Leopoldine (Poldi) Wojtek, tijdens haar eerste huwelijk ook bekend als Poldi Mühlmann-Wojtek (Brno, 27 oktober 1903 – Salzburg, 11 januari 1978) was een Oostenrijks kunstschilder, grafisch ontwerpster en keramist.

Kort nadat ze in 1926 afstudeerde aan de Kunstgewerbeschule in Wenen, raakte ze betrokken bij de Salzburger Festspiele. Ze werkte onder leiding van kunstschilder Anton Faistauer aan een reeks expressionistische fresco's en met Anton Kolig aan een gegoten glasmozaïek voor de foyer van het Salzburger Festspielhaus. In 1928 ontwierp ze een poster voor de Salzburger Festspiele die later als logo werd gebruikt. Dit werd haar bekendste werk.

In de jaren dertig kreeg haar werk een meer nationaalsocialistische signatuur. Haar huwelijk met de nationaalsocialistische politicus Kajetan Mühlmann stelde haar in staat te profiteren van zijn bekendheid en uitgebreide netwerk.

Na de Tweede Wereldoorlog nam ze afstand van het nationaalsocialisme. Samen met haar nieuwe partner, kunstschilder Karl Schatzer, gaf ze tot haar dood cursussen in illustratie, figuurtekenen, mode, schilderen en keramiek. Ze overleed in Salzburg op 11 januari 1978.

Jeugd en opleiding Leopoldine (Poldi) Wojtek werd geboren in Brno, Moravië, op 27 oktober 1903. Ze was de oudste dochter van ingenieur Josef Wojtek en diens echtgenote Leopoldine Moese von Nollendorf. Wojtek had een jongere zus Antonia (Tonia) en een broertje genaamd Wilhelm, en ze groeide op in een Duitstalig en Duitsnationalistisch gezin.

Wojtek bezocht het Lyceum in Salzburg en volgde daarnaast private teken- en schilderlessen. Vanaf 1919 deed ze een opleiding aan een vakschool, waarschijnlijk de Keizerlijk-Koninglijke Vakschool voor de Keramische Industrie, in Znojmo. Van 1922 tot en met 1926 zette ze haar opleiding voort aan de in Wenen. Daar kreeg ze les van onder meer kunstschilder Franz Cižek, kunstschilder en graficus Adolf Böhm en architect Josef Hoffmann. Haar werk en tekenvaardigheid werden door haar docenten erg geprezen.

In 1924 maakte ze illustraties voor het kinderboek van Karla Reuter-Manns. Een jaar later werd ze lid van de , een vereniging van Oostenrijkse kunstenaars, die was opgericht door Anton Faistauer. In 1926 deed ze mee aan enkele exposities van de .

Start loopbaan In 1926, het jaar dat ze afstudeerde van de , raakte ze betrokken bij de Salzburger Festspiele. Samen met onder anderen Robin Andersen, Josef Dobrowsky, Ferdinand Kitt, Anton Kolig en Wilhelm Kaufmann werkte ze in 1926 onder leiding van Faistauer aan een reeks expressionistische fresco's in het , dat werd ingericht in de voormalige hofstallen die onder leiding van architect Clemens Holzmeister waren verbouwd. De fresco's besloegen een oppervlakte van ongeveer 350 vierkante meter en bevatten ruim 200 figuren. Datzelfde jaar was Wojtek ook betrokken bij de vervaardiging van wandtapijten ontworpen door Kolig en Andersen. In 1927 werkte ze samen met Kolig aan een gegoten glasmozaïek voor de foyer van het Salzburger Festspielhaus. Het kunst- en theatertijdschrift omschreef haar als "begaafd met een uitzonderlijk inlevingsvermogen".miniatuur|Vrachtauto met het logo van de Salzburger Festspiele.

In 1928 won Wojtek de tweede plaats de ontwerpwedstrijd voor een affiche van de Salzburger Festspiele. Het affiche toont een masker, Festung Hohensalzburg en de vlag van Salzburg. Ondanks dat ze de tweede plaats behaalde, werd haar ontwerp gebruikt voor het affiche. Wojtek ontwierp vervolgens tevens de officiële festivalgids, en het affiche werd in aangepaste vorm gebruikt als omslag voor de dramagids van het festival. Daarnaast werd haar ontwerp vanaf 1928 het officiële logo van de Salzburger Festspiele.

De reden dat Wojtek's ontwerp uiteindelijk werd gekozen, had zeer waarschijnlijk te maken met inmenging van persvoorlichter Kajetan Mühlmann, met wie Wojtek een liefdesrelatie had ontwikkeld en in december 1932 trouwde. Wojtek had Mühlmann leren kennen via de vereniging verbonden aan het . Hij had de ontwerpwedstrijd opengesteld voor afgestudeerden van de , zodat Wojtek mee kon doen.

Wojtek werd hierna, mede door de sterke steun van Mühlmann, door de Salzburgse gouverneur Franz Rehrl gevraagd een fresco te maken voor een ambtswoning in Zell am See. In deze periode maakte ze vele muurschilderingen voor restaurants, cafés en hotels, waaronder voor het Kurhotel Marienhof in Bad Hofgastein (1927), het Landeskrankenhaus Salzburg, het café Kaltenhauser Bierstüberl en het hoofdpostkantoor in Salzburg.

Daarnaast deed ze mee aan diverse tentoonstelling en was haar werk te zien tijdens exposities van de Salzburger Kunstverein (1929), een poster- en reclame-expositie van de in Schloss Mirabell (1930) en een tentoonstelling van de Sonderbund (1933). In 1935 werd ze onderscheiden met een prijs van de en werden enkele werken gepubliceerd in het Oostenrijkse kunst- en architectuurtijdschrift . Invloed nationaalsocialisme Wojtek associeerde zich aan het begin van haar carrière met kunstenaars als Kolig en Faistauer, die tijdens het nationaalsocialistische bewind werden beschouwd als 'ontaard'. De mozaïek in de foyer van het waar Wojtek in 1927 met Kolig aan had gewerkt, werd op 17 mei 1934 vernietigd bij een bomaanslag gepleegd door nationaalsocialisten. Hierbij sneuvelde tevens een fontein, de glazen koepel en de deuren van de foyer. Wojtek zou hierna pogingen hebben ondernomen om de mozaïek te herstellen.

In 1930 trad ze toe als illustrator bij het tijdschrift . Samen met Karl Springenschmid maakte ze infografieken met een Duits-nationalistisch karakter. Daarnaast werkten ze samen aan een vierdelige Duits-nationaalsocialistische boekenreeks over verschillende aspecten van Oostenrijk en de Oostenrijkse cultuur.

In 1936 illustreerde ze Springenschmids boek , dat werd beschouwd als de eerste biografie van Adolf Hitler bedoeld voor kinderen. Omdat de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP) in Oostenrijk verboden was, werd het boek in Oostenrijk verboden en werd haar naam bij de uitgave van het boek geheim gehouden. Na de annexatie van Oostenrijk in 1938 werd het boek legaal en werden de namen van Wojtek en Springenschmid onthuld. Datzelfde jaar maakte ze een wandtapijt voor het in Linz waarin ze een citaat van Hitler verwerkte.

Volgens Springenschmid was Wojtek net als hij betrokken geweest bij de Oostenrijkse tak van de NSDAP. Hoewel een aanvraagformulier voor lidmaatschap getekend door Wojtek bestaat, maar formeel lidmaatschap kan niet bewezen worden.Wojtek verklaarde na de oorlog zichzelf als lid te hebben beschouwd, ook al was zij waarschijnlijk geen officieel lid. Later trok ze deze verklaring weer in. Haar betrokkenheid bij de nationaalsocialistische kringen kan verklaard worden door haar huwelijk met Mühlmann die een van de sleutelfiguren in de Oostenrijkse nazibeweging was. Na de annexatie van Oostenrijk in 1938 kreeg Mühlmann een politieke functie toebedeeld waar ook Wojtek en haar vader van profiteerden. De woning met atelier van de Joodse kunstenares Helene von Taussig in Anif werd door inmenging van Wojtek en Mühlmann in mei 1941 onteigend. In een brief stelde Mühlmann dat het atelier bedoeld was voor Wojtek en de woning betrokken zou worden door haar vader.In 1943 droeg haar vader de woning aan Wojtek over.

In deze periode werkte Wojtek voor de Schleiss-werkplaats in Gmunden waar ze wanddecoraties ontwierp voor het in Wenen. Van 1938 tot 1940 was Wojtek hoofd van de reclameafdeling van de Oostenrijkse Verzekeringsmaatschappij (Österreichische Versicherungsgesellschaft) in Wenen. In 1941 werkte ze opnieuw samen met Springenschmid aan zijn boek (Tirol aan de Atlantische Oceaan. Bergtroepen op een ‘onoorlogse oorlogstocht’ door Noorwegen). Voor deze roman, over bergtroepen uit de Ostmark, ontwierp Wojtek een gekleurde landkaart.

Hoewel Wojtek de bekendheid en contacten van van haar echtgenoot kon benutten, was hun huwelijk niet rooskleurig. Mühlmann had een minnares, met wie hij in 1939 een kind kreeg, en de het stel leefde sinds 1940 gescheiden van elkaar. Mühlmann omschreef het huwelijk met Wojtek als 'kinderloos en ongelukkig' en ze scheidden op 12 juli 1943.

Naoorlogse jaren Wojtek moest op last van de Amerikaanse militaire regering in de zomer van 1945 de voormalige woning van Von Taussig verlaten en overdragen aan de erfgenamen van Von Taussig. Wojtek verhuisde na haar vertrek naar Gmunden. Omdat Wojtek nooit officieel lid was van de NSDAP, werd er geen denazificatieproces tegen haar gestart. Zelf registreerde ze zich bij haar vestiging in Gmunden echter wel als voormalig partijlid. Naar eigen zeggen had ze haar lidmaatschap na haar scheiding van Mühlmann in 1943 opgezegd. In 1948 verhuisde Wojtek terug naar Salzburg. Het Salzburgse gemeentebestuur werd verantwoordelijk voor haar denazificatieproces, maar beschouwde haar als , waardoor ze in 1948 of 1949 haar stemrecht terugkreeg. Voor haar meubelen die uit de atelierwoning waren verdwenen, deed ze een restitutieverzoek bij de Bundesdenkmalamt.

Na haar terugkeer naar Salzburg deed Wojtek in 1952 een aanvraag bij de voor een atelierruimte. In deze aanvraag vermeldde ze enkele namen van kunstenaars met wie ze voor 1945 had samengewerkt (de schilders Franz von Zülow en Robin Christian Andersen, en de architect Oswald Haerdtl). In haar brief vermeldde ze nooit lid te zijn geweest van enige politieke partij. Er is geen bewijs dat zij na 1945 contacten had met voormalige nazi-functionarissen of NSDAP-leden.

In de naoorlogse jaren kreeg ze een relatie met kunstschilder Karl Schatzer die in de jaren vijftig betrokken was bij de Oostenrijkse Vredesraad die was gelieerd aan de Communistische Partij van Oostenrijk. Samen met hem gaf ze cursussen in illustratie, figuurtekenen, mode, schilderen en keramiek in hun atelier. Wojtek won in 1970 de Max Reinhardt-medaille en ontving samen met Schatzer in 1974 de Ereprijs van Salzburg.

Wojtek overleed in Salzburg in 1978. Ze werd begraven op het Petersfriedhof.

Categorie:Oostenrijks kunstschilder