Superiore anno (Latijn voor "vorig jaar") is een encycliek van paus Leo XIII, uitgevaardigd op 30 augustus 1884, over het bidden van de rozenkrans. De brief is gericht aan de patriarchen, primaten, aartsbisschoppen en bisschoppen die in gemeenschap met de Heilige Stoel staan. De titel is ontleend aan de eerste woorden van de Latijnse tekst. De oorspronkelijke tekst werd gepubliceerd in de Acta Sanctae Sedis, deel XVII (1884), bladzijden 49–51.
De encycliek hernieuwde de oproep die Leo XIII een jaar eerder in Supremi apostolatus officio had gedaan om in oktober bijzondere rozenkransdevoties te houden. In 1884 verbond hij deze oproep bovendien met de toenmalige cholera-epidemie in Zuid-Frankrijk en Italië. Naast voorschriften voor openbare gebeden en aflaten bevat Superiore anno een uitzondering voor bewoners van plattelandsgebieden die wegens landbouwwerkzaamheden in oktober verhinderd waren de voorgeschreven oefeningen te verrichten.
Achtergrond Leo XIII had op 1 september 1883 in Supremi apostolatus officio katholieken opgeroepen de maand oktober op bijzondere wijze aan de rozenkrans te wijden. Hij schreef onder meer voor dat vanaf 1 oktober tot 2 november in parochiekerken en andere daarvoor aangewezen kerken vijf tientjes van de rozenkrans en de Litanie van Loreto zouden worden gebeden.
In de openingspassage van Superiore anno stelde Leo XIII dat deze oproep volgens hem in de katholieke wereld met grote bereidheid was opgevolgd. Deze mededeling is een eigen beoordeling van de paus en geen onafhankelijke beschrijving van de receptie. De nieuwe encycliek moest de praktijk in 1884 voortzetten.
De publicatie vond plaats tijdens de choleracrisis van 1884. De ziekte had Zuid-Frankrijk bereikt en verspreidde zich vervolgens naar Italië. Historicus Frank M. Snowden beschrijft deze uitbraak als onderdeel van de vijfde cholerapandemie en behandelt de verspreiding vanuit de Provence naar Italië en de Baai van Napels. Leo XIII verwees in Superiore anno expliciet naar de "Aziatische cholera", die volgens hem vanuit een Franse haven Italiaanse gebieden had bereikt, en presenteerde het rozenkransgebed als een religieuze reactie op deze dreiging.
Inhoud
Hernieuwing van de rozenkransdevotie Leo XIII riep de katholieken opnieuw op te volharden in het rozenkransgebed. Hij plaatste deze oproep in de context van wat hij beschouwde als moeilijke omstandigheden voor de Kerk. Daarbij verwees hij naar Judith, die in de encycliek als voorafbeelding van Maria wordt voorgesteld, en naar de apostelen die samen met Maria in gebed volhardden.
Als motivering voor de rozenkrans stelde Leo dat deze gebedsvorm achtereenvolgens de "mysteries van ons heil" in herinnering brengt en daardoor volgens hem bijzonder geschikt is om de godsvrucht te bevorderen. Het gebed kreeg in de encycliek zowel een persoonlijke als een kerkelijke betekenis: het moest volgens Leo bijdragen aan goddelijke bijstand, de vrijheid en veiligheid van de Kerk en uiteindelijk aan vrede.
Voorschriften voor oktober 1884 De paus bepaalde dat de voorschriften uit het voorafgaande jaar opnieuw moesten worden toegepast. Van 1 oktober tot en met 2 november moesten in de parochiekerken, in openbare kerken die aan Maria waren toegewijd en in andere door de plaatselijke ordinarius aangewezen kerken dagelijks ten minste vijf tientjes van de rozenkrans en de litanie worden gebeden.
Wanneer de oefening 's morgens plaatsvond, moest zij volgens de encycliek met de mis worden verbonden. Bij een gebedsoefening later op de dag werd de uitstelling van het Heilig Sacrament voorgeschreven, gevolgd door de gebruikelijke zegen. Leo sprak daarnaast de wens uit dat rozenkransbroederschappen, waar de burgerlijke wetgeving dit toeliet, openbare processies zouden houden.
Aflaten en uitzondering voor plattelandsbewoners Superiore anno vernieuwde eveneens de aflaten die Leo XIII in verband met de rozenkransdevoties van het jaar daarvoor had verleend. Aan de verschillende aflaten waren voorwaarden verbonden, waaronder deelname aan het voorgeschreven gebed en, voor de volle aflaat, biecht en communie.
Een afzonderlijke bepaling betrof mensen die op het platteland leefden. Omdat zij volgens Leo vooral in oktober door landbouwwerkzaamheden verhinderd konden zijn, mochten de voorgeschreven oefeningen en de eraan verbonden aflaten, naar het oordeel van de plaatselijke ordinarius, naar november of december worden verschoven.
Theologische kenmerken De argumentatie van Superiore anno berust voornamelijk op gebed, goddelijke voorzienigheid en de voorspraak van Maria. Leo XIII beschrijft Maria als beschermster van de Kerk en schrijft haar een rol toe in het verkrijgen van goddelijke genade. De paus roept de gelovigen daarom op zich in moeilijke omstandigheden door middel van de rozenkrans tot haar voorspraak te wenden.
Tegelijk verbindt de encycliek de Mariadevotie met de inhoud van de christelijke heilsgeschiedenis. De betekenis van de rozenkrans ligt volgens de tekst mede in het overwegen van de opeenvolgende mysteries van het heil. De verwijzingen naar Judith en naar het gezamenlijke gebed van de apostelen en Maria plaatsen de oproep bovendien binnen een bijbels referentiekader.
De doeleinden die Leo aan het gebed verbindt, zijn niet uitsluitend individueel. Hij noemt ook de vrijheid van de Kerk en haar hoofd, de bescherming van de maatschappelijke orde en het herstel van vrede binnen de Kerk. Daarmee krijgt de devotionele praktijk in de encycliek tevens een kerkelijke en maatschappelijke dimensie.
Plaats binnen het pontificaat van Leo XIII Het pontificaat van Leo XIII werd breder gekenmerkt door pogingen om de verhouding tussen de katholieke Kerk en de moderne samenleving opnieuw te formuleren. KADOC van de KU Leuven plaatst zijn denken onder meer in de traditie van de societas perfecta en wijst op zijn bevordering van de neoscholastiek en de herwaardering van Thomas van Aquino, vooral door de encycliek Aeterni Patris.
Superiore anno werkt deze filosofische uitgangspunten niet systematisch uit. De tekst heeft vooral een pastoraal en devotioneel karakter. De marioloog Thomas A. Thompson deelt de rozenkransencyclieken van Leo XIII in verschillende fasen in en beschouwt de eerste groep, uit de jaren 1883–1885, als documenten waarmee de rozenkrans nadrukkelijk als openbare devotie in het kerkelijke leven werd bevorderd. Superiore anno behoort tot deze vroege fase.
Receptie en betekenis Leo XIII zelf verklaarde aan het begin van de encycliek dat de oproep uit 1883 naar zijn oordeel met grote eensgezindheid en godsvrucht was ontvangen. Onafhankelijke secundaire literatuur over de afzonderlijke receptie van Superiore anno is beperkt; de encycliek wordt doorgaans behandeld als onderdeel van Leo's bredere programma ter bevordering van de rozenkrans.
Volgens Thompson begon dit programma in 1883 en werd het in de daaropvolgende jaren door een reeks encyclieken en apostolische brieven voortgezet. De vroege documenten maakten van de oktoberdevotie een publieke praktijk die door kerkelijke voorschriften werd ondersteund. Superiore anno bevestigde de regeling uit 1883 en paste haar tegelijk aan de omstandigheden van 1884 aan, met name door de verwijzing naar de cholera-epidemie en door de pastorale uitzondering voor de landbouwbevolking.
Zie ook
Paus Leo XIII Rozenkrans Onze-Lieve-Vrouw van de Heilige Rozenkrans Tien evangelische deugden van Maria voor het gebedssnoer van de Tien Deugden van Maria Supremi apostolatus officio 1883 Octobri Mense 1891 Magnae Dei Matris 1892 Laetitiae Sanctae 1893 Iucunda Semper Expectatione 1894 Lijst van encyclieken van paus Leo XIII
Externe link
Superiore anno - officiële Engelse tekst op de website van de Heilige Stoel
Categorie:Pauselijke encycliek Categorie:1884