miniatuur|Het vertrek van de Argonauten op het schip Argominiatuur|De route van de Argonauten De Argonauten (Oudgrieks: , Argonautai, letterlijk 'Argo-zeilers') waren een groep helden in de Griekse mythologie, die in de jaren voor de Trojaanse Oorlog Jason vergezelden naar Colchis in zijn zoektocht naar het Gulden Vlies. Hun schip heette de Argo, genoemd naar de bouwer Argus. Ze werden soms Minyërs genoemd, naar een prehistorische stam in het gebied.

Hun sage is overgeleverd door Apollonios van Rhodos in zijn Argonautika, en later ook door Gaius Valerius Flaccus en door De Argonautika van Orfeus.

Jason Jason was de zoon van koning Aeson die regeerde over Iolkos. Jason was troonopvolger, maar Pelias, de halfbroer van de koning, zette deze af nog voor Jason geboren was. De moeder van Jason deed alsof hij bij zijn geboorte was gestorven en bracht hem in het geheim naar de centaur Chiron. Daar werd hij opgevoed door diens vrouw Chariclo en diens moeder Philyra. Chiron zelf leerde hem veel over medicijnen.

Alhoewel Pelias niets van Jason wist, kon hij niet rustig slapen, doordat een orakel hem had gewaarschuwd dat hij vermoord zou worden door een familielid en dat hij zichzelf moest beschermen tegen een man met één sandaal.

Na 20 jaar verscheen er op de markt van Iolkos een knappe jongeman met gouden krullen. Hij droeg een huid van een luipaard en had één sandaal aan, de andere had hij verloren bij het dragen van een oude vrouw over een rivier. Deze vrouw was in werkelijkheid Hera. Hierdoor wist Pelias dat dit de man was waarvoor hij gewaarschuwd was.

De vreemdeling en Pelias miniatuur|Argos (rechts) zit op de voorsteven, Athene past het zeil aan en Tiphys houdt de mast vast van het schip Argo Toen Pelias de vreemdeling met de ene sandaal zag, werd hij bang. Dit moest de man zijn waar het orakel hem voor had gewaarschuwd. Jason verbleef vijf dagen in het huis van zijn vader, op de zesde dag ging hij naar Pelias om zijn troon op te eisen. Koning Pelias vroeg de vreemdeling zijn naam en waarom hij naar zijn koninkrijk was gekomen. Deze vertelde wie hij was en dat hij de troon kwam opeisen, omdat hij de rechtmatige koning van het land was.

Koning Pelias antwoordde, dat hij afstand zou doen als Jason het Gulden Vlies terug zou halen van het koninkrijk Colchis. Het hangt aan een boom, bewaakt door een draak die nooit slaapt. Alleen een sterk en moedig man kon het Vlies terugbrengen.

Het Gulden Vlies was van de goddelijke ram die Phrixus van Orchomenus een generatie daarvoor naar Colchis had gebracht.

Pelias was zeker dat niemand deze gevaarlijke reis zou overleven. Jason aanvaardde de opdracht die hij als een avontuur en een uitdaging zag.

Jason vroeg aan Argos, een groot scheepsbouwer, hem een schip te maken met 50 roeispanen. Daarna stuurde hij afgezanten naar elk paleis in Griekenland, die vrijwilligers moesten vragen. Het schip werd Argo genoemd. Ter bescherming werd de boeg gemaakt uit een stuk van de Sprekende Eik van Dodona, en bezield door Pallas Athena.

Het schip Argo en 50 vrijwilligers miniatuur|Het schip Argominiatuur|Het schip Argo (sterrenbeeld)miniatuur|Herakles en de Argonautenminiatuur|De Argominiatuur|Amphiaraus, de ziener van Argos (uit het Nordisk familjebok) De mythe wil dat het schip 50 vrijwilligers telde; afhankelijk van de bron worden tussen 40 en 55 vrijwilligers geteld. In sommige tellingen worden Jason en Medea niet meegerekend. De vrijwilligers waren (in alfabetische volgorde): Acastus, zoon van koning Pelias Actor, zoon van Deion de Phociër Admetus, prins van Pherae Amphiaraus, de ziener uit Argos Kleine Ancaeus de Lelegiër van Samos Machtige Ancaeus uit Tegea in Arcadië Argos de Thespiër, de ontwerper en bouwer van de Argo Ascalaphus de Orchomeniër, zoon van Ares Asterius, zoon van Cometes, een Pelopiër Atalanta van Calydon, de maagdelijke jaagster Augias, zoon van Koning Phorbas uit Elis Butes uit Athene, de bijenmeester Caeneus de Lapith, die ooit een vrouw was geweest. Calaïs, de gevleugelde zoon van Boreas Canthus de Euboeër Castor, de Spartaanse worstelaar, een van de Dioscuren Cepheus, zoon van Aleus de Arcadiër Coronus de Lapith, uit Gyrton in Thessalië Echion, zoon van Hermes, de heraut Erginus uit Milete Euphemus uit Taenarum, de zwemmer Euryalus, zoon van Mecisteus, een van de Epigonen Eurydamas de Dolopiër, van het meer Xynias Herakles uit Tiryns, de sterkste man die ooit geleefd heeft Hylas de Dryopiër, knecht van Herakles Idas, zoon van Aphareus uit Messene Idmon uit Argos, Apollo's zoon Iphiclus, zoon van Thestius de Aetolian Iphitus, de heerser uit Phocis Jason, de kapitein van de expeditie Laërtes, zoon van Arceisius de Argiver Lynceus, De uitkijker, broer van Idas Medea, dochter van koning Aietes en latere vrouw van Jason Melampus uit Pylus, zoon van Poseidon Meleager van Calydon Mopsus de Lapith Nauplius de Argiver, zoon van Poseidon, een noterende navigator Oileus de Locriër, vader van Ajax Orpheus de Thraciër, dichter Palaemonius, zoon van Hephaestus Palaemon, de Aetoliër Peleus de Myrmidoniër (vader van Achilles) Peneleos, zoon van Hippalcimus, de Boeotiër Periclymenus uit Pylus, de zoon van Poseidon, kon van gedaante veranderen Phalerus, de Atheense boogschutter Phanus, de Kretenzer zoon van Dionysus Philoctetes, zoon van Poeas Poeas, zoon van Thaumacus de Magnesiër Polydeuces, de Spartaanse bokser, een van de Dioscuren Polyphemos, zoon van Elatus, de Arcadiër, niet te verwarren met Polyphemos de cycloop Staphylus, zoon van Dionysus Theseus, held van Athene en Attika Tiphys, de stuurman, uit Siphae Zetes, broer van Calaïs.

De Argonauten verzamelden zich bij Pagasae, waar ze offers brachten aan de god Apollo. De voortekenen waren goed. Volgens Idmon zou iedereen weer veilig thuiskomen, op een na (Idmon zelf).

Tiphys werd stuurman en Lynceus kon op de uitkijk staan, terwijl Orpheus een lied zong tijdens het roeien. Op weg naar Colchis stopten ze bij Aphetae om hun water te verversen. Sommige versies zeggen dat Herakles daar al vertrokken was, of omdat hij aan het zoeken was naar een fontein en verdwaalde, of omdat het schip hem niet meer kon dragen.

Lemnos Achtervolgd door stormen kwamen ze aan bij het eiland Lemnos dat door vrouwen werd geregeerd, omdat de vrouwen alle mannen hadden vermoord omdat ze door de toorn van de goden niet meer op de vrouwen van het eiland vielen, maar op de slavinnen. De vrouwen zagen de helden eerst als vijanden, maar later behandelden ze hen als gelijken. Hun haat veranderde in liefde. Jason koos koningin Hypsipyle, de dochter van Thoas, als vrouw. De anderen, behalve Herakles, lieten zich vermurwen door de andere vrouwen en vergaten hun missie. De Argonauten verbleven twee jaar op het eiland. Later gingen ze weer naar het schip dankzij Herakles' leiderschap. Een andere bron zegt dat dit kwam door het lied van Orpheus, die zo mooi speelde dat ze als het ware uit de betovering van de liefde kwamen en beseften dat ze een opdracht hadden.

Toen ze vertrokken, lieten ze vele nakomelingen achter. De meesten waren zonen, genoemd naar hun vaders. Hierdoor was het eiland van uitsterven gered.

Vervolg van de reis Op het advies van Orpheus, zeilden ze daarna naar Samothrake, waar ze zich gingen verdiepen in de mysteries van Persephone. Daarna voeren ze naar de Hellespont en bereikten ze de Propontis. Kort daarna bereikten ze het eiland van de Doliones, die afstammelingen waren van Poseidon en die geregeerd werden door koning Cyzicus.

Cyzicus trouwde met Clite, de dochter van Merops. Cyzicus verwelkomde hen en nodigde ze uit voor de bruiloft. Tijdens het banket werden de bewakers van de Argo aangevallen door zes reuzen. In het gevecht doodde Herakles ze alle zes.

De volgende dag gingen ze weer verder. De storm was die nacht zo sterk, dat ze weer werden teruggedreven. Doliones viel de Argonauten aan, omdat hij dacht dat het piraten waren. Jason vermoordde koning Cyzicus. Het incident werd opgehelderd en de vriendschap werd weer hersteld.

Jason en zijn vrienden deden mee aan de spelen die georganiseerd werden tijdens de begrafenis van de koning. De vrouw van de dode koning hing zichzelf van verdriet op.

Door de ongunstige wind moesten ze nog eens twaalf dagen op het eiland verblijven. Hera stuurde een vogel met bericht naar de profeet Mopsus. De Argonauten moesten een standbeeld van Cybele plaatsen op de berg Dindymus, omdat ze de kinderen (de zes reuzen) van moeder Aarde hadden gedood. Toen ze dat hadden gedaan, werd de zee weer kalm.

De Argonauten trokken aan hun roeispanen en het schip voer door de golven. Om hun eindbestemming sneller te bereiken, riep Herakles: "Laten we een wedstrijd doen wie het langst kan roeien!" De anderen stemden in en begonnen hard te roeien. De een na de ander werden ze moe, alleen Jason en Herakles roeiden door. Ten slotte moest Jason opgeven van vermoeidheid en Herakles' roeispaan brak in tweeën.

Ze moesten aan land gaan, om een nieuwe roeispaan te maken en het water te verversen. Terwijl het eten klaar werd gemaakt, zocht Herakles hout voor zijn roeispaan en ging Hylas op zoek naar drinkwater. Bij de Pegaefontein kwam Hylas nimfen tegen. Ze waren verliefd op hem geworden en lokten hem mee naar het water en trokken hem erin. Polyphemus hoorde het geschreeuw en schoot hem te hulp. Toen hij op weg was, kwam hij Herakles tegen. Terwijl ze aan het zoeken waren, gingen de Argonauten weer verder met hun reis. Terwijl ze Herakles achterlieten. Dit gebeurde door toedoen van Zeus die Herakles er op wees dat hij nog aan zijn 12 werken moest werken.

miniatuur|Amycus en de Argonauten Onderweg kwamen ze ook langs het land van Bebryces in Bithynia, langs de kust van Propontis. Het land werd geregeerd door een woeste koning, Amycus genaamd, een zoon van Poseidon. Amycus weigerde hun voedsel en water, tenzij er iemand met hem vocht in de ring. Polydeuces was kampioen boksen en nam de uitdaging aan. Hoewel Amycus sterker en jonger was, lukte het Polydeuces hem te verslaan. In sommige versies werd de koning zelfs vermoord, in andere versies werd hij neergeslagen en zorgde Polydeuces ervoor dat de koning beloofde dat hij vreemdelingen niet meer zou pijnigen.

Na een tijd kwamen de Argonauten in een koninkrijk waar een wegkwijnende, blinde en uitgehongerde Phineus regeerde, die hen om hulp vroeg. "Omdat ik de toekomst kan voorspellen, heeft Zeus mij gestraft", zei Phineus. "Elke keer als ik aan mijn maaltijd beginnen wil, stuurt hij twee afschuwelijke wezens, de Harpijen, die mijn voedsel stelen en de rest zo erg laten stinken dat ik het niet meer kan eten."

"We zullen je helpen, oude man", zei Jason. "Vertel ons wat we moeten doen." "Alleen twee van jouw mannen, de zonen van Boreas, de noordelijke wind, kunnen ze verdrijven", zei Phineus.

De zonen van Boreas (Calaïs en Zetes) stapten naar voren, hun zwaarden gereed. Daarna serveerden de Argonauten het eten aan Phineus. De Harpijen vlogen naar beneden, stalen het voedsel en vlogen weer weg. Dit keer vlogen de zonen van Boreas achter hen aan, sloegen ze met hun zwaarden en joegen ze weg. Een ander verhaal vertelt dat ze gevangen werden met een groot net en daarna werden opgesloten in een kooi. Nog een ander verhaal vertelt dat ze vermoord werden.

"Ze zullen je niet meer lastigvallen", zeiden ze tegen Phineus. "Ik kan je niet genoeg bedanken", zei Phineus. "Je hebt mijn leven gered. Nu zal ik jou helpen. Want ik weet dat jij door de gevaarlijke Bosporus moet roeien, rechtdoor naar de Zwarte Zee naar Colchis."

Het was een waardevol advies en de Argonauten zetten koers naar de Bosporus. Uiteindelijk zagen ze de gevaarlijke rotsen genaamd Symplegaden, die de ingang naar Bosporus bewaakten. Phineus had verteld: "Wanneer een schip de rotsen probeert te passeren, dan zullen ze te pletter vallen op het schip. Er is maar een weg. Laat een duif voor je vliegen en wanneer de rotsen op zijn staart vallen, roei dan met al je kracht. Alleen dan lukt het om te passeren voordat de rotsen opnieuw vallen."