De Romeinse burgeroorlog 427-429 vond plaats tijdens het keizerschap van Valentianus III. Het conflict ontstond uit een machtsstrijd tussen de generaals Felix en Bonifatius , die in 427 uitmondde in een gewapende confrontatie in Noord-Afrika. De burgeroorlog eindigde met een wapenstilstand, waarna een vredesregeling werd getroffen.

Bonifatius was de eerste Romeinse legeraanvoerder die het gezag van de centrale regering met succes uitdaagde en wist te weerstaan. Toen de centrale regering hem probeerde af te zetten, scheidde hij zich af van het rijk zonder zelf aanspraak te maken op de keizerstitel. Daarbij kon hij rekenen op de persoonlijke loyaliteit van zijn troepen, die hij gedurende het conflict zelfstandig aanvoerde.

Aanleiding In 425 werd de West-Romeinse keizer Johannes door een militaire interventie van de Oost-Romeinse keizer Theodosius II afgezet. Vervolgens werd Valentinianus III, de zesjarige zoon van de overleden keizer Honorius, tot keizer van het West-Romeinse Rijk gekroond. Omdat hij nog te jong was om zelfstandig te regeren, werd het bestuur uitgeoefend door anderen. Daarbij speelden vooral zijn moeder Galla Placidia, zijn neef en Oost-Romeinse keizer Theodosius II en de opperbevelhebber van het Romeinse leger (magister utriusque militum) een belangrijke rol.

Bonifatius had een belangrijke bijdrage geleverd aan het herstel van de Theodosiaanse dynastie in het Westen. Toch werd hij hiervoor slechts beloond met de functie van comes domesticorum (commandant van de keizerlijke lijfwacht). Het hoogste militaire ambt, dat van opperbevelhebber van het westelijke veldleger, ging niet naar Bonifatius maar naar de relatief onbekende Felix.. Bonifatius, die zelf op deze benoeming had gerekend, voelde zich hierdoor gepasseerd.

De benoeming van Felix wordt doorgaans toegeschreven aan de invloed van keizer Theodosius II. Zijn voorganger Castinus was uit zijn functie ontheven en verbannen omdat hij als onbetrouwbaar werd beschouwd. Een andere invloedrijke generaal, Aëtius, wist zich met het nieuwe regime te verzoenen en werd benoemd tot Praefectus praetorio van Gallië. Bonifatius legde zich daarentegen niet neer bij de nieuwe machtsverhoudingen. Hij weigerde zijn functie als comes Africae neer te leggen en behield de controle over de Afrikaanse dioecesen, waarmee hij zich feitelijk aan het gezag van de centrale regering onttrok.

De burgeroorlog Aanvang De eerste stap die tot de burgeroorlog leidde werd gezet door Felix in 427. Hij liet de Senaat Bonifatius tot staatsvijand verklaren nadat deze geweigerd had voor de rechtbank in Ravenna te verschijnen, om zich te verantwoorden tegen een aanklacht van hoogverraad. Procopius, Oorlogen, 3.3.14-2 In die aanklacht werd Bonifatius ervan beschuldigd een eigen rijk te willen creëren in Romeins Afrika. De aanklacht was opgesteld door Felix, zijn tegenstander die door Theodosius II geïnstalleerd was als de magister militie van het westen. Hierna werd een leger gereed gemaakt om Bonifatius in Afrika ten val te brengen.

De campagne in Afrika Felix rustte een groot leger uit dat door drie generaals werd aangestuurd: Mavortius, Gallio en Sanoeces. Mavortius en Gallio leidden de eigenlijke Romeinse troepen, terwijl Sanoeces het bevel voerde over de Hunnen Foederati-troepen. Samen belegerden de drie generaals Bonifatius in Carthago, waar Bonifatius zich verschanst had. Tijdens het beleg echter brak er onenigheid uit tussen de bevelhebbers. Een van de generaals vermoordde zijn beide collega's om op zijn beurt door Bonifatius vermoord te worden (Prosper s.a. 427). Toen dit nieuws Ravenna bereikte, stuurde Felix een nieuwe strijdmacht naar Afrika onder bevel van de Gotische aanvoerder Sigisvult. PLRE 2, 'Fl Sigusvultus', 110 Deze slaagde erin de kustplaatsen te veroveren, waarna Bonifatius zich met zijn troepen terugtrok in het binnenland van Numidië. Gedurende heel 428 vonden er geen gevechten meer plaats en werd er een wapenstilstand getroffen.

Vredesbesprekingen Volgens Procopius stuurde stuurde in 429 een gezant naar Bonifatius om over vrede te onderhandelen, van wie ze hoorde dat er een vervalste brief in omloop was waarin Bonifatius werd aangeraden niet terug te keren naar Ravenna als hem hierom werd gevraagd. Placidia stuurde een onderhandelaar Darius om namens haar de besprekingen te voeren. Deze wist de plooien te strijken, de oorlog kon worden beëindigd. Bonifatius' positie aan het hof werd in ere hersteld, waarmee hij opnieuw een invloedrijke rol kreeg toebedeeld.Wijnendaele, Jeroen P. (2016). Last of the Romans: Bonifatius - Warlord and Comes Africae. (PDF) 2015. The Last of the Romans. Bonifatius, warlord and comes Africae (Bloomsbury Academic) | Jeroen W.P. Wijnendaele - Academia.edu New York: Bloomsbury Academic. pp. 69–86. Desalniettemin bekende de keizerlijke gezant Darius in een brief aan Augustinus dat er nog steeds vijandschap heerste tussen de twee partijen.

Nasleep Ondanks het feit dat hij het moest opnemen tegen drie keizerlijke legers in minder dan vijf jaar bleef Bonifatius ongeslagen. Tegelijkertijd gaf het verloop van de laatste jaren van burgeroorlog de grenzen van zijn privémacht aan. Zijn ruzie met Ravenna betekende dat Bonifatius alleen kon vertrouwen op zijn Gotische bucellari. In ruil voor hun steun was het geoorloofd dat zij in hun eigen onderhoud voorzagen door de lokale bevolking te plunderen Augustinus, Epistulae, 220.6. Tegelijkertijd werd de dochter van Bonifatius tot Ariaanse priester gedoopt. In deze omstandigheden kon Bonifatius alleen maar berusten, het zou hem de vriendschap van Augustinus kosten.

De onderhandelingen die leidden tot de verzoening met Ravenna in 429 waardoor de relatie werd herstel was net op tijd om de Vandaalse invasie het hoofd te kunnen bieden. Veertien maanden lang zouden ze Bonifatius belegeren in de stad Hippo Regius. Augustinus, Augustinus zou het einde van het beleg niet meemaken en stierf in de zomer van 430. Een hulpleger werd gestuurd vanuit de gecombineerde strijdkrachten Oost en West onder het bevel van Aspar. Na een tweede nederlaag riep Placidia hem terug om met Aëtius af te rekenen, terwijl Aspar in Afrika bleef om de Vandalen onder controle te houden.

Krijgsheer Dankzij zijn Gotische bucellari was Bonifatius de eerste Romeinse militair die met succes het staatsgezag uitdaagde en weerstond. Toen de centrale regering hem probeerde af te zetten, scheidde hij zich af van het rijk zonder zichzelf tot keizer uit te roepen, wat altijd de gebruikelijke gang van zaken was geweest van rebellen om hun positie te legitimeren. Bonifatius droeg de persoonlijke loyaliteit van zijn troepen en was in staat om ze naar eigen goeddunken te leiden tijdens deze strijd, in ruil voor het verlenen van bescherming - zelfs ten koste van de Romeinse bevolking. Al deze elementen maakten van Bonifatius de eerste succesvolle exponent van wat kan worden omschreven als 'krijgsheer' in het West-Romeinse leger.Wijnendaele (2016), pag. 203

Categorie:Romeinse oorlog Categorie:Oorlog in de 5e eeuw Categorie:Romeinse burgeroorlog