Pius XI, geboren als Ambrogio Damiano Achille Ratti (Desio, Monza, 31 mei 1857 – Vaticaanstad, 10 februari 1939), was een Italiaans paus van de Rooms-Katholieke Kerk van 6 februari 1922 tot aan zijn dood. Zijn gehele pontificaat lag tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Tijdens deze periode, het interbellum, werd Pius XI geconfronteerd met de opkomst van communistische en fascistische regimes die hij tijdens zijn pausschap veroordeelde, bijvoorbeeld in Duitsland (Mit brennender Sorge, 14 maart 1937, na een reeks van diplomatieke protestnota's), de Sovjet-Unie (Divini Redemptoris, 19 maart 1937), Italië (Non abbiamo bisogno, 29 juni 1931) en Mexico (encycliek van 18 november 1926). Een lange reeks van soms magistrale encyclieken – 31, waarvan er 30 gepubliceerd werden – heeft in vele opzichten richtinggevend gewerkt voor het katholieke denken en voelen.
Hij voerde een intense concordaatspolitiek door en sloot ook de Lateraanse Verdragen af met Italië, waardoor de soevereiniteit van Vaticaanstad erkend werd met de paus als staatshoofd.
Met groot doorzettingsvermogen ten slotte stimuleerde hij de vorming van een inheemse clerus in de missiegebieden, vaak tegen de zin van de Europese missie-oversten ter plaatse. Zijn nuchtere, praktische bestuurskracht en een hoog autoriteitsbewustzijn hebben de Katholieke Kerk vóór de Tweede Wereldoorlog een mondiaal georganiseerde centralisatie gegeven die nog lang na zijn pontificaat effect heeft gehad.
Biografie (In de beschrijving van zijn leven vóór het pausschap wordt zijn geboorte- en familienaam “Achille Ratti" gebruikt)
1857–1918 thumb|200x200px|Ouders van Achille Ratti Achille (roepnaam) Ratti werd op 31 mei 1857 geboren als vierde kind in een gezin van vijf kinderen. Zijn vader, Francesco Ratti (gestorven in 1881) was werkzaam in de zijde-industrie. Naast directeur werd hij later mede-eigenaar van verschillende zijdefabrieken in Noord-Italië. Achilles moeder was Teresa Galli, dochter van een hoteleigenaar.
De familie Ratti was een welgestelde familie, wat het voor de vader mogelijk maakte om zijn zonen een aanvullende opleiding te laten volgen na de lagere school. Dit gold ook voor Achille, die na het basisonderwijs, gevolgd in het huis van de lokale priester, les kreeg aan het seminarie van San Pietro Martire in Seveso.The Papacy, an Encyclopedia, (p. 1200) Naast lessen in talen, Engels, Frans en Latijn, werd hij onderwezen in diverse wetenschappen, waaronder wiskunde en geologie. Laatstgenoemde speelde een belangrijke rol bij Achilles grootste hobby: bergbeklimmen.
Via bezoeken aan zijn oom Damiano Ratti kreeg Achille belangstelling voor een kerkelijke loopbaan. Damiano was parochiepriester in Asso. In zijn pastorie ontving hij vaak andere geestelijken, onder wie de aartsbisschop van Milaan Luigi Nazari di Calabiana (27 juli 1808 – 23 oktober 1893).The Hierarchy of the Catholic Church, aartsbisdom Milaan Tijdens gesprekken met Achille raakte de aartsbisschop onder de indruk van de jongen en op zijn voordracht begon Achille in 1875 aan het seminarie te Monza aan zijn studie theologie, die hij zou vervolgen aan het grootseminarie San Carlo in Milaan. In 1878 stuurde Nazari di Calabiana hem naar het Collegio Lombardo te Rome om zijn studie te vervolgen. thumb|200x200px|Achille Ratti als priester Op 20 december 1879 werd Achille Ratti in de Sint-Jan van Lateranen, in aanwezigheid van onder meer zijn vader en broer Fermo, gewijd tot priester. Hij bleef in Rome om zijn verschillende studies af te maken. In 1882 studeerde hij af in drie disciplines: filosofie (aan de Pauselijke Universiteit Sint Thomas van Aquino), kerkelijk recht (aan de Pauselijke Universiteit Gregoriana) en theologie (aan de Università degli studi di Roma "La Sapienza").
Op verzoek van de aartsbisschop van Milaan keerde Achille in 1882 terug naar het aartsbisdom, waar hij aangesteld werd als parochiepriester in Barni, een kleine plaats aan het Comomeer. Tevens werd hij aangesteld als professor in de Dogmatische theologie aan het grootseminarie te Milaan.
In 1888 volgde de benoeming van Achille als medewerker aan de Biblioteca Ambrosiana te Milaan. Hier bestudeerde Achille vele oude manuscripten, naar aanleiding waarvan hij verschillende werken bewerkte en publiceerde. Zo bewerkte hij een editie van het missaal van de Ambrosiaanse ritus, een ritus voornamelijk gebruikt in Milaan en die op sommige punten afwijkt van de algemeen geldende rooms-katholieke ritus.Gepubliceerd in 1913: Missale duplex Ambrosianum Daarnaast toonde hij grote belangstelling voor het leven en werk van de heilige Carolus Borromeüs. Uit naam van de bibliotheek ondernam Achille diverse reizen op zoek naar nieuwe manuscripten, en nam hij de reorganisatie van de bibliotheek op zich. Zo richtte hij een speciale ruimte in waar manuscripten en tekeningen van Leonardo da Vinci werden ondergebracht.Pius XI: Apostle of Peace (p. 17) Als dank voor zijn inzet ontving Achille namens de Italiaanse regering het Kruis van de Orde van Sint-Mauritius en Sint-Lazarus.Pius XI: Apostle of Peace (p. 38)
De in 1894 benoemde aartsbisschop van Milaan, Andrea Carlo Ferrari (13 augustus 1850 – 2 februari 1921),Andrea Carlo Ferrari werd op 10 mei 1987 door paus Johannes Paulus II zalig verklaard. riep na zijn aantreden de hulp in van Ratti om het godsdienstonderwijs binnen openbare scholen weer te herintroduceren. Godsdienstonderwijs en het lesgeven door geestelijken aan deze scholen was per wet in Milaan verboden. Ondanks grote weerstand slaagde Achille met hulp van verschillende plaatselijke priesters in deze missie.
Milaan was al lange tijd de plaats van sociale onrust. Tijdens een opstand van arbeiders in mei 1898, die zich richtte tegen de Italiaanse regering, was het Ratti die opkwam voor de belangen van de geestelijkheid. Zo protesteerde hij heftig tegen de arrestatie van kapucijnen, die aangezien werden als sympathisanten van de opstandelingen.Pius XI: Apostle of Peace (p. 43)
Op verzoek van paus Pius X (1903-1914) verhuisde Achille in 1911 naar Rome, waar hij pro-prefect werd van de Biblioteca Apostolica Vaticana. Opnieuw werd hij belast met de herstructurering van een aanzienlijke bibliotheek. Zijn promotie tot prefect van de bibliotheek had Achille te danken aan paus Benedictus XV. Door de oorlogssituatie in Europa gaf de paus de voorkeur aan Italiaanse geestelijken op belangrijke posities binnen het Vaticaan, boven die van buitenlanders om conflicten met de oorlogvoerenden te voorkomen.Their Name is Pius (p. 319) Hierdoor was de zittend prefect, Franziskus Ehrle, gedwongen ontslag te nemen.Pius XI: Apostle of Peace (p. 73)
Hoewel Ratti’s optreden tijdens de Eerste Wereldoorlog zich beperkte tot verschillende besprekingen met paus Benedictus XV, was zijn keuze tot pauselijk legaat op 25 april 1918 voor Litouwen, de USSR en het na de oorlog opnieuw onafhankelijke Polen opmerkelijk. Het verzoek voor een pauselijke vertegenwoordiger was uitgegaan van de aartsbisschop van Warschau, Aleksander Kakowski (1862-1938).A. Kakowski Ratti’s taak was het om de kerk in Polen opnieuw op te zetten en te reorganiseren. Hoewel hij aanvankelijk afwijzend stond ten opzichte van de taak, was het paus Benedictus XV zelf die er op stond dat hij zou afreizen.Pius XI: Apostle of Peace (p. 81)
Diplomaat in Polen Op 30 mei 1918, een paar maanden voor het einde van de Eerste Wereldoorlog, arriveerde Achille in Warschau, waar hij zich vestigde in de pastorie van de Sint-Alexanderkerk. In juli reisde hij door de Poolse gebieden, die toen nog in handen waren van Pruisen, Oostenrijk-Hongarije en de Sovjet-Unie om zich te laten informeren over de positie van de Kerk binnen die gebieden en de staat waarin onder andere de kerkgebouwen zich bevonden.
De paus had er aanvankelijk op gerekend dat de missie slechts enkele maanden zou duren, maar toen het einde van de oorlog in zicht kwam, verlengde hij het verblijf van zijn vertegenwoordiger. Ten gevolge van de vredesbesprekingen had Polen zijn onafhankelijkheid herwonnen en een nieuwe regering werd eind 1918 gevormd, de Tweede Poolse Republiek. Om vorm te geven aan de nieuwe Kerkstructuur had paus Benedictus XV in maart 1919 tien nieuwe bisschoppen benoemd en kort daarop werd Achille Ratti, die zich al in Warschau bevond, pauselijk nuntius op verzoek van de nieuwe Poolse regering.Pius XI: Apostle of Peace (p. 89) Op 3 juli 1919 werd hij gekozen tot titulair aartsbisschop van Lepanto.Grieks: Ναύπακτος, Catholic Hierarchy De wijding vond op 28 oktober plaats in de kathedraal van Warschau in aanwezigheid van kerkelijke en politieke gezagdragers, waaronder de president van de nieuwe republiek, Józef Piłsudski.
Achille werd echter al snel geconfronteerd met de strijd tussen Litouwen en Polen over het eigendom van bepaalde gebieden, in het bijzonder Vilna. Omdat hij de regeringen erop bleef wijzen dat zijn missie geen politiek karakter had, nam hij vaak een neutraal standpunt in wanneer het om politiek gevoelige onderwerpen ging. Hiermee hoopte hij alle partijen voor zich te winnen, zonder een van de betrokkenen te bruuskeren.
Wel nam hij stelling tegen de vervolging van de Roetheens-katholieke geestelijken door de Polen. Volgelingen van de Roetheens-katholieken hadden geprobeerd een zelfstandige staat op te richten, de Westelijk Oekraïense Republiek, maar door de aanwezigheid van een meerderheid aan Polen in dat gebied was deze oprichting mislukt. De Polen waren hard opgetreden tegen de Roetheens-katholieken, hoewel laatstgenoemden zich ook schuldig maakten aan diverse misdaden ten opzichte van de Polen.Pius XI: Apostle of Peace (p. 94)
Een ander conflict waarvoor Achille zich hard maakte was de aanhoudende strijd van de Polen tegen Rusland. In 1920 kwam het opnieuw tot een gewapend conflict tussen beide landen. Nadat de Polen aanvankelijk succes hadden geboekt (de verovering van Kiev), sloeg het Rode Leger al snel terug om na de innames van Minsk, Vilna en Grodno op te trekken naar Warschau.
Ondanks de oproep van leden van de Poolse regering om zich samen met hen terug te trekken in het westen van het land, weigerde Achille de hoofdstad te verlaten. In een telegram aan de paus vroeg hij zelfs toestemming om in Warschau te blijven om zo hetzelfde lot te ondergaan als dat van de inwoners van de stad.Pius XI: Apostle of Peace (p. 96) Ondanks het verbod van paus Benedictus XV, die geen behoefte had aan het martelaarschap van zijn vertegenwoordiger, bleef Achille toch in Warschau. Na verschillende dreigende acties vlak buiten Warschau in augustus 1920 trokken de Russen zich uiteindelijk terug, mede doordat Poolse strijdkrachten in andere steden (waaronder Lublin) een tegenoffensief waren gestart.
Deze onverwachte overwinning bracht Achille in hoog aanzien in Polen. Toch bekoelde de relatie al snel, wat voortkwam uit Achilles optreden in Silezië. Naar aanleiding van de Vrede van Versailles was overeengekomen, dat het lot van Silezië bepaald zou worden door een volksraadpleging. Hieruit zou naar voren moeten komen of het gebied Pools dan wel Duits zou worden. Door beide partijen werd actief campagne gevoerd, waarbij zich ook de geestelijkheid aansloot. Dit was tegen de zin in van Achille die de Poolse geestelijkheid opriep hun geestelijke macht niet te misbruiken voor politieke doeleinden. Tevens riep hij op tot een vreedzame samenleving met andere landen. In Poolse kringen ontstond langzaam het gevoel, dat hij een te pro-Duitse houding aannam, waarbij zijn uitspraak (uit naam van de paus) dat alle katholieken voor de paus gelijk waren de zaak alleen maar verergerde. Een decreet van de Duitse kardinaal Adolf Bertram (die door de Polen gehaat werd) dat bepaalde dat het de clerus verboden was deel te nemen aan politieke propaganda, gaf uiteindelijk de doorslag; de Duitse gemeenschap in Silezië vond Achille te pro-Pools, en de Polen voelden zich verraden door Achille. Hierop verzocht de Poolse regering Achille om het land te verlaten.