Internationalisme of russificatie? (Oekraïens: , Internatsionalizm tsjy rusyfikatsija?) is een boek van de Oekraïense schrijver en maatschappelijk activist Ivan Dzjoeba. Het werd eind 1965 geschreven als aanvulling op een brief die in december 1965 werd gestuurd aan de eerste secretaris van de Communistische Partij van Oekraïne, Petro Sjelest, ter verdediging van de talrijke Oekraïense schrijvers die dat jaar werden opgepakt. Nadat het essay enige tijd illegaal als samvydav in de Oekraïense SSR in omloop was geweest, werd het in februari 1968 in het Oekraïens uitgegeven door het tijdschrift Soetsjasnist ("Moderniteit") van Oekraïners in München, gevolgd door Engelse vertalingen door Weidenfeld & Nicolson in Londen en Humanities Press in New York.
Achtergrond Tijdens de Oekraïense zuivering van 1965–1966 arresteerden de Sovjetautoriteiten in het geheim Oekraïense creatieve intellectuelen. In september 1965, bij de première van de film De vuurpaarden (Oekraïense titel: Тіні забутих предків, Tini zaboetych predkiv; Engelse titel: Shadows of Forgotten Ancestors) in de Kyivse bioscoop "Oekraïne", hebben de dissidenten Dzjoeba, Vasyl Stoes en Vjatsjeslav Tsjornovil gezamenlijk publiekelijk protest aangetekend tegen dit regeringsbeleid, waardoor informatie over deze geheime arrestaties openbaar werd gemaakt. Eind 1965 schreef Dzjoeba zijn werk Internationalisme of russificatie?.
Dzjoeba zelf heeft altijd volgehouden dat hij noch anti-communistisch, noch anti-sovjet was, maar een idealist die het systeem van binnenuit wilde veranderen. Het was nooit zijn bedoeling om een publiek figuur te worden of de politiek in te gaan; hij wilde juist talen en literatuur studeren. Maar omdat hij niet kon toekijken hoe de Oekraïense taal en literatuur zonder enige reden werden onderdrukt en gerussificeerd, besloot hij zich uit te spreken. Zijn vrouw Marta redeneerde dat zijn optredens tijdens literaire avonden, waar hij bekend stond om zijn logische redeneringen en zijn zoektocht naar een rechtvaardiging voor de gang van zaken, hem ook behoorlijk populair maakten en ertoe bijdroegen dat Dzjoeba onbedoeld een symbool werd tegen de russificatie en voor de Oekraïense cultuur.
Samenvatting In het essay Internationalisme of russificatie?, 214 pagina's lang, dat onder invloed van die gebeurtenissen tot stand kwam, analyseerde Dzjoeba vanuit marxistisch perspectief het nationaliteitenbeleid en het cultuurbeleid van de Sovjet-Unie in Oekraïne. Dzjoeba stelde dat de Communistische Partij van de Sovjet-Unie (CPSU) zich tijdens het bewind van Jozef Stalin had geschaard achter de standpunten van het . De auteur baseerde zijn betoog grotendeels op citaten uit de werken van Vladimir Lenin en partijdocumenten uit de jaren twintig. Hij was van mening dat het russificatiebeleid van de CPSU, met name in Oekraïne, in strijd is met de fundamentele belangen van het Oekraïense volk en andere etnische minderheden. Hij stelde dan ook dat de oplossing lag in een terugkeer naar Lenins nationaliteitenbeleid en naar korenisatie.
Receptie In december 1965 stuurde de auteur zijn werk naar de Eerste Secretaris van het Centraal Comité van de Communistische Partij van Oekraïne, Petro Sjelest, en aan de voorzitter van de Oekraïense Raad van Ministers, Volodymyr Sjtsjerbytsky, en de Russische vertaling daarvan aan de leiding van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie (CPSU). In plaats van de tekst te onderdrukken, gaf Sjelest opdracht om de tekst naar de secretarissen van de regionale comités te sturen, met de opmerking dat zij "op de hoogte moesten zijn van de argumenten van hun tegenstanders". Vervolgens begon de tekst van Internationalisme of russificatie? via samvydav de ronde te doen en verspreidde zich snel via herdrukken en fotokopieën. Tot slot werd de tekst van de 214 pagina’s tellende brief in februari 1968 in München, West-Duitsland, als boek uitgegeven door het literaire tijdschrift van de Oekraïense diaspora Soetsjasnist. Het werk verscheen datzelfde jaar voor het eerst in het Engels in Londen en New York. Het verscheen rond dezelfde tijd ook in Canada.
Naar aanleiding van de snel groeiende populariteit van het boek in het buitenland, dankzij de verschijning van de Oekraïense originele uitgave in gedrukte vorm en de Engelse vertalingen daarvan, kwam er een reactie namens het Centraal Comité van de Communistische Partij van Oekraïne. Een auteur die zichzelf "Bohdan Stanchuk" noemde, publiceerde een lange repliek in 1969, die ook in het Engels werd vertaald voor het buitenlandse publiek (waaronder de Oekraïense diaspora), getiteld Waar I. Dzjoeba voor staat, en hoe hij dat doet (Nogmaals over het boek Internationalisme of russificatie?). "Bohdan Stanchuk" (Stantsjoek, ook wel "Stenchuk"/Stentsjoek) was een pseudoniem dat door de Sovjet-Oekraïense autoriteiten werd gebruikt om afwijkende meningen te bekritiseren; de werkelijke auteur(s) achter dit en andere soortgelijke werken zijn onbekend. Stanchuk stelde dat "Dzjoeba's book niets te maken heeft met een gewetensvol wetenschappelijk onderzoek... en doet afbreuk aan de idealen van het internationalisme." Hij hekelde alle aandacht die aan het werk van Dzjoeba werd besteed: "De Oekraïense burgerlijk-nationalistische pers en andere anticommunistische kranten en tijdschriften in het Westen besteden veel aandacht aan dit boek". Deze reactie leidde tot nog meer samvydav-reacties van dissidenten, onder meer van Vjatsjeslav Tsjornovil, die schreef: Waar staat B. Stenchuk voor en hoe? («Як і що обстоює Б. Стенчук?»).
Een speciale commissie van het Centraal Comité van de Communistische Partij van Oekraïne heeft de tekst onderzocht en besloot dat deze "de spot dreef met de Sovjet-realiteit, het nationaliteitbeleid van de CPSU en de praktijk van de communistische opbouw in de USSR". De autoriteiten beschuldigden Dzjoeba ervan de vriendschap tussen de Sovjet-volkeren te ondermijnen en haat tussen het Oekraïense en het Russische volk aan te wakkeren. In 1972 werd Dzjoeba uit de Schrijversbond van Oekraïne gezet. Zijn collega's bij de Schrijversbond steunden hem, maar ze konden Dzjoeba's royement niet tegenhouden. Het jaar daarop werd Dzjoeba door de rechtbank van de oblast Kyiv veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf en vijf jaar verbanning. Later vroeg hij gratie aan en na 18 maanden in de gevangenis werd hem gratie verleend. Een tijdlang wilde geen enkele werkgever Dzjoeba in dienst nemen vanwege zijn bezoedelde reputatie, totdat hij werd aangenomen bij de vliegtuigbouwkundige krant van de serieproductiefabriek van vliegtuigbouwer Antonov. In 1989 werd hij nog medeoprichter van Roech (Volksbeweging van Oekraïne).
Zie ook Korenisatie Oekraïnisering Russificatie
Referenties
Bibliografie Primaire bronnen Tekst van de uitgave uit 1998 van het boek op litopys.org.ua. Дзюба І. М. Інтернаціоналізм чи русифікація? Переднє слово (Voorwoord) Sovjet-repliek: Богдан Стенчук, Що і як обстоює І. Дзюба? (Ще раз про книгу «Інтернаціоналізм чи русифікація?») [Sjtsjo i jak obstojoeje I. Dzjoeba? Sjtsje raz knyhoe "Internatsionalizm tsjy rusyfikatsija?")]. Київ: Товариство культурних зв'язків з українцями за кордоном, 1969. 196 с. (Engelse vertaling uit 1970):
Contemporaine recensies
Secundaire bronnen
Categorie:Communisme Categorie:Geschiedenis van Oekraïne Categorie:Politiek in de Sovjet-Unie Categorie:Politiek boek Categorie:Oekraïense literatuur Categorie:Culturele assimilatie Categorie:Taalbeleid Categorie:Censuur Categorie:Demografie van Oekraïne