miniatuur|Het baretembleem van de Studentenweerbaarheden. Een studentenweerbaarheid is van oorsprong een gelegenheidsgevechtseenheid (of militie) in Nederland, die uit universitaire studenten bestaat. De vrijwillig dienende studenten dienden als flankeurs of jagers. De huidige studentenweerbaarheden zijn (sub)verenigingen voor studenten in het hoger onderwijs, die haar leden de gelegenheid bieden om informeel kennis te maken met verschillende aspecten van de krijgsmacht.
Geschiedenis
17de eeuw: Studentencompagnieën De geschiedenis van de Nederlandse studentenweerbaarheid gaat terug tot in de 17de eeuw. In 1665 begon de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog. De Republiek was in oorlog met Engeland en Bernhard von Galen, Duits krijgsheer en tevens de bisschop van Münster, achtte de tijd rijp om zijn oude geschillen met zijn westelijke buur definitief op te lossen. Met Engelse subsidie trok hij Gelderland binnen en na ook Overijssel veroverd te hebben belaagde hij Groningen. Zeer veel studenten boden aan om te helpen de stad te verdedigen en er werd een aparte compagnie opgericht. Omdat het niet tot een belegering van de stad kwam werd deze twee maanden later, met dank van de Staten, ontbonden. Tijdens het rampjaar 1672 werden de studentencompagnieën opnieuw opgericht, ter verdediging van hun steden. In de stad Groningen droegen de studenten veel bij aan de verdediging van de vesting. Ook in de 18de eeuw waren er in meerdere universiteitssteden exercitiegenootschappen en -gezelschappen aanwezig, die zich oefenden in de omgang met wapens. Deze groepen tierden enige decennia lang welig.
1831: Jagerscompagnieën tijdens de Tiendaagse Veldtocht Met het ontstaan van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in 1815, na afloop van de Franse overheersing, boden de Leidse en Utrechtse studenten hun gewapende diensten aan voor het landsbelang. Geformeerd in zogeheten Jagerscompagnieën werden ze ingezet tegen een mogelijke aanval van de Fransen. De meest bekende actie van de studentenweerbaarheden was die in 1831 tijdens de Tiendaagse Veldtocht. Op een oproep van Koning Willem I om de Belgische opstand de kop in te drukken en de orde in het koninkrijk te herstellen, reageerden onder andere studenten uit Amsterdam, Utrecht, Leiden, Groningen en Franeker enthousiast. Er werden zelfstandige compagnieën opgericht, of men werd ingedeeld bij bestaande schutterijen, en men trok op naar het zuiden om gevecht te leveren. Voor vertrek worden de Jagers enthousiast met toespraken en kerkdiensten uitgezwaaid voor hun strijd tegen "het muitziek rot der Belgen”,, N.C. Kist: bezield, maar niet bezielend, Reformatorisch Dagblad, 24 december 2009. Geraadpleegd op 19 maart 2025 zoals onder andere in Leiden door de kerkhistoricus Prof. dr. Nicolaas Christiaan Kist, die op 12 december 1830 voorging in een dienst in de Pieterskerk. Uit deze compagnieën is een aantal hedendaagse studentenweerbaarheden voortgekomen. Naar men zegt is het tot het werkelijk leveren van strijd echter niet gekomen, hoewel er in de veldtocht wel een student is gesneuveld: de uit Kampen afkomstige Lodewijk Beeckman kreeg op 5 augustus 1831 tijdens de gevechten bij Beringen een kogel door zijn hoofd.Website Pieterskerk Leiden - Lodewijk Justinus Wilhelmus Beeckman Enkele andere studenten bezweken aan ziekte of ongelukken. In de tiendaagse veldtocht dienden de studenten als flankeurs of jagers.
thumb|230px|right| Monument voor de gesneuvelde Leidse Jager L.J.W. Beeckman, 1832, De Gedenkteekenen van de Pieterskerk te Leyden, Leiden, 1864, pg. 32 (tekst) resp. pg. 108 (beeld) in de Leidse Pieterskerk
Ook bij terugkeer worden de Leidse vrijwilligers enthousiast ingehaald, opnieuw in de Pieterskerk, op 28 september 1831, waar de Rector Magnificus, Prof. W.A. van Hengel de "heldhaftige jongelingschap, de geliefde kweekelingen der Leidsche Hoogeschool" een welkom toeriep., De Pieterskerk als toneel van universitaire gebeurtenissen in: Graven in de Pieterskerk (uitgave van de Stichting Vrienden van de Pieterskerk Leiden, Leiden, 1981), pg. 104 Enige dagen later, op 3 oktober, leidde voornoemde N.C. Kist de traditionele dankdienst voor Leidens Ontzet, die hij geheel in het teken zette van de behouden terugkeer der vrijwillige studenten., a.w. pg. 105
thumb|230px|right| "Plegtige verwelkoming der H.H. Studenten, vrijwillige Leidsche jagers en uitreiking der eerepenningen voor hunne heldenmoed, 23 september 1831 in de Pieterskerk te Leiden"
1866: De eerste studentenweerbaarheden In de zestiger jaren van de 19e eeuw was Europa het toneel van vele gevechtsacties. Koning Willem III was beducht voor de Pruisische expansiepolitiek en bevorderde op allerlei manieren de weerbaarheidsgedachte onder zowel burgers als studenten, zodat vele weerbaarheidsverenigingen opbloeiden en er vele tientallen bij kwamen. Deze verenigingen hadden de landsverdediging op het oog, en oefenden in het omgaan met wapens, en in de voorbereiding op de krijgsdienst. Het leidde in 1866 tot de oprichting van de eerste studentenweerbaarheden, in respectievelijk Utrecht en Leiden. In 1880 volgde Amsterdam.
De eerste studentenweerbaarheden ontstonden als ondervereniging van de studentencorpora (andere soorten studentenverenigingen bestonden in die tijd niet). Dit waren in die tijd bolwerken van liberalen. Waar bij de oudere generatie liberalen nog de nadruk lag op rationalisme, speelden kracht en idealen voor de nieuwe generatie een grotere rol. De behoefte om zich vrijwillig en praktisch in kunnen zetten voor de gemeenschap vloeide hieruit voort.Cort van der Linden (1846-1935) : Minister-president in oorlogstijd : een politieke biografie, Johannes Paul de Hertog, doctoraalscriptie, Universiteit Leiden
In de landsverdediging speelden de weerbaarheden geen rol. Door de tijd heen werden de voorbereiding op de krijgsdienst daarom langzamerhand minder belangrijk, en de betrokkenheid bij het koningshuis en de krijgsmacht kwam vooral tot uiting door het verrichten van eerbetoon en de aanwezigheid bij oefeningen van de landmacht. Wel hield men zich door middel van trainingen en wedstrijden bezig met de schietsportINTERACADEMIALE SCHIETWEDSTRIJD TE ROTTERDAM. Het nieuws van den dag : kleine courant, Amsterdam, 13-06-1894. Geraadpleegd op Delpher op 04-06-2018INTERACADEMIALE SCHIETWEDSTRIJDEN, De Maasbode, 24-06-1938. Geraadpleegd op Delpher op 04-06-2018, werd er geexerceerd op evenementen als de Nijmeegse VierdaagseDe Internationale Vierdaagsche Afstandsmarschen, Provinciale Geldersche en Nijmeegsche courant, Nijmegen, 13-07-1937. Geraadpleegd op Delpher op 04-06-2018 en vormden de studenten erewachten bij speciale gelegenheden van het koninklijk huis, zoals koninklijke huwelijken, inhuldigingen en regeringsjubilea.Inhuldigingsfeesten, Algemeen Handelsblad, Amsterdam, 29-04-1898. Geraadpleegd op Delpher op 04-06-2018Studenten vormen erewacht bij intocht van H.M. de Koningin, De Tijd : godsdienstig-staatkundig dagblad, 's-Hertogenbosch, 05-07-1948. Geraadpleegd op Delpher op 04-06-2018
1935: Wet op de Weerkorpsen In 1935 werd de Wet op de weerkorpsen van kracht. Deze was deels bedoeld om de oprichting van ordediensten van de NSB tegen te gaan, maar ook om het optreden van bestaande ordediensten en burgerwachten te reguleren. Ook de studentenweerbaarheden vielen voortaan onder deze wet. Dit hield in dat er voor het mogen oprichten van een eenheid voortaan toestemming van de overheid nodig was, net als voor het mogen dragen van een uniform. Bij het uitbreken van een oorlog zouden de studentenweerbaarheden geen rol hebben bij de Nederlandse krijgsmacht, en zouden zij formeel direct moeten worden ontbonden.Zie Overheid.nl - Wet op de weerkorpsen (1936)).
Tijdens de Koude Oorlog stonden de weerbaarheden onder speciale bescherming van Prins Bernhard, die gezien de slechte ervaringen van de Tweede Wereldoorlog, toen er na de Duitse inval in 1940 amper georganiseerd en gewapend verzet mogelijk was, de weerbaarheden een belangrijke rol bij een communistische verovering als verzetsclubs toebedacht. Pas ná de bezetting zouden ze een rol moeten spelen (ze waren immers burgers en geen militairen die zich hadden overgegeven) en waren er afspraken met de toenmalige Provinciale Militaire Commandanten (PMC's), dat wapens direct na de overgave van de krijgsmacht door hen uit depots weggehaald mochten worden. Mogelijk waren de studentenweerbaarheden ook ingelicht over de geheime "operatie Gladio" opslagplaatsen.
1960: Nieuwe weerbaarheden In de jaren 1960 werd er door de veranderende tijdgeest anders naar de weerbaarheden gekeken. Binnen de studentenwereld beschouwde men het nationalistisch en militaristisch karakter van de weerbaarheden niet meer van deze tijd. Er werd door de landelijke Studentenraad gepleit voor een uniformverbod, en door anderen zelfs voor opheffing.Artikel in Leids corpsorgaan: Studentenweerbaarheid schaadt 't corps-aanzien, Het vrije volk : democratisch-socialistisch dagblad". Rotterdam, 16-06-1966. Geraadpleegd op Delpher op 04-06-2018Pro Patría honderd jaar, De tijd : dagblad voor Nederland, Amsterdam, 31-10-1966. Geraadpleegd op Delpher op 04-06-2018 Er werden echter geen weerbaarheden opgeheven, integendeel. Van origine behoorden alle weerbaarheden als ondervereniging tot een studentencorps. Pas sinds halverwege de 20ste eeuw kwam hier verandering in. Het ministerie van Defensie besloot dat elke universiteitsstad een eigen studentenweerbaarheid mocht hebben. Dit maakte de weg vrij tot het oprichten van weerbaarheden in studentensteden waar zich geen corps bevond.Honderd jaar weerbaar, De tijd : dagblad voor Nederland, Amsterdam, 05-03-1966. Geraadpleegd op Delpher op 03-06-2018 In Den Haag werd een nieuwe weerbaarheid opgericht, het Haagsch Studenten Schutters Korps 'Pro Libertate', als subvereniging van de (niet corporale) HSV. Een universiteit bestond er in Den Haag echter niet, waardoor het enkele decennia zou duren voordat de Haagse weerbaarheid door het ministerie van Defensie werd erkend en er een ceremonieel uniform gedragen mocht worden.Schutteren in burgerpak, "De Volkskrant", 15-03-1966. Geraadpleegd op Delpher op 03-06-2018Rumoer in studentenwereld over vervanging Prinsjesdag-erewacht, De Telegraaf, Amsterdam, 14-09-1990. Geraadpleegd op Delpher op 03-06-2018 In 1977 werd zij zelfstandig als enige van de studentenweerbaarheden.
Studentenweerbaarheden Er zijn zeven weerbaarheden die traditioneel tot een corps behoren, en die zich verenigd hebben in het Studenten Weerbaarheden Convent (SWC). Drie van deze SWC-weerbaarheden zijn dragers van het predicaat "Koninklijk". De weerbaarheden van Enschede en Nijmegen vallen onder een ander soort vereniging, en de weerbaarheid van Den Haag is sinds 1977 zelfstandig.