thumb|Jacob le Maire thumb|De reis van Le Maire en Schouten via Kaap Hoorn naar Indië (1615-1616) Jacob (of Jacques) le Maire of Lemaire (Antwerpen of Amsterdam, circa 1585 – op zee, 31 december 1616) was een Nederlands ontdekkingsreiziger. Zijn vader, Isaac le Maire, later een van de oprichters van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC), vluchtte als protestant in 1581 van Doornik naar Antwerpen en trouwde er in 1585 met Maria Jacobsdr. Walraven. Ten gevolge van de Val van Antwerpen in datzelfde jaar verhuisden zij naar Amsterdam. Rond die tijd werd hun eerste kind, Jacob, geboren, maar waar precies is onduidelijk. Hij is de geschiedenis ingegaan als ontdekker van Kaap Hoorn. Verder werd de Straat Le Maire naar hem vernoemd. Behalve die ontdekkingsreis is van hem alleen bekend dat onder zijn commando in 1610 een schip van zijn vader voor handel naar de omgeving van Kaap de Goede Hoop voer.

Inleiding In de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden had de VOC het monopolie op de handel in specerijen uit Indië via routes langs Kaap de Goede Hoop en door Straat Magellaan. De koopman Isaac le Maire, die woonachtig was in Egmond en tevens de vader van Jacob was, zocht daarom naar een alternatieve doorgang naar de handelsgebieden in het Oosten. Hij stichtte hiervoor de Australische Compagnie, die ook bekend stond als de Zuidelijke Compagnie. Het voornaamste doel van deze compagnie was het vinden van een westelijke route naar de Molukken, het drijven van handel in de Grote Oceaan en het verkennen van het veronderstelde Onbekende Zuidland.

Isaac le Maire rustte twee schepen uit, de Eendracht en de Hoorn,Begin 1615 kochten Willem Cornelisz Schouten c.s. van de Admiraliteit van West-Friesland het oorlogsschip Griffioen en hernoemden het Hoorn. Overigens spreken de historici elkaar tegen. Net als Engelbrecht en Herwerden (1945) zegt Dirk Barreveld (Tegen de heeren van de VOC: Isaac Le Maire en de ontdekking van Kaap Hoorn, Den Haag, 2002, p. 27: Vermoedelijk was de Hoorn de vroegere Griffioen van de West-Friese Admiraliteit.) dat de Griffioen en de Hoorn hetzelfde schip waren, terwijl Hazelhoff Roelfzema in De eerste reis rond Kaap Hoorn, 1615-1616 zegt dat de Griffioen werd hernoemd in Eendracht. die op 14 juni 1615 vanaf Texel vertrokken. Zijn zoon Jacob was commandeur van de missie, en Willem Cornelisz Schouten was schipper op de Eendracht. Via Sierra Leone bereikten zij in december Porto Desire aan de kust van Patagonië in Argentinië, waar de Hoorn tijdens onderhoud op 19 december door brand verloren ging. Op 13 januari 1616 vertrok de Eendracht, en op 24 januari ontdekten zij een doortocht tussen Vuurland en Stateneiland. Deze doortocht staat nu bekend als de Straat Le Maire. Opmerkelijk snel, in slechts vijf dagen, wisten zij Kaap Hoorn (die ze vernoemden naar hun thuishaven) te omzeilen.

In de Grote Oceaan ontdekten zij een groep eilanden die zij de Hoornse Eilanden noemden, een naam die later door cartografen werd overgenomen; de huidige naam is Îles Horn. Jacob le Maire stelde een woordenlijst op van het Niuatoputapu, een nu uitgestorven taal op de Tonga-eilanden.

Bij aankomst in Jacatra op 2 november 1616 werden het schip en de goederen in beslag genomen, omdat Jan Pieterszoon Coen, de toenmalige tweede man na de Gouverneur-Generaal en een fervent verdediger van het VOC-monopolie, niet geloofde dat Schouten en Le Maire een andere route dan de Straat Magellaan hadden ontdekt; ze moesten dus het VOC-octrooi hebben geschonden. Ze werden naar Nederland teruggestuurd, maar Le Maire overleed tijdens de reis op 31 december 1616. Eerherstel vond pas zes jaar later plaats.

Er zijn verschillende gedrukte versies van het reisverslag van de ontdekkingstocht onder leiding van Jacob Lemaire. Het eerste werd geschreven met Willem Cornelisz Schouten in de hoofdrol.Iovrnal ofte beschryvinghe van de wonderlicke reyse, ghedaen door Willem Cornelisz Schouten van Hoorn, inde iaren 1615. 1616. en 1617. Hoe hy bezuyden de Strate van Magellanes een nieuwe passagie tot inde groote Zuydzee ontdeckt Dit werd in 1618 gepubliceerd, maar vanwege het conflict tussen de VOC en Isaac le Maire bleef de rol van Jacob le Maire onderbelicht. Dit reisverslag werd later bewerkt door Joris van Spilbergen, waardoor de rol van Le Maire duidelijker naar voren kwam. Hij voegde deze bewerking toe aan het verslag van zijn eigen wereldreis. Australische Navigatien ondeckt door Iacob Le Maire In 1622 werd uiteindelijk postuum een gedetailleerd reisverslag van Jacob le Maire zelf gepubliceerd, getiteld Spieghel der Australische Navigatie door den Wijtvermaerden ende Cloeckmoedighen Zee-heldt Jacob Le Maire.

Spieghel der Australische Navigatie door den Wijtvermaerden ende Cloeckmoedighen Zee-heldt Jacob Le Maire.(Een samenvatting) Voorbereiding voor de reis 1615

Omdat de Staten Generaal van de Verenigde Nederlanden de VOC het Nederlandse alleenrecht hadden verleend op reizen naar Indië via Kaap de Goede Hoop en de Straat van Magellaan, overwoog de koopman Isaac le Maire in 1615 om een zoektocht te organiseren naar een nieuwe doorgang van de Atlantische naar de Stille Oceaan ten zuiden van de Straat van Magellaan. Daartoe nam hij de ervaren schipper Willem Cornelisz Schouten in dienst, die al driemaal naar Indië was gezeild in de functies van schipper, stuurman en koopman. Isaac le Maire en Willem Cornelisz Schouten zouden elk de helft van de fondsen voor deze reis werven. Enkele vooraanstaande inwoners van de stad Hoorn investeerden in dit project, waaronder Pieter Clementsz Brouwer, oud-burgemeester van Hoorn, Jan Jansz Molenwerf, schepen, Jan Clementsz Kies, stadssecretaris, en Cornelis Segertsz, een koopman.

thumb|Het vertrek van de Eendracht en de Hoorn uit Hoorn. In tegenstelling tot deze prent zat er tussen het vertrek van de Eendracht en de Hoorn 8 dagen verschil De reis werd volledig in het geheim voorbereid, omdat de VOC mogelijk zou ingrijpen als het doel bekend zou worden. De bemanning werd daarom aangenomen onder de voorwaarde dat ze zouden varen naar waar de schipper en koopman beliefden. Er werden twee schepen uitgerust: de Eendracht, een groot schip van 225 ton met 65 bemanningsleden, 19 kanonnen en 12 stuks kleingeschut, en de Hoorn, een kleiner jacht van 69 ton met 22 bemanningsleden, 8 kanonnen en 4 stuks klein geschut. De schipper van de Eendracht was Willem Cornelisz Schouten, en Jacob le Maire vervulde de functie van commandeur en opperkoopman. Op het jacht de Hoorn was de broer van Willem, Jan Cornelisz Schouten de schipper en Aris Claesz de koopman. Ook Jacobs broer Daniel le Maire nam deel aan de reis.De Eendracht vertrok op 25 mei uit Hoorn naar Texel, gevolgd door de Hoorn op 3 juni.

Het vertrek van Texel Op 14 juni 1615 vertrokken de Hoorn en de Eendracht van Texel. De bemanning was echter nog niet compleet, en daarom werd op 17 juni Doever aangedaan, waar een kanonnier werd aangenomen, en op 27 juni Pleymuyden, waar een timmerman uit Medemblik werd gerekruteerd. Via Madeira en de Canarische Eilanden zeilden de twee schepen naar de Kaap Verde. Ondanks het overlijden van de ondertimmerman van de Hoorn op 8 juli en het verlies van een sloep van de Eendracht op 16 juli tijdens zwaar weer, verliep de reis voorspoedig.

Verversing in Kaap Verde en Sierra Leone thumb|Sierra Leone met de Baixos de St Anna. Links boven Kaap Verde. (fragment van een kaart van Johannes Blaeu uit 1662) Op 23 juli bereikte de vloot Kaap VerdeMet Kaap Verde wordt niet de archipel Kaapverdië bedoeld maar het huidige Dakar in Senegal. Tegen betaling van acht staven ijzer aan de gouverneur kreeg de bemanning toestemming om water te halen. Het was echter een tamelijk arm gebied; er waren geen limoenen beschikbaar, maar de bemanning ving wel voldoende vis. Op 30 juli ging Le Maire opnieuw aan land. Hij kocht een geit en kreeg van de gouverneur een klein stiertje.

Op 1 augustus 1615 zetten de twee schepen koers naar de kust van Brazilië, maar door ongunstige windomstandigheden maakten ze weinig voortgang. Omdat scheurbuik begon op te treden, besloot met op 19 augustus de koers te verleggen naar Sierra Leone om te bevoorraden. De schepen bereikten de Baixos de St AnnaZandbanken en ondiepten die beginnen bij de kust van Sierra Leone voor de kust van Sierra Leone. Op 23 augustus gingen Jacob le Maire en beide bootsmannen aan land. Ze troffen een onbewoonde kust aan waar ze geen zoet water of fruit konden vinden. De volgende dagen gingen meer bemanningsleden aan land en vonden enkele limoenbomen en palmita'sVolgens D. Sepp in de Tresoor der zee- en landreizen (uitgave van de Linschotenvereniging) is een palmita een palmkool uit de top van een raffiapalm. Volgens het Woordenboek der Nederlandsche Taal:1. In Indië enz. een benaming voor de palmkool; de toppen of jonge bladerknoppen enz. van de palmboom, die als groente gegeten worden.2. In Zuid-Afrika. Benaming van een zekere plant, Prionium palmita, die in de beddingen van rivieren groeit en waarvan de stengel een eetbaar merg bevat, dat een aangename okkernotensmaak heeft. Oudtijds wilde palmiet; blijkbaar is de benaming door de oude kolonisten aan deze plant gegeven in navolging van de Indische palmiet. In het Engels palmite. Synoniem met prionium serratum., evenals wat water.

Een week later besloot men de schepen noordwaarts langs de kust te verplaatsen en ze belandden zo in de monding van de rivier Sierra Leone. Onderhandelingen met de lokale bevolking over het bevoorraden resulteerden in de eis dat twee bemanningsleden vrijwillig als gijzelaarsVrijwillige gijzeling kwam vaker voor om wederzijds vertrouwen te tonen. zouden dienen. Hier vond men wel voldoende water en limoenen. Op 2 september werd de Hoorn op het strand gezet om hem schoon te maken. Twee dagen later vertrokken de twee schepen naar Zuid-Amerika, maar door tegenwind, stroming en slecht weer boekten ze weinig vooruitgang. Op 19 september besloot men terug te keren naar Sierra Leone, maar een dag later veranderde de windrichting en zetten ze toch koers naar het zuidwesten, bijna twee maanden na aankomst aan de Afrikaanse kust.

Oversteek van de Atlantische Oceaan thumb|Trindade en Martim Vaz Op 5 oktober bereikte men de positie 4°28'N, ergens tussen Sierra Leone en de Braziliaanse kust. Die middag werd iedereen opgeschrikt door een hevige klap. Sommigen in het vooronder dachten zelfs dat ze op een klip gestoten waren. De zee kleurde rood van bloed. Men wist niet goed wat ervan te denken, maar later in Porto Desire zou blijken dat het schip in aanvaring was gekomen met een 'zeemonster'. Een slagtand, zo dik als die van een olifant, stak 7 voet onder water een halve voet diep in het hout.Het doet denken aan een narwal of een zwaardvis. De slagtand van de narwal lijkt enigszins op die van een olifant, maar deze vis leeft normaal gesproken in de koude wateren van de noordpool, niet in dit tropische gebied. De zwaardvis kan hoge snelheden bereiken en zou zo'n klap kunnen veroorzaken, maar de vergelijking met de slagtand van een olifant gaat niet op. Bovendien zou je in een chronologisch geschreven verhaal hier niet verwachten dat er twee maanden later een slagtand zou worden gevonden. Daarnaast wordt er in de beschrijving van het verblijf in Porto Desire, twee maanden later, niets gezegd over dit voorval.

De reis werd voortgezet, en op 20 oktober passeerde men 's nachts de evenaar. Op 25 oktober werd de bemanning van de Eendracht ingelicht over het doel van de reis, namelijk het vinden van een nieuwe doorgang ten zuiden van de Straat van Magellaan om Terra Australis in de Stille Oceaan te verkennen, waar mogelijk grote rijkdommen te vinden waren. De bemanning reageerde enthousiast op dit reisdoel. Twee dagen later werd ook de bemanning van de Hoorn geïnformeerd.

Op 3 november kreeg men zicht op Ascención, een van de Martin Vazeilanden.Martin Vazeilanden: Trindade en Martim Vaz. De Zuid-Amerikaanse kust was nu nog slechts 1100 km verwijderd.

Het verblijf in Porto Desire thumb|Porto Desire