alt=Foto van een stoel gemaakt van lichtgekleurd hout met een gevlochten zitting. De rugleuning van de stoel is rond en heeft in het midden een houten paneel in de vorm van de letter Y. De foto van de stoel is genomen tegen een witte achtergrond.|miniatuur|Y-stoel (1949), Hans J. Wegner. Danish modern is een modernistische ontwerpstijl van meubelen, armaturen en gebruiksvoorwerpen die afkomstig is uit Denemarken. De stijl staat bekend om de functionele, ongecompliceerde ontwerpen en de hoge kwaliteit van zowel het ontwerp als de afwerking. Danish modern werd beïnvloed door onder meer de Bauhaus-beweging en de Deense ontwerper en architect Kaare Klint. De stijl kende zijn oorsprong in de jaren dertig van de twintigste eeuw, maar kreeg zijn naam pas in de jaren vijftig; de hoogtijdagen van Danish modern.

Vanwege de grote internationale populariteit van Deens design, met name in de Verenigde Staten, staan de jaren dertig tot en met de jaren zestig van de twintigste eeuw ook bekend als de ‘gouden eeuw van het Deens design’.Niet te verwarren met de Deense Gouden Eeuw, deze vond plaats in de eerste helft van de negentiende eeuw. Bekende ontwerpers uit deze periode waren onder meer Arne Jacobsen, Hans J. Wegner, Børge Mogensen, Poul Henningsen, Poul Kjærholm en Finn Juhl.

Vanaf de jaren vijftig werden ontwerpen uit Denemarken bij internationale tentoonstellingen vaak samen met ontwerpen uit Noorwegen, Zweden, Finland, en in mindere mate IJsland, gepresenteerd. Voor ontwerpen uit deze landen was er in dezelfde periode eveneens grote internationale belangstelling. Hierdoor wordt Danish modern in brede zin gezien als onderdeel van de stijl 'Scandinavian modern'.Finland en IJsland zijn strikt gezien geen onderdeel van Scandinavië, maar zijn Noordse landen. In met name Engelstalige landen is het onderscheid tussen de begrippen "Scandinavisch" en "Noords" vervaagd. (Gelfer-Jørgensen, M. in Halén, W., & Wickman, K. (Red.) (2003), p. 17)

Ontstaan alt=Foto van een stoel met een ronde rugleuning in een donkere houtsoort met een bruine leren zitting. De foto van de stoel is genomen tegen een witte achtergrond.|miniatuur|Stoel ontworpen voor het Thorvaldsens Museum (1922), Kaare Klint. Scandinavië kende sinds het einde van de negentiende eeuw een ontwerpcultuur waarin functionalistische principes een rol speelden. Deze ontwerpcultuur vormde het fundament van het functionalisme en modernismeIn Denemarken werd de modernistische stijl ook wel 'functionalisme' genoemd, maar deze twee benamingen zijn eigenlijk vrijwel synoniem aan elkaar. in Scandinavië in de twintigste eeuw. In tegenstelling tot in andere Europese landen, was de overgang van het neoclassicisme naar modernisme daarom minder opvallend en gedefinieerd.

Naast de basis met bestaande ideeën, werd het Scandinavisch design in het interbellum beïnvloed door het functionalisme uit Centraal- en West-Europa dat terrein won in de jaren twintig en dertig van de twintigste eeuw. Deze stroming had invloed op de beeldende kunsten, architectuur en industrieel ontwerp, en kenmerkt zich door prioriteit te geven aan functie over vorm. Belangrijke vertegenwoordigers van deze stroming waren onder meer de Duitse Bauhausbeweging, de Deutscher Werkbund, Das neue FrankfurtDas neue Frankfurt was een stedenbouwkundig programma tussen 1925 en 1930 in Frankfurt am Main om het acute woningtekort tegen te gaan. en het Franse Congrès Internationaux d'Architecture Moderne (CIAM). Met name Bauhaus had veel invloed op het Deens design.

In Denemarken wordt architect en meubelontwerper Kaare Klint door velen gezien als de grondlegger van het moderne Deense design.Tegelijkertijd wordt deze uitspraak door enkelen, waaronder professor Per H. Hansen, professor in bedrijfsgeschiedenis van de Copenhagen Business School, afgedaan als een vorm van marketing. (Hansen, Per H. (2006), p. 450) Volgens Klint moesten meubelstukken gezien worden als gereedschappen waarbij het niet van belang is om deze opnieuw vorm te geven. Meubelen moesten altijd opnieuw geanalyseerd, bekritiseerd en vervolgens verbeterd worden om te passen bij de behoeften van de moderne mens. Klint werkte vanuit een wetenschappelijke benadering waarbij hij bij het ontwerpen uitging van de principes van de antropometrie om de functionaliteit van meubelen te maximaliseren en legde hij de nadruk op vakmanschap en functionaliteit boven vorm. Dit principe staat ook bekend als het “Klint ideaal”. Het Deens design borduurde voort op bestaande principes, tradities en ontwerpen, en maakte gebruik van traditionele materialen zoals hout. De Deense moderne stijl was daarmee, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Bauhaus, niet revolutionair, maar evolutionair.

In 1924 werd Klint hoofddocent meubelontwerp aan de mede door hem opgerichte afdeling voor meubelontwerp van de Koninklijke Deense Kunstacademie in Kopenhagen. Hier gaf hij les aan onder meer Poul Kjærholm, Arne Karlsen, Ole Wanscher, Rigmor Andersen, Mogens Koch, Jens Risom en Børge Mogensen. Zijn ontwerpideologie en werken inspireerden vele ontwerpers, waardoor Klint ook wel de 'vader van het moderne Deense design' wordt genoemd.

Design voor sociale gelijkheid Ondanks de invloed van Bauhaus kreeg deze stroming ook kritiek vanuit Denemarken. Het gebruik van metalen buisframes, zoals veel te zien was in Bauhaus ontwerpen, werd door velen niet gezien als echt functioneel, maar als een manier om mee te gaan met de mode uit de tijd en consumenten aan te spreken. Deze meubelen werden door Deense ontwerpers als Kaare Klint 'funkis' genoemd. Daarnaast werd de Bauhaus stijl gezien als 'te klinisch'. Het Deens design gaf voorkeur aan een subtielere en zachtere benadering met gebruik van traditionele materialen.

Daarnaast onderscheidde het moderne Deense design zich van ontwerpen van het Centrale- en West-Europese functionalisme door de focus op alledaagse voorwerpen, hun bruikbaarheid en sociale waarde. De focus op sociale waarde komt tot uiting binnen de filosofie van total design. Bij total design wordt gekeken naar alle aspecten van een ontwerp en is inherent aan de Deense ontwerpcultuur. Door ieder detail van een ontwerp te optimaliseren, kan er een eindproduct ontwikkeld worden dat een positieve impact heeft op het individu, een gemeenschap en de samenleving.

Gregor Paulson, de voorzitter van de Svenska Slöjdföreningen (de Zweedse ambachtsvereniging) schreef in 1919 het pamflet vackrare vardagsvara ("mooiere alledaagse goederen"). Paulson stelt hierin dat goed ontworpen functionele objecten de kwaliteit van leven kunnen verbeteren. Daarbij pleitte hij ervoor dat ontwerpers rechtstreeks met producenten gingen samenwerken om op deze manier alledaagse voorwerpen van hoge kwaliteit te produceren. Het idee was onder meer geïnspireerd op de werkwijze van de Deutscher Werkbund die het 'sociale esthetiek' noemden. De ideeën van Paulson hadden grote invloed en spreidden zich uit over Zweden en de andere Noordse landen.

Ontwerper Børge Mogensen deed in de jaren dertig een uitgebreide studie waarbij hij gebruiksvoorwerpen opmat om op die manier een beeld te krijgen van de gemiddelde afmetingen van voorwerpen. Daarnaast deed hij onderzoek naar hoeveel spullen de gemiddelde persoon bezat. Deze informatie gebruikte hij om meubelen te ontwerpen die precies groot genoeg waren voor de doorsnee persoon en diens bezittingen. Zijn onderzoek werd gepubliceerd als een handleiding voor het ontwerpen van opbergsystemen. Traditionele negentiende-eeuwse meubelenDeze meubelen staan bekend als Klunkestil meubelen. De stijl was populair in de Klunketiden tussen 1880 en 1900. Klunker zijn wollen kwastjes die gebruikt werden als decoratie aan meubelen en gordijnen. vond Mogensen te bombastisch, waren niet functioneel en waren niet ontworpen met de gemiddelde gebruiker in gedachte: "Waarom zou een klein appartement tot barstens toe gevuld moeten worden met onhandige, onpraktische meubelen als men kan investeren in kasten en tafels die minder massief zijn en zo vernuftig zijn dat ze meer ruimte bieden en op veel meer manieren kunnen worden gebruikt?". alt=Foto van een doorsnede van een PH-armatuur om te tonen hoe het licht zich verspreidt.|miniatuur|260x260px|Doorsnede van een PH-armatuur om te tonen hoe het licht zich verspreidt. De Deense architect en ontwerper Poul Henningsen, een van de volgers van het Klint-ideaal, sprak zich uit tegen elke vorm van modernisme die niet als doel had bij te dragen aan functionaliteit en sociale vooruitgang. Henningsen ontwierp in 1925 de PH-armatuur als reactie op het naar zijn mening te felle licht dat geproduceerd werd door elektrische lampen. Zijn ontwerp zorgde ervoor dat de schittering van het licht werd gereduceerd en het licht niet enkel als een bundel naar beneden scheen, maar ook door de kamer werd verspreid. Voor zijn ontwerp won hij een gouden medaille op de Wereldtentoonstelling van 1925 in Parijs.

Henningsen was net als vele andere ontwerpers een voorstander van een bepaalde vorm van anonimiteit in de werken die zij creëerden. De ontwerpen moesten onopvallend en vooral niet kunstzinnig zijn. Bij een Noorse expositie in Brussel omschreef de Noorse kunsthistoricus Alf Bøe het als: "De ontwerpers verzetten zich tegen de nadruk op persoonlijke expressie welke de grenzen van de nuttigheid te buiten gaat. Naast eerlijkheid is gereserveerdheid de belangrijkste karaktertrek van de ontwerper en de ambachtsman".

Design en democratie alt=Foto van een stoel gemaakt van blank hout met een rieten zitting. De rugleuning van de stoel is rechthoekig. De foto van de stoel is genomen tegen een witte achtergrond.|miniatuur|Model J39, "De Volksstoel" (1948), Børge Mogensen voor FDB Møbler. Deens design, en in brede zin Scandinavisch design, wordt naast zijn functionaliteit en eenvoudige ontwerpen geassocieerd met de democratische benadering van het ontwerp en productieproces. Centraal hierbij staat het aanbieden van goed ontworpen producten voor een betaalbare prijs waardoor deze beschikbaar zijn voor zo veel mogelijk mensen. Daarnaast was het de bedoeling dat de meubelen van dermate goede kwaliteit waren dat zij meerdere generaties mee konden gaan en pasten in elk interieur.

Dit gedachtegoed is nauw verwant aan de waarden van de Deense samenleving die gebaseerd zijn op gelijkheid, gemeenschap, democratie en transparantie. Rond 1914 kwam er in Denemarken een beweging op die een reactie was op de kunststroming Jugendstil die als elitair werd gezien. Het Deense Skønvirke ("mooi werk")Skønvirke was tevens de naam van een tijdschrift dat sinds 1914 werd uitgegeven door de Selskabet for Dekorativ Kunst (Vereniging voor Decoratieve Kunsten). was toegankelijk en bedoeld voor iedereen. De stroming promootte democratisch design en lokale ambachten.

Tijdens het interbellum kwam de socialistische beweging op in Denemarken en de rest van Scandinavië. In Denemarken was er een steeds grotere drang naar een hervorming van het kapitalistische systeem, wat zou moeten leiden tot meer economische gelijkheid. In 1924 kwamen de sociaaldemocraten in Denemarken aan de macht. De socialistische beweging van de overheid had grote invloed op de ontwerpers uit deze periode die het socialistisch gedachtegoed lieten doorklinken in hun meubelontwerpen. In Scandinavië werd het woord 'design' in deze periode nog niet gebruikt. In Denemarken werd hiervoor het woord brukskunst, letterlijk "gebruikskunst", gebruikt. Volgens historica Mari Hansen geeft dit een idee van hoe er in Denemarken in die periode naar design werd gekeken.