Het kabinet-Schoof was een Nederlands kabinet van 2 juli 2024 tot 23 februari 2026. Het werd gevormd door de Partij voor de Vrijheid (PVV), Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD), Nieuw Sociaal Contract (NSC) en BoerBurgerBeweging (BBB), onder voorzitterschap van de partijloze minister-president Dick Schoof. Het kabinet-Schoof werd bij aanvang gesteund door 88 van de 150 leden van de Tweede Kamer en 30 van de 75 leden in de Eerste Kamer. Vanaf 3 juni 2025 functioneerde het als demissionair minderheidskabinet nadat de PVV besloot uit de coalitie te stappen na onenigheid over asielmaatregelen. Op 22 augustus 2025 verlieten in het kielzog van Caspar Veldkamp ook alle andere NSC-bewindslieden het kabinet.

Het was het eerste kabinet met een partijloze premier sinds het kabinet-Cort van der Linden (1913-1918). Schoof is de eerste minister-president die niet op het stembiljet voorkwam sinds Jelle Zijlstra in het kabinet-Zijlstra (1966-1967). Het was het eerste kabinet waarin de PVV, BBB en NSC deelnamen.

Totstandkoming Formatie

De formatie van het kabinet-Schoof was het resultaat van de Tweede Kamerverkiezingen van 22 november 2023, waarbij de PVV de grootste partij werd met 37 zetels. Deze nam het initiatief in het vormen van een regeringscoalitie en ging besprekingen aan met NSC (20 zetels) en BBB (7 zetels). Alle drie de partijen hadden daarvoor nooit eerder aan een regering deelgenomen. De VVD (24 zetels) sloot zich als vierde aan, waarmee deze coalitie op steun van een meerderheid in de Tweede Kamer kon rekenen. De vier partijen hadden in de Eerste Kamer geen meerderheid.

Tijdens de formatie werd afgesproken dat het kabinet een extraparlementair karakter zou krijgen. Nadat bij aanvang de namen van de bewindslieden waren ingevuld, bleek het echter toch parlementair te zijn.

Hoofdlijnenakkoord PVV, VVD, NSC en BBB presenteerden op 16 mei 2024 een hoofdlijnenakkoord (originele versie), genaamd "Hoop, lef en trots", met daarin onder meer een strenger asielbeleid, het voornemen om de spreidingswet in te trekken, een ander kiesstelsel bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer, oprichting van een constitutioneel hof, geen gedwongen krimp van de veestapel, geen onteigening van boeren en tuinders, vermindering van het aantal misdrijven dat verjaart, invoering van een taakstrafverbod bij fysiek geweld tegen hulpverleners, verzwaring van straffen voor zware misdrijven en het meer dan halveren van de individuele geldelijke bijdrage voor het eigen risico bij de zorgverzekering.HOOP, LEF EN TROTS - Hoofdlijnenakkoord 2024 – 2028 van PVV, VVD, NSC en BBB, 16 mei 2024, kabinetsformatie2023.nl Gearchiveerd Gearchiveerd 5 juli 2024. Een ander doel werd om de taaleis voor naturalisatie te verhogen van A2 naar B1 en de termijn om in aanmerking te komen voor het Nederlanderschap te verhogen van vijf naar tien jaar woonachtig zijn in Nederland.Stijn Vos Kamer stemt over ophoging taaleis inburgeraars, binnenlandsbestuur.nl, 4 juni 2024

Inhoudelijk Mestcrisis Het kabinet-Schoof werd al aan het begin geconfronteerd met de aanhoudende mestcrisis in Nederland en zag zich genoodzaakt om een nieuwe mestwet naar de Tweede Kamer te sturen. Onder druk van de Europese regelgeving, waarbij Nederland stapsgewijs zijn uitzonderingspositie kwijtraakte, kwam minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur Femke Wiersma (BBB) met een voorstel om de mestproductie verder te beperken. De wet introduceerde een systeem waarbij veehouders bij verkoop van hun bedrijf verplicht een deel van hun dierrechten moeten inleveren. Deze dierrechten zouden bepalen hoeveel vee een boer mag houden en daarmee ook de hoeveelheid mest die geproduceerd wordt.

Volgens het wetsvoorstel moeten melkveehouders 30% van hun dierrechten afstaan, varkenshouders 22% en pluimveehouders 13%. Dit leidde tot grote onvrede in de varkens- en pluimveesector, die al te maken hebben met financiële druk door stijgende kosten voor mestafvoer en relatief gezien minder bijdragen aan het mestoverschot dan de rundveesector. Wiersma stelde echter dat deze maatregelen noodzakelijk zijn om een generieke korting vanuit Brussel te voorkomen, die mogelijk tot een gedwongen inkrimping van de veestapel zou leiden.

Noodrecht Tijdens de formatie is tussen PVV, VVD, NSC en BBB afgesproken om een zogeheten 'asielcrisis' uit te roepen. Hierdoor kan er een asielnoodwet ingevoerd worden om de gestelde asielcrisis sneller aan te pakken. Het stelt het kabinet in staat om bepaalde onderdelen van de Vreemdelingenwet 2000 buiten werking te stellen zonder directe parlementaire goedkeuring.

Ten tijde van de Algemene politieke beschouwingen in de Tweede Kamer kwam er veel kritiek vanuit de oppositie op dit voorstel. Volt-leider Laurens Dassen beschreef het als een 'afleidingsroute' en SP-leider Jimmy Dijk had het over een 'doodlopende weg'. Veel partijen vreesden dat de procedure de parlementaire controle zou ondermijnen en dat de democratische waarborgen zouden worden verzwakt. GroenLinks-PvdA-leider Frans Timmermans stelde dat het gebruik van dit middel problematisch is in een democratische rechtstaat.

In de nacht van 24 op 25 oktober 2024 werd er tussen de Tweede Kamerfracties van PVV, VVD, NSC en BBB een deal bereikt over een nieuw asielpakket. Hiermee werd afgezien van het controversiële noodrecht. Volgens de afspraken moeten eind november dat jaar in Nederland grenscontroles plaatsvinden en onderzocht wordt of delen van Syrië veilig kunnen worden verklaard zodat vluchtelingen eerder kunnen worden teruggestuurd en worden asielvergunningen teruggebracht tot drie jaar. Meerderjarige kinderen in het buitenland zouden niet meer kunnen nareizen en door de rechtbank veroordeelde vluchtelingen verliezen makkelijker hun verblijfsstatus. Het pakket werd dezelfde dag aangenomen in de ministerraad.

Vroegpensioen Op 18 oktober 2024 bereikten de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Eddy van Hijum (NSC) en de vakbonden een akkoord over het behoud van vroegpensioen. Hiermee kunnen mensen met een zwaar beroep eerder stoppen met werken. Al sinds december 2023 werd er gediscussieerd over een nieuwe regeling voor vroegpensioen. De destijds geldende regeling stopt per 2026. In de nieuwe permanente regeling wordt het mogelijk om drie jaar eerder te stoppen met werken als het beroep wordt aangemerkt als zwaar. Aan het begin van de kabinetsperiode waren er verschillende stakingen vanuit FNV en lange tijd stonden de partijen lijnrecht tegenover elkaar. Echter, na toezeggingen van minister Van Hijum kwamen FNV en CNV toch weer om de tafel.

Onderwijsbegroting Eind november werd duidelijk dat PVV, VVD, NSC en BBB een deal moesten sluiten met een deel van de oppositie zodat de onderwijsbegroting niet zou sneuvelen in de Eerste Kamer. Duidelijk was dat een aantal partijen de geplande 2 miljard aan bezuinigingen wilde terugdraaien. Dit was een probleem voor de coalitie, aangezien ze geen meerderheid hadden in de Eerste Kamer. Daarom ging de coalitie in onderhandeling met D66, CDA, SGP, ChristenUnie en JA21.

Op 5 december stapte D66 uit het 'monsterverbond', omdat zij het niet eens waren met de voorstellen die de coalitie op tafel had gelegd. Volgens fractievoorzitter Rob Jetten kwam er onvoldoende uit de onderhandelingen. Uiteindelijk leidden de gesprekken op 11 december toch tot een akkoord met een deel van de oppositie. Het resultaat was dat er een streep ging door ongeveer 750 miljoen euro van de 2 miljard aan bezuinigingen. Zo kwam de geplande langstudeerboete er niet, bleef de maatschappelijke diensttijd overeind, werd er ruim 100 miljoen euro minder bezuinigd op internationale studenten, en ging er een streep door een geplande bezuiniging op godsdienstig onderwijs.

Samenstelling De PVV leverde vijf ministers en vier staatssecretarissen, de VVD en NSC elk vier ministers en drie staatssecretarissen en BBB twee ministers en drie staatssecretarissen. Schoof werd als minister van Algemene Zaken de zestiende minister.

Geen enkele minister was voorheen al eens minister. Het laatst kwam dit in 1905 voor. Voor premier Schoof werd dit zijn eerste politieke functie. Twee bewindspersonen hebben eerder deelgenomen aan een kabinet: staatssecretaris Mariëlle Paul was minister in het kabinet-Rutte IV en minister Mona Keijzer is staatssecretaris geweest in het kabinet-Rutte III. Niet alle bewindslieden zijn lid van een politieke partij. Zo kent de grootste vertegenwoordigende partij PVV in het kabinet geen enkel PVV-lid, aangezien deze partij slechts een lid heeft: partijleider Geert Wilders.

Wijziging ministeries Bij de verdeling van de ministerposten werden enkele wijzigingen aangebracht in ministeries en portefeuilles. Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit werd hernoemd naar ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, en het ministerie van Economische Zaken en Klimaat naar ministerie van Economische Zaken. Er werden drie nieuwe ministeries opgericht: het ministerie van Asiel en Migratie (A&M), het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG) en, na een eerdere opheffing in 2010, het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO), dat opnieuw werd ingericht.

Verder verdwenen de ministersposten voor Rechtsbescherming, Langdurige Zorg en Sport, Primair en Voortgezet Onderwijs, Klimaat en Energie, Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen en Natuur en Stikstof. Sommige van deze taken werden opnieuw toegewezen aan staatssecretarissen in het nieuwe kabinet. De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, die in het kabinet-Rutte IV een minister zonder portefeuille was, werd vervangen door de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, waarmee de minister weer aan het hoofd stond van een ministerie.

Bewindspersonen + Ministershttps://www.rijksoverheid.nl/regering/over-de-regering/kabinetten-sinds-1945/kabinet-schoof Ambtsbekleders Minister / Ministerie Termijn Partij 164x164px drs. H.W.M. (Dick) Schoof (1957) Minister-president / Minister Algemene Zaken 2 juli 2024 – 23 februari 2026 O 160x160px M. (Fleur) Agema MA (1976) Vicepremier / MinisterVolksgezondheid, Welzijn en Sport 2 juli 2024 – 3 juni 2025 PVV160x160pxdr. Y.J. (Eddy) van Hijum (1972)Minister3 juni 2025 – 19 juni 2025NSC150x150pxdr. D.E.M.C. (Daniëlle) Jansen (1970)19 juni 2025 – 22 augustus 2025NSC160x160pxing. R. (Robert) Tieman (1976)22 augustus 2025 – 5 september 2025BBB160x160pxprof.dr. J.A. (Jan) Bruijn (1958)5 september 2025 – 23 februari 2026VVD 160x160px drs. S.Th.M. (Sophie) Hermans (1981) Vicepremier / Minister Klimaat en Groene Groei 2 juli 2024 – 23 februari 2026 VVD160x160pxdr. Y.J. (Eddy) van Hijum (1972)Vicepremier / MinisterSociale Zaken en Werkgelegenheid2 juli 2024 – 22 augustus 2025NSC160x160pxmr.drs. M.C.G. (Mona) Keijzer (1968)Vicepremier / MinisterVolkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening2 juli 2024 – 23 februari 2026BBBMinisterSociale Zaken en Werkgelegenheid22 augustus 2025 – 5 september 2025150x150pxdrs. M.L.J. (Mariëlle) Paul (1966)5 september 2025 – 23 februari 2026VVD 160x160px mr. J.J.M. (Judith) Uitermark (1971) Minister Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2 juli 2024 – 22 augustus 2025 NSC160x160pxD.M. (David) van Weel (1976)22 augustus 2025 – 5 september 2025VVD150x150pxF. (Frank) Rijkaart (1978)5 september 2025 – 23 februari 2026BBB 160x160px drs. C.C.J. (Caspar) Veldkamp (1964) Minister Buitenlandse Zaken 2 juli 2024 – 22 augustus 2025NSC152x152pxR.P. (Ruben) Brekelmans MSc (1986)22 augustus 2025 – 5 september 2025VVD160x160pxD.M. (David) van Weel (1976)5 september 2025 – 23 februari 2026VVD160x160pxE. (Eelco) Heinen MSc (1981)MinisterFinanciën2 juli 2024 – hedenFunctie gecontinueerd in het volgende kabinet-JettenVVD 160x160px D.M. (David) van Weel (1976) Minister Justitie en Veiligheid 2 juli 2024 – 5 september 2025VVD160x160pxmr. F. (Foort) van Oosten (1977)5 september 2025 – 23 februari 2026VVD 160x160px D.S. (Dirk) Beljaarts (1978) Minister Economische Zaken 2 juli 2024