miniatuur|Jazov in 1941 miniatuur|Jazov op 10 oktober 1989 in de Verenigde Staten miniatuur|Vladimir Poetin schudt handen met Jazov en Sergej Sokolov op 9 maart 2007. miniatuur|Jazov met Sergej Sokolov op 1 juli 2011 miniatuur|Jazov op 1 november 2013 miniatuur|Jazov ontvangt op 17 februari 2014 een herinneringsmedaille voor 25 jaar einde van de Afghaanse Oorlog (1979-1989). miniatuur|Jazov en de beste cadet van Kazan op 16 mei 2014 miniatuur|Jazov en Sergej Sjojgoe op 8 november 2014 miniatuur|Jazov en Vladimir Sjamanov op 8 november 2014 miniatuur|Jazov op 8 november 2014 miniatuur|Jazov op 3 februari 2015 miniatuur|Sergej Sjojgoe decoreert Jazov met de Orde van Verdienste voor het Vaderland 3e klasse op 4 februari 2020

Dmitri Timofejevitsj Jazov (Russisch: Язов, Дмитрий Тимофеевич) (Ljebjazjje, gouvernement Omsk, 8 november 1924 – Moskou, 25 februari 2020) was de laatste Maarschalk van de Sovjet-Unie en Minister van Defensie van de Sovjet-Unie. Hij raakte tweemaal gewond in de Tweede Wereldoorlog, lag tijdens de Cubacrisis in Cuba, sloeg met Zwarte Januari een opstand in de Azerbeidzjaanse sovjetrepubliek neer, zat 498 dagen in de cel voor de Augustusstaatsgreep in Moskou en werd in Litouwen bij verstek tot tien jaar gevangenis veroordeeld voor militair geweld tegen burgers te Vilnius op 13 januari 1991.

Ouders Vader Timofej Jakovlevitsj Jazov (1902-1933) en moeder Maria Fedosejevna Jazova (°1904) waren boeren en hadden vier kinderen. Zijn vader stierf vroeg en Dmitri moest toen hout sprokkelen om het gezin te verwarmen.

Tweede Wereldoorlog In november 1941 ging hij vrijwillig bij het Rode Leger van Arbeiders en Boeren, waarbij hij loog dat hij in 1923 was geboren. Hij was ingeschreven om te studeren aan de Rode Banier-infanterieschool te Moskou, die van 2 november 1941 tot 28 januari 1942 naar Novosibirsk was geëvacueerd, en studeerde af in juni 1942. Hij vocht vanaf augustus 1942 in het Volchovfront en het Leningradfront als commandant van een peloton en dan een compagnie fuseliers. van het 483e regiment fuseliers van de 177e divisie fuseliers. Hij vocht in het Beleg van Leningrad, de Baltische Staten en de Slag om Koerland. Twee keer raakte hij gewond in de strijd.https://www.svoboda.org/a/30452689.html Na de eerste wond aan zijn been in augustus 1942 door een handgranaat keerde hij twee maanden later terug naar zijn dienst.https://tvzvezda.ru/news/20202251445-3bW4q.html De tweede wond, in het hoofd en gezicht, liep hij op bij de doorbraak van het Beleg van Leningrad in januari 1943. Na herstel werd hij commandant van een peloton van opleiding voor de frontlinie. Tijdens de oorlog studeerde hij ook af aan vervolgopleidingen in de frontlinie voor commandanten van het Volchovfront. In 1944 trad hij toe tot de Communistische Partij van de Sovjet-Unie (CPSU).

Koude Oorlog https://rg.ru/2013/12/05/marshal.html Onmiddellijk na de overwinning werd hij naar de vervolgopleidingen voor infanterieofficieren van het Rode Leger gestuurd, waar hij in 1946 afstudeerde en werd benoemd tot commandant van een compagnie fuseliers. In 1953 haalde hij in avondschool zijn diploma middelbaar onderwijs. In 1956 studeerde hij met een gouden medaille af aan de Froenzeacademie. Daarna werd hij commandant van een gemotoriseerd bataljon fuseliers. Vanaf oktober 1958 was hij officier in het directoraat gevechtstraining van het militair district Leningrad. Vanaf oktober 1961 was hij commandant van het 400e regiment gemotoriseerde fuseliers van de 63e Garde Divisie fuseliers op voorspraak van maarschalk van de Sovjet-Unie Vasili Tsjoejkov.

Cubacrisis Tijdens de Cubacrisis werd het 400e gemotoriseerde regiment fuseliers van Jazov in het geheim met burgerlijke vrachtschepen overgevaren naar Cuba binnen Operatie Anadyr. Ze kenden zelf hun bestemming of hun opdracht niet. Pas in de Sargassozee mochten ze een verzegelde omslag met hun opdracht openen. Het regiment lag daar van september 1962 tot oktober 1963 paraat op Luchthaven Frank País in Oriente om een invasie van Amerikaanse troepen op het eiland af te weren. Hij werkte daar samen met minister van defensie Raúl Castro. In geval van oorlog moest hij de Amerikaanse marinebasis Guantanamo Bay vernietigen met KS-1 Komet kruisvluchtwapens met kernkoppen.Dobbs, Michael “One minute to midnight: Kennedy, Khrushchev, and Castro on the brink of nuclear war” New York 2008. p. 126, OCLC 76951842 Op 24 oktober 1963 keerde hij terug.

Russische Verre Oosten Van september 1963 tot 1965 was hij eerst plaatsvervangend hoofd en dan hoofd van de afdeling planning en gecombineerde wapentraining van het hoofdkwartier van het militair district Leningrad. In 1967 studeerde hij af aan de Militaire Academie van de Generale Staf. Vanaf oktober 1967 was hij commandant van de 122e Garde Gemotoriseerde divisie fuseliers van het militair district Transbaikal. Vanaf maart 1971 was hij commandant van het 32e Legerkorps op de Krim. Vanaf januari 1973 was hij commandant van het 4e Leger, gestationeerd in de Azerbeidzjaanse Socialistische Sovjetrepubliek met hoofdkwartier te Bakoe. Vanaf mei 1974 werd hij personeelsdirecteur van het ministerie van Defensie van de Sovjet-Unie. Vanaf oktober 1976 was hij plaatsvervangend commandant van het militair district Verre Oosten. Vanaf januari 1979 was hij commandant van de Centrale Groep van Strijdkrachten op het grondgebied van Tsjecho-Slowakije. Vanaf 30 december 1980 was hij commandant van het militair district Centraal-Azië. Vanaf juni 1984 was hij de commandant van het militair district Verre Oosten. Hij raakte er bevriend met Kim Il-sung en Kim Jong-Il.https://www.dp.ru/a/2011/08/19/Chlen_GKCHP_Dmitrij_Jazov Hij leerde daar ook Michail Gorbatsjov kennen, de nieuw verkozen Secretaris-generaal van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie. Vanaf januari 1987 was hij hoofd personeel en viceminister van Defensie van de Sovjet-Unie voor Personeel.

Minister van Defensie Hij werd op 30 mei 1987 minister van Defensie van de Sovjet-Unie op de Internationale luchthaven Vnoekovodecreet van het presidium van de Opperste Sovjet van 30 mei 1987 toen Sergej Sokolov ontslagen was na de vlucht van Mathias Rust. De Afghaanse Oorlog (1979-1989) was aan de gang en het publiek was ontevreden over de dienstplicht, vooral in het voorjaar van 1987 toen studenten geen uitstel meer kregen.

Op 8 december 1987 ondertekende Gorbatsjov het Intermediate-Range Nuclear Forces-verdrag. Jazov was, zoals de meeste militaire leiders van het land, het er niet mee eens dat de reductie in zo'n tempo en op zo een grote schaal moest worden uitgevoerd. Hij moest echter voldoen aan het besluit om de strijdkrachten te verminderen en de terugtrekking van de Groep van Sovjetstrijdkrachten in Duitsland voor te bereiden.

Als minister van Defensie van de Sovjet-Unie voerde hij, in overeenstemming met de akkoorden van Genève die in april 1988 werden gesloten over een politieke regeling van de situatie rond Afghanistan, de terugtrekking uit van een beperkt contingent Sovjettroepen uit Afghanistan (1988-1989).

Op 27 maart 1990 vaardigde Jazov geen bevel uit om burgers op te roepen voor actieve militaire dienst. Op 29 maart vaardigde de Raad van Ministers van de USSR resolutie nr. 305 uit, ondertekend door de voorzitter van de Raad van Ministers van de USSR Nikolaj Ryzjkov en de manager van zaken van de Raad van Ministers van de USSR Michail Sjkabardni.

In maart 1991 werd hij, in verband met de reorganisatie van de Sovjetregering namelijk de oprichting van het kabinet van ministers onder de President van de Sovjet-Unie, bij decreet van de President van de Sovjet-Unie herbenoemd in de functie van minister van Defensie van de Sovjet-Unie.Besluit van de President van de Sovjet-Unie van 1 maart 1991 nr. UP-1571 “Over de benoeming van kameraad Jazov D.T. Minister van Defensie van de USSR"

Hij was kandidaat-lid van het Centraal Comité van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie vanaf 1981. Hij was hij lid van het Centraal Comité van de CPSU van juni 1987 tot augustus 1991. Hij was kandidaat-lid van het Politbureau van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie van juni 1987 tot juli 1990. Hij was lid van de Presidentiële Raad van de USSR in maart - december 1990. Hij was lid van de Veiligheidsraad van de USSR in maart - december 1991. Hij was plaatsvervanger van de Opperste Sovjet van de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken van de 10-11e vergaderingen 1979 – 1989.

Interventie in Azerbeidzjan Op 19 en 20 januari 1990 sloeg hij met 26.000 soldaten de nationalistische opstand in Bakoe neer in de Zwarte Januari, waarbij tussen 133 en 300 burgers stierven.https://web.archive.org/web/20100317112443/http://www.january20.net/http://news.bbc.co.uk/1/hi/world/europe/1477933.stmhttp://azer.com/aiweb/categories/magazine/61_folder/61_articles/61_blackjanuary.html

Interventie in Litouwen Op 13 januari 1991 sloeg de 76e Garde Luchtlandingsdivisie van de Sovjet-Unie nationalistische protesten in Vilnius neer, waarbij 14 burgers stierven.

Augustusstaatsgreep in Moskou De conservatieve Jazov was niet populair in perestrojka-kringen; in 1991 sloot hij zich vanaf de eerste dag aan bij het opkomende Staatscomité van de Noodtoestand. Op 19 augustus reden op zijn bevel tanks en zwaar militair materieel Moskou binnen. Op 21 augustus beval Jazov de terugtrekking van troepen uit de hoofdstad.

Op de ochtend van 22 augustus, vóór het eerste verhoor, wendde hij zich tot Gorbatsjov met een op video opgenomen bericht, waarin hij een brief voorlas en zichzelf een "oude dwaas" noemde, spijt had van deelname aan dit "avontuur" en om vergeving vroeg van de president van de USSR. 20 Jaar later zei Jazov dat hij zich niet meer herinnerde wat hij zei, omdat hij een dag niet geslapen had. Hij noemde Molchanov de initiatiefnemer van deze brief en video. Op de dag van het verhoor interviewde Vladimir Moltsjanov Jazov. In zijn memoires verduidelijkte Jazov dat hij was overgehaald om zich tot Gorbatsjov te wenden met een berouwvolle toespraak om zichzelf te beschermen tegen het artikel dat aan hem was 'genaaid', en onder invloed van vermoeidheid bezweek hij voor de overreding van televisieverslaggevers.

Hij vloog naar Foros om Gorbatsjov te spreken, maar die ontving hem niet en hij werd onmiddellijk na zijn terugkeer gearresteerd op de Internationale luchthaven Vnoekovo in de nacht van 22 augustus 1991.http://news.bbc.co.uk/hi/russian/russia/newsid_5273000/5273360.stm De minister van Binnenlandse Zaken van de RSFSR Viktor Barannikov en de procureur-generaal van de RSFSR Valentin Stepankov arresteerden Jazov persoonlijk. Hij werd formeel beschuldigd van landverraad op grond van artikel 64 van het Wetboek van Strafrecht van de RSFSR.

Op de dag van de arrestatie werd een presidentieel decreet uitgevaardigd om Jazov te ontheffen van de taken van de minister van Defensie, dat, in overeenstemming met de artikelen 113 en 127.3 van de grondwet van de USSR, werd voorgelegd aan de Opperste Sovjet van de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken, waarvan de vergadering op 26 augustus werd geopend, maar het decreet werd nooit goedgekeurd.