thumb|Jacob Olie: Weteringschans 219-223 in 1892 thumb|Afwijkende architectuur in pui 223 (juli 2026) Weteringschans 219-223 te Amsterdam is een driedubbel gebouw aan de Weteringschans te Amsterdam-Centrum.
Achtergrond De Weteringschans, dan nog alleen Schans geheten, diende eeuwenlang als vesting- dan wel stadswal van Amsterdam. Dit in combinatie met Lijnbaansgracht en Singelgracht. In het eerste kwart van de 19e eeuw, toen Amsterdam (alweer) aan uitbreiding dacht, werden die stadswallen afgebroken. Op de vrijkomende plek moest woningbouw komen, maar er kwamen in eerste instantie ook bedrijventerreinen, eind 19e eeuw weer vervangen door woningbouw. De woonbebouwing van de Weteringschans tussen de Weteringplantsoenen en het Frederiksplein kwam pas op gang in het laatste kwart van de 19e eeuw, toen Amsterdam ook begon te bouwen aan haar 19e-eeuwse gordel buiten de Singelgracht. Ter plaatse was dat De Pijp. Daar waar in de Pijp revolutiebouw plaatsvond (kopen grond, goedkoop bouwen, verkopen/verhuren, volgende stuk grond kopen), werden aan de Weteringschans woningen van het betere soort neergezet voor de gegoede burgerij. De gevelwand laat daarbij binnen bebouwen van perceel tot perceel een opmerkelijke samenhang in architectuur zien; (bijna) alle gebouwen werden in historiserende of neostijlen opgetrokken.
Gebouw Op nog ongenummerde percelen werd in 1892 een samenstel van drie gebouwen naar ontwerp van Harmanus Hendrikus Baanders opgeleverd. Het ging daarbij om één winkeleenheid en een aantal woningen. Jacob Olie legde het bouwwerk in 1892 (dan nog met huisnummers 217, 217A, 217b) vast, terwijl er op het latere huisnummer 227 nog gebouwd werd. Op de foto is ook naast huisnummer 219 nog een gang (klein pad) te zien richting Lijnbaansgracht. In 1912 en 1914 werd de begane grond van 221 en 223 tot winkeleenheid verbouwd. Daarna hadden de drie gebouwen dezelfde opzet: kelder, winkel, drie woonetages. Zolder onder een gemeenschappelijk schilddak (parallel aan de straat).
Weteringschans 219 In 1892 onderscheidde 219 zich door het grote etalageraam en twee toegangsdeuren (winkel en bovenwoningen) van 221 en 223, die enkele portieken lieten zien, waarin toegangsdeuren zaten met daarnaast woningvensters. Het gebouw is drie vensterassen breed; op de tweede verdieping is een Frans balkonnetje zichtbaar ondersteund door uitkragende consoles. De gevel heeft een middenrisaliet die doorloopt tot in de stenen dakkapel, die net als de daklijst wordt ondersteund door consoles. In de lijst onder de dakkapel is 1892 te lezen. De gehele gevel laat een afwisseling zien van roodbruine baksteen en versieringen van natuursteen. De topgevel sluit af met versieringen.
Na verbouwingen ziet het gebouw er in 2026 in detail anders uit. Het Frans balkon heeft ondersteuning gekregen van een erker; de winkelpui is wit in plaats van zwart, de versieringen rond de dakkapel zijn verdwenen en de consoles voor de daklijst zijn wat betreft vorm gewijzigd.
Weteringschans 221 Weteringschans 221, dat vergeleken met 219 enigszins teruggetrokken staat, kreeg bij de verbouwing in 1912 een winkel op de begane grond. Ze heeft vanaf dan ook twee toegangsdeuren aan weerszijden van de etalage. Daarbij sneuvelde een ruim balkonnetje op de eerste verdieping. Het gevelbrede balkon met consoles werd gehandhaafd. De dakkapel, eerst in chaletvorm, is gewijzigd naar een moderner exemplaar.
Weteringschans 223 Weteringschans 223 staat weer iets naar voren vergeleken met 221 en werd in 1914 tot winkel met bovenwoningen verbouwd. Het verloor eveneens haar balkon op de eerste verdieping, maar hield haar Frans balkonnetje bij de middelste vensteras. Als extra detail was en is hier een lijst zichtbaar. De gevel mondt uit in een trapachtige gevel versierd met knoppen en koppen in natuursteen; de trapgevel had een kroon die in de loop der jaren verdwenen is. Als enige van de drie heeft dit gebouw muurankers.
De verbouwing van 223 werd begeleid door architect Willem Noorlander, die voor de begane grond een geheel andere stijl hanteerde met beeldhouwwerk op de muurdammen en ook de afdruk van het huisnummer wijkt af. Voorts is er gebogen glas gehanteerd in de etalage.Bouw- en omgevingsdossier van Weteringschans 223 (aanvraag en tekening SA00394442_00001) (semiopenbaar; geraadpleegd 26 juli 2026) De bekroning van de topgevel was toen al weg.
Alle Dienst Monumenten en Archeologie gaf aan dat de panden grote gelijkenis vertonen. Ze zijn gelijk in hoogte, breedte en indeling, zijn uit hetzelfde materiaal opgetrokken (in kruisverband gezette baksteen met gestucte banden en blokken). Het levert een schilderachtig tafereel op. In de uitwerking zijn verschillen ontstaan die de drie gebouwen een eigenheid geven in bijvoorbeeld vensters, al dan niet toegepaste bogen en topgevels. Alles leidde ertoe dat het complex tot gemeentelijk monument werd verklaard. Een aanvullende reden vond men in dat Weteringschans 219-223 een van de vroegste werken van Baanders was. Ook werd meegenomen dat Baanders voor de opdrachtgever D. Davids ook al Geldersekade 77 had ontworpen. Bovendien is er na de onderbreking van Weteringschans 225 op Weteringschans 227-229 weer werk te zien van Baanders. Ook op Weteringschans 104 staat werk van hem.
Gang Een aanvullende reden tot monument werd ook gevonden in dat naast het gebouw de gang Baanderij was gelegen. In het centrum waren tientallen gangen bekend vanwege hun toegang tot zogenaamde inpandige gebouwen (gebouwen op binnenterreinen). In de Weteringbuurt waren ze schaarser. Aan de Baanderij stonden richting de Lijnbaansgracht de woningen Weteringschans 211-217. Deze huisnummers bestaan in Amsterdam niet meer, behalve Weteringschans 213 uit 2004.
Categorie:Bouwwerk in Amsterdam-Centrum Categorie:Gemeentelijk monument in Amsterdam