Mariaverschijningen in België zijn Mariaverschijningen die personen beweren bijgewoond te hebben in de voormalige Zuidelijke Nederlanden en België. Het aantal gemelde Mariaverschijningen was door de eeuwen heen niet erg talrijk, ondanks de traditioneel sterke Mariaverering in dit gebied. In Italië, Frankrijk en Duitsland zijn er een groter aantal meldingen van Mariaverschijningen. Het jaar 1933 was in België bijzonder door het ongewoon hoog aantal meldingen.
Volksgeloof Naast de officiële kerkleer behoort bij de katholieke en orthodoxe kerken een deel van het geloof en van de geloofspraktijk tot het volksgeloof. Een van de uitingen hiervan zijn de talrijke verschijningen die worden gemeld, vooral van de Maagd Maria, maar ook van Jezus, van engelen of van sommige populaire heiligen.
De leiding van de Rooms-Katholieke Kerk heeft steeds een afwijzende houding gehad tegenover deze verschijningen. Van de ongeveer 4500 gemelde zogenaamde verschijningen, waarvan een kleine duizend Mariaverschijningen, zijn er enkel een vijftiental waarvan de katholieke kerk de bovennatuurlijke oorsprong heeft erkend. Dan nog is deze erkenning niet in Rome beslist of bevestigd, maar door plaatselijke bisschoppen die gevoeliger waren voor het volksgeloof en meer uit pastorale overwegingen dan wel uit echte overtuiging, de verschijningen erkenden. Ze lieten het volksgeloof gedijen en bedevaartsoorden tot ontplooiing komen. Rome stemde niet altijd in met een bisschoppelijke goedkeuring. Zo erkende bisschop Jos Punt in 2002 de Mariaverschijningen die Ida Peerdeman tussen 1945 en 1959 in Amsterdam zou hebben bijgewoond als bovennatuurlijk. In 2020 werd de bisschop teruggefloten door zijn opvolger bisschop Jan Hendriks, die zich aansloot bij de Roomse beslissing uit 1974, dat er geen enkele aanwijzing was van bovennatuurlijke tussenkomst van Maria als Vrouwe van alle volkeren in de beweerde Mariaverschijningen in Amsterdam.
Sommige bisschoppen trokken zich vaak niets aan van het standpunt van Rome en lieten vereringen van Maria toe of moedigden die zelfs aan. De Mariaverering werd het hoofddoel, los van het al dan niet geloven in verschijningen. Dat is wat in België met Banneux en Beauraing is gebeurd, terwijl in Vlaanderen vooral Oostakker, zonder zelf verschijningen te hebben meegemaakt, als een "plaatselijk Lourdes" tot bloei kwam. Alle overige gemelde verschijningen in de jaren 1933-1934 werden door de kerkelijke overheid afgedaan als onbestaande en als de gevolgen van een soort massahysterie.
Geschiedenis In vergelijking met andere landen, meer bepaald Italië (200 geregistreerde verschijningen), Frankrijk (171) en Duitsland (112), waren Mariaverschijningen in de Zuidelijke Nederlanden een uitzondering. Over de hele periode vanaf de tiende eeuw tot op het einde van de negentiende eeuw waren het er hoogstens 19, en dan nog waren het niet allen verschijningen, maar ook mirakels met Mariabeelden. In het eerste derde van de twintigste eeuw kwamen er daar nog vier bij.
Het was merkwaardig dat in het jaar 1933 plots meer dan tien verschijningen werden gemeld. Over de oorzaken en aanleidingen hiertoe bestaan allerhande theorieën, die nooit echt doorslaggevende redenen aanbrachten. Het begon met de verschijningen in Beauraing, waarop in alle hoeken van het land verschijningen gemeld werden. Alleen Banneux en Beauraing kregen een bisschoppelijke goedkeuring, waarbij niet zozeer de verschijningen zelf, maar de verering van Maria centraal stonden. Daarnaast was als belangrijkste, die het meest ophef veroorzaakte, die van Onkerzele, waar de zieneres niet alleen visionaire beschrijvingen gaf, maar ook voorspellingen deed, en uiteindelijk ook nog de stigmata kreeg. Toen ook nog andere 'zieners' naar Onkerzele afzakten en er verschijningen beweerden te hebben, trad aartsbisschop Jozef Van Roey op: niet alleen door alle medewerking vanwege de clerus te verbieden, maar ook door de verschijningen zelf af te doen als vals. Wat de talrijke andere verschijningen betreft, werden ze niet anders behandeld, als ze al een reactie werden waardig geacht.
Na deze opzienbarende opflakkering van volksgeloof, werd het opnieuw stil op het gebied van verschijningen. Er waren er in de volgende bijna honderd jaar nog nauwelijks een paar te melden.
De boodschappen Ook al gebeurde het dat de verschijnende Maria volgens de ziener(s) zwijgzaam was gebleven, werden toch veel meldingen gemaakt van boodschappen die zouden zijn meegedeeld.
Deze boodschappen zijn meestal weinigzeggend. Ze gaan bijvoorbeeld over het verzoek om een bedevaartsoord op te richten, ze vragen dat de wereld zich zou bekeren, dat er veel zou gebeden worden, enz.
Het gaat meestal om mededelingen op het niveau van wat de intellectueel meestal bescheiden zieners konden bedenken en pleiten er niet voor dat het om iets ging dat tijdens een bovennatuurlijke verschijning zou zijn meegedeeld.
Mariaverschijningen gemeld in België De hiernavolgende Mariaverschijningen in België worden gemeld in naslagwerken gewijd aan dit onderwerp. Hier worden enkel verschijningen vermeld, met uitsluitsel van visioenen, dromen en bovennatuurlijke gebeurtenissen betreffende Mariabeelden (wenende of bloedende beelden, luminositeit, kleurverandering, genezingen, enz.).
1050: Waver Maria zou verschenen zijn aan de bewoners om hun de bouw van een heiligdom op te dragen in het moerasgebied. De kapel, later kerk geworden, werd een drukbezocht bedevaartsoord, waar Maria vereerd wordt als Onze Lieve Vrouw van Vrede en Eendracht. In 1999 werd het heiligdom door paus Johannes-Paulus II tot basiliek verheven.
1085: Luik Maria verscheen aan Rupert van Deutz (†1129), aan wie ze geestelijke onderrichtingen gaf. Hij werd tot priester gewijd en werd tot abt verkozen. Hij werd een van de meest invloedrijke geestelijke auteurs van zijn tijd.
1087: Oudenburg Arnulfus (1040-1087), bisschop van Soissons en stichter van de abdij van Oudenburg, zag Maria korte tijd voor zijn dood. Hij vroeg haar te mogen sterven op Hemelvaartsdag, en zo gebeurde. In 1121 werd hij door de volksverering heilig verklaard.
1205: Sint-Truiden Volgens de overlevering, verscheen Maria aan de heilige Lutgardis van Tongeren (1182-1246), priorin van de abdij van benedictinessen.
1210: Villers Een lekenbroeder uit de cisterciënzerabdij van Villers was zo uitzichtloos ziek dat hij wilde zelfmoord plegen. Toen verscheen hem Maria die hem er van afhield en hem beloofde dat God hem weldra tot zich zou roepen. Dat gebeurde een weinig later en de broeder stierf vredevol.
1216: Clairefontaine Gravin Ermesinde van Luxemburg zag in een visioen de Heilige Maagd Maria en het kind Jezus. Op verzoek van de verschijning stichtte ze de abdij van cisterciënzerinnen in Clairefontaine.
1220: Leuven Maria verscheen aan een Joods meisje dat zich bekeerde en intrad bij de cisterciënzerinnen.
1230: Villers De cisterciënzer Godfried zag Maria tijdens het nachtelijk koorgebed, gezeten tussen de monniken. Toen ze opstond en het koor verliet wilde hij haar nalopen maar ze zegde: Blijf bij uw broeders. U zal me weldra terugzien.. Korte tijd nadien overleed hij.
1449: Anderlecht In 1449 verscheen Maria als Dame de Grâce aan een vrome vrouw in Anderlecht.
1543: Leuven Maria verscheen aan priester Cornelius Wischaven (1509-1559), die door haar aangemoedigd werd om jezuïet te worden. Hij was de eerste Vlaming die door de heilige Ignatius van Loyola in de orde werd opgenomen. Hij deed hem naar Rome komen, waar hij biechtvader werd van de jezuïeten in opleiding, en hij overleed in het mariaal bedevaartsoord Loreto.
1581: Leuven De dominicaan Heinrich Calstro kreeg talrijke bezoeken van de Heilige Maagd. Ze steunde hem in vele aangelegenheden, hielp hem in zijn geestelijke ontwikkeling, troostte hem tijdens de vervolgingen, verdedigde hem tegen zijn vijanden en stond hem bij in het uur van de dood.
1600: Brugge De jezuïetennovice Anton de Greef (†1636), die zich door een gelofte aan de Moeder Gods had gewijd, zag de Hemelkoningin verschijnen en leefde zijn ganse verdere leven onder de indruk van deze verschijning.
1603: Scherpenheuvel Tijdens de Reformatie was het Mariabeeld dat in Scherpenheuvel vereerd werd, vernietigd en een nieuw beeld werd ter verering aangeboden, dat tegen een eik hing. Op een dag begon dit beeld te bloeden. Dit veroorzaakte heel wat commotie en met de steun van de landvoogden, Albrecht van Oostenrijk en Isabella van Spanje, werd een nieuwe barokkerk gebouwd, bekwaam om de talrijke bedevaarders op passende wijze te ontvangen. Een echte verschijning was dit dus niet.
1692: Verviers Een zware aardbeving deed de inwoners van Verviers zich naar het klooster van de franciscanen reppen om er om bescherming te bidden voor het beeld van Onze Lieve Vrouw. Daar zagen ze tot hun verbazing dat miraculeuze wijzigingen waren ingetreden. Het kind Jezus keek nu zijn Moeder aan en zij liet haar ogen over de menigte heengaan. De Kerk bevestigde dat hier een mirakel was gebeurd, paus Clemens XII verleende aflaten aan de vereerders van het beeld en paus Leo XIII gaf toelating in 1892 om het beeld feestelijk te kronen. Ook hier ging het eigenlijk niet om een verschijning.
1831: Brugge De abdis van de arme klaren, Julie Berlamont (1799-1871) had het visioen van de Maagd Maria in volle glorie, eerst gedurende vier volle uren op Hemelvaartsdag 1831, vervolgens in 1833 toen ze zwaar ziek was.
1842: Celles bij Doornik Maria verscheen bij herhaling aan Sophie Deprez (1818-1849), die onder de naam moeder Marie-Stanislas, religieuze in het plaatselijke klooster was. Maria onderrichtte de non over de goede manier om novicen op te leiden en onderhield zich met haar over verschillende aspecten van het geestelijk leven. De kamer waar de verschijningen plaats vonden werd de huiskapel van het klooster.
1868: Bois-d'Haine Op 15 april 1868 verscheen Maria voor het eerst aan de mystica Louise Lateau (1850-1883) die twee jaar voordien op heroïsche wijze tijdens een pestepidemie de zieken had verzorgd. Ze verzekerde dat ze regelmatig in visioenen bezoek kreeg, niet alleen van Maria, maar ook van Jezus, van engelen en van heiligen. Iedere vrijdag kreeg ze de stigmata, die door artsen werden onderzocht en die hiervoor geen medische verklaring vonden. Vanaf 1872 leefde ze zonder voedsel.
1870: Eupen Een doofstom meisje doorliep een noveen, waarbij ze elke dag in de kerk van de kapucijnen ging bidden voor het beeld van Onze-Lieve-Vrouw. Op de negende dag kon ze spreken. Ze vertelde dat ze Maria had ontmoet. De ouders vertelden het aan de rector van de kerk, die de verschijning en de genezing als een mirakel noteerde.
1893: Edingen Tijdens de middernachtmis verscheen Maria voor Berthe Petit (1870-1943). Ze was vergezeld van de gekruiste Christus en van de heilige apostel Johannes. Gedurende de volgende jaren kreeg Petit nog talrijke verschijningen van de Heilige Maagd en talrijke andere visioenen, tijdens een leven dat ze vroom en offervaardig beleefde.
1908: Lummen Rosalie Pütt (1868-1919) kreeg vanaf 1908 vaak verschijningen van Maria. In 1885 had ze de stigmata gekregen en ze leefde als een mystica. Ze deed voorspellingen, die aansloten bij die van Anna Catharina Emmerich. Ze had ook visioenen over onder meer de laatste jaren die Maria doorbracht in Efese en vertelde hierover onbekende details.
1919: Malmedy Een vrouw werd in haar slaapkamer aangevallen door twee rovers, die zich echter plots onverwacht terugtrokken. Ze werden gearresteerd en tijdens het proces verklaarde een van de twee dat hij naast het bed een lichtende in het wit geklede dame had gezien die hem verplichtte rechtsomkeer te maken en op de vlucht te slaan.
1922: Herentals Tijdens de Kerstnacht verscheen Maria, met het kind Jezus, aan Maria van Beek (1886-1948), franciscanes onder de naam van zuster Rumolda. Een maand voordien had ze de stigmata gekregen. Haar leven werd bezaaid met allerhande mystieke ervaringen.
1925: Fauroeulx