Henriette Roland Holst-van der SchalkSoms wordt haar voornaam gespeld als Henriëtte, maar haar geboorteakte spelt haar naam zonder trema en ook zelf gebruikte zij dat trema niet. (Noordwijk-Binnen, 24 december 1869 – Amsterdam, 21 november 1952) was een Nederlandse dichteres en socialiste. Haar roepnaam was Jet; zij stond bij velen bekend als „tante Jet”, onder meer als tante door huwelijk van de dichter Adriaan Roland Holst (1888–1976).

Jeugd Henriette van der Schalk groeide op in woonhuis De Lindenhof in het welgestelde, liberaal-christelijke gezin van notaris Theodoor Willem van der Schalk en Anna Ida van der Schalk-van der Hoeven. Zij ging vier jaar op kostschool in Velp en studeerde Frans in Luik.

Het duurde niet lang voordat haar talent als dichteres tot ontwikkeling kwam. Ze trouwde in 1896 met de beeldend kunstenaar Richard Roland Holst (Rik) en raakte bevriend met de dichter Herman Gorter, die haar aanzette tot het lezen van Das Kapital van Karl Marx. In diezelfde tijd werd ze politiek actief en begon haar carrière als schrijfster op politiek, historisch en filosofisch gebied.

Dichtwerk thumb|Rik en Henriette Roland Holst in 's-Graveland (ca. 1900) Rond 1890 maakte Henriette Roland Holst kennis met Albert Verwey, die met Willem Kloos tot de voormannen van de Tachtigers en tot de oprichters van De Nieuwe Gids behoorde. In 1892 leerde ze de kunstschilder Jan Toorop kennen. Ze droeg aan Toorop en Verwey haar eerste sonnetten op: aan Toorop onder andere "'k Ben nu geen vrouw; ik ben nu enkel dichter" en aan Verwey onder andere "Ik wil niet meer als vroeger tot U gaan". In deze gedichten etaleerde ze haar intense behoefte dichter(es) te worden.

Een van de sonnetten aan Toorop werd in 1892 gepubliceerd en in 1893 verschenen zes van haar sonnetten in De Nieuwe Gids. Haar roem was onmiddellijk gevestigd. Kloos schreef haar: "Laat mij maar dadelijk zeggen, dat u de grootste dichter is, die op 't ogenblik leeft". In diezelfde tijd maakte ze kennis met het werk van Herman Gorter.

Op 28 juni 1892 kwamen haar vader en haar jongere zuster om het leven door een ongeluk. Kort daarna werd ze ten huize van Albert Verwey voorgesteld aan de beeldend kunstenaar Richard Roland Holst. Hij kende Herman Gorter goed en het duurde niet lang voor ook Henriette kennis maakte met Gorter, die toen al een gevestigd dichter was. Hij had in 1889 zijn Mei gepubliceerd. Hij raadde haar aan Plato, Dante en Spinoza te lezen.

In 1894 verschenen van Henriette Roland Holst 25 sonnetten in het eerste nummer van het Tweemaandelijks Tijdschrift van Verwey. In 1896 verscheen de bundel Sonnetten en Verzen in Terzinen geschreven. De vormgeving van de bundel werd verzorgd door Rik. Later zouden nog vele bundels volgen.

Socialisme thumb|left|180px|Borstbeeld van Henriette Roland Holst voor haar geboortehuis in Noordwijk thumb|right|Henriette Roland Holst-van der Schalk spreekt op een bijeenkomst voor algemeen kiesrecht

Op 27-jarige leeftijd werd Henriette lid van de SDAP. Ze was daarna avond aan avond bezig in rokerige zaaltjes arbeiders op te roepen tot strijd om hun armzalige lot te verbeteren. Ze kwam in het partijbestuur en werd in 1900 afgevaardigd naar de Internationale. Op internationale congressen, onder meer de Zimmerwaldconferentie in 1915, had zij ook contact met vooraanstaande marxisten zoals Karl Liebknecht, Rosa Luxemburg en Lev Trotski. Na de Russische Revolutie werd ze communiste.

In 1911 stapte ze, als orthodox marxiste, uit de SDAP. In tegenstelling tot de meeste andere orthodoxe marxisten stapte ze niet onmiddellijk over naar de SDP (de latere CPN); tegen het advies van Rosa Luxemburg in bleef ze enige jaren partijloos. Wel richtte ze in 1915, samen met een aantal SDAP- en SDP-leden, de Revolutionair Socialistische Vereeniging op. Deze ging een jaar later in de SDP op, waarbij ook Roland Holst overstapte.

'Rode Jet' speelde ook een rol tijdens de revolutionaire woelingen van november 1918. Op 13 november trok ze met David Wijnkoop aan het hoofd van een stoet op naar de Oranje-Nassau Kazerne in Amsterdam, om zich "met de huzaren te verbroederen". Ingrijpen van de ordetroepen kostte twee doden, de enige slachtoffers van de "revolutie die niet doorging".

Henriette Roland Holst raakte gefrustreerd door de steeds toenemende interne strubbelingen binnen de CPN en brak hiermee in 1927. Dit was echter niet het einde van haar politieke betrokkenheid. Ze sloot zich aan bij de door de oppositie net opgerichte Bond van Kommunistische Strijd- en Propagandaclubs (BKSP). In het eerste nummer van De Kommunist, het orgaan van de BKSP, schreef zij: 'In het teken der waarachtigheid. Tegen leugen en bedrog als specifiek communistisch strijdmiddel'. Haar opvattingen over ethiek werkte zij nader uit in Communisme en moraal (Arnhem 1925). Daarnaast onderhield ze ook goede relaties met Indonesische nationalisten die in de jaren twintig als student in Nederland verbleven, waaronder Mohammad Hatta. Samen met Hatta nam ze deel aan het oprichtingscongres van de Liga tegen Imperialisme en een congres van de Ligue Internationale des Femmes pour la Paix et la Liberté in het Zwitserse Gland. Tot na de onafhankelijkheid van Indonesië in 1949 bleven Roland Holst en Hatta contact houden.

1928-1952: religieus-socialiste thumb|Een video over haar 80ste verjaardag Henriette Roland Holst kende diepe inzinkingen. Ze leed aan depressies, aanvallen van anorexia, bloedarmoede en hartziektes, maar als ze zich goed voelde, streed ze met een niet aflatende ijver voor een verbetering van de positie van arbeiders, jongeren en vrouwen.

Haar gedichten waren aanvankelijk hartstochtelijk socialistisch. Ze schreef onder andere de Nederlandse tekst voor het strijdlied De Internationale. Later kreeg haar werk een meer religieus karakter. Ze schreef toneelstukken, biografieën (van Rousseau, Gandhi en Tolstoi), journalistiek werk en hoorspelen.

In september 1926 verhuisde zij met haar man naar Bloemendaal om daar tot 1939 te blijven wonen op Zomerzorgerlaan 27. In die 13 jaar (van haar 57ste tot haar 70ste jaar) schreef zij tal van toneelstukken, dichtbundels en beschouwingen. Ze correspondeerde met intellectuelen en had een innige vriendschap met de Overveense Johannes Eduard Post, die in de oorlog een verzetsheld werd.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was ze actief in het verzet, als redacteur van het verzetsblad De Vonk, later De Vlam. Hoewel ze rijk was, kon ze zeker geen 'salonsocialist' worden genoemd. Haar rijkdom stond echter wel in schril contrast met het door haar uitgedragen orthodoxe marxisme. Tijdens steeds strenger wordende censuur die het Nederlands onderwijs trof tijdens de bezettingsjaren, werd haar De nieuwe geboort op last van het departement van Onderwijs, Wetenschap en Cultuurbescherming in september 1942 geplaatst op de lijst van verboden lesmiddelen.

Aan het eind van haar leven schreef ze de autobiografie Het vuur brandde voort. Ze overleed op 82-jarige leeftijd. Voor haar geboortehuis in Noordwijk is in 1969 een borstbeeld geplaatst.

Prijzen 1934 - Prijs voor Meesterschap voor haar gehele oeuvre 1949 - Prijs voor kunsten en wetenschappen voor haar gehele oeuvre

Eredoctoraat thumb|Eredoctoraat Universiteit van Amsterdam (1947) Op 20 mei 1947, ter gelegenheid van de driehonderdjarige herdenking van de sterfdag van Pieter Cornelisz. Hooft, ontving Henriette Roland Holst, samen met Kamiel Huysmans, Pieter Nicolaas van Eyck en Herman Teirlinck een eredoctoraat aan de Universiteit van Amsterdam.Harting e.a. 1947 Prof. dr. J.M. Romein, die als promotor van Henriette Roland Holst (en van Kamiel Huysmans) optrad, begon zijn toespraak met te vermelden dat de onderscheiding haar door de Faculteit der Letteren en Wijsbegeerte werd toegekend vanwege haar uitnemende verdiensten voor de Nederlandse letteren inzonderheid voor de poëzie en voor de geschiedenis. Wat betreft die verdiensten voor de Nederlandse letteren stelde hij: “gij zijt onze grootste dichteres en meer: een van de grootste dichteressen aller tijden.”Harting e.a. 1947, p. 10 Inzake haar verdiensten voor de geschiedenis - waarover Romein meende tenminste met enig gezag te kunnen oordelen - belichtte Romein uit het “overrijke oeuvre” van de promovenda drie titels, die haar het meest typeerden: haar biografie van Tolstoi, haar Revolutionaire Massa-aktie en haar Kapitaal en Arbeid in Nederland. Van deel 1 van het laatste boek zegt Romein: Uw uit 1902 is een meesterwerk, in opzet en van uitvoering.Harting e.a. 1947, p. 13

Uit het archief met nominaties voor de Nobelprijs voor de Literatuur bij de Zweedse Academie blijkt dat Henriette Roland Holst in 1939 en 1950 genomineerd is geweest voor de Nobelprijs.Archief met nominaties voor de Nobelprijs voor de Literatuur bij de Zweedse Academie. Gearchiveerd op 6 maart 2023.

Werken thumb|Kunstwerk van Joke C. Bos, ‘Poëzie aan de muur’, met tekst van Henriette Roland Holst. thumb|Opening Henriette Roland Holst-Oord (1951)

Lyrische poëzie Sonnetten en Verzen in Terzinen geschreven; oorspronkelijke uitgave (grafische verzorging door Richard Roland Holst): Scheltema en Holkema's Boekhandel, Amsterdam 1896. Herdrukt in eenvoudiger vorm bij W.L. en J. Brusse, Rotterdam in 1913 en 1922 en bij BZZTôH, 's-Gravenhage 1983 (Digitale versie) De nieuwe geboort. Amsterdam, Tierie & Kruyt, 1902 (Digitale versie) De nieuwe geboort (1902); vijfde druk: 1928 Opwaartsche wegen (1907); derde druk: 1921 (Digitale versie) De vrouw in het woud (1912); derde druk: 1923 (Digitale versie) Het feest der gedachtenis (1915); tweede druk: 1917 (Digitale versie) Het pantheon der menschheid, (1915); tweede druk: 1919, met gedichten in Fransch en Duitsch Verzonken grenzen (1918); tweede druk: 1920 (Digitale versie) Tusschen twee werelden (1923) (Digitale versie) Vernieuwingen (1929) (Digitale versie) De geestelijke achtergrond van het socialisme. Verslag van het gesprokene in de conferentie tot opwekking en verdieping van socialistische gezindheid gehouden te Bussem op 17 en 18 december 1927 (Digitale versie) Verworvenheden (1927); derde druk: 1929 Keur uit de gedichten (1928), verzameld en van een inleiding voorzien door S.A. Baelde. Met twee portretten. Tusschen tijd en eeuwigheid (1934) (Digitale versie) Opgang tot het huis der gemeenschap. (1934) De loop is bijna volbracht. Vier gedichten (1944) (Digitale versie) Wordingen. Een cyclus van liefde en vertrouwen (1949) Uit de diepte. Tijdgedichten (1946) (Digitale versie) Garmt Stuiveling (ed.): Jeugdwerk (1884 – 1892), 1969

Dramatische poëzie miniatuur|links|Sonnetten en verzen in terzinen geschreven Sonnetten en verzen in terzinen geschreven. Rotterdam, W.L. & J. Brusse, 1895 (Digitale versie) De opstandelingen, 1910, 3e druk: 1918 Thomas More (1912); Zeven uitgaven: 1912, '16, '21, '30, '41, '48, '57) vierde druk: 19304e druk Thomas More op DBNL. Gearchiveerd op 13 januari 2022. Meiliederen en propaganda verzen. Amsterdam, Bos, 1915 (Digitale versie) Het offer. Rotterdam, W.L. & J. Brusse (1921) (Digitale versie) De kinderen. Feestelijk spel in verzen (1922) (Digitale versie) Arbeid. Een spel tot inwijding (1923), opgenomen in: Tusschen twee werelden (1923) Heldensage. Een gedicht. (1927) (Digitale versie) Kinderen van dezen tijd. Een leekenspel (1931); tweede druk: 1931 Wij willen niet. Een anti-oorlogsspel (1931) De roep der stad. Een leekenspel (1933) (Digitale versie) Gedroomd gebeuren. Dramatisch spreekkoor (1937), op uitnodiging van de AVRO in januari 1937 geschreven voor de prijsvraag voor een declamatorium, Met bibliografie van H. Roland Holst-van der Schalk, (Digitale versie) In de webbe der tijden. Verzen (1947) (Digitale versie)

Politiek werk Een woord aan de vrouwen der arbeidende klasse naar aanleiding der nat. tentoonstelling van vrouwen-arbeid. Amsterdam, J.A. Fortuijn, 1898 (Digitale versie) Socialisme en literatuur. Amsterdam, Poutsma, 1899 (Digitale versie)