Jan Schoonenberg (Rotterdam, 16 juli 1903 – Ermelo, 12 september 1968) was een Nederlands jurist en verzetsstrijder tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Biografie Schoonenberg werd geboren in Rotterdam als zoon van Jan Martinus Schoonenberg en Carolina Fredrika Geertruida de Jong. Hij studeerde rechten aan de Universiteit Leiden. In 1924 behaalde hij aldaar zijn kandidaatsexamen. In 1927 behaalde hij zijn doctoraalexamen. Hij promoveerde in 1930 in Leiden op het proefschrift Particulier initiatief in de arbeidersverzekering.
Schoonenberg was tijdens de Tweede Wereldoorlog actief in het verzet, onder meer als vaste medewerker van het verzetsblad Slaet op den Trommele. Hij was voorzitter van de Bond van Jong-Liberalen.
Loopbaan Schoonenberg begon zijn loopbaan bij Centraal Beheer in Amsterdam. Vanaf 1941 werkte hij als substituut-griffier bij de Centrale Raad van Beroep te Utrecht. In 1946 werd hij benoemd tot advocaat-fiscaal bij het Bijzonder Gerechtshof in Amsterdam. In 1948 werd deze benoeming op zijn verzoek ingetrokken. In 1954 werd hem op eigen verzoek eervol ontslag verleend uit zijn functie als substituut-griffier bij de Centrale Raad van Beroep. In 1957 werd hij benoemd tot plaatsvervangend voorzitter van de Centrale Raad van Beroep.
Bibliografie
Particulier initiatief in de arbeidersverzekering : ontwikkeling van de positie der bijzondere uitvoeringsorganen in de wetgeving, 1930 (diss.)/1931 (druk). (met G.F. Ornstein, N.E.H. van Esveld, A.N. Molenaar) Drie studiën over arbeidsrecht, 1941 Het administratieve procesrecht volgens de beroepswet, Kring van Directeuren en Administrateurs van Bedrijfsverenigingen, Amsterdam, 1957
Categorie:Nederlands jurist Categorie:Nederlands verzetsstrijder in de Tweede Wereldoorlog