George Stanley McGovern (Avon, 19 juli 1922 – Sioux Falls, 21 oktober 2012) was een Amerikaanse politicus van de Democratische Partij. Hij was senator voor South Dakota van 1963 tot 1981.
McGovern werd in 1956 gekozen in het Huis van Afgevaardigden. In 1960 probeerde hij tot senator te worden verkozen, maar faalde daarin. In 1962 lukte het hem wel. Hij werd herkozen in 1968 en 1974.
In 1972 was hij de Democratische kandidaat voor het presidentschap. Hij werd verpletterend verslagen door Richard Nixon. Later bleek dat naaste medewerkers van Nixon hadden ingebroken in het Watergate-gebouw om daar afluisterapparatuur te plaatsen. In dat gebouw was het Democratische hoofdkwartier gevestigd. McGovern had de verkiezingen dus mede verloren door 'dirty tricks', waarvoor Nixon in 1974 dan ook moest aftreden. Een andere reden voor zijn nederlaag was dat McGovern een 'liberal' was, de Amerikaanse benaming voor een progressief politicus. Zijn ideeën waren te links voor de Amerikaanse middenklasse die traditioneel bepaalt wie de verkiezingen wint.
Nadat McGovern in 1980 vertrok uit de Senaat bekleedde hij verschillende functies bij de VN.
Levensloop Vroege jaren McGoverns was de zoon van een dominee. Hij was de tweede in een gezin van kinderen. Van zijn derde tot zijn zesde woonde het gezin in het Canadese Calgary, voordat ze weer terug verhuisde naar South Dakota. Na de middelbare school ging hij studeren aan de Dakota Wesleyan University.
Bommenwerperpiloot in de Tweede Wereldoorlog Na de Japanse aanval op Pearl Harbor meldde McGovern zich aan als vrijwilliger bij de United States Air Force. Kort daarvoor had hij zijn vliegbrevet al gehaald via het Civilian Pilot Training Program. McGovern werd opgeleid als piloot van de bommenwerper B-24 Liberator. Hij werd in september 1945 gestationeerd in het Italiaanse Cerignola. Hij vloog missies op Noord-Italië, Duitsland, Hongarije, het geannexeerde Oostenrijk, Polen en Tsjecho-Slowakije. In december 1944 maakte hij een noodlanding op het Joegoslavische eiland Vis, waarvoor hij later het Distinguished Flying Cross ontving. Net toen zijn verplichte 35 missies boven vijandelijk gebied er op zaten was de oorlog in Europa voorbij. McGoverns oorlogservaringen dienden als basis voor het boek De bommenwerpers van Stephen Ambrose.
Terug in Amerika: academicus en beginnend politicus McGovern keerde na de oorlog terug naar zijn vroegere universiteit waar hij in 1946 een Bachelor of Arts magna cum laude haalde. Hij besloot vervolgens theologie te studeren aan het Garrett Theological Seminary in Illinois, geïnspireerd door Walter Rauschenbusch en het Social Gospel. Na een jaar vertrok hij alweer en vervolgde zijn studie aan de Northwestern University, waar hij in 1949 zijn Master of Arts behaalde. In 1953 promoveerde hij met een dissertatie met als titel The Colorado Coal Strike 1913-1914. Intussen had hij ook een aanstelling gekregen aan de Dakota Wesleyan University waar hij geschiedenis en politicologie doceerde.
Van huis was hij Republikein, maar hij was opgeschoven naar links. Bij de presidentsverkiezingen van 1948 steunde hij voormalig vicepresident Henry Wallace die namens de Progressieve Partij kandidaat stond. In 1952 werd hij geraakt door een toespraak van de Democratische presidentskandidaat Adlai Stevenson. Hij voerde campagne voor hem en noemde zelfs zijn enige zoon naar Stevenson. Begin 1953 verliet hij de universiteit en werd uitvoerend secretaris voor de Democratische Partij in South Dakota. De partij had op dat moment slechts 2 zetels in het staatsparlement. Dankzij McGoverns opbouwwerk groeide de partij in 1954 met 25 zetels.
Huis van Afgevaardigden McGovern stelde zich in 1956 verkiesbaar voor het Huis van Afgevaardigden, waarin hij het opnam tegen de zittende Republikeinse afgevaardigde Harold Lovre. Lovre had last van de ontevredenheid over het landbouwbeleid van zijn partijgenoot president Dwight D. Eisenhower en verloor daardoor de verkiezingen.
In het Huis van Afgevaardigden wierp McGovern op als pleitbezorger voor de landbouw. Hij pleitte voor hogere grondstofprijzen, graanopslagprogramma's, prijsondersteuning en importcontroles op rundvlees. Op internationaal gebied maakte hij zich hard voor een goede voedselvoorziening voor iedereen.
McGovern deed in 1960 een gooi naar de Senaat. Zijn tegenstander was de zittende senator Karl Mundt. Tijdens de ze verkiezingen had McGovern last van de Rooms-katholieke achtergrond van John F. Kennedy. Dat viel niet goed in de meest protestantse staat van de Verenigde Staten.
Directeur bij Food for Peace thumb|right|250px|McGovern als directeur van Food for Peace samen met president John F. Kennedy in 1961. McGovern verliet begin 1961 het Huis van Afgevaardigden toen zijn termijn afliep. Hij werd door de nieuwe president John F. Kennedy aangesteld als de eerste directeur van het voedselhulpprogramma Food for Peace. Eerder in het Huis had McGovern zelf gepleit voor het in het leven roepen van een dergelijke organisatie. Door het geven van voedselhulp wilde de Amerikaanse regering met het programma economische ontwikkelingen doorvoeren in het buitenland. Bij de Verenigde Naties stond McGovern aan de basis van het Wereldvoedselprogramma.
Senator Eerste termijn McGovern stelde zich in 1962 opnieuw verkiesbaar voor de Senaat. Hij legde daarom zijn werk als directeur van Food for Peace in juli van dat jaar neer. Aanvankelijk zou McGovern het opnemen tegen de zittende senator van Republikeinsen huize Francis Case, maar deze overleed in juni 1962. Zijn vervanger was voormalig luitenant-gouverneur Joseph Bottum die als Case tijdelijke vervanger werd benoemd. Tijdens de verkiezingscampagne stond vooral het beleid van president Kennedy ter discussie. McGovern deed het goed onder boeren en diegenen die zich zorgen maakten om het massale vertrek van jonge mensen uit South Dakota.
De laatste weken voor de verkiezingen had McGovern last van geelzucht, waardoor hij niet volop campagne kon voeren. Zijn vrouw Eleanor toonde zich een waardig vervanger. McGovern won de verkiezingen met 597 stemmen verschil en was daarmee pas de derde gekozen Democraat sinds de vorming van de staat South Dakota.
Als senator maakte hij zich deels hard voor dezelfde zaken als toen hij Afgevaardigde was: de belangen van de Amerikaanse boeren en het stimuleren van economische hervormingen in het buitenland door middel van voedselhulp. Een andere belangrijk thema werd zijn antimilitarisme. Hij probeerde voortdurend het defensiebudget te verkleinen. In 1963 was hij de eerste senator die zich uitsprak tegen de groeiende Amerikaanse militaire betrokkenheid in Vietnam. Tegelijkertijd stemde hij in augustus 1964 wel voor de Tonkin-resolutie, waardoor president Lyndon B. Johnson de bevoegdheid kreeg op militair op te treden in Zuidoost-Azië zonder een formele oorlogsverklaring van het Congres. McGovern voelde zich onder druk gezet door senator William Fulbright om zich achter president Johnson te scharen. Een dag later uitte hij al zijn twijfels. Het zou de stemming zijn waar McGovern later in zijn leven met de meeste spijt op terug keek. In de jaren daarna groeide McGovern uit tot een van de felste politieke tegenstanders van de Vietnamoorlog
Presidentskandidaat in 1968 De activist Allard Lowenstein lanceerde in augustus 1967 de Dump Johnson movement. De groep zocht iemand die het bij de Democratische voorverkiezingen in aanloop naar de presidentsverkiezingen wilde opnemen tegen president Johnson. Hun eerste keuze Robert F. Kennedy bedankte voor de eer. In september 1967 werd McGovern benaderd. Hij weigerde omdat hij vreesde voor zijn kansen voor herverkiezing in de Senaat. Een maand later werd senator Eugene McCarthy overgehaald om het tegen Johnson op te nemen.
Robert Kennedy stelde zich halverwege maart 1968 alsnog kandidaat. President Johnson trok zich aan het einde van de maand totaal onverwachts terug uit de race, terwijl vicepresident Hubert Humphrey zich juist in de strijd wierp. McGoverns voorkeur ging uit naar Kennedy, maar McCarthy en Humphrey kwamen beide uit de buurstaat Minnesota, waardoor hij openlijk geen partij koos. Na de moord op Robert F. Kennedy nam de druk op McGovern om zich kandidaat te stellen toe. McCarthy was weliswaar een tegenstander van de Vietnamoorlog, maar riep weinig enthousiasme op, terwijl Humphrey te veel geassocieerd werd met het beleid van president Johnson.
Als eerste zocht McGovern toenadering tot Edward Kennedy om er zeker van te zijn dat deze zijn broer Robert niet als kandidaat zou vervangen. Dat bleek niet zo te zijn. Een andere complicerende factor was de arrestatie van McGoverns dochter Teresa in juli. Zij had marihuana in haar bezit en moest vrezen voor een gevangenisstraf van minstens vijf jaar. De aanklacht tegen haar verviel echter vanwege een ongeldig doorzoekingsbewijs.
McGovern stelde zich op 10 augustus kandidaat, twee weken voor de Democratische conventie in Chicago. Zijn aankondiging kwam veel te laat. Vicepresident Humprey had zich al verzekerd van de steun van de meerderheid van de partij en haalde een meerderheid bij de eerste stemronde. McGovern schaarde zich vervolgens achter Humphrey, wat hem veel kritiek uit de antioorlogsbeweging binnen zijn partij opleverde. Humphrey legde het uiteindelijk af tegen Richard Nixon, terwijl McGovern relatief eenvoudig werd herkozen in de Senaat door voormalig gouverneur van South Dakota Archie Gubbrud te verslaan.
Tweede termijn als senator Na Democratische Conventie in 1968 werd er een commissie aangesteld die het nominatieproces onder de loep nam. McGovern was daarvan de voorzitter. De invloed van partijprominenten- en officals werd aanzienlijk teruggebracht. In plaats daarvan werden de uitkomst van voorverkiezingen en caucussen belangrijker. Ook kwamen er quota's voor minderheden als vrouwen, zwarten en jongeren wat betreft het aantal gedelegeerden naar een conventie. Het aantal voorverkiezingen nam hierdoor in aantal fors toe en de dynamiek van het presidentiële nominatieproces veranderde drastisch en voorgoed.
McGoverns belangrijkste speerpunt in zijn tweede termijn bleef het beëindigen van de oorlog in Vietnam. Hij sprak in oktober 1969 op een grote antioorlogsdemonstratie in Boston waar honderdduizend mensen op af kwamen. Samen met de Republikeinse senator Mark Hatfield diende hij een amendement op de begroting in waardoor de financiering voor de Amerikaanse troepen in Vietnam tegen het einde van 1970 zou worden stopgezet. Er werd maanden gediscussieerd over het amendement. Op meer senatoren over de streep te trekken verlengde McGovern de termijn van terugtrekking naar eind 1971. In september 1970 werd het amendement afgewezen met 55 tegen 39 stemmen.
Tijdens het debat maakte McGovern zware verwijten aan zijn collega-senatoren. Hij zei: "Elke senator in deze Kamer is deels verantwoordelijk voor het naar het graf sturen van vijftigduizend jonge Amerikanen. Deze kamer ruikt naar bloed. Elke senator is deels verantwoordelijk voor de menselijke wrakken in Walter Reed en Bethesda NavalTwee bekende ziekenhuizen waar veel militairen werden opgevangen. en overal in het land - jonge mensen zonder benen, of armen, of genitaliën, of hoop". Deze persoonlijke verwijten werden hem door verschillende tegenstanders zeer kwalijk genomen. Een jaar later werd een soortgelijk amendement ingediend. McGovern had zijn naam als indiener verwijderd om eventuele twijfelaars over te halen toch voor te stemmen. Hoewel een meerderheid van het publiek voor was, werd het amendement alsnog verworpen.
Presidentskandidaat in 1972 miniatuur|McGovern tijdens zijn campagne in 1972 miniatuur|Verkiezingsaffiche