thumb|Blad van de tweede orde
Wijfjesvaren (Athyrium filix-femina) is een plantensoort uit de wijfjesvarenfamilie (Athyriaceae). De plant wordt ook in de siertuin gebruikt.
Determinatie Wijfjesvaren is een bladverliezende, kruidachtige plant. De geelgroene bladeren zijn 30–50 cm lang. De lengte van de aan de voet purperbruine bladsteel is een kwart van die van de bladschijf. De bladschijf is in omtrek elliptisch en afnemend twee tot drievoudig veerdelig of geveerd. In het voorjaar komen uit de wortelstok (rizoom) de nieuwe bladeren.
Net als bij de mannetjesvaren zitten de sporenhoopjes (sori), die bestaan uit sporangiën, in twee rijen. Het dekvlies (indusium) is meestal haakvormig. In juli en augustus zijn de sporen rijp. thumb|left|Sporenhoopjes
Gelijkende taxa Er is kans op verwarring met de eveneens algemeen voorkomende mannetjesvaren (Dryopteris filix-mas) en de zeldzame stippelvaren (Oreopteris limbosperma). Alle drie hebben ze ongeveer hetzelfde habitat en overeenkomstige kenmerken. Wijfjesvaren is echter van beide te onderscheiden door de drievoudig gedeelde bladen en de komma- of haakvormige sporenhoopjes. De beide anderen hebben dubbel gedeelde bladen en ronde sporenhoopjes.
Ecologie Wijfjesvaren komt voor op vochtige, matig voedselrijke grond in loofbossen, aan beek- en greppelkanten, op muren en basaltglooiingen. Ook kan zij veel voorkomen in zoom- en mantelvegetatie.
Syntaxonomie In de syntaxonomie staat wijfjesvaren binnen de bosformatie te boek als kensoort voor het onderverbond Circaeo-Alnenion van het verbond van els en vogelkers.
Biogeografie Het verspreidingsgebied van wijfjesvaren strekt zich uit over het noordelijk halfrond.
Externe links Wijfjesvaren op Flora van Nederland
Categorie:Varen Wijfjesvaren Wijfjesvaren