Het Transitie Behandel Model (TBM) is een behandelmethodiek binnen de geestelijke gezondheidszorg en jeugdzorg, ontwikkeld door transcultureel systeemtherapeut Fariba Rhmaty. De methode richt zich op de behandeling van cliënten met complexe trauma's, vaak in combinatie met migratie- en vluchtgeschiedenissen.
Achtergrond en theoretische basis Het TBM is geïnspireerd door verschillende wetenschappelijke disciplines, waaronder de transculturele systeemtherapie, culturele antropologie en ontwikkelingspsychologie. De methodiek maakt onder meer gebruik van het concept rites de passage van de Franse antropoloog Arnold van Gennep en het idee van het transitionele subject zoals ontwikkeld door kinderpsychiater Donald Winnicott. Het model biedt therapeuten en andere hulpverleners handvatten om cliënten met psychische problematiek te ondersteunen via een cultuursensitieve, therapeutische en systemische benadering.
Werkprincipes en methodieken Binnen het Transitie Behandel Model vormt de zogenoemde transitionele ruimte een kernbegrip. Dit betreft de therapeutische ruimte waarin de cliënt, ongeacht culturele achtergrond, levensgeschiedenis of aard van de problematiek, de mogelijkheid ervaart om zich veilig, erkend en gehoord te voelen. Deze ruimte biedt voorwaarden voor het verkennen en herstructureren van ingrijpende ervaringen. De therapeut treedt op als tijdelijke gids in deze overgangsfase en werkt niet vanuit een klassieke hiërarchische behandelrelatie, maar op basis van gelijkwaardigheid en menselijke ontmoeting. Van de behandelaar wordt verwacht dat deze:
zich bewust is van eigen culturele referentiekaders en overtuigingen; functionele zelfonthulling (self-disclosure) kan inzetten waar passend; impliciete en verborgen lagen in de therapeutische interactie weet te herkennen
Binnen het TBM worden verschillende behandelmethodieken ingezet, waarin de genoemde methodieken hieronder centraal staan.
Transcultureel Systemisch Interview Het Transcultureel Systemisch Interview, afgeleid vanuit het Cultureel Interview van Hans Rohlof, Rob van Dijk en Simon Groen, is een methodisch hulpmiddel binnen het Transitie Behandel Model waarbij de hulpverlener samen met de cliënt systematisch de levensgeschiedenis, context en culturele achtergrond in kaart brengt. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar individuele klachten, maar ook naar familieverbanden, migratiegeschiedenis, verlieservaringen en culturele waarden die invloed hebben op het functioneren van de cliënt. Het interview helpt om betekenis te geven aan problemen binnen de eigen culturele en systemische context van de cliënt en vormt zo een basis voor het opbouwen van vertrouwen in de werkrelatie en het vormgeven van passende behandeling. Binnen het werk van Rhmaty wordt dit interview gebruikt als onderdeel van een bredere transculturele systeembenadering om traumaverwerking beter te begrijpen en te ondersteunen.
Genogram Een genogram is een visuele weergave van een familiesysteem waarin meerdere generaties en hun onderlinge relaties in kaart worden gebracht. Het gaat verder dan een gewone stamboom, omdat het niet alleen laat zien wie familie van elkaar is, maar ook belangrijke informatie bevat over relaties, gebeurtenissen en patronen binnen de familie. Hierdoor kan een genogram inzicht geven in bijvoorbeeld terugkerende gedragingen, familiegeschiedenis en de invloed van culturele of etnische achtergrond op het functioneren van een gezin. Binnen het TBM worden genogrammen opgesteld van minimaal drie generaties.
Levenslijn Een levenslijn is een methodisch hulpmiddel binnen systeemtherapie en traumabehandeling waarmee cliënten hun levensgeschiedenis chronologisch in kaart brengen. Hierbij worden belangrijke gebeurtenissen, emoties en ervaringen op een tijdlijn geplaatst om inzicht te krijgen in patronen, samenhang en de impact van ingrijpende gebeurtenissen op het leven. Daarnaast wordt in systeemtherapeutische en klinische contexten benadrukt dat het werken met een levenslijn helpt om ervaringen te ordenen en betekenis te geven, waardoor cliënten meer overzicht en begrip krijgen van hun eigen levensverhaal en de invloed van familie- en omgevingsfactoren.
Bij het inzetten van de levenslijn wordt er ook gekeken naar de levensfaseovergangen om zo de levensgebeurtenissen te structureren en inzichtelijk te maken hoe verschillende transities invloed hebben gehad op ontwikkeling, relaties en betekenisgeving binnen het leven van de cliënt. De levensfaseovergangen zijn gevormd vanuit het antropologische concept rite de passage, dat als eerste werd benoemd in het boek The Rites of Passage (1908) van Arnold van Gennep.
De eerste fase is de separatiefase, waarin de cliënt bewust afstand neemt van een oude situatie, rol of identiteit en er sprake is van verlieservaringen en rouw. Vervolgens volgt de liminele fase, een overgangs- of tussenfase waarin het oude is losgelaten maar het nieuwe nog niet volledig gevormd is; deze fase wordt gekenmerkt door onzekerheid, kwetsbaarheid en het herordenen van ervaringen en betekenissen. Door een opstapeling van liminale fasen kunnen psychische klachten ontstaan of verergeren. Tot slot is er de re-integratiefase, waarin de cliënt een nieuw evenwicht ontwikkelt, ervaringen integreert in het levensverhaal en een nieuwe positie inneemt binnen het systeem.
Transculturele psycho-educatie Transculturele psycho-educatie is een behandelinterventie waarbij cliënten en hun families op een cultuursensitieve manier uitleg krijgen over psychische klachten, behandeldoelen en herstelprocessen. In plaats van uitsluitend een medisch of individueel verklaringsmodel te gebruiken, wordt de problematiek geplaatst binnen de bredere context van familie, migratiegeschiedenis, verlieservaringen en culturele betekenisgeving. Door gebruik van visuele instrumenten zoals het genogram is het makkelijker voor de cliënt om oorzaken van klachten te begrijpen. Binnen het TBM wordt er specifiek aandacht gegeven voor de grootfamilie en de levensfaseovergangen.
Transitionele ruimte De transitionele ruimte is de ruimte binnen de therapie waarin de cliënt, ongeacht diens culturele achtergrond, levenservaringen en problematiek, zich veilig en gehoord kan voelen. Een transitionele ruimte wordt gecreëerd wanneer de therapeut intentioneel en tactisch self-disclosure, ofwel zelfonthulling, inzet tijdens de therapie. Bij zelfonthulling deelt de therapeut op een bewuste en doelgerichte manier een eigen ervaring tijdens de sessie, waardoor de therapeut emotioneel gezien 'naast de cliënt' gaat staan. Hierdoor ontstaat er een veilige ruimte voor de cliënt waarin ondraaglijke angsten, verliezen en trauma’s zich kunnen transformeren naar draaglijker vormen.
Categorie:Psychologie