Fujianvenator prodigiosus is een basale vogel die tijdens de late Jura leefde in het gebied van het huidige China.

De ontdekking van deze vogel verschafte belangrijke inzichten in de evolutie van de vogels. Hij had relatief lange poten, waarbij het scheenbeen twee keer zo lang was als het dijbeen. Dit suggereert dat het een sterke loper was. Fujianvenator was een kleine dinosauriër van ongeveer 640 gram. Hij had vrijwel zeker een verenkleed, hoewel het onzeker is of hij kon vliegen.

Naamgeving Bij het dorp Yangyuan in de prefectuur Zhenghe in Fujian werd in oktober en november 2022 het skelet van een vogel geborgen.

In 2023 werd de typesoort Fujianvenator prodigiosus benoemd en beschreven door Xu Liming, Wang Min, Chen Runsheng, Dong Liping, Lin Min, Xu Xing, Tang Jianrong, You Hailu, Zhou Guowu, Wang Linchang, He Wenxing, Li Yujuan, Zhang Chi en Zhou Zhonghe in A new avialan theropod from an emerging Jurassic terrestrial fauna (2023). De geslachtsnaam verbindt een verwijzing naar de herkomst uit Fujiang met het Latijn venator, "jager". De soortaanduiding moet gelezen worden als "bizar".

Het holotype, IVPP V31985, is gevonden in een laag van de Nanyuanformatie die dateert uit het Tithonien. Het bestaat uit een skelet zonder schedel. Nek en het staartuiteinde ontbreken. Er zijn geen resten van een verenkleed zichtbaar. Het skelet ligt gedeeltelijk in verband en is platgedrukt op een plaat en tegenplaat. Het betreft een jongvolwassen individu.

Beschrijving

Fujianvenator is ongeveer een halve meter lang. Het gewicht werd in 2023 geschat op 641 gram. De grootte werd vergeleken met die van de moderne koklasfazant, hoewel die geheel andere proporties heeft.

De beschrijvers stelden enkele onderscheidende kenmerken vast. Drie daarvan zijn autapomorfieën, unieke afgeleide eigenschappen. Het eerste en tweede middenhandsbeen hebben asymmetrische uiterste scharniergewrichtsknobbels waarvan de binnenste de grootste zijn. Het zitbeen is kort met een laag gelegen processus obturatorius en achterste uitsteeksel. Het scheenbeen is lang met tweemaal de lengte van het dijbeen.

Daarnaast is er een unieke combinatie van op zich niet unieke kenmerken. De chevrons achter de vierde staartwervel zijn horizontaal tweemaal langer dan verticaal. Het schouderblad heeft minder dan de helft van de lengte van het opperarmbeen. Het borstbeen is verbeend. De eerste handklauw is veel langer dan de andere handklauwen. Het eerste kootje van de tweede vinger is langer dan het tweede kootje.`Het beenschort tussen de schaambeenderen is overdwars breed zonder perforaties. Het tweede middenvoetsbeen is overdwars breder dan de andere middenvoetsbeenderen.

Het schouderblad heeft 40% van de lengte van het opperarmbeen. De hand is lang.

In de achterpoot is het scheenbeen tweemaal langer dan het dijbeen, een verhouding die door geen enkele andere theropode uit het Mesozoïcum overtroffen of zelfs maar benaderd wordt.

Fylogenie Fujianvenator werd in de Anchiornithidae geplaatst, die als basale Avialae werden beschouwd. Andere analyses laten die achter uitvallen in de Troodontidae of Archaeopterygidae zodat het of helemaal geen vogels zijn of juist vogels in de striktere definitie.

Het volgende kladogram toont de positie in de evolutionaire stamboom volgens het benoemende artikel.

Levenswijze Het lange onderbeen werd gezien als een specialisatie in een rennende levenswijze. Ondanks de vrij kleine absolute lichaamsomvang moet Fujianvenator een maximumsnelheid hebben bereikt van vele tientallen kilometers per uur. De meeste theropoden zijn vleeseters en de hoge snelheid kan zijn gebruikt om een prooi te achtervolgen. Die kan dan door de grote handen gegrepen zijn of vastgepend door de sikkelklauw. Bepaalde kenmerken passen echter slecht bij dit scenario. Zo duidt het bekken, vooral het korte en lage darmbeen, niet op een krachtige musculatuur van de achterpoot. Als alternatief is daarom geopperd dat Fujianvenator meer als een waadvogel leefde, met de lange poten door plassen struinend en met de lange vingers vissen uit het water scheppend.

Problematisch is de vraag in hoeverre Fujianvenator kon vliegen. Als kleine warmbloedige theropode had hij vrijwel zeker een verenkleed. Zijn directe verwanten staan bekend om hun uitbundige pluimage. Verschillende indicatoren voor een klappende vlucht zijn lastig op Fujianvenator toepasbaar. Een belangrijke maat kan de verhouding tussen arm en achterpoot zijn. Vliegende vogels hebben relatief lange armen. Bij Fujianvenator is de arm duidelijk korter dan de achterpoot. Toch is dat geen sterke aanwijzing dat het dier niet kon vliegen omdat hier niet zozeer de arm bijzonder kort is maar de achterpoot extreem lang. Voor een gegeven armlengte is een lange achterpoot juist gunstig om het luchtruim te kiezen omdat dit de afzet verbetert. Een andere maat is de verhouding tussen schouderblad en opperarmbeen. Het schouderblad is bij Fujianvenator relatief kort. Ook hier geldt echter weer dat eerder het opperarmbeen nogal lang is. Een betere indicator is de relatieve vleugellengte ten opzichte van de romp. Als de slagpennen het dragende deel van de hand verdrievoudigden, zoals bij vliegende vormen vaak het geval is, brengt dit voor Fujianvenator de spanwijdte op een meter bij een romplengte van maar tien centimeter. Het dragende vleugeloppervlak was dus ruim voldoende voor een vlucht. De aanwezigheid van een borstbeen duidt op een redelijk krachtige musculatuur. Daar staat echter tegenover dat de deltopectorale kam van het opperarmbeen zwak ontwikkeld is en de vingers niet vergroeid zijn. Fujianvenator bezat dus geen erg krachtige vleugelslag maar was zeker in staat tot een glijvlucht.

Literatuur Xu Liming; Wang Min; Chen Runsheng; Dong Liping; Lin Min; Xu Xing; Tang Jianrong; You Hailu; Zhou Guowu; Wang Linchang; He Wenxing; Li Yujuan; Zhang Chi en Zhou Zhonghe. 2023. "A new avialan theropod from an emerging Jurassic terrestrial fauna". Nature: 1–8 (6 september 2023)

Categorie:Uitgestorven vogels