Afro-Surinaamse muziek is een verzamelnaam voor Surinaamse muziek van Surinaamse marrons en creolen, gezamenlijk genoemd ook wel Afro-Surinamers.Ponda O'Bryan, in: Weltak (1990), Surinaamse muziek in Nederland en Suriname, "Afro-Surinaamse muziek", pag. 25-38,
Herkomst en ontwikkeling Belangrijke elementen uit deze groep muziekstijlen zijn terug te voeren op de regio's waar de voorouders oorspronkelijk vandaan kwamen: de Goudkust (Ghana), de Slavenkust (Benin, Nigeria en Togo), Guinee, Ivoorkust en het Koninkrijk Kongo. Afro-Surinaamse muziek is voor een groot deel verbonden met de winti, waarvan de tradities in Afrika rond de 16e en 17e eeuw allerminst homogeen waren. In Suriname was er geen geschreven taal die hen bond, waardoor cultuur mondeling werd overgeleverd.
De creolen kwamen verspreid over de plantages of in de stad terecht. Op de afzonderlijke plantages versmolten de verschillen, terwijl die tussen plantages onderling soms groot waren. Plantages hadden vaak verschillende wintiliederen. Daarnaast kwam de cultuur vaak in de verdrukking door opgelegde beperkingen of onder invloed van gebruiken in de kerk. De plantages bevonden zich langs de rivieren Commewijne, Cottica, Boven-Suriname, Para en Saramacca, en in het district Coronie. Onder de stadscreolen bevonden zich de slaafgemaakten in de huizen en de vrijgemaakte manumissies. Daarnaast worden soms Paranen onderscheiden als een cultuur tussen stad en bos.Alex van Stripriaan Lucïscius, Paranen tussen stad en bos: een complexe Afro-Surinaamse ontwikkelingsgang vanuit de slavernij, 2013
Zij die vluchtten, de marrons, trokken meestal stroomopwaarts het regenwoud in. Die omgeving had veel weg van de oerwouden in Afrika, waardoor ze in stamverband eigen leefomgevingen konden opbouwen. Elementen uit de oorspronkelijke Afrikaanse cultuur bleven daardoor redelijk bewaard terwijl ze begin 21e eeuw in Afrika zelf verdwenen zijn, zoals het doorgeven van boodschappen met trommels. De marronstammen in Suriname zijn de Saramaccaners, Aukaners, Aluku, Kwinti, Paramaccaners en Matawai.
Marrons zochten de plantages steeds weer op, bijvoorbeeld om hun tekort aan vrouwen aan te vullen of om voedsel of gereedschappen buit te maken. Zo bleef ook het onderlinge contact tussen vrije en slaafgemaakte Afrikanen overeind en groeiden hun culturen in de praktijk niet al te ver uit elkaar. Daarnaast kwamen in Suriname nieuwe tradities voort, zoals liederen over opstandleiders als Jolicoeur, Baron en Boni.
Winti
Veel Afro-Surinaamse muziek hangt samen met de wintireligie. Centraal staan daarin de schepper Anana Kedoeaman Kedoeampon en de afzonderlijke wintigoden. Het godenrijk is onder te verdelen in aarde, water, bos en lucht. De winticultus is echter ook een levenswijze waarin muziek een belangrijke rol speelt. Elke winti kent ritmes, liederen en dansen met een eigen karakter en kleur, eigen trommels en soms een eigen ensemble. Een wintiprei (ritueel) begint met een lied dat is opgedragen aan Aisa (Moeder Aarde); daarna volgen liederen voor water, bos en lucht.
Marrons in het binnenland
Terwijl Afrikanen bij veel gelegenheden muziek maken, kennen marrons er geen speciaal woord voor. Zo wordt op de trommel spelen bijvoorbeeld Ashanti spelen genoemd, waarbij verwezen wordt naar het Ashanti-volk in Ghana.
Bij de meeste muziekstijlen wordt zang, begeleiding en dans met elkaar gecombineerd (zie ook: dans in Suriname). De zang kan ook a capella worden ingezet. Begeleiding kan instrumentaal of met handgeklap gebeuren, en ook polyritmisch waardoor verschillende ritmes door elkaar heen lopen. Niettemin is er vaak een leidende trommel: de kotidron of masterdrum. Daarnaast wordt met de clave het basisritme aangegeven en meestal met het schudinstrument sakka het tempo.
Trommelsnijders zijn in principe altijd houtsnijwerkers. De cederhoutsoort tweneboa wordt het meest gebruikt. Allereerst wordt een boom met rituelen omgeven omgehakt. Als een sacrale trom gemaakt is, vindt er een wijding plaats en krijgt het instrument soms een naam. Het bespelen van een trom is voor vrouwen altijd taboe geweest. Marrons in Suriname houden vaak nog vast aan oude taboes, terwijl die in Afrika vaak al doorbroken zijn.
Muziek op de plantages thumb|Diorama van een doe-feest, Gerrit Schouten, Wereldmuseum Amsterdam, 1819 Het belang voor religieuze muziek speelt zowel bij marrons als creolen. Ondanks beïnvloeding van de marrons was het onderlinge verschil tussen de plantages groot, waardoor er geen sprake is van een algemene plantagestijl. Na de emancipatie vonden juist veel nieuwe ontwikkelingen plaats.
Een uitzondering hierop vormt het doe-feest met theater, dans en muziek dat één of enkele keren per jaar op de plantage werd gehouden. Een Doe is een voorstelling met stereotype figuren en scherpe, sociaal/politiek geëngageerde teksten, gecombineerd met dansmuziek in de banyastijl.Medendorp 1999: 64-67 en 148; van Putten en Zantinge 1988: 27
Muziekstijlen
Er zijn onder Afro-Surinamers in de loop van de eeuwen verschillende dans- en muziekstijlen geweest, waarvan er nog een aantal worden gespeeld. Hieronder volgt een overzicht:
Sekete ontstond onder Saramaccaners in een tijd dat marrons en creolen nog gescheiden van elkaar leefden. De stijl verdween met de trek van marrons naar de steden, waar de stijl een nieuw leven kreeg onder namen als marron-kaseko en sekete-style. Songé is een dans- en muziekstijl die is ontstaan onder de Aukaners. Als muziekinstrumenten worden schudinstrumenten enkels en polsen gebruikt, onder begeleiding van een apintiedrum.Encyclopaedie van Nederlandsch West-Indië, Slaginstrumenten, pagina 497, 1914-1917 thumb|Awasadansers, 2016 Awasa is een Aukaanse dans die begeleid wordt met een apintiedrum.Marlène Aminah Lie A Ling, Sranan, Cultuur in Suriname, "Dans - Traditie", pagina 112, redactie Binnendijk, Chandra van & Paul Faber, , 1992 De dansers begeleiden zich ook zelf met de schudinstrumenten aan hun enkels en polsen. Para-pas'dron is een trommelstijl die na de afschaffing van de slavernij ontstond, toen de meeste voormalige slaafgemaakten de plantages hadden verlaten en naar en naar Paramaribo en andere stedelijke gebieden waren verhuisd. De tuka is ontstaan uit de awasa en sekete en wordt in een 4/4-maat tijdens een wintiprei gespeeld, ter afwisseling van 12/8-maatsoorten. Soko-liederen of -psalmen worden a capella in het Sranantongo gezongen ter verering van de voorouders. Met de stijl werden meestal ceremonies ingeluid. De Kioro-dron wordt a capella in het Sranantongo gezongen, zonder trommel wat de naam doet vermoeden. Er worden sociale situaties aan de orde gebracht. Banja is de belangrijkste stijl binnen de voorouderverering. Tijdens een sessie zouden aanwezigen door de geesten van voorouders in bezit worden genomen. Een banja wordt opgevoerd in een 4/4-maat. De laku is verwant aan de partij-banja, waarin personages speelden op de plantages. In de laku kwamen personages voor als de Snesi (Chinees), de Koeli (Hindoestaan) en de Koeli Konsro (Britse consul). In de liederen wordt in vraag-en-antwoord-stijl kritiek geuit op bepaalde personen en situaties. Er werd begeleiding gegeven door een ensemble. Susa is een spel in de vorm van een dans. Wie zich in de danspas vergist maakt plaats voor een volgende danser. Kanga is een verzamelnaam voor kinderspelen van Afrikaanse afkomst. De spelen werden 's nachts bij volle maan uitgevoerd. De muzikale begeleiding bestaat uit handgeklap met soms een paar trommels erbij. Een Anansitori is een verhaal over de spin Anansi. Het heeft vaak een humoristische moraal die wordt afgesloten met muziek. Lobi-singi was in de eerste helft van de 20e eeuw actueel. Letterlijk betekent het liefdeslied, maar in de praktijk ging het over liefdesperikelen. De muziekinstrumenten waren Europees en het karakter van de muziek was Afrikaans. Bigi poku (muziek voor volwassen)Marlène Aminah Lie A Ling, Sranan, Cultur in Suriname, redactie Binnendijk, Chandra van & Paul Faber, pagina 112, , 1992Afro Magazine, Bigi poku toppers - Theater de Meervaart, 2 oktober 2016. Gearchiveerd op 30 juni 2021. is dansmuziek die werd opgevoerd in de cafés, nachtclubs en bordelen in Paramaribo.Marcel Weltak, Surinaamse muziek in Nederland en Suriname, Bigi-poku en kaseko, pag. 67, , 1990 Het is een voorloper van kaseko, zonder elektrische muziekinstrumenten en met een ritme afkomstig uit de kawina.Armand Serpenti, Een mix van muziekculturen, Trouw, 26 mei 2004. Gearchiveerd op 19 januari 2022. In de winti-poku, met indji-poku als belangrijkste stijl, werden diverse instrumenten vervangen en worden de wintimelodieën gespeeld met blaasinstrumenten. De stijl was sinds het begin van de 20e eeuw vooral populair in Paramaribo, Coronie en Nederland. Kaseko is een opzwepende muziekstijl die zich in de tweede helft van de 20e eeuw ontwikkelde uit kawina en invloeden kent van Paramaribose straatmuziek en Caribische en Latijns-Amerikaanse muziek.Kaseko.net, Kaseko thumb|Kawina tijdens owru yari, 2016 Kawina is een Creoolse stijl en een van de populairste stijlen in Suriname. De teksten gaan vaak over de relatie tussen man en vrouw. De stijl is onder te verdelen in de niet-religieuze ontspanningsmuziek prisir-kawina en de latere stijl winti-kawina met wintiliederen in een snel tempo.
Muziekinstrumenten
De Afro-Surinaamse muziekinstrumenten omvatten vooral schud-, slag-, blaas- en snaarinstrumenten. Hieronder volgt een overzicht per soort: Schudinstrumenten: sakka, sisak (sekseki), dawra Slaginstrumenten: apinti, agida, mandron, poedja, apukudron, kawinadron, bongo, godo, agroemi, djendjen, mata, kwakwa en kwakwabangi Blaasinstrument: pakrotutu, kawtutu, bototutu en fluit Snaarinstrumenten: kede-benta en golu-benta
Zie ook Dans in Suriname
Categorie:Surinaams muziekgenre Categorie:Marrons van Suriname Categorie:Creoolse Surinamers