metroverbindingen tussen Oost- en West-Berlijn weer in gebruik en werden ook het plan voor het westelijke deel van de U5 weer op tafel. De verbinding tussen de Alexanderplatz en het Hauptbahnhof vormt een belangrijke schakel in het OV-net en werd dan ook als eerste ter hand genomen. Het Hauptbahnhof en het nieuwe Regierungsviertel rond de Reichstag kregen een aansluiting op de metro en de wijken langs het oostelijke deel van de U5 kregen een rechtstreekse verbinding met de boulevard Unter den Linden in het centrum van de stad. Aan het traject zouden zes nieuwe stations gebouwd worden: Rotes Rathaus - onder de Karl-Liebknecht-Straße, nabij het Rotes Rathaus Museumsinsel - onder de Schlossplatz, nabij het Museumsinsel en de Lustgarten Unter den Linden - onder de kruising van Unter den Linden en de Friedrichstraße, overstap op de U6 Brandenburger Tor - onder Unter den Linden en de Pariser Platz, overstap op de noord-zuidlijnen van de S-Bahn Bundestag - tussen de Otto-von-Bismarck-Allee en de Paul-Löbe-Allee, nabij het Bundeskanzleramt en gebouwen van de Bondsdag Hauptbahnhof, parallel aan de noord-zuidspoortunnel De ruwbouw van de westelijke drie stations en de tussenliggende tunnels werd tussen 1995 en 1999 gerealiseerd.Alexander Seefeldt/Robert Schwandl: Berliner U-Bahn-Linien U5. Robert Schwandl Verlag, Berlijn 2013. . Blz. 34 De westelijke verlenging kreeg snel de naam Kanzler-U-Bahn ("kanseliersmetro") omdat tot de bouw ervan werd besloten op initiatief van de Duitse bondsregering en omdat de lijn een belangrijke ontsluiting vormt voor de Berlijnse regeringswijk, het Regierungsviertel.
U55
thumb|Het eilandbedrijf tussen 8 augustus 2009 en 4 december 2020 In 2001 legde het Berlijnse stadsbestuur het project stil vanwege een gebrek aan financiële middelen. De bouw van de tunnel tussen het Hauptbahnhof en de Brandenburger Tor was ondertussen grotendeels afgerond. Het in ruwbouw gereed zijnde station Bundestag (oorspronkelijke naam: Reichstag) kwam in gebruik als locatie voor diverse evenementen en filmopnames.
De bondsregering dreigde echter de al verstrekte financiële bijdrage aan de bouw van de metrolijn terug te vorderen als deze niet afgebouwd zou worden. In 2003 werd daarom besloten het westelijke, grotendeels reeds aangelegde deel van de verlenging tijdelijk als enkelsporige pendellijn in dienst te nemen onder het lijnnummer U55. Hoewel op deze korte lijn slechts een beperkt aantal reizigers te verwachten was, concludeerde het stadsbestuur dat de kosten van de bouw en dienstuitvoering op deze manier lager uitvallen dan wanneer de subsidie aan de bondsregering terugbetaald zou moeten worden.