Lodewijk Napoleon Bonaparte (oorspronkelijk: Luigi Napoleone Buonaparte) (Ajaccio, 2 september 1778 – Livorno, 25 juli 1846), bijgenaamd de Lamme Koning, Lodewijk de Goede en Konijn van 'Olland, was een jongere broer van keizer Napoleon I en de vader van de latere Franse keizer Napoleon III. Op 5 juni 1806 werd hij op last van zijn broer Napoleon koning van Nederland, dat toen officieel het Koninkrijk Holland heette.

Historici beschouwden hem lange tijd niet als een zelfstandig vorst, maar louter als een gekroonde gouverneur, in dienst van de echte machthebber Napoleon I. Ook zijn echtgenote Hortense beschreef zijn functie op die manier. In de latere geschiedschrijving wordt genuanceerder gedacht over Lodewijk Napoleons regering. De koning van Holland, door zijn onderdanen aanvankelijk gezien als louter zetbaas van Napoleon, maakte zich snel geliefd onder het volk door zijn betrokken optreden bij rampen en de hulp die hij zelf actief bood. Hij probeerde een eigen koers te varen en kwam op voor de belangen van het koninkrijk Holland, tegen de instructies van zijn broer. Dat leidde tot steeds toenemende conflicten tussen de broers. Als gevolg daarvan trad hij op 1 juli 1810 zelf af als teken van protest en kroonde zijn zoon, toen zes jaar oud, tot koning van Holland. Zeeland en Noord-Brabant waren toen al door Napoleon bij Frankrijk ingelijfd. Na Lodewijks aftreden was het hele koninkrijk Holland van 9 juli 1810 tot 21 november 1813 ingelijfd door het Eerste Franse Keizerrijk.

Jeugd en militaire carrière Lodewijk (Italiaans: Luigi; Frans: Louis) werd in 1778 geboren op het eiland Corsica als zoon van Carlo Maria Buonaparte en Maria Laetitia Ramolino. Hij was de vijfde in de rij van uiteindelijk acht kinderen. Hij had drie oudere broers, Jozef, Napoleon en Lucien, een oudere zuster, Elisa, twee jongere zusters, Pauline en Carolina, en een jongere broer, Jérôme.

Na de dood van zijn vader in 1785 werd hij opgevoed door zijn oudere broer Napoleon. Hij kwam in 1791 naar het vasteland van Frankrijk, waar hij Frans leerde; zijn moedertaal was Italiaans. Onder zijn broer streed hij in de Italiaanse Veldtocht. In Italië liep hij een seksueel overdraagbare aandoening op, waar zijn gezondheid de rest van zijn leven onder zou lijden. Hij nam ook deel aan de expeditie naar Egypte en hij werd bevorderd tot kolonel. Bij Napoleons keizerskroning in 1804 werd hij brigadegeneraal, maarschalk van Frankrijk en keizerlijk prins.

Huwelijk met Hortense thumb|Lodewijks echtgenote Hortense de Beauharnais Napoleon arrangeerde in 1802 een huwelijk tussen zijn broer Lodewijk en Hortense de Beauharnais, dochter van zijn gemalin Joséphine de Beauharnais. Beide echtgenoten ervoeren het huwelijk als zeer ongelukkig. Hortense hield het niet lang uit bij haar man in Holland en vertrok weer naar Frankrijk, waarna het echtpaar gescheiden leefde. Niettemin kreeg Hortense in 1808 nog een zoon, de latere keizer Napoleon III, wiens vader Lodewijk zou zijn. Over zijn eigen afkomst sprak Napoleon III: "Ik heb het nagerekend".Bresler, Fenton - "Napoleon III: A life", 1999

Hun drie zoons: Napoleon Karel Bonaparte (10 oktober 1802 – 4 mei 1807) Napoleon Lodewijk II Bonaparte (11 oktober 1804 – 17 maart 1831), groothertog van Berg, begin juli 1810 gedurende twaalf dagen in naam koning van HollandLodewijk Napoleon deed op 1 juli 1810 afstand van de troon ten behoeve van zijn toen vijfjarige zoon. "Wij afstand doen op dit oogenblik, van den rang en koninklijke waardigheid van dit koningrijk Holland, ten behoeve van Onzen veel geliefden zoon Napoleon Lodewijk, en, bij ontstentenis van dezelven, ten behoeve van Hoogstdeszelfs broeder Karel Lodewijk Napoleon.". (zie hier). Acht dagen later werd het koninkrijk Holland ingelijfd bij Frankrijk. Karel Lodewijk Napoleon III Bonaparte (20 april 1808 – 9 januari 1873), keizer der Fransen

's Konings vrouw had een affaire met Charles de Flahaut, die zelf een buitenechtelijke zoon was van de diplomaat Talleyrand, en uit hun liaison werd in 1811 Charles Auguste geboren, de latere hertog van Morny. Lodewijk zag het huwelijk toentertijd als definitief beëindigd; de bevolking zag dat anders en er werd een rijmpje gemaakt dat in de eerste jaren van de 19e eeuw de ronde deed: Le Roi de Hollandefait de la contrebande.Et sa femme, ils m'ont ditfait les faux Louis! De Koning van Hollandis een smokkelaar.En zijn vrouw, zo zei men mij,doet in valse Lodewijken ("Faux louis" zijn ook valse munten)

Een opgedrongen vorst Napoleon besloot in 1806 een eind te maken aan de Bataafse Republiek, die een groot deel van het huidige grondgebied van Nederland besloeg, omdat hij in de strategisch gelegen Nederlanden een gezag wenste dat niet tegen zijn belangen zou handelen. Hij stichtte het Koninkrijk Holland en plaatste zijn jongere broer Lodewijk Napoleon op de troon. Door Lodewijk Napoleon tot vorst te benoemen, kon de Franse keizer indirect invloed uitoefenen. Door het overlijden van stadhouder Willem V op 9 april 1806 stond niemand Napoleon meer in de weg. De zoon van Willem V, erfprins Willem Frederik, had in tegenstelling tot zijn vader afstand gedaan van zijn rechten in de Nederlanden in ruil voor het vorstendom Fulda. Na een georkestreerd maar formeel verzoek uit Nederland op 5 juni 1806 werd Lodewijk Napoleon koning van Holland.

Lodewijk Napoleon maakte echter bezwaar tegen de plannen van zijn broer. Omdat hij al jaren kwakkelde met zijn gezondheid – reuma dwong hem regelmatig kuuroorden op te zoeken – was hij niet van plan naar Nederland af te reizen., Wat nu?', zei Pichegru: de Franse Tijd in Nederland, 1795-1813, Hilversum, 2004, p. 49. Ook beviel het hem niet dat zijn broer hem als een ondergeschikte behandelde, die zonder inspraak de keizerlijke orders moest uitvoeren. Napoleon was echter onverbiddelijk, en uiteindelijk schikte Lodewijk zich in zijn lot.

thumb|Wapen van het koninkrijk Holland / Lodewijk Napoleon Ook het Nederlandse verzet liep stuk. Op orders van de keizer reisde een Bataafse regeringsdelegatie naar Parijs af om over de machtswisseling te onderhandelen. Napoleon weigerde echter de afvaardiging te ontvangen, en tot hun grote vernedering moesten de delegatieleden Lodewijk uit naam van het Hollandse volk verzoeken vorst te worden. Een façade van legitimiteit kon niet verhullen dat de Nederlanders een vorst kregen opgedrongen. Op 5 juni 1806 vond de officiële ceremonie plaats. In het bijzijn van de Bataafse delegatie werd Lodewijk Napoleon in Parijs tot vorst van het koninkrijk Holland benoemd. Louis was nu: "Zijne Majesteit Lodewijk Napoleon door de genade Gods en de constitutie des rijks Koning van Holland, connétable van Frankrijk".

Om de Nederlandse patriciërs aan zijn troon te binden, stelde de nieuwe koning op 12 december 1806 een ridderorde, de "Orde van de Unie", in. Nederland kende geen ridderorden, maar de orde werd een onverwacht succes. De lijfspreuk van die orde luidde: 'Doe wel en zie niet om'. Een gegeven dat Lodewijk zelf toepaste in zijn manoeuvreren tussen de wensen en eisen van zijn broer aan de ene kant en de noden van Nederland anderzijds.

Gezagsprobleem Bij zijn aankomst in Nederland had Lodewijk een gezagsprobleem, omdat de Hollanders een vorst kregen opgedrongen. Bovendien werd na eeuwen de Republiek plots voor een monarchie ingeruild, terwijl de patriotten zich juist fel hadden verzet tegen de stadhouderlijke monarchale ambities. Nederland was tot Lodewijks komst een republiek. Een vorst op de Nederlandse troon was in de ogen van de Hollandse patriotten in strijd met alles waar de zuivere republikeinse traditie en de uitgangspunten van de Bataafse Revolutie voor stonden.

Vreemd genoeg was van verzet nauwelijks sprake. Bij Lodewijks intocht in Den Haag waren slechts her en der toeschouwers te bespeuren, die meer uit nieuwsgierigheid dan enthousiasme een blik van de onbekende vorst wilden opvangen. Op enkele pamfletten na, met kritiek op de Franse koning, van de polemiste Mietje Hulshoff, die daarvoor werd opgesloten, bleven protesten en revolutie uit. Apathisch wachtte het gewone volk op wat de nieuwe machthebber hen zou brengen.

thumb|Lodewijk Napoleon Historici hebben zich afgevraagd waarom verzet uitbleef. Meerdere redenen zijn te geven. Om te beginnen werd Nederland niet ingelijfd bij Frankrijk. Alhoewel Napoleon via zijn broer aan de touwtjes kon trekken, bleef het land in naam onafhankelijk en werden de eigen wetten en religie gehandhaafd, evenals de vrijstelling van dienstplicht. Al met al was de Franse onderwerping niet totaal. In de tweede plaats was de politieke overgang niet abrupt: stadhouder Willem V had al de pretenties van een vorst gehad, terwijl een kleine groep meer bekwame bestuurders aan de touwtjes trok. Daarnaast koesterden veel burgers de hoop dat na de revolutie en de staatsgrepen een sterke man rust zou brengen.

Afgezien van een klein groepje fanatieke orangisten zullen de meeste edelen, regenten en welgestelde burgers blij zijn geweest met een stabiel bestuur dat hun welstand en rol in het bestuur ongemoeid liet.

Lodewijks bestuur

Al viel het verzet dus mee, de nieuwe vorst nam geen genoegen met de gelatenheid, maar poogde daadwerkelijk de sympathie van het volk te winnen en zijn gezag te rechtvaardigen. Reeds in zijn welkomsttoespraken haastte Lodewijk zich de Hollanders gerust te stellen. Hij mocht dan op Corsica zijn geboren, hij beloofde plechtig het belang van zijn Hollandse onderdanen in het oog te houden.

Lodewijk Napoleon behield ook als koning van Holland zijn Franse functies en waardigheden. Hij was Grand Connétable, hoogste militaire gezagsdrager, van het Keizerrijk. Daarnaast was hij kolonel-generaal van de karabiniers, Grootadelaar en lid van de Grote Raad van het Legioen van Eer, senator, staatsraad en divisie-generaal. Aan elk van deze functies waren ook ruime inkomsten verbonden en de keizer herinnerde zijn broer er in brieven aan dat hij vooral een connétable van het keizerrijk en pas in de tweede plaats een koning was. Lodewijk zag dat duidelijk anders.

Koning van Holland thumb|Het koninkrijk Holland in 1807 Lodewijk nam zijn taak zo serieus dat hij taallessen nam bij de hoogleraar David Jacob van Lennep en bij de schrijver en hofdichter Willem Bilderdijk om het Nederlands onder de knie te krijgen., Wat nu?', zei Pichegru: de Franse Tijd in Nederland, 1795-1813, Hilversum, 2004, p. 57. Maar zoals voor alle Franstaligen ging hem de Nederlandse accentuering niet gemakkelijk af. Zo zou hij zichzelf bij een toespraak in Amsterdam (door de Franse neusklank) konijn van Olland genoemd hebben. De historiciteit van deze gebeurtenis staat echter niet vast. Ook Deventer, dat hij op 4 mei 1809 bezocht, beweert dat de koning daar zichzelf konijn genoemd zou hebben. Daarnaast had Lodewijk het Nederlands verheven tot de officiële taal in het bestuur, en hoewel dit besluit vooral was bedoeld om Franse spionnen te dwarsbomen, kreeg hij met zijn taalinteresse wel enige sympathie bij het Nederlandse volk, weliswaar vermengd met meewarigheid.

Een voorbeeld van Lodewijks taalbeheersing is een briefje dat hij in 1807 vanuit de Pyreneeën verstuurde naar minister Willem Frederik Röell, die naar hem onderweg was:

Rondreizen