Paraná is een van de 26 deelstaten van Brazilië.
De staat met de standaardafkorting PR heeft een oppervlakte van ca. 199.308 km² en ligt in de regio Zuid. Paraná grenst aan de Atlantische Oceaan in het oosten, Santa Catarina in het zuiden, Argentinië in het zuidwesten, Paraguay in het westen, Mato Grosso do Sul in het noordwesten en São Paulo in het noorden en noordoosten. In had de staat inwoners. De hoofdstad is Curitiba. Andere belangrijke steden zijn Londrina, Maringá, Ponta Grossa, Guarapuava, Foz do Iguaçu en Cascavel. Meer dan de helft van het gebied ligt hoger dan 600 m en slechts 3% beneden 300 m. De voornaamste rivieren zijn de Paraná, Iguaçu, Ivaí, Tibagi, Paranapanema, Itararé en Piquiri. Het klimaat is gematigd.
De economie is deels op landbouw (onder andere suikerriet, soja, koffie en maniok) en deels op industrie gebaseerd (papier en cellulose). In de 17e eeuw werd er een goudader ontdekt, die echter met de goudvondsten in Minas Gerais al snel aan betekenis verloor. Daarna was het gebied dunbevolkt en kwam het in handen van een klein aantal grootgrondbezitters. De komst van de spoorwegen bracht daar verandering in. Vanaf 1850 voerde de plaatselijke overheid een actief kolonisatiebeleid en kwamen er veel Duitse, Italiaanse, Poolse en Oekraïense immigranten die tot economische en sociale groei bijdroegen.
De staat heeft 5,4% van de Braziliaanse bevolking en produceert 6,2% van het BBP van het land.
Geschiedenis Van origine werd Paraná bewoond door Tupi-Indianen van de stam carijós, en Jê-Indianen van de stam Cainguangues.
Kolonisatie In de 16e eeuw werd Paraná door de Portugezen verlaten. Verschillende andere landen probeerden hier van te profiteren, vooral op zoek naar goed hout. Het waren vooral de Spanjaarden die een aantal kleine nederzettingen vestigde. De regio waarin de Spanjaarden zich vestigden kreeg de naam Guairá, en vanaf 1610 begonnen Jezuïeten met het opzetten van missies en bekeren van de indianenbevolking.
Met de ontdekking van goud in de 17e eeuw kwam de kolonisatie door de Portugese bevolking pas op gang. Verschillende ontdekkingstochten werden ondernomen en ook de Spaanse nederzettingen en indianendorpen in Guairá werden door de Portugezen en Luso-Brazilianen geannexeerd. In 1648 kreeg het kort daarvoor gevestigde plaatsje Paranaguá stadsrechten dankzij de bevolkingsexplosie die er plaats had gevonden. Een ander centrum van kolonisatie was de stad "Nossa Senhora da Luz e Bom Jesus dos Pinhais", het hedendaagse Curitiba, dat in 1693 stadsrechten kreeg.
De goudaders van Paraná brachten echter niet veel op voor het werk dat geleverd moest worden, en met de ontdekking van de rijkdom van de heuvels en bergen in Minas Gerais verloor het goud van Paraná zijn betekenis. De bevolking verschoof haar activiteiten naar de landbouw. Vooral de rijke families, die grote stukken grond in bezit hadden, investeerden veel in de veeteelt.
Het duurde tot de 19e eeuw voordat het binnenland van Paraná door boeren werd gekoloniseerd. Aan het eind van die eeuw domineerde de erva-mate de economie en was het een sterke bron van inkomsten voor de rijken en machtigen. Met de intrede van de spoorwegen, die Paraná in verbinding zetten met São Paulo aan het eind van de eeuw, begon een nieuwe tijd van sterke demografische groei.
Vanaf 1850 zette de provinciale overheid zich sterk in voor kolonisatie. Zij kregen hierbij de hulp van vooral de Duitse, Italiaanse, Poolse en Ukraïense immigranten die een beslissende bijdrage leverden aan de economische en demografische groei en de kolonisatie van het binnenland.
Op 29 augustus 1853 werd Paraná pas een aparte staat; tot die tijd had het gebied deel uitgemaakt van de staat São Paulo.
Nederlandse nederzettingen in Paraná thumb|Windmolen De Immigrant in Castrolanda. Paraná is de staat die de meeste Nederlandse nederzettingen herbergt. De meest bekende zijn Castrolanda, een buitenwijk van het plaatsje Castro, en Carambeí dat tussen Castro en Ponta Grossa ligt. Castrolanda werd in de jaren 1950 gebouwd door 400 Nederlanders uit de noordoostelijke provincies. In Carambéi begon men al aan het begin van de 20e eeuw (1911) met het opzetten van Nederlandse landbouwbedrijven. De Nederlandse kolonisten stonden en staan nog steeds het meest bekend om de zwart-wit gevlekte koe die tegenwoordig door heel Paraná te vinden is en door de Brazilianen ook wel 'vaca holandesa' (Hollandse koe) genoemd wordt. Ook is het zuivelbedrijf "Batavo", opgericht door Nederlandse immigranten, nog steeds een van de bekendste van het land. Andere gemeenten die Nederlandse immigranten ontvingen: Arapoti; Irati (Gonçalves Junior);A Colônia de Gonçalves Júnior - Irati - Paraná APCH EditorialDe nazaten van Jan Vriesman in Brazilië wazamar.org Ivaí;O processo imigratório e a formação da Colônia Federal ivaí no início do século XX Lucimara Koss. Ipiranga (Kolonie Tayó),Prefeitura Municipal de Ipiranga. Telêmaco Borba (Monte Alegre);Capital do papel: a história do município de Telêmaco Borba - Colônia Holandesa André Miguel Coraiola. Tibagi.As colônias de imigrantes na Província do Paraná, 1854-1889
Geografie Geologie Ruim 40% van het grondgebied van Paraná, en dan vooral het noorden, bestaat uit 'rode grond'. Het is een laag vulkanische as die millennia geleden daar is neergelegd, en het is de meest vruchtbare grond van Brazilië. Het was deze rode grond die ervoor zorgde dat de landbouw, en dan vooral de koffieteelt, zich zo goed kon ontwikkelen vanaf de jaren 20 van de 20e eeuw.
Tegenover de vruchtbaarheid van de rode gronden staan de arme gronden van de bossen en de uitgestrekte hoogvlaktes en heuvelgebieden. Pas in de laatste jaren worden deze laatste twee ontgonnen met behulp van de nieuwste landbouwtechnieken die het mogelijk maken goed van de grond gebruik te maken.
Reliëf thumb|Guartelá Canyon, in Tibagi. Meer dan 52% van het grondgebied van Paraná ligt hoger dan 600 meter; 89% is hoger dan 300 meter. De kuststreek, slechts 3% van het grondgebied, is lager dan 200 meter. Het reliëf van Paraná bestaat vooral uit plateaus in hoogvlaktes die vanuit het westen gezien langzaam in hoogte oplopen, om uiteindelijk voor de kust in het Serra do Mar (gebergte) over te gaan. In het reliëf van Paraná bestaan vijf belangrijke lagen; van oost naar west zijn dit:
Kuststreek Serra do Mar Plateau van Curitiba Plateau van Ponta Grossa Plateau van Guarapuava
Kuststreek De kuststreek is een dunne strook land dat van noord naar zuid 98 kilometer lang is. In het midden vindt men de Baai van Paranaguá, de belangrijkste havenstad van de staat. De kuststreek is vlak en rijst slechts enkele meters boven het zeeniveau uit en bestaat uit afzettingen van de rivieren die vanuit de Serra do Mar een weg naar de zee zoeken. Hier en daar komen enkele kleine heuvels of rotsformaties voor, die een hoogte van maximaal 60 meter halen.
Serra do Mar De Serra do Mar scheidt de lager gelegen kuststrook van het plateau van Curitiba, meer landinwaarts. De Serra do Mar is een heuvelgebied en gebergte met veel plotselinge hoogteverschillen en kleine rivierstroompjes. Ze vormt een soort oplopende muur, die haar grootste hoogtes vlak voor de Atlantische Oceaan bereikt. Het is een deel van het gebergte dat het grootste deel van het gezicht van de oostelijke kust en het midden van Brazilië bepaalt, en bestaat vooral uit graniet en verschillende andere gladde rotssoorten (port.: gnaisses).
Op een aantal plaatsen heeft de Serra do Mar een glooiende structuur, zoals bij de Graciosa en de Farinha Seca. Op andere plekken is het meer een samenraapsel van bergjes die 500 tot 1000 meter boven het plateau uitsteken, en hun eigen naam krijgen. De hoogste delen zijn te vinden in de Serra dos Órgãos. Onder meer bevinden zich de pieken Paraná (1922 meter), Caratuba (1898 meter) en Ferraria (1835 meter)in dit gebied. Verder naar het zuiden worden de bergen weer lager, tot de piek Iquiririm die Paraná van Santa Catarina scheidt. Vlak voor de kuststrook worden de pieken ook een stuk lager. De Serra da Prata gaat zelfs nog door tot onder de zeespiegel.
Plateau van Curitiba Het eerste plateau, ofwel het Plateau van Curitiba, heeft een gemiddelde hoogte van 900 meter. Het is onder te verdelen in twee delen. Het noordelijke deel heeft meer hoogteverschillen dankzij de erosie van de rivier Ribeira en andere kleinere stromen. De meest voorkomende rotssoorten in dit gebied zijn filieten, kalksteen, dolomieten en marmer.
Het zuiden is waar het gehele plateau zijn naam aan dankt. Er zijn minder hoogteverschillen; 80 kilometer lang blijft het gebied tussen de 850 en de 950 meter hoogte. De onderste grondlaag bestaat hier vooral uit graniet, en aan de oppervlakte vindt men klei, afgezet door rivieren die vooral vanuit het oosten naar het westen lopen.
Plateau van Ponta Grossa thumb|Vila Velha
Het tweede plateau, ofwel Plateau van Ponta Grossa, is meer dan 100 km groot en heeft de vorm van een halve maan met de boog richting het oosten. In het oosten is dit plateau het hoogste, met stukken boven de 1200 meter. Vanaf daar loopt het langzaam af tot hoogtes tussen de 500 en 750 meter in het westen. Zijn oostgrens is een kleine barrière dat ook wel de "Serrinha" wordt genoemd en in verbinding staat met de Serra Geral, dat de grens van het plateau van Curitiba vormt.
Plateau van Guarapuava Het derde plateau, ofwel plateau van Guarapuava, is het grootst van alle plateaus in Paraná en omvat meer dan 65% van de totale oppervlakte van de staat. Het wordt gekenmerkt door vulkanisch gesteente als basalt. De rivieren hebben voor de nodige erosie gezorgd, waardoor er toch nog enkele hoogteverschillen zijn. Ook dit plateau loopt langzaam af. De hoogste punten zijn nog 1200 meter hoog, de laagste 300 meter. De Serra Geral in het oosten en de rivier Paraná in het westen (tevens de grens met Paraguay) vormen de grens van dit plateau.
Klimaat thumb|Mist in de Botanische Tuin Van Curitiba. De hoofdstad van Paraná is de koudste staatshoofdstad van Brazilië. Het grootste gedeelte van de staat Paraná heeft een subtropisch klimaat, met alleen in het noordoosten een klein stukje dat nog een tropisch klimaat heeft. Paraná wordt gekenmerkt door sterke temperatuurverschillen. De hoogste temperaturen kunnen boven de 40 °C uitkomen op verschillende plaatsen in de staat, terwijl op de hoogvlaktes ook wel eens temperaturen onder het vriespunt worden gemeten (Palmas -11,5 °C in 1975).
In Paraná valt gemiddeld per jaar tussen de 1200 en 1900 millimeter regen. Alleen aan de kust is dit veel hoger: daar valt op sommige plekken meer dan 4000 millimeter. De meeste regen valt in de zomermaanden december en februari, de minste in de wintermaanden.
De luchtvochtigheid is met 85% het grootst aan de kust, zoals te verwachten is in een gebied met zo veel water. Op de hoogvlaktes in het oosten komt het meestal niet veel hoger dan 80%, en richting het noorden en westen daalt dit zelfs tot 40% op sommige plaatsen. Uitzondering hierop is de Paraná-vallei waar de rivier Paraná doorstroomt, met waarden boven de 80%.
Volgens de klimaatclassificatie van Köppen domineert in Paraná het type C-klimaat (mesothermisch), gevolgd door het type A-klimaat (tropisch klimaat). Specifieker betekent dit:
Aw - een tropisch savanneklimaat. Cw - warm chinaklimaat: Dit klimaat is te vinden op de meeste hoogvlaktes en de kleine Serras. Cfa - warm zeeklimaat: Dit klimaat is te vinden in het noorden, oosten, zuidoosten, de vallei van de Ribeiro en een deel van de Serra do Mar.
Vegetatie thumb|Erva-mate
De vegetatie van Paraná bestaat vooral uit bossen en velden. De bossen zijn gemengd; overal duiken typische bomen op, Pinheiro genaamd, tussen de loofbomen, palmen en erva-mate. Bijna de helft van het totale oppervlak van de staat is bedekt met deze bossen, ook al is over de jaren heen het nodige hout gekapt voor de industrie en agriculturele exploitatie.