Marc Dutroux (Elsene, 6 november 1956) is een Belgische seriemoordenaar en serieverkrachter. Hij werd in 2004 veroordeeld tot levenslang voor ontvoering, gijzeling, verkrachting, moord, verzekeringsfraude/oplichting, diefstal en illegale handel. Hij werd in 1996 opgepakt voor de ontvoering en verkrachting van zes meisjes, van wie slechts twee overleefden, bekend als de zaak-Dutroux. Eerder werd hij al veroordeeld voor de ontvoering en verkrachting van vijf meisjes (in 1989). Dutroux werd in 2004 ook veroordeeld voor moord op zijn kompaan en voor de verkrachting van drie meisjes in Slowakije. Daarnaast pleegde Dutroux een onbekend aantal verkrachtingen, voornamelijk in België, Frankrijk en Slowakije.
Levensloop Jonge jaren en eerste criminele feiten (1956-1985) Jeugdjaren Dutroux groeide op in een gezin met drie jongere broers en een jongere zus. Nadat zijn vader, een leraar, in 1956 vertrok naar Belgisch-Congo, verhuisde het gezin daarheen en het verbleef daar tot 1960. Na hun terugkomst trok het gezin naar het Waalse Obaix, waar de vader les gaf op de lagere school. Door meerdere conflicten werd hij begin 1971 met pensioen gestuurd. Hierdoor werd de situatie in het gezin Dutroux steeds moeilijker, waarna de ouders van Marc Dutroux scheidden. Marc Dutroux bleef bij zijn moeder wonen.
Op school bleek Marc Dutroux het moeilijk te hebben met gezag en autoriteit. Wel redde hij toen hij 10 jaar oud was het 5-jarige jongetje Marc Xhrouet van de verdrinkingsdood. Hij voltooide zijn lagere school op vier verschillende scholen en stopte met het middelbaar in de derde school binnen vijf jaar tijd. Hij haalde uiteindelijk een diploma A3 mechanica na het afronden van het derde middelbaar.
Nadat zijn moeder haar nieuwe vriend leerde kennen, trok Marc Dutroux naar een kennis. Die kennis bleek een veroordeeld pedofiel te zijn, die Dutroux hielp aan een kamer boven een snackbar in Charleroi. De snackbar was een verzamelpunt van de homoseksuele gemeenschap in Charleroi. Dutroux werkte samen met de kennis als arbeider, maar liet zich door hem en andere homoseksuele contacten ook betalen voor seksuele diensten.
Er volgde een reeks van verschillende werkervaringen, waarbij het een constante bleek dat Dutroux weinig gemotiveerd en zelden correct op de werkvloer verscheen. Sinds 1980 ontving hij een werkloosheidsuitkering, die hij al snel aanvulde met kleine klusjes, handel in auto's en auto-onderdelen en criminele activiteiten zoals diefstal.
Huwelijken Dutroux leerde zijn eerste vrouw, Françoise Dubois, kennen op de schaatsbaan van La Louvière. Op dat moment was hij 21 en zij 16. Dutroux en Dubois trouwden in 1976, gingen samen wonen in Haine-Saint-Pierre en kregen samen twee zonen. Zodra Dubois zwanger raakte, veranderde Dutroux in een jaloerse en opvliegende echtgenoot. Hij was steeds vaker weg van huis, op de schaatsbaan of in een discotheek, waar hij jonge meisjes verleidde. Eén van hen vertelde nadien dat hij een voorkeur had voor "tieners tussen 13 en 16 jaar". In diezelfde periode startte Dutroux met het plegen van kleine diefstallen, waarbij hij twee keer betrapt werd en zo de eerste keer in aanraking kwam met het gerecht.
In 1981 leerde Dutroux Michelle Martin kennen, die zijn vaste minnares werd. Hij biechtte haar bestaan op aan Dubois in 1982, omdat hij hoopte dat ze samen een gezin konden vormen. Dubois weigerde echter en in 1983 trok zij weg. Ook een andere, gelijktijdige, relatie van Dutroux liep in 1983 op de klippen. Dutroux zou daarna met Martin gaan samenwonen in Goutroux.
Al meteen was Martin zwanger, het eerste kind van drie kinderen die ze samen zouden krijgen. Tijdens de zwangerschap zocht Dutroux meteen het gezelschap op van andere vrouwen. Uit verklaringen van vrienden en familie van Martin bleek bovendien dat Dutroux bijzonder gewelddadig was en Martin in zijn greep had. Pas in 1988, wanneer Dutroux en Martin in voorhechtenis zaten voor de ontvoeringen en verkrachtingen in 1985, trouwden ze in de gevangenis van Jamioulx.
Criminele feiten Dutroux betrok Martin ook al snel in zijn criminele activiteiten. Zo gingen de twee in 1983 samen op pad om schroot te stelen. Het was tijdens die diefstal dat Dutroux een oude kennis, Patrice Charbonnier, tegen het lijf liep. Samen zouden de twee alleenstaande ouderen beroven, die Charbonnier als postbode wist te wonen.
Het was voor Dutroux de opstap naar het zwaardere werk: in 1983 overviel hij met twee kompanen een oudere vrouw in Haine-Saint-Pierre. Pas in 1985 werd een van de mededaders gevat, die vervolgens Dutroux verraadde. Dutroux werd opgepakt en hij werd een maand in voorarrest geplaatst. Nadien werd hij weer vrijgelaten.
Eerste ontvoeringen en verkrachtingen (1985-1991) Tussen januari 1985 en december 1985 ontvoerde en verkrachtte Marc Dutroux minstens vijf meisjes: Catherine B. (18) op 31 januari, Sylvie D. (11) op 7 juni, Maria V. (19) op 17 oktober, Axelle D. (18) op 14 december 1985 en Elisabeth G. (15) op 18 december 1985. Dutroux pleegde de feiten nooit alleen. Enkele keren werkte hij samen met kompaan Jean Van Peteghem, die hij in maart 1985 leerde kennen. Martin bleek betrokken te zijn bij minstens twee ontvoeringen, maar was op de hoogte van alle feiten. Voor de ontvoering en verkrachting van Catherine B. zijn nog steeds geen handlangers bekend.
De ontvoeringen en verkrachtingen uit 1985 vertonen sterke gelijkenissen met de latere ontvoeringen in 1995 en 1996. Zo trok Dutroux op dezelfde wijze slachtoffers van op de fiets in zijn bestelwagen of zocht hij ze op bij het zwembad. De rol van Van Peteghem en latere kompaan Michel Lelièvre tonen sterke gelijkenissen en ook de betrokkenheid van Michelle Martin is opvallend.
Doordat Van Peteghem en Dutroux tijdens de ontvoeringen uitvoerig over zichzelf vertelden aan hun slachtoffers, konden ze nadien makkelijk worden geïdentificeerd. Na de ontvoering en verkrachting van Elisabeth G. werd Van Peteghem opgepakt. Hij bekende al snel ook andere feiten en vertelde dat Dutroux en Martin betrokken waren.
Dutroux werd in 1986 in voorhechtenis opgesloten in de gevangenis van Jamioulx. In 1989 volgde de veroordeling van Dutroux, Martin en Van Peteghem. Dutroux kreeg een gevangenisstraf van tien jaar en zijn echtgenote Michelle Martin een straf van vijf jaar. Dutroux werd bovendien veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf voor de overval uit 1983 en kreeg nog 6 maanden gevangenisstraf voor verschillende kleinere diefstallen. Van Peteghem werd veroordeeld tot 6,5 jaar gevangenisstraf. Na zijn veroordeling in 1989 werd Dutroux overgebracht naar de gevangenis van Bergen.
Van Peteghem werd in 1991 vrijgelaten en stierf kort nadien in een verkeersongeluk. In 1992 werden Dutroux en Martin door de toenmalige minister van Justitie Melchior Wathelet in het kader van de Wet-Lejeune vervroegd vrijgelaten. Intussen is het duidelijk dat Dutroux tijdens zijn gevangenschap in Bergen alles op alles zette om een evaluatie goed gedrag te krijgen. Zo toonde hij een grote bekommernis om zijn grootmoeder, wier huis hij in 1991 tijdens zijn penitentiair verlof gaat schoonmaken. Daarnaast zocht hij het gezelschap op van aalmoezenier Albert Devroede, die hem in 1992 positief zou evalueren - in tegenstelling tot de evaluatie van de gevangenisdirecteur.
Tussenjaren (1992-1994) Na zijn vrijlating in 1992 duurde het niet lang voor Marc Dutroux opnieuw herviel in zijn oude gewoonten. Eind 1992 betastte Dutroux opnieuw een 14-jarig meisje op een ijsbaan, ditmaal in Montignies-sur-Sambre. De politie besefte niet wie Dutroux was en hij ontsnapte aan gerechtelijke stappen. Dutroux besefte echter dat hij door het oog van de naald gekropen was.
In de jaren die daarop volgen bereidde Dutroux zijn volgende stappen voor. Hij startte met werkzaamheden in zijn huis in Marchienne-au-Pont, waar hij een oude watertank wilde verbouwen tot bergplaatsen voor ontvoerde kinderen. En hij zocht naar een geschikte kompaan om hem te helpen bij zijn ontvoeringen. Bij zijn eerste poging dreigde het meteen mis te lopen: nadat Dutroux Claude Thirault verteld had over zijn bergplaatsen en hem vroeg om na een feestje te helpen twee meisjes van 13 à 14 jaar te ontvoeren, weigerde deze en vertelde zijn verhaal kort daarna aan de Rijkswacht. Zij vielen binnen in het huis in Marchienne, maar vonden geen bezwarende elementen. Dutroux verklaarde dat hij werkte aan een betere afwatering. Gewaarschuwd door de inval, startte Dutroux met gelijkaardige werkzaamheden in zijn huis in Marcinelle.
Een maand eerder, in september 1993, had Marc Dutroux zijn oude vriend Patrice Charbonnier nog gevraagd om hem te helpen met het ontvoeren van jonge meisjes. Ook Charbonnier weigerde. Enkele weken later vertelde Dutroux aan Charbonnier dat hij tijdens de zomermaanden een liftster had verkracht in Frankrijk. Het was het einde van de vriendschap met Charbonnier, die evenwel niet naar de politie stapte.
Dutroux besloot zich voorlopig niet in te laten met de zoektocht naar een kompaan en storte zich op het afwerken van de bergkelder in Marcinelle. Hij zette echter zijn verkrachtingen in het buitenland voort, waarbij vooral zijn reizen naar Slowakije slachtoffers maakten.
In 1995 probeerde Dutroux het opnieuw, dit keer bij Olivier Preeels. Preeels, een negentienjarige drugsverslaafde, kwam per toeval met autopech bij de familie Dutroux terecht. Dutroux zou gebruik maken van de heroïne-verslaving van Preeels om hem aan het lijntje te houden. Hij beval Preeels om een meisje jonger dan 16 jaar te ontvoeren, pas dan zou hij drugs krijgen. Preeels deed dit echter niet. Daarop zouden Preeels en Dutroux samen een poging ondernemen, maar opnieuw haakte Preeels af. Hierop verbrak Dutroux zijn relatie met Preeels. Het was toen juni 1995. In dezelfde maand ontvoerde Dutroux in Grâce-Hollogne twee jonge meisjes: Julie Lejeune en Melissa Russo, zie verderop.
Topoľčany (1994-1996) Zodra Marc Dutroux begreep dat hij in het buitenland minder kans had om gevat te worden, verbreedde hij zijn actieterrein. Via een voormalige celgenoot, Michaël Diakostavrianos, kwam Dutroux terecht in het Slowaakse Topoľčany. Dutroux deed zich voor als belangrijke ondernemer en slaagde er als westerling in het vertrouwen van de lokale bevolking te winnen. Hij trok al snel maandelijks naar het stadje, samen met Diakostavrianos, met zijn nieuwe kompaan Michel Lelièvre of alleen. Vooral het plaatselijke vrouwelijke ijshockeyteam trok Dutroux' aandacht en hij had seks met vele ijshockeysters.
Intussen overtuigde Dutroux enkele kennissen van zijn goede bedoelingen, waarop hij voorstelde hun dochters de zomer in België door te laten brengen. De zusjes Eva (19 jaar in '94) en Janka (15 jaar) Macko kende hij van het ijshockeyteam en hij slaagde er in hun ouders over te halen hen de zomer in België te laten doorbrengen. Zowel in 1994 als in 1996 verbleven de zusjes in het huis van Dutroux in Marcinelle. Hij verdoofde (met Rohypnol) en verkrachtte hen daar en maakte er video-opnames van. Toen de zusjes in 1996 op bezoek waren bij Dutroux in Marcinelle, zat Sabine Dardenne al opgesloten in de bergkelder.
Tijdens een bezoek aan Topol'čany in juni 1995 sleurde Marc Dutroux de jonge Henrietta Palusova in zijn bestelwagen, verdoofde en verkrachtte hij haar. Opnieuw nam Dutroux alles op. Nadien liet hij Palusova achter langs de kant van de weg.
De verkrachting van de drie meisjes uit Topl'čany werd door Dutroux gefilmd en de opnames werden na zijn arrestatie teruggevonden. Dutroux werd, tijdens het proces in 2004, ook voor deze verkrachtingen veroordeeld. Het is tot op heden echter niet duidelijk of Dutroux nog meer verkrachtingen in dezelfde regio gepleegd heeft, al lijkt dat wel zeer waarschijnlijk.
Marcinelle (1995-1996) Meer en uitgebreide informatie over de ontvoeringen, verkrachtingen en moorden in deze periode: Zaak-Dutroux.