thumb|Scheepsbewegingen tijdens de Slag bij Midway

De Slag bij Midway is een zeeslag die tijdens de Tweede Wereldoorlog plaatsvond op 4 juni 1942 tussen Japan en de Verenigde Staten. De slag bij het atol Midway wordt door veel historici beschouwd als een keerpunt van de oorlog in de Grote Oceaan. Na de slag raakte de Japanse Keizerlijke Marine langzamerhand haar overwicht kwijt en kwam in het defensief terecht.

Deze slag moet niet verward worden met de slag bij Medway, in Nederland bekend als de tocht naar Chatham, in 1667.

Achtergrond Nadat de Verenigde Staten op 7 december 1941 door de aanval op Pearl Harbor direct betrokken raakten bij de gevechtshandelingen van de Tweede Wereldoorlog, begon de strijd met het Japanse Keizerrijk om de heerschappij over de Grote Oceaan. De Japanners rukten snel op in de richting van Australië & India en veroverden een gebied dat zich uitstrekte van Birma tot Nieuw-Brittannië. Met de verovering van de Filipijnen, Nederlands-Indië, Malakka (Singapore) en Birma waren de oorlogsdoelen die men zich in december 1941 gesteld had bereikt, en nu bestond er onenigheid over de verdere strategie. Het Japanse leger had zijn handen vol in China en wilde geen middelen beschikbaar stellen voor een invasie in Ceylon, Indië of Australië. Op 5 april 1942 werd beslist om in eerste instantie richting Australië op te rukken, niet door een directe invasie maar door Australië van Amerika af te snijden met de verovering van de eilandenketens tussen de twee continenten. Als eerste stap werd de invasie van de Solomonseilanden en Port Moresby (Papoea-Nieuw-Guinea) in gang gezet, wat uitmondde in de Slag in de Koraalzee.Stephen, pp. 137-138 Na de Doolittle Raid op 18 april 1942 vonden de Japanners het noodzakelijk om hun greep op het noordelijke en centrale deel van de Grote Oceaan te verstevigen. Daartoe werd een gelijktijdige aanval ingezet op de Aleoeten (zie slag om de Aleoeten) en het Amerikaanse eiland Midway. Het eigenlijke doel van de Japanse bevelhebber van de gecombineerde vloot Admiraal Yamamoto, was om de Amerikaanse vloot tot een confrontatie te dwingen en uit te schakelen, vooraleer deze vloot te sterk werd door de nieuwe schepen die in aanbouw waren. Een landing op Midway was een directe bedreiging voor de marinebasis Pearl Harbour op Hawaï en dus waren de Verenigde Staten wel genoodzaakt de aanval op Midway af te slaan.Stephen, pp. 159-161Keegan, pp. 225-231

Door Signals intelligence en het kraken van de communicatiecode van de Japanse marine (JN-25) kregen de Amerikanen op tijd inzicht in de plannen van de Japanners en de samenstelling van hun aanvals eskaders. Daardoor raakten de Japanners het verrassingselement kwijt en wisten de Amerikanen dat ze de aanval op de Aleoeten konden negeren en zich concentreren op Midway.Keegan, pp. 231-236

Japans plan Om de Amerikanen tot een beslissende zeeslag te dwingen stelde de Japanse bevelhebber van de gecombineerde vloot Admiraal Yamamoto een ingewikkeld plan op. De vloot werd opgesplitst in meerdere eskaders:Stephen, pp. 160-163Rohwer, p.168-169

De spits van de aanval werd gedragen door de Kido Butai , de snelle vlootvliegkampschepen onder bevel van viceadmiraal Chuichi Nagumo. Dit eskader was verzwakt doordat twee van zijn zes vliegkampschepen buiten gevecht gesteld waren tijdens de Slag in de Koraalzee drie weken daarvoor. De vier overige Japanse vliegdekschepen van de vloot waren de Kaga, Akagi, Soryu en de Hiryu en ze hadden 248 vliegtuigen ter beschikking. De vliegkampschepen moesten een landing voorbereiden door vanuit het noordwesten via luchtaanvallen de Amerikaanse basis uit te schakelen. Volgens het Japanse plan zou deze aanval en landing de Amerikaanse vloot tot een tegenaanval dwingen. Het was ook de taak van dit eskader om de Amerikaanse vloot op te sporen en aan te vallen zodat ze reeds verzwakt zou zijn als Yamomoto met zijn slagvloot opdaagde. Als escorte kregen de vliegkampschepen slechts de snelle slagschepen Haruna en Kirishima, drie kruisers en elf torpedobootjagers. Yamomoto volgde de Kido Butai op meer dan 400 km, met zijn eskader slagschepen : het nieuwe super-slagschip Yamato en de oudere Mutsu en Nagato. Het kleine opleidingsvliegdekschip Hosho, één kruiser, negen torpedobootjagers en twee watervliegtuigtenders vergezelden Yamamoto. Dit eskader moest de Amerikaanse vloot die Midway ter hulp snelde, vernietigen. Om de Amerikanen in verwarring te brengen en hun krachten te verdelen, werd tegelijk een aanval op de Aleoeten ondernomen door admiraal Kakuta met de kleinere vliegkampschepen Junyo en Ryujo, gesteund door zes kruisers en 12 torpedobootjagers. Viceadmiraal Takasu dekte de aanval op de Aleoeten en de landingen op drie van deze eilanden met de vier slagschepen Ise, Hyuga, Fuso en Yamashiro, twee kruisers en twaalf torpedobootjagers. indien nodig, kon Yamamoto dit eskader ook ter hulp roepen bij Midway. De invasievloot voor Midway bestond uit meerdere eskaders : de landingstroepen werden vervoerd in een konvooi van zestien schepen begeleid door een kruiser en tien torpedobootjagers onder commando van Schout-bij-nacht Tanaka. Een tweede eskader bestond uit mijnenvegers, een derde eskader bestond uit watervliegtuigtenders die een basis moesten opzetten op een klein eiland ten noordwesten van Midway. Viceadmiraal Kurita met vier kruisers en twee torpedobootjagers moest deze eskaders ondersteunen. De zuidflank van de invasie van Midway werd gedekt door viceadmiraal Kondo met de slagschepen Hiei en Kongo, het kleine vliegdekschip Zuiho, vijf kruisers en acht torpedobootjagers.

Ook worden zestien onderzeeërs op een patrouillelijn tussen Midway en Oahu ontplooid. Deze onderzeeërs ondervinden de eerste tegenslag van de operatie wanneer ze de geplande bevoorrading van een langeafstands watervliegtuig niet kunnen uitvoeren. Dit watervliegtuig had een verkenning boven Pearl Harbour moeten uitvoeren, en indien dit gelukt was zouden de Japanners gewaarschuwd zijn dat de Amerikaanse vloot op zee was.

Amerikaanse reactie Doordat de Amerikanen deels waren ingebroken in de Japanse Marine Code, konden ze uit het berichtenverkeer de grote lijnen van het Japanse aanvalsplan op tijd ontdekken. Admiraal Nimitz die zich in het hoofdkwartier van de marine op Pearl Harbour bevond liet direct de Amerikaanse vloot opstomen naar een punt ten noorden van Midway. Op 28 mei verliet Task Force 16, onder commando van Rear admiral Raymond Spruance en bestaande uit de vliegdekschepen Enterprise en Hornet plus zes kruisers en negen torpedobootjagers, Pearl Harbor nog vóór de Japanse patrouillelijn van onderzeeërs ter plaatse kwam. Nimitz probeerde nog zoveel mogelijk versterkingen aan te voeren: het vliegdekschip Yorktown dat drie weken daarvoor beschadigd was in de Slag in de Koraalzee werd zo snel mogelijk teruggeroepen vanuit het zuiden en werd in ijltempo gerepareerd zodat het op 30 mei als Task Force 17 onder commando van Rear Admiral Frank Jack Fletcher, samen met twee kruisers en zes torpedobootjagers uit Pearl Harbor kon vertrekken en op 2 juni aansluiten bij Task Force 16. Ook Task Force 17 passeerde de Japanse patrouillelijn nog voor de Japanse onderzeeboten ter plaatse waren, zodat Nagumo geen waarschuwing kreeg dat de Amerikaanse vloot niet meer in de haven lag. Vanuit San Francisco vertrokken op 31 mei de twee slagschepen Colorado en Maryland en op 1 juni vertrok het gerepareerde vliegdekschip Saratoga vanuit San Diego, maar die schepen komen te laat. De vliegtuigen die de Yorktown tijdens de slag bij de Koraalzee verloren had, konden wel vervangen worden door vliegtuigen van de Saratoga. Negentien Amerikaanse onderzeeërs werden ook ontplooid op posities ten noordoosten en noordwesten van Midway, en ten noorden van Pearl Harbour.Rohwer, p. 169

Een voordeel waarover de Amerikanen beschikten was het bezit van de atol Midway zelf, waar 115 gevechtsvliegtuigen en bommenwerpers gevechtsklaar stonden. De Amerikanen beschikten op Midway en op hun schepen over eerste generatie radars die tot ongeveer 100km ver reikten. De Japanners hadden geen radar. miniatuur|Een Catalina verkenningstoestel, afgemeerd te Sand Island bij Midway

Zeeslag Inleidende gevechten De Amerikanen verwachtten een Japanse aanval en voerden intensieve verkenningsvluchten uit door Consolidated PBY Catalinas vanaf Midway. Op 3 juni 1942 om 08.48 uur werd de invasievloot verkend en in de namiddag werden deze schepen aangevallen door negen Boeing B-17 Flying Fortress langeafstandsbommenwerpers vanuit Midway. De aanval richtte geen schade aan maar beide partijen waren nu gewaarschuwd. Uit Amerikaans berichtenverkeer kon Yamamoto ook opmaken dat de Amerikanen een onderzeeboot patrouillelijn aan het ontplooien waren rond Midway dus hij moet geweten hebben dat het verrassingselement verloren was. Toch zette hij door. Kakuta voerde met zijn twee vliegdekschepen een luchtaanval uit op Dutch Harbor in de Aleoeten maar deze afleiding mislukte: in de avond om 19.50 uur besloot Fletcher om naar een punt 200 mijl ten noorden van Midway op te stomen om vandaaruit de verwachte Japanse aanval te kunnen onderscheppen. In de nacht vielen vier Catalina's vanuit Midway de invasievloot aan met torpedo's. De tanker Akebono Maru werd getroffen in de boeg, maar kon in het konvooi blijven.Stephen, p. 166Rohwer, p. 170Keegan, p. 240 miniatuur|Uitgebrande vliegtuighangar op Midway na de luchtaanval

Japanse luchtaanval Op 4 juni 1942 om 04.30 uur liet Nagumo 72 bommenwerpers en 36 jachtvliegtuigen starten voor een aanval op de basis te Midway. De rest van zijn toestellen hield hij startklaar, bewapend met torpedo's om Amerikaanse vliegdekschepen aan te vallen zodra deze zouden worden ontdekt. Ook zond hij acht verkenners uit op zoek naar Amerikaanse schepen. Zes van de acht verkenners waren Aichi E13A watervliegtuigen van zijn begeleidende kruisers. Door problemen met een lanceer-katapult vertrok een van die verkenners een half uur te laat. De Japanse piloten waren ervaren en gehard door de strijd die Japan de maanden ervoor had geleverd in de zuidelijke Stille Oceaan.

Vanuit Midway zochten Catalina's naar de Japanse vloot en ook de Yorktown lanceerde tien verkenners. Om 05.20 uur ontdekte een Catalina de Japanse vliegdekschepen en om 06:03 uur kreeg Fletcher de positie van de vliegkampschepen door. Fletcher wilde zo snel mogelijk aanvallen vooraleer hijzelf ontdekt zou worden en stuurde TF16 direct naar het zuidwesten om binnen aanvalsafstand van Nagumo te komen. Hijzelf bleef achter met TF17 om zijn verkenners terug aan boord te nemen. Het alarmbericht van de Catalina en de radarinstallatie op Midway gaf de Amerikanen genoeg tijd om al hun vliegtuigen op Midway te laten opstijgen. De bommenwerpers zetten koers naar de Japanse vloot; de jagers bleven ter plaatse om de Japanse aanval af te slaan.

De Japanse vliegtuigen bombardeerden het eiland Midway van 6.30 tot 6.50 uur, maar hun voornaamste doelwit, de vliegtuigen, was afwezig. De aanval richtte aanzienlijke schade aan de grondinstallaties maar niet voldoende om de banen onbruikbaar te maken. Van de acht F4F Wildcat en zeventien verouderde Buffalo jachtvliegtuigen schoten de Japanse jachtvliegtuigen er dertien neer. Zeven andere konden een noodlanding maken maar waren buiten gevecht gesteld. De Japanse aanvallers verloren elf vliegtuigen, de meesten hiervan neergehaald door luchtafweergeschut.Stephen, pp. 166-167

Amerikaanse luchtaanvallen miniatuur|Het Japanse vliegdekschiop Hiryu ontwijkt bommen van de hoogvliegende B-17E bommenwerpers links|miniatuur|Onder aanvallen van de B-17 bommenwerpers, maakt het vliegdekschip Soryu een volledige cirkel als ontwijkingsmaneouvre