miniatuur|Monument voor het verdwenen dorp Jacobswoude is een verdwenen dorp dat op het grondgebied van de huidige gemeente Kaag en Braassem lag.

Geschiedenis Volgens de plaatselijke overlevering, opgetekend door de Woubrugse veldwachter Otto Cornelis van Hemessen, komt Jacobswoude voor het eerst voor in het jaar 823, toen ambachtsheer Jacob van Woude het gebied in leen zou hebben gekregen van Lodewijk de Vrome. Hij bouwde — in de buurt van de houten kapel van het ambacht Esselijkerwoude — een burcht en noemde die Ter Woude. Rond deze burcht vestigden zich een aantal boeren waarmee de buurtschap Jacobswoude werd gevormd.

In de 12e eeuw zou priester Hendrik er pastoor zijn geweest, die ook actief was bij de ontginning van het land. De naam Jacobswoude werd nog eens in het jaar 1283 genoemd.

In 1494 telde de buurtschap achtendertig woningen. De middelen van bestaan waren visserij, veeteelt en het delven van turf.

In 1522 werd de later wegens ketterij veroordeelde Jan de Bakker er pastoor. Rond het dorp werd al het veen afgegraven waardoor het gebied vooral uit water kwam te bestaan. Jacobswoude raakte in verval. De bewoners verhuisden naar Woubrugge. In 1586 werd de kerk afgebroken en gebruikt voor de fundering van een nieuwe kerk aan de Woudwetering.

In het midden van de 18e eeuw begon men aan de drooglegging van de plassen. De Vierambachtspolder viel na vijf jaar malen droog in 1744 en werd in 1746 verkaveld, er was weer bewoning mogelijk in het gebied.

Naam en ligging In de oudste vermelding, uit 1063, heet het ambacht Asclekerwalt; in de bronnen daarna Esselijkerwoude. De naam Jacobswoude raakte pas later in gebruik, nadat elf generaties heren Van den Woude, allen Jacob geheten, het slot Ter Woude hadden bewoond. Op kaarten van het Hoogheemraadschap van Rijnland uit 1615 staat "Jacobswoude anders Esselijkerwoude".

Over het bestaan en de ligging van het dorp bestaat geen overeenstemming. De rechtshistoricus H. van der Linden stelde in 1982 dat Jacobswoude nooit als afzonderlijke nederzetting naast Esselijkerwoude heeft bestaan en dat Esselijkerwoude niet in de Vierambachtspolder lag, maar aan de Wijde Aa. Laarmans betoogde daartegen dat het buurtschap wel degelijk heeft bestaan, bij het slot en de kerk aan de huidige kruising Herenweg-Kruisweg.

Monument Op de plek waar ooit de kerk van Jacobswoude gestaan zou moeten hebben, bij de kruising van de Kruisweg (richting Woubrugge) met de weg van Alphen aan den Rijn naar Leimuiden, de Herenweg (de N207) staat nu een monument. Het werd onthuld op 30 juli 1913, tijdens de Onafhankelijkheidsfeesten waarbij gevierd werd dat er honderd jaar daarvoor een eind gekomen was aan de Franse bezetting. In 1916 werd er naast het monument een stenen bank geplaatst. Hierin werd een grafsteen verwerkt afkomstig van het kerkhof van Jakobswoude. In 1936 werd de Provinciale weg verbreed en werd het monument verplaatst en opgeknapt. Dat gebeurde opnieuw in 1988 toen er een fietstunnel onder de weg werd aangelegd. De laatste opknapbeurt kreeg het monument in 2018. Schoolkinderen uit de buurt maakten teksten en gedichten en twee daarvan zijn op lage zuiltjes naast het monument geplaatst.

In een bakstenen zuil zijn drie natuurstenen plaquettes ingemetseld met de volgende teksten: Noordzijde: Her-innering aan het verdwenen dorp Jacobswoude Westzijde: 1747 – 1936 Zuidzijde: Geen muren verduren der uren geweld Die laatste regel komt uit het gedicht 'Het Roosje' van Robert Hendrik Arntzenius.

Aan de overkant van de Kruisweg, bij het Carpoolplein, heeft de provincie Zuid-Holland het gedicht 'men verplaatst zich' van Anton Korteweg aangebracht.

In 1991 werd door een fusie van de gemeenten Leimuiden, Rijnsaterwoude en Woubrugge de gemeente Jacobswoude gevormd. Deze ging in 2009 deel uitmaken van de gemeente Kaag en Braassem.

Jacobswoude dorp Categorie:Verdwenen plaats in Zuid-Holland