Lorenzo Molossi (Pontremoli, 3 april 1795 – Parma, 26 april 1880) was een ambtenaar en aardrijkskundige in het hertogdom Parma en Piacenza. Hij diende zowel hertogin Marie Louise van Oostenrijk, tweede echtgenote van Napoleon Bonaparte, als nadien, het Huis Bourbon-Parma.

Heel zijn leven bleef Molossi een aanhanger van het eengemaakte Italië, het risorgimento: als journalist, revolutionair en later politicus in het koninkrijk Italië. Levensloop Toscane Molossi was een zoon van de edelman Pellegrino Molossi en van Caterina Costa Reghini in Pontremoli. Pontremoli lag in het groothertogdom Toscane, dat bestuurd werd door de Oostenrijkse Habsburgers. Molossi maakte mee dat Napoleon Bonaparte Toscane annexeerde (1801) en omvormde tot het koninkrijk Etrurië. Molossi studeerde er voor priester. In Florence, de hoofdstad van Etrurië, weigerde hij zich tot priester te laten wijden (1814) en vertrok naar het buurland Parma en Piacenza.

Parma Molossi startte zijn carrière als ambtenaar in Parma op het departement Justitie (1814). Hij werkte in meerdere departementen doch kende in de jaren 1830 armoede door slechte uitbetalingen. Hij sloot zich aan bij de revolutionairen die in 1831 hertogin Marie Louise verjoegen. De revolutionairen bevorderden Molossi tot secretaris-generaal van de junta. Datzelfde jaar sloegen Oostenrijkse troepen de opstand in Parma neer. Molossi werd niet gestraft en bleef ambtenaar.

In 1832 gaf hertogin Marie Louise hem de opdracht een inventaris te maken van haar hertogdom: alle geografische plaatsen bespreken en dit met een samenvatting van de economische activiteiten, de infrastructuur en de fiscale regimes. Twee jaar later is Molossi met zijn werk klaar. De hertogelijke drukkerij drukt het boek getiteld ‘Vocabolario topografico dei Ducati di Parma, Piacenza e Guastalla’ (1834). In 1842 werd Molossi benoemd tot hoofd van de afdeling Indirecte Belastingen van het hertogdom. In diezelfde periode schreef hij voor de krant Eclettico kritische artikels over geldverkwisting aan het hertogelijk hof.

Dit neemt niet weg dat hij in 1846 bevorderd wordt tot hoofd van het hertogelijk Departement Statistiek. Een jaar later, in 1847, stierf hertogin Marie Louise. Zoals de Europese grootmachten overeen gekomen waren, keerde het hertogdom Parma en Piacenza terug naar het Huis Bourbon-Parma. Karel Lodewijk van Bourbon-Parma kwam aan de macht als Karel II van Parma.

Molossi sloot zich aan bij de revolutionaire krachten die Italië en elders in Europa in 1848 uitbraken. Karel II werd gedwongen Parma aan te hechten aan het koninkrijk Piëmont-Sardinië. Molossi toonde zich een voorstander van deze aansluiting. Molossi was intussen directeur geworden van de krant Il Postino.

In 1849 marcheerden Oostenrijkse troepen in Parma. Karel II nam de vlucht en zijn zoon Karel III kwam aan de macht. De Oostenrijkse generaal en sterke man in Parma Konstantin d’Aspre von Hoobreuck (1789-1850) liet Molossi ontslaan zowel op het ministerie als in de krantenuitgeverij. Niettemin keerde Molossi snel terug als hoofd van het Departement Statistiek. Enkele jaren later, in 1856, verloor Molossi toch zijn ambt, aangezien de regering van de jonge hertog Robert I van Parma de kritische artikels van Molossi niet langer tolereerde.

Italië In 1859 verjoeg een revolutie Robert I van de troon. Parma sloot zich met andere hertogdommen aan bij de Verenigde Provincies van Centraal-Italië; Molossi werd afgevaardigde in de Staten van Parma. Kort nadien sloten de Verenigde Provincies zich aan bij het koninkrijk Piëmont-Sardinië ter eenmaking van Italië (1860). Molossi werd benoemd tot directeur van het Bureau Statistiek voor de provincie Emilia in het koninkrijk Italië. Molossi weigerde een bevordering tot directeur van het Departement Statistiek van het koninkrijk Italië, wegens toenemende blindheid.

In 1864 ging hij met pensioen. Hij was vereerd met het ereteken van officier in de Orde van Sint-Mauritius en Sint-Lazarus.

Categorie:Italiaans ambtenaar Categorie:Italiaans geograaf Categorie:Italiaans journalist Categorie:Italiaans revolutionair Categorie:Italiaans politicus in de 19e eeuw