miniatuur|Ruzie om de nalatenschap brengt inkomen voor de advocaat (Amerikaanse cartoon 1902) Een nalatenschap, ook erfenis genoemd, is in het Nederlands recht het geheel van bezittingen (zaken en vermogensrechten), schulden en vorderingen van een persoon dat bij overlijden op een of meer andere personen overgaat, de erfgenamen. Een erfdeel is een bepaalde fractie (een getal dat groter is dan 0 en kleiner dan of gelijk aan 1) van de nalatenschap. Wie erfgenamen kunnen zijn, en hoe de overgang van (goederen uit) de nalatenschap bij overlijden plaats kan vinden, is geregeld in het erfrecht, opgenomen in Boek 4 van het Nederlandse Burgerlijk Wetboek, dit is onderdeel van het vermogensrecht.Anders dan wel wordt gedacht maakt het erfrecht geen deel uit van het familierecht. Het wordt in het notariaat tot de familiepraktijk gerekend maar het erfrecht regelt geen familiaire verhoudingen, het regelt de overdracht van vermogen bij overlijden.

Het erfrecht noemt in een vaste rangvolgorde groepen personen die erfgenaam zijn, men kan van deze hoofdregels afwijken door zelf in een testament bepaalde (rechts)personen aan te wijzen die de nalatenschap zullen erven. De wettelijke of testamentaire erfgenamen volgen erflater bij overlijden van rechtswege op in alle rechten uit eigendom, bezit en houderschap, ze worden schuldenaar van alle schulden die niet met de dood tenietgaan en partij bij alle door erflater gesloten overeenkomsten (art. 4:182 BW, 6:249 jo BW). Laat overledene een partner uit huwelijk of registratie na en een of meer officiële kinderen, dan verkijgt alleen de partner de hele erfenis, hoewel de kinderen ook erfgenaam zijn (art. 4:182 lid 1 BW jo. 4:13 BW).

Overgang van de nalatenschap gebeurt in Nederland zonder tussenstap of formaliteit. De erfgenamen dragen dus direct bij overlijden alle verantwoordelijkheden en hebben gezamenlijk volledige beschikkingsmacht, ook als ze nog niet weten dat ze erfgenaam zijn. Is een testament gemaakt, zijn alleen de daarin opgenomen bepalingen geldig die onder een uiterste wilsbeschikking vallen die de wet noemt. Het kan zijn dat de overgang op de erfgenamen dan plaatsvindt met beperkingen op de (verbintenisrechtelijke) uitoefening van hun eigendomsrechten, bijvoorbeeld bij een tweetrapsmaking, toekenning van vruchtgebruik aan de een, bloot eigendom aan anderen, de benoeming van een executeur of de instelling van een testamentair bewind.

Historie Het doorgeven van eigendom aan een volgende generatie bij overlijden is wereldwijd in verschillende rechtsculturen verschillend geregeld en is in de loop der tijden veranderd. Bij Germaanse stammen was bijvoorbeeld de regel dat alles gemeenschappelijk aan de stam of een familie behoorde, er bestond geen individuele eigendom. Als een stam- of familielid overleed was geen overdracht nodig. Onder de Romeinen was privé-eigendom bekend, maar deze behoorde alleen het hoofd van de familie, de pater familias toe. In de middeleeuwen bleef de hoofdeigendom van grondgebieden vaak bij een koning of keizer en werden bepaalde eigendomsrechten tijdelijk aan anderen in leen gegeven, de leenman. Overleed deze persoon, vielen de rechten weer terug aan de uitlener. Eigendom in handen van de kerk, in gebruik bij bijvoorbeeld een paus of monniken, bleef in handen van de kerk als een paus of monnik stierf, dat wordt eigendom in dode hand genoemd. Lange tijd werd in veel rechtssystemen met privé-eigendom de nalatenschap niet doorgegeven aan dochters of er werd alleen doorgegeven aan de oudste zoon. In Nederland gaat sinds 2003 bij huwelijk of geregistreerd partnerschap de hele erfenis naar de nog levende partner, de kinderen van overledene krijgen niets, behalve een vorderingsrecht op de langstlevende dat bij diens leven niet opeisbaar is en mag worden opgemaakt.

De beginselen van het Nederlandse erfrecht stammen uit 1923, in 2003 is de huidige wet in werking getreden, men noemt dit nog wel het nieuwe erfrecht. Voor nalatenschappen die openvallen onder het huidige erfrecht met een testament opgemaakt ten tijde van het oude erfrecht, gelden regels uit overgangswetten, in beginsel is het nieuwe erfrecht van toepassing op alle erfrechtelijke verhoudingen (art. 68a Overgangswet NBW).Belangrijkste wet is de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek, de artikelen 125-139

Erfopvolging, erfenis aanvaarden of verwerpen Volgens de regeling van erfopvolging, gaat bij overlijden de nalatenschap van rechtswege direct over op de bij wet, testament of erfovereenkomst (België, Duitsland) aangewezen (rechts-)personen, erfgenaam genoemd. Met uitzondering van de kinderen van overledene als deze een partner uit huwelijk of registratie nalaat; zij worden erfgenaam genoemd maar verkrijgen geen mede-eigendom van de erfenis (art. 4:182 BW jo. 4:13 BW).Deze regeling wordt meestal de wettelijke verdeling genoemd, ten onrechte want de hele nalatenschap gaat aan de langstlevende, de kinderen worden geen deelgenoot, er hoeft niets te worden verdeeld. Het gaat om alle voor overgang vatbare rechten en verplichtingen, de eigendom, het bezit en houderschap, alsmede alle schulden van overledene. Maar niemand is gehouden een erfenis te accepteren. Voor iedereen is als eerste van belang zich vooralsnog te onthouden van gedrag dat zuivere aanvaarding van een erfenis impliceert (zie onder). Verder kan men nagaan of er een testament is of niet en als duidelijk is dat men erfgenaam is, beslissen de erfenis zuiver te aanvaarden, te verwerpen, of te aanvaarden zonder persoonlijke aansprakelijkheid voor eventuele schulden (beneficiair aanvaarden). Hierbij is van belang te weten dat een nalatenschap met een positief vermogen vóór overlijden, na overlijden negatief kan zijn als een testament is opgesteld met bijvoorbeeld legaten.

Beneficiaire aanvaarding erfenis Als beneficiair is aanvaard door een of meer erfgenamen, kunnen deze erfgenamen door schuldeisers niet gehouden worden schulden van overledene of nalatenschap uit het eigen vermogen te betalen. Er gelden dan bijzondere regels voor de afwikkeling die de erfgenamen verplichten de erfenis te vereffenen via een procedure die wordt gecoördineerd door de rechtbank. Als bij testament een executeur is benoemd kan een vereffeningsprocedure worden voorkomen wanneer de executeur de nalatenschap inventariseert en kan verklaren dat er voldoende middelen zijn om alle opeisbare schulden van de nalatenschap te voldoen. Bij schulden gaat het niet alleen om schulden die overledene had bij overlijden maar ook om schulden die er daarna bijkomen zoals de verplichting legaten te voldoen, de kosten van de uitvaart of de erfbelasting.

Zuivere aanvaarding door gedrag Wanneer iemand zich ondubbelzinnig en zonder voorbehoud als erfgenaam gedraagt mag er juridisch van worden uitgegaan dat deze persoon de nalatenschap zuiver heeft aanvaard (art. 4:194 lid 1 (vanaf 2016) BW).De tekst van artikel 4:194 lid 1 is in 2016 veranderd omdat onduidelijkheid bestond welke gedragingen tot zuivere aanvaarding konden leiden en erfgenamen zuiver aanvaarden zonder er zich van bewust te zijn. Parlementaire behandeling Wet bescherming erfgenamen tegen schulden De hoogste rechter bepaalde in 2021 dat niet te snel mag worden aangenomen dat door gedragingen zuiver is aanvaard in verband met de potentieel verstrekkende gevolgen voor de desbetreffende erfgenaam en de omstandigheid dat erfgenamen die belast zijn met het regelen van de praktische gevolgen van het overlijden van een naaste op die verstrekkende gevolgen niet steeds bedacht zullen zijn. Daden van beheer of nodig voor het regelen van de uitvaart, kunnen niet leiden tot het aannemen van stilzwijgende zuivere aanvaarding. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bepaalde in 2022 dat het voldoen van enkele kleine schulden van overledene met nalatenschapsgeld als daad van zuivere aanvaarding moet worden beschouwd in een zaak waar erfgenamen zich lieten bijstaan door een 'erfrechtjurist'.Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 8 november 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:11168.Het begrip of het beroep jurist is niet beschermd. Eenieder mag zich zo noemen en dit als beroepsaanduiding gebruiken, ook zonder enige opleiding op het gebied van recht. Ook termen als erfrechtspecialist of nalatenschapsplanner zijn fantasiebegrippen.

Geen testament Indien geen testament is opgesteld, wordt de nalatenschap toegedeeld volgens de algemene wettelijke regels van erfopvolging bij versterf. Zijn er een partner uit huwelijk of registratie en een of meer kinderen, wordt dit veelal "wettelijke verdeling" genoemd maar hier vindt geen verdeling plaats. Volgens de hoofdregel verkrijgt namelijk de partner uit huwelijk of registratie de hele erfenis en krijgen de kinderen van overledene uit een staand of vorig huwelijk een vorderingsrecht ter grootte van hun theoretisch erfdeel op de langstlevende, opeisbaar bij diens overlijden, waarop de langstlevende mag interen. Zijn er geen huwelijks- of geregistreerd partner of kinderen, volgen andere bloedverwanten van de overledene op, zoals ouders, broers en zussen.De wettelijke verdeling bij erfrecht, RijksoverheidWettelijke verdeling, Nederlandse Belastingdienst Ook is bij wet de grootte van de erfdelen geregeld, uitgedrukt als fractie van het te verdelen vermogen. Partners waarmee geen geregistreerd partnerschap is aangegaan en zogenaamde patchwork-kinderen zijn buitengesloten, ook als men al lang samenleeft.

Beschikken over de nalatenschap

De wettelijke standaardregeling voor de personen die de nalatenschap bij overlijden krijgen, kan geheel of deels opzij worden gezet door zelf te beschikken over de nalatenschap. Dat kan door het maken van een uiterste wilsbeschikking die een erfstelling of een onterving bevat (art. 4:1 lid 1 BW). Een erfstelling is een uiterste wilsbeschikking, waarbij iemand een of meer personen aanwijst aan wie het hele te verdelen vermogen of een bepaalde fractie daarvan wordt nagelaten, men stelt zelf de erven vast. (art. 4:115 BW).Door legaten kunnen de individuele bedragen groter of kleiner worden, zie verderop. Hier geldt als vormvoorschrift dat de uiterste wilsbeschikking(en) moeten worden vastgehouden in een uiterste wil (testament); dat is ofwel een onderhandse akte in bewaring gegeven bij een notaris, ofwel een notariële akte. Meestal wordt gekozen voor opstellen van de testamentaire akte door een notaris, onder andere vanwege de bewijskracht van de akte die door de notaris als ambtsdrager wordt opgemaakt. In de keus voor juridische advisering over de inhoud van een testament is men vrij, dat kan een notaris zijn maar ook een advocaat, estate planner of accountant met de specialisatie erfrecht, of ieder ander. De wensen worden door erflater zelf opgeschreven in een onderhandse akte, gedagtekend en ondertekend en bij de notaris in bewaring gegeven, of de testateur geeft aan een notaris zijn wensen te kennen die deze vertaalt naar de beschikbare erfrechtelijke mogelijkheden en een concepttestament opstelt. Dat kan door de testateur worden gecontroleerd en eventueel gewijzigd, bij onduidelijkheden kan uitleg worden gevraagd. Als de wensen goed zijn weergegeven stelt de notaris de akte op die dan door de testateur wordt ondertekend in aanwezigheid van de notaris, en door de notaris. Al deze handelingen dienen hoogstpersoonlijk en in Nederland onder vier ogen met de notaris te worden verricht, in België in aanwezigheid van twee getuigen of een tweede notaris. In Nederland zijn getuigen sinds 2003 niet meer vereist, maar de notaris of een ander kan de aanwezigheid van getuigen verlangen. Het origineel van de akte wordt door de notaris bewaard, de testateur ontvangt een afschrift (officiële kopie). De notaris deelt het Centraal Testamentenregister mee dat een akte is opgesteld, met datum en bewaarplaats. Zo kan eenieder na overlijden nakijken óf een testament is opgesteld en zo ja wanneer en bij welke notaris. Alleen het laatst opgestelde testament heeft rechtskracht. Mits het aan alle vereisten voldoet.

Rechtsgeldig beschikken over de nalatenschap