Moses Joseph Roth (Brody, 2 september 1894 – Parijs, 27 mei 1939) was een joods-Oostenrijks schrijver, dichter en journalist.

Biografie Roth werd geboren in een joodse familie en groeide op in Brody in Galicië. Dit stadje lag in een oostelijke uithoek van het toenmalig Oostenrijk-Hongaarse Keizerrijk, een gebied dat nu is opgedeeld tussen Oekraïne en Polen. De joodse cultuur speelde een belangrijke rol in het leven van de stad. Roth groeide op bij zijn moeder Maria Grübel en haar familieleden. Zijn vader, de koopman Nachum Roth, heeft hij nooit gekend.Zie: Niels Bokhove, "Nieuwe glimp van Nachum Roth. Een ooggetuige herinnert zich de vader van Joseph Roth", De Parelduiker 14 (2009) nr. 4, p. 37-44. Het waren de nadagen van het Habsburgse Rijk.

Anders dan andere joodse kinderen ging de jonge Roth niet naar een cheider (Jiddisch-Hebreeuwse religieuze basisschool) maar vanaf zijn 7e naar een naar Baron Hirsch vernoemde openbare basisschool. Vanaf 1905 volgde hij het onderwijs aan het Kronprinz Rudolfgymnasium, waar hij de Duitse klassieke literatuur ontdekte en met het geassimileerde jodendom in aanraking kwam. Na de middelbare school verhuisde Roth naar Lviv, waar hij in 1913 zijn universitaire studies begon. Enkele maanden later vertrok hij naar de Universiteit van Wenen om er filosofie en Duitse taal- en letterkunde te studeren. Op de universiteit leerde de jonge student Roth een van zijn belangrijkste vrienden kennen: Soma Morgenstern.Wilhelm v. Sternburg: Joseph Roth - Eine Biographie, p. 141 Met Morgenstern heeft hij vooral later in Franse ballingschap regelmatig contact. Morgenstern, die net als Roth in Galicië geboren was, was in de laatste dagen van Roths leven zijn steun en toeverlaat.

Joseph Roth huurde een studentenkamer in Leopoldstadt. In dit stadsdeel was een van de grootste joodse gemeenschappen van West-Europa gevestigd.Zie: David Bronsen, "Joseph Roth: Eine Biographie", p. 152. In 1916 zette hij een punt achter zijn studies en nam hij vrijwillig dienst in het Oostenrijks-Hongaarse leger. Tijdens de Eerste Wereldoorlog vocht hij aan het oostfront. Nadat de vrede getekend was werd hij in december 1918 uit de militaire dienst ontslagen. Na de oorlog bleek zijn werk sterk beïnvloed door het verlangen naar zijn geboorteland.

In 1918 keerde Roth terug naar Wenen en schreef er voor linkse kranten. Hij schreef vele romans en korte verhalen. Hij werd vooral bekend door zijn boeken Job (1930) en Radetzkymars (1932).

Roth werkte vanaf 1920 als journalist in Berlijn voor de Neue Berliner Zeitung. Vanaf 1921 werkte hij voor de Berliner Börsen-Courier en een aantal jaar later voor de gezaghebbende Frankfurter Zeitung. In 1933 ontvluchtte hij Duitsland, waar zijn boeken verboden werden. Van 1936 tot 1938 had Roth een romantische relatie met Irmgard Keun. Ze werkten samen, reisden naar verschillende steden als Parijs, Wilna, Lemberg, Warschau, Wenen, Salzburg, Brussel en Amsterdam. Zijn werk werd in Nederland uitgegeven door de Amsterdamse uitgevers Querido en Allert de Lange.

In 1938 overleefde hij een hartaanval en in 1939 kreeg hij een beroerte en werd hij in het Armenhospital Necker opgenomen. De artsen onderkenden blijkbaar niet de ernst van de situatie en zo overleed hij op 27 mei 1939 arm in Parijs aan de gevolgen van alcoholisme. Over zijn begrafenis circuleren verschillende verhalen. De schrijver werd in Parijs bijgezet in bijzijn van katholieke priesters en joodse rabbi's. Tevens zou de communist en journalist Egon Erwin Kisch rode anjelieren op de kist hebben geworpen.W. v. Sternburg, p. 484 Of dit allemaal klopt kan niet meer achterhaald worden. Maar het was een einde dat Joseph Roth zelf niet beter had kunnen bedenken. Zijn graf is te vinden op de begraafplaats van Thiais. thumb|Het graf van Joseph Roth op de begraafplaats van Thiais

Familie en relaties thumb|Joseph Roth (rechts) met Friedl (midden) en een onbekend persoon te paard De afwezigheid van een vaderfiguur speelde een grote rol in Roths leven. Roths vader werd ziek (er was sprake van psychische problemen) voordat Roth geboren werd, waardoor Roths moeder en hij lange tijd financieel van haar familie afhankelijk bleven. Door de vroege dood van Roths vader concentreerde de moeder zich helemaal op haar zoon, wat later voor beiden spanningen opleverde. Marie stierf in 1921 voordat ze kon meemaken dat haar zoon een bekende journalist en schrijver werd.

De complexe relatie met zijn moeder vond tevens zijn weerklank in zijn huwelijk met Friederike Reichler en in zijn latere relaties met Andrea Manga Bell en de schrijfster Irmgard Keun. Dit waren de drie grote liefdes in het leven van de schrijver.

Friederike Reichler Friederike (Friedl) Reichler was zijn eerste grote liefde, met wie hij in 1922 trouwde. De jonge en volgens vrienden van Joseph RothD. Bronsen: p. 223 buitengewoon mooie vrouw was afkomstig uit een arm Joods gezin dat in Wenen woonde. Friedl Reichler heeft zelf nooit een beroep uitgeoefend. Voor Roth was Friedl, die over geen noemenswaardige opleiding beschikte, een wezen dat hij naar zijn eigen ideeën kon vormen. In het begin van hun relatie had Friedl weinig belangstelling voor literatuur, maar dit veranderde in de loop der jaren; ze redigeerde zelfs teksten van de schrijver. Voor het instabiele leven dat ze met Roth moest leven, bleek de zeer gevoelige vrouw echter ongeschikt. In 1926 werden de eerste tekenen van Friedls geestesziekte zichtbaar. Al snel werd duidelijk dat Friedls psychische problemen in de loop van de jaren alleen maar erger werden.

Een relatie was onder deze omstandigheden niet meer mogelijk en vanaf 1930 gingen de partners hun gescheiden wegen. Roth bleef ook daarna in contact met zijn schoonouders en bleef ook de kosten voor de instellingen waar Friedl opgenomen was, betalen. Het huwelijk werd nooit officieel ontbonden, hoewel Joseph Roth dit in 1935 serieus overwoog.

In november 1930 kwam Friedl in de Weense instelling "Am Steinhof" terecht, waar ze drie jaar zou verblijven. Daarna zat ze een jaar in een instelling in Mauer-Öhling bij Amstetten en de laatste jaren in een instelling bij Linz waar ze in het kader van het euthanasieprogramma van het Derde Rijk in juni 1940 vermoord werd.

In het oeuvre van Roth komen diverse personages met geestesziekten voor, waarin zijn ervaringen weerspiegeld worden. Mirjam de dochter van Mendel Singer (Job), lijkt bijvoorbeeld naar het voorbeeld van Friedl bedacht, met alle gradaties van haar ziektebeeld. Ook graaf Chojnicki in Radetzkymars, die qua uiterlijk sprekend op Joseph Roth lijkt, komt waanzinnig uit de oorlog terug.

Andrea Manga Bell en Irmgard Keun Begin jaren dertig ontmoette Roth Andrea Manga Bell in Berlijn, de dochter van een Duitse en een Cubaan. Door haar exotische verschijning was Joseph Roth snel door haar gefascineerd. Andrea Manga Bell bracht twee kinderen mee in de relatie met de Oostenrijkse schrijver. De vader van die kinderen, een Kameroense prins, leefde gescheiden van haar in Afrika. Joseph Roth begon met haar een relatie en probeerde voor haar kinderen een soort vader te zijn. Deze zelfgekozen rol vroeg te veel van hem, waardoor de spanningen tussen de twee geliefden toenamen. Ook voelde Roth zich in toenemende mate financieel verantwoordelijk voor zijn vriendin en haar kinderen. Na zes jaar eindigde de relatie, niet zonder dat Roth met een slecht geweten op de relatie terug keek. Net als bij Friedl had hij het gevoel dat hij niet voldoende zijn verantwoordelijkheid had genomen. In deze periode schreef hij zijn meeste romans.

De laatste liefde in Roths leven was de schrijfster Irmgard Keun (auteur van onder ander Das kunstseidene Mädchen). Hij leerde haar in 1936 kennen in Oostende, waar hij op uitnodiging van Stefan Zweig verbleef, hoewel hij op dat moment nog een relatie met Andrea Manga Bell had. Doel van dit verblijf was dat Roth minder zou gaan drinken en zich meer op zijn werk zou gaan concentreren. Toen hij de jonge schrijfster ontmoette, verdween dit doel achter de horizon. De relatie tussen beiden duurde slechts een kleine anderhalf jaar. De jaloezie en alcoholconsumptie tijdens de periode met Roth maakten veel indruk op Keun en later zou zij scènes uit hun relatie gebruiken voor haar verhaal D-Zug dritter Klasse.W. von Sternburg: p. 452 Net als zijn twee eerdere relaties, werd ook deze onstuimige verbintenis van Roth gekenmerkt door bovenmatige alcoholconsumptie. Keun overleefde de Tweede Wereldoorlog, maar raakte in vergetelheid. Pas in de jaren '70 werden haar boeken in Duitsland herontdekt.

Joseph Roths leven als schrijver en zijn oeuvre Al jong begon Roth met schrijfoefeningen. Als gymnasiast schreef hij gedichten die hij zijn nicht Paula Grübel liet lezen. Deze gedichten getuigen van zijn talent voor taal. Motieven zoals lente, herfst en hoop overheersen. Zijn ervaringen als soldaat verwerkte hij in gedichten in de expressionistische stijl. Op latere leeftijd ging Roth zijn gedichten ontkennen, misschien uit schaamte. Zijn nicht Paula Grübel verzamelde na zijn dood ongeveer 150 gedichten.D. Bronsen: p. 171W. von Sternburg: p. 172

In 1916 verscheen in de Österreichs Illustrierter Zeitung Roths eerste verhaal, Der Vorzugsschüler.W. von Sternburg: p. 180 In dit stuk gaat het om een man met de naam Anton Wanzl die als doel heeft carrière te maken in het conservatief-burgerlijke Wenen. Door zijn streven en tegelijkertijd arglistig handelen promoveert hij tot directeur van zijn toenmalige school. Ironie en het blootleggen van de burgerlijke moraal zijn kenmerkende elementen voor de schrijver die al duidelijk in dit verhaal tevoorschijn komen. Ook het taalgebruik verwijst naar de latere stijl van Joseph Roth waarmee hij een gewaardeerde journalist en schrijver zou worden: "Sie erzählte das und jenes, es wurde Abend, der Flieder duftete, die Amsel schlug, der Mai kiecherte aus dem Gebüsch, da vergaß sich Mizzi Schinagl und sagte etwas unvermittelt: >Du, Anton, ich liebe dich<. Herr Anton Wanzl erschrak ein wenig."Werke 4 - 6. Romane und Erzählungen. Hersg von Fritz Hackert 1989 - 1991. Werke 4, p. 7

In april 1919 ging Joseph Roth bij de socialistische krant Der Neue Tag werken waar hij reportages schreef bijvoorbeeld over uit de gevangenschap terugkerende soldaten. Tegelijkertijd begon hij zijn levensstijl te ontwikkelen die hij er tot zijn dood op nahoudt: discussiëren en drinken werden zijn manier van leven.

Der Neue Tag ging na anderhalf jaar bestaan failliet en Roth moest op zoek naar een nieuw werkgever. Het waren economisch lastige tijden en hij besloot om naar Duitsland te gaan waar hij makkelijker een baan als journalist kon vinden. Hij reisde af naar Berlijn, het culturele centrum in die tijd. Roth werkte onder andere bij de Neue Berliner Zeitung, de Berliner Börsen-Courier en van januari 1923 bij de gezaghebbende Frankfurter Zeitung (FZ).

In 1923 publiceerde Roth zijn eerste roman Das Spinnennetz als feuilleton in 30 delen in de Oostenrijkse Arbeiterzeitung. Hoofdfiguur is Theodor Lohse, een man die terug uit de oorlog in de post-monarchistische samenleving een plek wil veroveren, wat hem aan het eind van het verhaal ook gaat lukken. Veel sympathie heeft Roth niet voor zijn hoofdfiguur, want zijn genegenheid ging bijna altijd naar personages die het minder getroffen hadden in het leven, wat ook in zijn krantencolumns terug te zien is.