Peking of Beijing (; ) is een stadsprovincie en de hoofdstad van de Volksrepubliek China. Peking is, samen met Luoyang, Nanjing en Xi'an, een van de vier historische hoofdsteden van China. Van het historische China is het sinds de stichting van de Qing-dynastie in 1644 de hoofdstad, met uitzondering van de periode 1928-1949, toen Nanjing de hoofdstad was.

Bij de volkstelling van 2020 had de stad zelf 18.960.744 inwoners en de gehele stadsprovincie 21.893.095. Het is een van de grootste steden ter wereld. In China is Shanghai echter groter. Peking wordt gezien als het belangrijkste centrum voor bestuur, onderwijs en cultuur. Daarnaast is het een belangrijk knooppunt voor verschillende vormen van vervoer met vele spoorwegen en snelwegen.

Samen met Chongqing, Shanghai en Tianjin is Peking een van de vier Chinese stadsprovincies die dezelfde status hebben als een Chinese provincie. De stadsprovincie Peking wordt geheel omgeven door de provincie Hebei, behalve in het zuidoosten, waar Peking grenst aan de stadsprovincie Tianjin.

Namen In Oost-Azië bestaat de traditie dat hoofdsteden de aanduiding 'hoofdstad' in hun naam dragen. In lijn daarmee betekent Beijing (北京) noordelijke hoofdstad (北 (běi) = noorden; 京 (jīng) = hoofdstad), in tegenstelling tot Nanjing (南京), dat zuidelijke hoofdstad betekent. Andere voorbeelden zijn de namen Tokio en Tonkin, het huidige Hanoi, die beide oostelijke hoofdstad betekenen. Kioto (京都) en Gyeongseong (京城; het huidige Seoel) betekenen beide simpelweg hoofdstad.

In China heeft de stad vele namen gehad. Tussen 1928 en 1949 gebruikte de regering van de Kwomintang Nanjing als hoofdstad en werd Peking aangeduid als Beiping, destijds meestal getranslitereerd als Peiping. (). Letterlijk betekent dit Noordelijke Vrede; zie het kopje Geschiedenis voor de achtergronden.

In 1949 werd de naam Beijing hersteld door de Communistische Partij van China om aan te geven dat de stad weer de hoofdstad van China was. De regering van de Republiek China op het eiland Taiwan heeft dit formeel nooit erkend, omdat zij zich zag als de legitieme vertegenwoordiger van heel China. Tot diep in de twintigste eeuw was het heel gebruikelijk dat er in Taiwan gesproken werd over Beiping.

Yanjing () is en was een andere populaire naam voor Peking, het is een referentie aan de oude staat Yan die bestond tijdens de Zhou-dynastie. Deze naam komt terug in het lokaal gebrouwen Yanjing-bier en in de Yenching-academie, een college van de universiteit van Peking.

De naam Peking vindt zijn oorsprong bij een groep Franse missionarissen in het begin van de zeventiende eeuw: het is de naam voor de hoofdstad in de taal Yue (Kantonees). Het correspondeert met een archaïsche uitspraak die geen rekening houdt met de klankverandering van k naar j in Mandarijn, die optrad gedurende de Qing-dynastie. In de Nederlandse taal is Peking de officiële en meest gebruikte naam voor deze stad, maar vooral in Nederland neemt het gebruik van de naam Beijing toe.

Peking werd door Marco Polo aangeduid met Cambaluc (Khanbalik).

Geschiedenis Er waren al steden in de buurt van Peking in het eerste millennium v.Chr. De hoofdstad van de staat Yan (燕), een van de machten tijdens de Periode van de Strijdende Staten, werd gesticht te Ji (T: 薊 / S: 蓟), nabij het moderne Peking. Ji wordt vaak gezien als het begin van Peking, maar voor de zesde eeuw werd de stad verlaten. De exacte locatie van de stad is tot op heden onbekend, hoewel er veel moeite is gestoken in het vinden van de plaats.

Gedurende de Sui- en Tang-dynastieën, bestonden er enkele kleine nederzettingen in de buurt van het huidige Peking. Vele oude dichters kwamen hierheen om te rouwen om het verlies van Ji.

In 936, tijdens de Late Jin-dynastie (regeerperiode 936-947) stond de dynastie een deel van Noord-China (inclusief een groot deel van de noordelijke grens en het huidige Peking) af aan de Khitan Liao-dynastie. In 938 zette deze dynastie een tweede hoofdstad op in wat nu Peking is. In 1125 annexeerden de Jurchen het gebied. De hoofdstad van de Jin-dynastie werd in 1153 verplaatst naar de voormalige hoofdstad van de Liao, waarbij de naam werd gewijzigd in Zhongdu (中都), of de centrale hoofdstad.

Mongoolse troepen brandden de stad Zhongdu tot de grond toe af in 1215 en herbouwden op deze plek hun grote hoofdstad, Dadu (大都, Wade-Giles: Ta-tu), in 1267, wat het begin is van het huidige Peking. De Mongoolse heerser, Koeblai Khan, die keizer van China wilde worden, vestigde in Dadu, dat dicht tegen zijn machtsbasis in Mongolië lag, zijn hoofdstad. Dadu was gelegen ten noorden van het moderne Peking. Het centrum lag bij het noordelijke stuk van de tweede ringweg, en strekte zich in noordelijke richting uit naar de derde en vierde ringweg. Resten van de stadsmuur uit de Mongoolse tijd staan nu nog overeind.

Cambaluc of Chan-Balik (Stad van de Heerser; ) is de naam waar het huidige Peking onder bekendstond tijdens de Mongoolse overheersing van China. Veroverd in 1215 door Dzjengis Khan, werd het in 1284 door Koeblai Khan tot hoofdstad van het rijk gemaakt en bleef dat tot 1368, toen de Mongolen verdreven werden door de Ming-dynastie.

De stad stond in het Chinees bekend als Dadu, de Grote Hoofdstad, en is beschreven door Marco Polo. Het was toen een van de grootste steden ter wereld, met vermoedelijk een paar miljoen inwoners. Cambaluc of Cambalu is de westerse verbastering van de oorspronkelijke Mongoolse naam die in Mongolië nog steeds voor Peking gebruikt wordt. In 1307 werd het een bisschopszetel.

In 1403 verplaatste de derde Ming-keizer Yongle (朱棣) de hoofdstad van Nanjing naar Peking. Hij gaf de stad ook zijn huidige naam. De huidige vorm van de binnenstad werd eveneens gelegd door de Ming-dynastie. De stadsmuur uit het Ming-tijdperk liep op de plaats wat nu de tweede ringweg is.

miniatuur|links|Ligging van de Verboden stad in het vroegere Peking

De Verboden Stad (Zijin Cheng) werd gebouwd tussen 1406 en 1420, gevolgd door de Hemeltempel (1420) en verscheidene andere bouwwerken. Tiananmen (Poort van de Hemelse Vrede), wat het staatssymbool van de Volksrepubliek is, brandde tot twee keer toe af. De laatste keer werd het herbouwd in 1651.

Peking bleef de hoofdstad van het Keizerrijk China, ook nadat de Mantsjoes de Ming-dynastie omver geworpen hadden en hun eigen Qing-dynastie stichtten.

Na de revolutie in 1911, gericht om het feodale keizerrijk om te vormen tot een republiek, zou oorspronkelijk de hoofdstad worden verplaatst naar Nanjing. Nadat de hoge Qing-officier Yuan Shikai de laatste Qing-keizer (Pu Yi) tot aftreden had gedwongen, en hiermee het succes van de revolutie had verzekerd, accepteerden de revolutionairen in Nanjing dat hij president van de Republiek China werd, en dat de hoofdstad Peking zou blijven.

De staatsman Yuan consolideerde meer en meer macht, wat in 1915 uitmondde in een kortstondig nieuw keizerrijk onder zijn leiding. Deze gebeurtenis was erg impopulair. Zijn bewind viel echter met zijn dood in 1916. Hierna grepen in China de krijgsheren de macht en vochten onderling verschillende oorlogen uit die ook Peking bedreigden.

Na het succes van de Noordelijke expeditie door de Kwomintang, waarbij de noordelijke krijgsheren werden gepacificeerd, werd Nanjing in 1928 officieel de hoofdstad van de Republiek China, waarmee de naam Beijing werd veranderd in Beiping.

Tijdens de Tweede Chinees-Japanse Oorlog, viel Beiping in Japanse handen op 29 juli 1937. Tijdens de bezetting werd de stad weer aangeduid met Peking, en het werd het bestuurlijk centrum van de Voorlopige Regering van de Republiek China, een vazalstaat bestuurd door Japan dat de bezette gebieden bestuurde in Noord-China. Met de overgave van Japan op 15 augustus 1945 werd het bestaan van Japans-China beëindigd en werd de naam weer Beiping.

Op 31 januari 1949, tijdens de Chinese Burgeroorlog, veroverden de Communistische strijdkrachten Beiping zonder gevechten de stad. Op 1 oktober van dat jaar riep de Communistische Partij van China, onder leiding van Mao Zedong, de Volksrepubliek China uit vanaf de Poort van de Hemelse Vrede (Tiananmen). Enkele dagen daarvoor was Beiping gekozen tot hoofdstad, waarmee de oude naam Beijing (Peking) in ere werd hersteld.

Klimaat Peking kent een warm landklimaat met korte maar ijzige winters. Dat komt mede doordat er koude winden uit Siberië overwaaien. De lente begint er vroeg en een hete zomer met uitschieters boven de 40°c is geen uitzondering.

Indeling van de stad thumb|300px|Bestuurlijke indeling van de gemeente Peking thumb|Boekwinkel in Xidan thumb|Beijing CBD thumb|Wangfujing-kathedraal

Buurten Noot: mén () betekent poort, terwijl de letterlijke betekenis van cūn () dorp is.

Belangrijke buurten in het stedelijk gebied zijn onder andere: Andingmen Beiyuan Chaoyangmen Dongzhimen Fangzhuang Fuchengmen Fuxingmen Guomao Hepingli Wangjing Wangfujing Wudaokou Xidan Yayuncun Zhongguancun

NB: Buurten kunnen enkele districten omvatten (voor de districten zie onder)

Steden Steden binnen de gemeente Peking (), maar buiten het stedelijk gebied zijn: Changping Huairou Miyun Liangxiang Liulimiao Tongzhou Yizhuang

Bestuurlijke gebieden De gemeente Peking bestaat uit zestien districten en twee arrondissimenten.

De districten zijn verdeeld in acht stedelijke en acht suburbane districten.

De stedelijke districten zijn: Dongcheng (: Dōngchéng Qū) Xicheng (: Xīchéng Qū) Chongwen (: Chóngwén Qū) Xuanwu (: Xuānwǔ Qū) Chaoyang (: Cháoyáng Qū) Haidian (: Hǎidiàn Qū) Fengtai (: Fēngtái Qū) Shijingshan (: Shíjǐngshān Qū)

De overige acht zijn verder buiten het stadscentrum gelegen en omvatten voorsteden, satellietsteden en enkele plattelandsgebieden: Mentougou (: Méntóugōu Qū) Fangshan (: Fángshān Qū) — arrondissement Fangshan tot 1986 Tongzhou (: Tōngzhōu Qū) — arrondissement Tong tot 1997 Shunyi (: Shùnyì Qū) — arrondissement Shunyi tot 1998 Changping (: Chāngpíng Qū) — arrondissement Changping tot 1999 Daxing (: Dàxīng Qū) — arrondissement Daxing tot 2001 Pinggu (: Pínggǔ Qū) — arrondissement Pinggu tot 2001 Huairou (: Huáiróu Qū) — arrondissement Huairou tot 2001

Twee districten van Peking besturen de gebieden aan de uiterste grenzen van de gemeente, dit zijn: Miyun (: Mìyún Xiàn) Yanqing (: Yánqìng Xiàn)

Deze 18 bestuurlijke gebieden worden nog verder onderverdeeld in 273 administratieve eenheden op gemeente niveau: (119 grote gemeentes, 24 gemeentes, 5 etnische gemeentes en 125 subdistricten.

Hutongs thumb|Binnenplaats van een hutong

Hutongs (), wat letterlijk steegjes betekent, zijn opgebouwd uit siheyuans (). Een siheyuan is een gebouwencomplex van vier gebouwen (woningen met meerdere gezinnen, werkplaatsen en winkeltjes) rond een centraal pleintje, omgeven door een muur. De wegen in een hutong zijn vaak oost-west aangelegd, zodat de deuren in een noord-zuidrichting geplaatst kunnen worden. Deze bouwwijze komt voort uit de filosofie Feng Shui en is ook toegepast bij de bouw van de Verboden Stad.

Vroeger waren ze talrijk, maar de siheyuans en hutongs verdwijnen in een hoog tempo. De vrijgekomen grond wordt volgebouwd met hoogbouw. De inwoners van de steegjes wordt vervangende woonruimte geboden in appartementencomplexen, minimaal het aantal vierkante meters dat de oude woning groot geweest is. Velen klagen echter dat de traditionele gemeenschapszin van de hutong in deze grote complexen verdwijnt. Met het oog op de Olympische Zomerspelen van 2008 werden deze oude en gezichtsbepalende buurten afgebroken of verborgen achter muren, de regering vond de hutongs een schande voor Peking. Er blijven er wel enkele (2 tot 3) hutongs over om te dienen als openluchtmuseum. Zo werd bijvoorbeeld de hutong in Nanchizi gespaard. Toeristen worden met een riksja langs de overgebleven hutongs gevoerd.

Demografie thumb|Het gebied in de buurt van Wangjing in Chaoyang staat bekend om de hoge concentratie Zuid-Koreaanse expats