miniatuur|Grote Raad van Mechelen Henri-Marie-François-Jacques de Vivario (Mechelen, 24 juli 1736 – aldaar, 9 februari 1810) was een rechtsgeleerde en historicus in de Oostenrijkse Nederlanden. Hij ging door als een trouwe aanhanger van het heersende Huis Habsburg-Lotharingen.
Levensloop Hij was een zoon van Pierre-François de Vivario en Anne-Caroline Michel uit Mechelen, een stad in de Oostenrijkse Nederlanden. Aan de Oude Universiteit van Leuven behaalde de Vivario het diploma van licentiaat in de rechtsgeleerdheid.
In 1768 werd hij benoemd tot fiscaal advocaat aan de kerkelijke rechtbank van het aartsbisdom Mechelen. Enkele jaren volgde een bevordering tot substituut-procureur-generaal aan de Grote Raad van Mechelen, dat het hoogste rechtscollege van de Zuidelijke Nederlanden was.
Daarnaast hield de Vivario zich bezig met eigen historisch en kunsthistorisch werk. Zijn interesse sloeg op de geschiedenis van Mechelen. Hij was een verzamelaar van antiquiteiten.
Al deze interesses deelde hij met een groepje gelijkgezinden in Mechelen. Het ging om juristen, edellieden en Roomse geestelijken die allen een gemeenschappelijke afkeer hadden van de Brabantse Omwenteling (1789-1790). Zij bleven trouw aan keizer Jozef II van het Heilige Roomse Rijk. In de loop van de Brabantse Omwenteling moest de Vivario de vlucht nemen naar het keurvorstendom Trier, waar de aartsbisschop van Trier heerste en een keurvorst was van het Heilige Roomse Rijk. In Trier publiceerde (1790) de Vivario een heiligenleven over de heilige Theodulfus van Trier, een Schotse priester die naar Trier emigreerde in de 6e eeuw.
Categorie:Zuid-Nederlands rechtsgeleerde (voor 1830) Categorie:Zuid-Nederlands historicus (voor 1830) Categorie:Persoon in de Nederlanden in de 18e eeuw Categorie:Persoon in de Brabantse Omwenteling