Het Koninklijk koorboek van Hendrik VIII (British Library MS Royal 8G.vii) is een muziekhandschrift dat tussen 1516 en 1522 vervaardigd werd in het atelier van Petrus Alamire. Het boek was bestemd voor koning Hendrik VIII van Engeland en zijn eerste vrouw Catharina van Aragon. Het bevat achtentwintig motetten, vijf seculiere werken en een later toegevoegde canon. Van dertien van dit totaal van vierendertig composities is de componist onbekend gebleven. Veel van de wel bekende componisten komen ook in andere muziekhandschriften van het oeuvre uit het atelier van Alamire voor. De belangrijkste zijn Pierre de la Rue, Josquin des Prez, Alexander Agricola, Johannes Ghiselin, Antoine de Févin en Jean Mouton.

Het boek is verdeeld in acht katernen. Die katernen bevatten tussen de drie en zes composities die altijd beginnen op de verso zijde van het eerste blad en eindigen op de recto zijde van het eerste blad van het volgende katern. Het eerste katern is duidelijk bedoeld als een eerbetoon aan Hendrik VIII en Catharina. Het opent met een motet dat als titel Honi soit qui mal y pense heeft en het motto is van de Orde van de Kousenband. De werken in de rest van dit katern brengen de wens van het echtpaar tot uiting van het kunnen verkrijgen van kinderen en met name van een troonopvolger. Componisten gebruikten nogal eens hetzelfde werk voor meerdere opdrachtgevers. Twee motetten in dit katern waren oorspronkelijk gecomponeerd voor Anna van Bretagne en Lodewijk XII van Frankrijk, ook een echtpaar dat de wens voor een troonopvolger op deze wijze tot uitdrukking bracht. De oorspronkelijke namen als 'Anna' en 'Ludovicus' werden voor het werk in dit koorboek gewijzigd in 'Katharina' en 'Henricus'. Datzelfde gold voor het wijzigen van de namen van de beschermheiligen van Anne en Lodewijk in die van Hendrik en Catharina. Ook in het koorboek voor Philips de Schone en in Jena U3, een van de koorboeken van Frederik III van Saksen komt een dergelijke verwisseling van namen voor.

In de volgende vier katernen komen composities voor die geassocieerd kunnen worden met Margaretha van Oostenrijk en Karel V. Het motet Doleo super te van de la Rue verwijst naar het overlijden van Filips de Schone. Het anonieme motet Maxsimilia Christo amabilis heeft een tekst die specifiek ingaat op het feest van de Heilige Andreas (of Sint Andries). Dat was de beschermheilige van Bourgondië en als zodanig ook van de Orde van het Gulden Vlies. Hendrik VIII was ook een ridder in die orde. Er volgen daarna vijf muziekzettingen van de laatste woorden van het verhaal van koningin Dido uit de Aeneis van Vergilius. Hierna volgt een muzikale bewerking van de treurzang van David.

Het is waarschijnlijk dat het koorboek ook in de periode 1516 -1522 moet zijn geschonken aan Hendrik VIII. In deze periode waren er een aantal ontmoetingen tussen Karel V of Margaretha van Oostenrijk of beiden met Hendrik VIII of Thomas Wolsey, de belangrijkste adviseur van Hendrik VIII. Tijdens een van deze gelegenheden zou het koorboek geschonken en overhandigd kunnen zijn, waarschijnlijk door Margaretha van Oostenrijk. De notie dat dit een geschenk van Petrus Alamire aan Henry VIII zou zijn komt in de literatuur wel voor maar is het standpunt van een minderheid op het vakgebied.

Hendrik VIII was gedurende de eerste twintig jaar van zijn koningschap waarschijnlijk de Europese vorst die in de muziek van die periode het meest geïnteresseerd was. Hij was een goed en geschoold zanger en bespeelde zelf ook meerdere blaas- en snaarinstrumenten.

Uit deze periode zijn ook vier brieven van Alamire aan Hendrik VIII bekend alsmede ruim twintig aan Engelse ambassadeurs waaruit duidelijk wordt dat Alamire in deze periode enkele jaren een rol had als spion voor Hendrik VIII om op het continent de gangen van Richard de la Pole, de verbannen hertog van Suffolk te volgen. De la Pole was een pretendent voor de Engelse troon. Het gebeurde vaker in die tijd dat musici werden ingezet voor diplomatieke en geheime opdrachten. Zij waren door hun functie mobiel en konden in principe zonder verdenking van hof naar hof reizen. Na enkele jaren werd Alamire door Thomas Wolsey verdacht tevens een contraspion te zijn voor Richard de la Pole. De relatie tussen Alamire en Hendrik VIII werd verbroken en Alamire is daarna nooit meer in Engeland geweest. In de Engelse literatuur wordt dit koorboek dan ook vaak aangeduid als The Spy’s Choirbook.

Zie ook Voor alle 51 bewaarde handschriften van Alamire Lijst van muziekhandschriften van Petrus Alamire

Categorie:16e-eeuws boek Categorie:Muziekhandschrift