Ordre Nouveau was een Franse intellectuele beweging uit het interbellum die zich vanaf het einde van 1930 rond onder anderen Alexandre Marc, Arnaud Dandieu en Robert Aron vormde. Ook schrijvers en intellectuelen als Denis de Rougemont, Daniel-Rops, René Dupuis, Claude Chevalley en Jean Jardin waren bij de beweging betrokken. De gelijknamige revue L'Ordre Nouveau verscheen vanaf mei 1933 tot 1938.

In de geschiedschrijving wordt Ordre Nouveau doorgaans gerekend tot de Franse non-conformistes des années 30, een verzamelnaam voor intellectuele groepen die in de jaren dertig kritiek leverden op zowel de liberale parlementaire orde en het kapitalisme als op communistische en fascistische vormen van collectivisme. Ordre Nouveau ontwikkelde daarbij een eigen variant van het personalisme, waarin de concrete menselijke persoon voorrang kreeg boven de staat, de klasse, de natie en andere als abstract beschouwde collectiviteiten. De beweging verbond dit personalisme met voorstellen voor economische hervorming, politieke decentralisatie en federalisme. Historici beschouwen Ordre Nouveau daarom als een van de belangrijke vroege stromingen binnen het Franse personalisme van de jaren dertig.

De beweging moet niet worden verward met de gelijknamige Franse extreemrechtse organisatie Ordre nouveau die in 1969 werd opgericht; het gaat om twee verschillende politieke en historische verschijnselen.

Ontstaan en ontwikkeling De voorgeschiedenis van Ordre Nouveau lag onder meer in de kring rond de Club du Moulin Vert, waaraan Alexandre Marc vanaf 1929 deelnam. Marc probeerde jonge intellectuelen uit verschillende religieuze en levensbeschouwelijke milieus met elkaar in contact te brengen. Eind 1930 ontmoette hij Arnaud Dandieu. Dandieu betrok vervolgens zijn vriend en medeauteur Robert Aron bij de kring. Uit deze contacten ontstond in de daaropvolgende jaren de groep die bekend zou worden als Ordre Nouveau.

Aron en Dandieu leverden een belangrijk deel van de vroege theoretische formulering. In boeken als Décadence de la nation française, Le Cancer américain en La Révolution nécessaire bekritiseerden zij de politieke, sociale en economische instituties van hun tijd. Rond Marc ontstond daarnaast een netwerk waarin onder anderen Denis de Rougemont, Daniel-Rops, René Dupuis en Claude Chevalley actief waren.

Begin 1933 organiseerde de kring zich zelfstandiger. In mei van dat jaar verscheen het eerste nummer van L'Ordre Nouveau. Robert Aron en Arnaud Dandieu traden op als directeuren; tot het redactiecomité behoorden onder anderen Claude Chevalley, René Dupuis, Daniel-Rops, Jean Jardin, Alexandre Marc en Denis de Rougemont. In de beginselverklaring van het tijdschrift positioneerde de groep zich tegelijkertijd tegen het kapitalistische stelsel, het communistische collectivisme, het nationalisme, het parlementarisme en het fascistische primaat van de staat.

Dandieu overleed op 6 augustus 1933. Zijn dood betekende voor de jonge beweging het verlies van een van haar voornaamste theoretici. Ordre Nouveau bleef daarna actief. Na de politieke spanningen van 1934 verloor de beweging volgens Loubet del Bayle geleidelijk een deel van haar aanvankelijke dynamiek, hoewel de revue nog tot 1938 verscheen.

Ideeën

Personalisme Centraal in de opvattingen van Ordre Nouveau stond het onderscheid tussen de persoon en het geïsoleerde individu. De persoon werd niet opgevat als een autonoom, uitsluitend op zichzelf gericht wezen, maar als een concrete mens die zich ontwikkelt in relaties, gemeenschappen en verantwoordelijkheden. Tegelijkertijd verzette de beweging zich tegen systemen waarin de mens geheel ondergeschikt werd gemaakt aan een collectief, zoals de staat, de natie of de sociale klasse.

Deze opvatting moest een alternatief bieden voor zowel het individualisme dat de groep met het liberale kapitalisme associeerde als voor collectivistische politieke ideologieën. De persoon gold als doel van de sociale en politieke orde; instituties hadden volgens Ordre Nouveau slechts legitimiteit voor zover zij de menselijke persoon en diens vrijheid en verantwoordelijkheid dienden.

De groep gebruikte voor deze prioriteit van de menselijke en geestelijke dimensie onder meer de formule spirituel d'abord ("het geestelijke eerst"). Daarmee werd niet bedoeld dat economische of materiële omstandigheden onbelangrijk waren. Integendeel: de personalistische omvorming van de samenleving moest volgens Ordre Nouveau ook gevolgen hebben voor de organisatie van arbeid, bezit en politieke macht.

Hoewel het personalisme ook bij katholieke denkers ingang vond, was Ordre Nouveau zelf niet als confessionele beweging georganiseerd. Binnen de kring waren verschillende religieuze en levensbeschouwelijke achtergronden vertegenwoordigd. Juist deze niet-confessionele vorm onderscheidde haar gedeeltelijk van het personalisme dat rond Emmanuel Mounier en het tijdschrift Esprit tot ontwikkeling kwam.

Economie en arbeid Ordre Nouveau zag de economische orde niet als een autonoom domein. De economie diende volgens de beweging ondergeschikt te zijn aan menselijke behoeften en aan de ontwikkeling van de persoon. Het kapitalisme werd bekritiseerd wegens productivisme, de overheersing van winstlogica en de sociale positie van de loonarbeider. Tegelijk wees de beweging de communistische oplossing af wanneer die volgens haar opnieuw leidde tot economische centralisatie, materialisme en onderwerping van de persoon aan een collectief.

Een van de meer concrete voorstellen was een vorm van verplichte burgerdienst (service civil). Daarmee wilde Ordre Nouveau maatschappelijk noodzakelijke, weinig gespecialiseerde arbeid over de bevolking verdelen in plaats van deze structureel aan één sociale klasse toe te wijzen. Het voorstel maakte deel uit van een bredere poging om economische zekerheid te combineren met grotere persoonlijke vrijheid ten opzichte van loonarbeid.

Federalisme en decentralisatie Het personalisme van Ordre Nouveau leidde ook tot kritiek op de gecentraliseerde natiestaat. De beweging wilde politieke bevoegdheden zoveel mogelijk onderbrengen bij kleinere territoriale en functionele gemeenschappen en alleen die functies centraliseren die niet op een lager niveau konden worden uitgeoefend. Federalisme betekende in deze context daarom meer dan een samenwerking tussen bestaande staten: het veronderstelde een herordening van politieke macht van onderaf.

In deze politieke theorie werd de soevereiniteit van de staat ter discussie gesteld ten gunste van de persoon en van gemeenschappen waarin personen daadwerkelijk konden participeren. De groep verdedigde daarom decentralisatie en een veelheid van tussenliggende verbanden tussen individu en centrale staat.

De federalistische denkbeelden stonden mede in een langere Franse traditie waarin Pierre-Joseph Proudhon een belangrijke plaats innam. Ook andere intellectuele invloeden, waaronder Georges Sorel, zijn in onderzoek naar Ordre Nouveau bestudeerd.

Verhouding tot Esprit Ordre Nouveau ontwikkelde zich in dezelfde intellectuele omgeving als het tijdschrift Esprit, dat in 1932 onder leiding van Emmanuel Mounier werd opgericht. De twee kringen deelden aanvankelijk medewerkers en een deel van hun personalistische begrippenapparaat. Alexandre Marc was betrokken bij de beginfase van Esprit en Denis de Rougemont publiceerde in beide tijdschriften.

De overeenkomsten verhinderden geen ideologische conflicten. In 1934 formuleerde Mounier publiek kritiek op Ordre Nouveau, onder meer op de invloed van Friedrich Nietzsche en op de politieke formuleringen van de groep. Een bijzonder discussiepunt was de in 1933 gepubliceerde Lettre à Hitler. De tekst was geen steunbetuiging aan het nationaalsocialisme en bevatte kritiek op Hitlers regime, maar de vorm en argumentatie ervan leidden binnen de personalistische milieus tot controverse.

De breuk tussen de twee kringen was niet volledig. Rougemont bleef in beide milieus actief en in de tweede helft van de jaren dertig werden de onderlinge betrekkingen weer minder conflictueus. Hériard Dubreuil waarschuwt daarom tegen een te scherpe voorstelling van Ordre Nouveau en Esprit als twee volledig gescheiden personalistische scholen.

Politieke positionering en historiografie Ordre Nouveau presenteerde zich als ni droite ni gauche ("noch rechts, noch links"). Daarmee wilde de groep niet zozeer een positie in het politieke midden innemen, maar de bestaande tegenstelling tussen parlementair links en rechts overstijgen. Zij verwierp elementen van het liberale kapitalisme, het communisme, het parlementarisme, het nationalisme en het fascistische staatsdenken.

De precieze politieke betekenis van deze derde weg is onderwerp van historiografisch debat. Historicus John Hellman legt in zijn studie over Alexandre Marc en Ordre Nouveau sterk de nadruk op het antiliberale en antidemocratische karakter van delen van het gedachtegoed en plaatst de beweging mede in de context van het Europese conservatief-revolutionaire denken.

Andere onderzoekers benadrukken dat de antiparlementaire en antiliberale trekken van Ordre Nouveau niet zonder meer gelijkgesteld kunnen worden met fascisme. Hériard Dubreuil wijst erop dat de groep zich juist verzette tegen fascistisch nationalisme, staatsverheerlijking en centralisering, hoewel zij tegelijkertijd deel uitmaakte van een interbellumcultuur waarin radicale kritiek op de liberale parlementaire democratie wijdverbreid was. Ook recenter onderzoek behandelt de verhouding tussen het personalisme van de jaren dertig en fascistische of autoritaire politieke culturen als een omstreden historisch vraagstuk, waarbij zowel ideologische raakvlakken als fundamentele verschillen worden onderzocht.

Nalatenschap Hoewel Ordre Nouveau als zelfstandige beweging aan het einde van de jaren dertig verdween, bleven verschillende voormalige deelnemers na de Tweede Wereldoorlog actief in het Europese federalistische denken. Met name Alexandre Marc en Denis de Rougemont speelden een rol in netwerken die een federaal Europa propageerden. Daarbij werden personalistische uitgangspunten uit het interbellum verbonden met naoorlogse ideeën over Europees en zogenoemd integraal federalisme.

Het naoorlogse integrale federalisme mag daarbij niet zonder meer worden gelijkgesteld met het programma van Ordre Nouveau uit de jaren dertig. De historische betekenis van de beweging ligt vooral in de vroege koppeling die zij maakte tussen personalisme, kritiek op gecentraliseerde politieke macht, sociaal-economische hervorming en federalistische ordening.

Literatuur

Categorie:Politiek van de Europese Unie