miniatuur|Flesjes met medicinale drank die verontreinigd waren met antivries. De term glycerineschandaal verwijst naar de levering van sterk vervuilde glycerine door een Nederlands bedrijf aan een farmaceutisch bedrijf in Haïti. De glycerine werd in Haïti gebruikt voor het maken van medicinale siroop voor kleine kinderen met koorts of hoest. Door het gebruik van de hoestdrank stierven in Haïti 88 kinderen. Het schandaal kwam in de zomer van 1996 in de publiciteit. De affaire wordt ook wel glycerinedrama of de Haïtiaanse glycerine-affaire genoemd.
De levering van de glycerine liep over meerdere schijven, vanaf een Chinese fabrikant kwam de stof via de Chinese exporteur Sinochem en het Duitse Metall-Chemie bij het Nederlandse Vos BV terecht. Vos leverde de stof via het Duitse CTC aan Pharval in Haiti, die het verwerkte in hoestdrankjes, Daarna werd het waarschijnlijk via apotheken aan consumenten verkocht. Ouders gaven het geneeskrachtige drankje aan kleine kinderen. De hoestdrankjes zijn vergelijkbaar met vloeibare sinaspril, dat in Nederland veel gebruikt wordt.
Levering van de glycerine Een Nederlands chemisch handelsbedrijf, Vos BV uit Alphen aan den Rijn, had via het Duitse bedrijf Metall-Chemie in China glycerine gekocht. Metall Chemie verhandelde een product van Sinochem International Chemicals Company, een groot exportbedrijf uit Peking, dat eigendom is van de Chinese overheid. Het zou gaan om zuivere glycerine die voor medische toepassingen gebruikt kon worden. Het waren in totaal 72 vaten.Adverse effects of the illicit movement and dumping of toxic and dangerous products and wastes on the enjoyment of human rights. Progress report submitted by Mrs. Fatma-Zohra Ksentini, Special Rapporteur, pursuant to Commission resolution 1998/12. United Nations, Economic and Social Council De glycerine kwam op 14 december 1994 met een Chinees vrachtschip aan in Rotterdam en werd daar opgeslagen.miniatuur|Een monster glycerineDe glycerine werd na enige tijd - via de Duitse handelsonderneming Chemical Trading Company CTC - aan het farmaceutische bedrijf Laboratoires Pharval in Haïti geleverd, met het label "GLYCERINE 98 PCT USP." Deze aanduiding betekent dat de stof 98% zuiver is en dat het geschikt voor medisch gebruik. De afkorting USP wekt vertrouwen, omdat het staat voor U.S. Pharmacopeia, een Amerikaanse instantie die waakt over de kwaliteit van geneesmiddelen. De vaten werden per schip door Nedlloyd vervoerd naar Haïti. Het schip vertrok op 25 februari 1995.
De vloeistof die in de vaten zat bleek echter niet alleen uit glycerine te bestaan. Volgens een in augustus 1997 uitgelekt rapport had Vos BV, terwijl de vaten in Rotterdam waren opgeslagen, een monster laten nemen. Dat werd naar Alphen aan den Rijn gestuurd, waarna een extern laboratorium, SGS Laboratory Services, het monster in opdracht van Vos BV onderzocht. Het laboratorium kreeg de opdracht om het gehalte aan glycerine te bepalen en ook de kleur van de vloeistof. SGS Laboratory Services gaf op 2 maart 1995 de uitslag van het onderzoek door aan Vos BV. Het bleek dat de vloeistof niet zuiver was en slechts 53,9 procent glycerine bevatte en daarnaast een andere stof. Later bleek dat het ging om het giftige - maar zoet smakende - di-ethyleenglycol, een vloeistof die onder andere als ingrediënt van antivries wordt gebruikt. Een onderdirecteur van Vos BV wist dat de glycerine niet zuiver was, maar hij lichtte volgens eigen zeggen zijn verkoopfunctionaris daar niet over in. Ingrijpen zou op dat moment goed mogelijk geweest zijn, want het schip dat de stof vervoerde was nog onderweg naar Haïti. De Haïtiaanse fabrikant Pharval werd niet door Vos BV gewaarschuwd en werd onwetend gehouden over het feit dat de glycerine niet zuiver was. miniatuur|Aantal opnames vanwege nierfalen in Haiti
Kinderen met nierfalen Pharval verwerkte de glycerine in twee (hoest)dranken, Afébril en Valodon - die dezelfde samenstelling hebben en o.a. paracetamol bevatten.Chronicles, Historical perspectives on public health issues Public health reports, January/February 2000 Deze drankjes werden aan jonge kinderen voorgeschreven tegen koorts, misselijkheid, diarree, hoesten of buikpijn.
In de periode oktober 1995 - juli 1996 bleken veel kinderen in Haïti te lijden aan nierfalen. 109 kinderen werden zo ziek dat ze in het ziekenhuis moesten worden opgenomen. De symptomen die bij de kinderen optraden waren naast nierfalen, hepatitis, pancreatitis, beschadiging van het centrale zenuwstelsel en coma. Elf van de kinderen werden naar de Verenigde Staten vervoerd om daar in de intensive care behandeld te worden. Van hen stierven er vijf. In totaal stierven 88 kinderen. De helft van de overleden kinderen was jonger dan twee jaar.A toxic pipeline DIGITAL NEWSBOOK Health, The Times, 2020 Sommige kinderen die overleefden bleven gehandicapt.
Onderzoek Omdat het grote aantal zieke kinderen opviel, werd de Amerikaanse CDC ingeschakeld. Uit het onderzoek bleek al snel dat de zieke kinderen dezelfde drankjes hadden gekregen, en dat daar de oorzaak gezocht moest worden. Nierfalen kan ook door een infectie veroorzaakt worden, maar uit onderzoek onder broers en zusjes van de zieke en overleden kinderen bleek van een infectie geen sprake te zijn.
Onderzoek aan de drankjes liet zien dat deze 14,4% di-etyleenglycol bevatten, en dat deze stof de dodelijke nierschade had veroorzaakt. De onderzoekers troffen bij de fabrikant van de dranken, Pharval, de door Vos BV via CTC geleverde vaten glycerine aan die met di-ethyleenglycol vervuild waren. Een dag na de ontdekking werd de bevolking van Haïti zo goed mogelijk gewaarschuwd om de drankjes niet meer te gebruiken. Omdat het land zo arm is, gebeurde dat op veel verschillende manieren.
Na het onderzoek door CDC kreeg de Amerikaanse Food & Drug Administration (FDA) op verzoek van de WHO het verzoek om onderzoek te doen.U.S. House of Representatives. (2000). Hearings before the Subcommittee on Oversight and Investigations of the Committee on Commerce, House of Representatives, One Hundred Sixth Congress, second session, June 8 and October 3, 2000 (Serial No. 106-164). Washington, DC: U.S. Government Printing Office. De FDA maakte zich zorgen of verontreinigde glycerine uit China ook de Verenigde Staten binnen zou kunnen komen, omdat de VS veel glycerine importeert.
Onderzoek naar de oorspronkelijke Chinese leverancier, dat twee jaar na het overlijden van de kinderen werd uitgevoerd, leverde weinig op. Wel vond de FDA - zo blijkt uit een hearing voor het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden - een fax van de Nederlandse leverancier aan een Chinees handelsbedrijf, waarin stond dat de glycerine slechts 53,9 % zuiver was, maar dit spoor leidde niet naar de fabrikant. Na lang wachten hoorde de FDA van Sinochem dat de naam van de fabrikant Tianhong Fine Chemicals Factory zou zijn geweest, gevestigd in Dalian. Sinochem kon geen adres van dat bedrijf geven. Een jaar later bleek het bedrijf verhuisd te zijn. Alle documenten over de partij glycerine bleken te zijn vernietigd.
Publiciteit In Nederland kreeg de affaire veel publiciteit. De PvdA-politicus Josephine Verspaget, vroeg eind augustus 1996 in de Tweede Kamer om een onderzoek en strafrechtelijke vervolging. De toenmalige minister van Volksgezondheid, Els Borst, zag daar geen reden toe, evenals de minister van Justitie, Winnie Sorgdrager, omdat er "geen redelijk vermoeden van schuld van Vos BV aan enig strafbaar feit" zou zijn. Na onthullingen over de kwestie in NRC Handelsblad besloot de Inspectie voor de Gezondheidszorg in augustus 1997 toch om verder onderzoek te doen.
Ook in de VS kreeg de affaire publiciteit. Het verhaal werd uitgezonden in het televisieprogramma 60 Minutes.
Toen de problemen naar voren waren gekomen werd Pharval in 1997 op last van overheid in Haïti gesloten.
De directeur van Vos BV werd in 1998 door de moedermaatschappij van het bedrijf, het Duitse Helm AG, ontslagen, maar het ontslag zou niets met de affaire te maken hebben. Helm Pharmaceuticals AG is een van de grootste chemische en farmaceutische handelsfirma's in Europa. Rechtszaken De oorspronkelijke fabrikant of degene die de glycerine heeft vermengd met het giftige di-etyleenglycol is niet opgespoord en is ook niet vervolgd. Dat gebeurt vaker bij internationale handel in chemische stoffen die lijden tot medische problemen of milieuproblemen. De oorspronkelijke vervuiler blijft buiten schot. Wie wel te maken kregen met rechtszaken waren de Nederlandse Vos BV en het Haitiaanse Pharval.
Vos BV Het Nederlandse Openbaar Ministerie deed vanaf het najaar van 1997 onderzoek naar de betrokkenheid van Vos BV op basis van een aanklacht doodslag en dood door schuld. Het OM trok echter de conclusie dat er geen oorzakelijk verband te bewijzen was tussen het leveren van de glycerine en de dood van de kinderen. De leiding van Vos BV werd dan ook niet strafrechtelijk vervolgd.
Later bleek dat Vos BV een onjuist beeld had geschetst. Zo beweerde het bedrijf (1) dat ze de stof niet hadden onderzocht, en (2) dat ze de stof niet in handen hadden gehad.
Uit het hierboven al genoemde uitgelekte rapport bleek dat Vos BV de glycerine wel degelijk had laten onderzoeken. Het latere standpunt van het bedrijf was, dat er wettelijk geen verplichting was om de partij glycerine te testen, omdat er een certificaat bij zat van de Chinese leverancier. Vos zou de glycerine getest hebben omdat zij recent een ISO 9002 certificaat behaald hadden. Zij gaven geen verklaring waarom ze de uitslag van de test niet hadden doorgegeven aan Pharval. Uit een rapport van de FDA bleek dat de partij glycerine wel degelijk in een door Vos BV gehuurde loods in Rotterdam was opgeslagen.
Uit een andere publicatie bleek dat de FIOD eerder onderzoek had gedaan naar Vos BV, vanwege het ontduiken van accijns. Het bedrijf kreeg daar een boete voor van ruim 1,5 miljoen gulden.
Hoewel er geen strafvervolging kwam voor dood door schuld, werd Vos BV wel vervolgd vanwege het begaan van een milieudelict: een overtreding van de Wet milieugevaarlijke stoffen. Eind 2001 resulteerde dat in een schikking met het Openbaar Ministerie. Het bedrijf betaalde 500.000 gulden (ca. 200.000 euro). De schikking veroorzaakte commotie in de Tweede Kamer en ook minister Korthals Altes van Justitie was er niet blij mee.
Amerikaanse en Nederlandse advocaten probeerden de schikking met Vos BV aan te vechten. Zij eisten genoegdoening voor de nabestaanden van de overleden kinderen. In een uitspraak oordeelde het gerechtshof van Den Haag dat het OM de vervolging niet met een schikking had mogen afdoen en dat strafvervolging passender zou zijn geweest. Het gerechtshof vroeg echter op formele juridische gronden niet om heropening van de zaak tegen Vos BV.
Schadeclaims De ouders van de kinderen dienden via verschillende advocaten een schadeclaim in. Deze procedures hebben heel lang geduurd.
De procedure van de Amerikaanse advocaat D. Mishael, die een aantal Haïtiaanse ouders vertegenwoordigde, werd in 2003 door het Nederlandse gerechtshof niet-ontvankelijk verklaard, onder andere omdat diens beklag niet in de Nederlandse taal was opgesteld, maar ook omdat niet bleek dat de raadsman gemachtigd was tot het indienen van het klaagschrift.Hof wijst klachten tegen niet-vervolgen Vos B.V. af 2003
Dezelfde advocaat had in Florida een civiele procedure aangespannen tegen zowel Vos als het Duitse moederbedrijf Helm AG. Daarover kwam in 2009 een uitspraak: de zaak in Florida richting Vos was niet succesvol, omdat Vos volgens de rechter niet in Florida vervolgd kan worden.
Pharval diende een schadeclaim in bij Vos en ook bij de tussenleverancier, het Duitse Chemical Trading Company CTC uit Hamburg. Pharval claimde een bedrag van 46 miljoen dollar. Het is niet bekend of deze claim juridisch is behandeld.
Pharval