Beekveld was een kasteel in de Nederlandse plaats Berlicum, provincie Noord-Brabant. Het kasteel is in 1820 afgebroken, waarna op de kelders een theehuisje is gebouwd. Het oude neerhuis van het kasteel is behouden gebleven en is een rijksmonument.

Geschiedenis In 1420 was er al sprake van een behuizing bij de brug van Beekveld over het riviertje de Runne. Willem Posteel was hier in 1426 de eigenaar van.

Het kasteel is waarschijnlijk tussen 1470 en 1480 gebouwd. In 1482 kwam het in eigendom van Roelof Dickbier.

In 1494 werd Beekveld verwoest, waarna herbouw volgde.

Familie Van Erpe De familie Van Erpe had Beekveld vanaf 1515 in bezit. Jonker Johan van Erpe was vermoedelijk in 1576 de eigenaar. Hij woonde er samen met zijn vrouw Anna van Wijck, hun dochter Maria en haar echtgenoot Juriaan Cleerhagen. Na Johans overlijden rond 1594 bleven Maria en Juriaan woonachtig op het kasteel.

Ene jonkvrouw de Bever woonde op Beekveld van 1616 tot 1618. In 1622 zou jonkheer Robert de Bever het kasteel erven. Het is niet geheel duidelijk hoe hij aan deze erfenis is gekomen, maar vermoedelijk is dit gegaan via de familie van zijn echtgenote Margaretha van Erpe Bruhese. Hun kleinzoon Robert huwde rond 1630 met jonkvrouw Maria van Erpe Lankvelt en het stel woonde op Beekveld. Robert overleed in 1656, waarna zijn weduwe Maria tot haar dood in 1692 op Beekveld mocht blijven wonen. Ze woonde er overigens niet alleen: ook haar twee zussen en het verre familielid Willem Arnold van Broeckhoven woonden op Beekveld.

Jonkers Van Broeckhoven Omdat Maria van Erpe Lankvelt kinderloos was gebleven, ging Beekveld in 1692 naar jonker Willem Arnold van Broeckhoven en zijn broer Jacob Diederic. Deze jonkers Van Broeckhoven mochten als katholieken geen ambten vervullen, waardoor ze over onvoldoende inkomsten beschikten en in financiële problemen geraakten. In 1694 werd er dan ook wegens achterstallige belastingen beslag gelegd op hun bezit, waaronder Beekveld. Een jaar later wisten de jonkers alsnog inkomsten te verkrijgen door het kasteel te verhuren aan de oud-commandant van Geertruidenberg.

In 1719 overleed Jacob Diederic; zijn broer was reeds eerder gestorven. Ze lieten Beekveld na aan hun familieleden Caspar, Jacoba Johanna en Anna Johanna Elisabeth de Vocht. Er rustten echter nog schulden op de erfenis en deze waren te omvangrijk voor de drie erfgenamen, zodat Beekveld in 1719 moest worden geveild.

Predikanten Predikant Arnoldus de Blankendael kocht op 27 juni 1719 het kasteel aan, maar stierf al een jaar later. Zijn dochter Anna Mechteld en haar man, de predikant Carolus Cloeck, gingen nu op Beekveld wonen, samen met Arnoldus' weduwe Anna Hermanna. In 1730 verhuisde het echtpaar naar de voormalige katholieke pastorie; Anna Hermanna bleef op Beekveld wonen en stierf in 1743. miniatuur|Theehuis en (op de achtergrond) het neerhuis In 1756 overleed Anna Mechteld en ze liet het kasteel vermoedelijk na aan haar dochter Arnoldina Cloeck. Datzelfde jaar huwde Arnoldina met Arnoldus van Gaalen, die hierna drossaard zou worden van Berlicum en in de Franse tijd werd benoemd tot burgemeester. Hij woonde in ieder geval in 1805 op Beekveld.

In 1816 werd Beekveld door de erfgenamen van Arnoldus van Gaalen te koop aangeboden.

Afbraak De joodse koopman Mozes Levi de Hartog kocht het kasteel in 1820 aan. Hij liet de grachten dempen en het kasteel slopen, maar het neerhuis met stallen bleef behouden. Hij deelde de gronden op in losse percelen om aan particulieren te verkopen en behield zelf het huisperceel. Mozes Levi liet het bezit na aan zijn zoon Soesman de Hartog en in 1843 werden Eva, Hester en Sara de Hartog vermeld als eigenaren. Overigens werd het terrein van 1833 tot 1877 bewoond door tuinman Cornelis de Kemp.

Het kasteelterrein werd in 1876 door Mozes Pinkhof Schlesinger - zoon van Sara de Hartog - verkocht aan de diaconie van de Nederlands Hervormde gemeente van Berlicum. De diaconie gebruikte het neerhuis als kosterswoning. In 1986 verkocht de diaconie het terrein aan architect Johannes Steenbergen, die het neerhuis en theehuis restaureerde.

Beschrijving miniatuur|Het theehuis met de toegangspoort Beekveld was gebouwd op de zuidelijke oever van het riviertje de Runne. Het kasteel was geheel omgracht, met het riviertje als het noordelijke deel van de slotgracht.

Het oudste kasteel is waarschijnlijk tussen 1470 en 1480 gebouwd. Het is niet duidelijk of het toen al een stenen bouwwerk betrof: mogelijk was het niet meer dan een houten woontoren. Na de verwoesting in 1494 is Beekveld herbouwd en in 1554 werd gemeld dat het om een in steen gebouwd huis ging.

In 1820 werd het bouwvallige kasteel Beekveld afgebroken, met uitzondering van het neerhuis en de kasteelkelder. Deze kelder diende als basis voor het nieuwe theehuis. Dit theehuis is vierkant van vorm en lijkt op een heuveltje te staan, met dank aan de grond die rondom het gebouwtje is opgehoogd.

Het rechthoekige, langgerekte neerhuis is gebouwd vlak langs de Runne. Het huis bestaat uit één bouwlaag met een zadeldak en de muren zijn grijs gepleisterd. Het gebouw is een rijksmonument.

Aan de straatzijde is een muurdeel aanwezig met de uitsparing van een poort. Rondom het terrein ligt deels nog de slotgracht.

Categorie:Kasteel in Noord-Brabant