De 5th Special Air Service (5 SAS) was een Belgisch onderdeel van de Britse Special Air Service ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Na de oorlog werd het tijdelijk ontbonden om daarna opnieuw opgericht te worden als 1 Bataljon Parachutisten. De huidige eenheid die er het meest mee overeenkomt in het Belgische leger is de Special Forces Group.
Vorming Na de capitulatie van België ten gevolge van de Achttiendaagse Veldtocht werd de Belgische regering gedwongen te verhuizen richting Londen. Vanuit daar werd door premier Hubert Pierlot opgeroepen om een leger in ballingschap te vormen, de Vrije Belgische Strijdkrachten. Veel mannen die zich voor de oorlog in het buitenland bevonden of ervan ontsnapt waren meldden zich. Zij werden onder meer bij Britse eenheden geplaatst. Ook werden er nieuwe regimenten/bataljons/squadrons gevormd, zoals de Brigade Piron en het 350e Squadron RAF.
Voor de mannen die zich in Noord-Amerika bevonden was er een centrum in het dorpje Joliette in Canada van waaruit zij zich in het leger konden aansluiten. Onder meer Eddy Blondeel meldde zich daar voor actieve dienst. Deze mannen vormden het 2e fuselier bataljon, de grondvesten voor 5 SAS.
In mei 1942 werd door ondersecretaris van landsverdediging Henri Rolin de Belgische Onafhankelijke Parachutistencompagnie gevormd. Deze bestond uit de volgende eenheden: De A compagnie van het 2e fuselier bataljon, de mannen die uit Noord-Amerika gerekruteerd werden. Een groep gekwalificeerde mannen, het 1ste fuselier bataljon Gekwalificeerde mannen die België ontvlucht waren.
De compagnie startte een parachutistenopleiding. Niet lang na de oprichting viel de bevelhebber van de compagnie, commandant Thise, uit door betrokkenheid bij een ongeval. Thise droeg het bevel over aan kapitein Eddy Blondeel. De compagnie ging verder in opleiding. Ze vervulden onder meer opleidingen op parachute-gebruik in Ringway, luchtlandingstechnieken in Hardwick Hall en zweefvliegtechnieken in Hardway Norton. De eerste parachutistenbrevetten werden behaald in Ringway. In 1943 werd de compagnie een paar maanden ondergebracht bij het 8ste parachutistenregiment van de 6e Luchtlandingsdivisie. In december dat jaar werd de compagnie nog eens een maand naar Inverlochy Castle gestuurd voor training. Nadat ze deze voltooid hadden, voegden ze zich tijdelijk bij de Britse SAS brigade die gestationeerd was in Loudoun Castle Camp nabij Galston.
Naar verluidt bestond de Belgische SAS eenheid uit alle lagen van de bevolking. Boeren, daklozen, advocaten en 3 baronnen vormden de eenheid. Zo was ook hun bevelhebber, majoor Blondeel, ingenieur en hoog opgeleid in de tandheelkunde. Tegen alle vooroordelen in bestond er in de groep een goede teamgeest, ondanks hun verschillende afkomst. De vaderlandsliefde en de wil om hun land te bevrijden van de Nazi's verenigde hen.
Actieve dienst en operaties Operaties Chaucer, Bunyan en Shakespeare De kersverse SAS brigade onder leiding van majoor Blondeel kreeg al snel hun eerste orders. Hun opdrachten bestonden onder meer uit het vergaren van informatie over Duitse troepensterktes, posities en hoeveel ze wisten van de geallieerden. De eerste drie gingen van start eind juli 1944.
Chaucer: Onder leiding van luitenant Jos Ghys werd zijn team van vier met 24 containers op 28 juli om 1 uur 's nachts geparachuteerd ten noorden van La Chartre-sur-le-Loir met als doel de terugtrekkende Duitse troepen te observeren en vertraging toe te brengen. De groep van vijf werd opgewacht door verzetsstrijders. Twaalf dagen later voegen zich nog eens 15 SAS-parachutisten onder leiding van luitenant Van Der Heyden zich bij hen ter hoogte van Nogent-le-Rotrou. Samen met hen worden ook wapens, uitrusting en munitie gedropt voor zowel de SAS als het verzet. Dankzij de observaties van de eenheid werden tal van colonnes en troepenbewegingen in kaart gebracht, waaronder een Duitse divisie die zich schuilhield in de bossen van Vibraye. De dag na de meldingen werden de doorgegeven locaties door de geallieerden gebombardeerd en vernietigd. Ook sneden ze de Duitse terugtocht ten noorden van het stadje Nogent-Le-rotrou af, zodat het Amerikaanse leger het ongestoord kan innemen op 14 augustus. De missie ging van start op 28 juli en eindigde op 15 augustus.
Shakespeare: Op 31 juli werden onder bevel van de luitenant E. Debefve een kleine groep van vijf leden geparachuteerd ten zuiden van La Chartre-sur-le-Loir om de terugtrekkende Duitse troepen te vertragen en te observeren. Zij worden op 9 augustus versterkt door vijftien SAS soldaten onder leiding van luitenant Limbosch. De eenheid bereikt La Chartre op 10 augustus. De Duitsers zijn er reeds vertrokken en de mannen worden als bevrijders en helden gezien. Hierna gingen ze naar Cogniers, waar het ontvangst even hartelijk was. Op weg naar Le Mans ontstaat er contact tussen de SAS-leden en de Duitsers. 1 Belgische sergeant raakt gewond, 3 Duitsers sneuvelden. Even later die nacht stelde de SAS zich op in een hinderlaag aan de rand van het dorpje La Flèche. Dertig Duitsers sneuvelden. Ook het eerste slachtoffer valt binnen de SAS. Ze speelden ook een grote rol in het redden van 150 neergeschoten geallieerde piloten. De missie ging van start op 31 juli 1944 en eindigde op 16 augustus.
Bunyan: Onder leiding van luitenant Gilbert Kirschen parachuteerden 5 commando's om half een 's nachts nabij Nogent-le-Rotrou om de streek te infiltreren en de terugtrekkende troepen te vertragen. Op 9 augustus voegden zich 15 commando's bij hen onder leiding van luitenant Deom. Hun werkgebied betrof de regio rond Longny-au-Perche. Nadat een leider van het Frans verzet aan luitenant Kirschen gezegd had dat de Duitsers een groot munitie-depot willen ontruimen, besluit de luitenant de plek aan te vallen. De aanval resulteert in één groot vuurwerk waarbij het depot in vlammen opgaat. Dankzij de via radio doorgegeven inlichtingen konden de geallieerden enkele succesvolle bombardementen uitvoeren. De missie ging van start op 2 augustus 1944 en eindigde op 15 augustus.
De eerste operaties werden goed uitgevoerd en mogen succesvol genoemd worden.
Operatie Haggard Tijdens de nacht van 10 op 11 augustus werden 6 Britse SAS-commando's van B-squadron geparachuteerd in het Ivoy-bos in de buurt Bourges. 2 Belgen maakten daar deel van uit. De rest van het B-squadron werd later gedropt onder leiding van majoor Lepine, op 15 augustus. De 2 Belgen in het squadron waren telegrafisten en tolken. Operatie Haggard eindigde bij de bevrijding van Bourges.
Externe links Herdenkingsplaat 1e Reg. Parachutisten S.A.S. in Gentse Gravensteen op unexpectedtraveller.com Le Régiment belge de parachutistes S.A.S. op brigade-piron.be Operation Haggard op staybehinds.com
Categorie:Belgische militaire eenheid in de Tweede Wereldoorlog