Cornelis Caesar (Goes, ca. 1609 – Batavia, 5 oktober 1657) was van 1653 tot 1656 gouverneur op Formosa.

Cornelis Caesar begon zijn carrière als assistent bij de VOC en arriveerde op 6 februari 1629 in Batavia. Zeven jaar later werkte hij in Hirado, de handelspost in Japan, totdat hij in 1637 koopman werd in Quinam (nu de regio Zuid-Vietnam). Daarna werkte hij als koopman in Tayouan op Formosa. Nadat hij op 7 mei 1641 tot opperkoopman was bevorderd, vertrok hij weer naar Japan. In 1644 was hij belast met de handhaving van orde en recht over dorpen op Formosa. In 1646 voerde hij het bevel over een eskader (4 schepen) dat in februari vanuit Formosa vertrok, als onderdeel van een VOC-poging om vaste voet te krijgen in de Filipijnen. Op 15 maart 1646 raakte zijn eskader slaags met twee zwaarbewapende Spaanse galjoenen, de Encarnación en de Rosario, onder bevel van generaal Lorenzo Ugalde de Orellana. De Spaanse schepen bleken te sterk; Caesars eskader moest zich terugtrekken en keerde terug naar Formosa.Brouwers, W. (2024) Dossier Visser (+1646). Maritiem Archeologisch Structuur Systeem (MASS), Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. (Geraadpleegd: 6 juli 2026).

Caesar diende een verzoek in om terug te keren naar de Republiek, wat op 9 mei 1647 werd goedgekeurd. Op 4 januari 1648 vertrok hij met de terugkerende vloot als tweede commandant op het schip Oranje. Volgens de patria-missiveEen patria-missive was een brief van het opperbestuur van de VOC in Nederland naar het bestuur in Nederlands-Indië, waarin instructies werden gegeven en informatie werd verstrekt over het beleid en de beslissingen van het opperbestuur. De patria-missive was een belangrijk middel om de controle en het gezag van de VOC over Nederlands-Indië te handhaven. van 10 september 1650 werd hij door het opperbestuur van de VOC benoemd tot extraordinaris lidbuitengewoon lid zonder stemrecht van de Raad van Indië. Hij keerde terug naar Indië en werd bij resolutie van 7 juli 1651 benoemd tot opzichter van alle werken binnen het fort. Dat was een zeer winstgevende functie, aangezien hij de volledige controle had over het werk van alle ambachtslieden. Op 23 december 1651 werd hij toegevoegd lid van de Raad van Justitie in Batavia. Op 24 april 1653 werd hij president van de Weeskamer.

In 1653 vroeg Nicolaas Verburg, gouverneur op Formosa, om aflossing, waarna Caesar hem opvolgde. Na een reis aan boord van het jacht De Sperwer arriveerde Caesar op Tayouan. Hij was de voorlaatste gouverneur van het eiland en bleef daar tot 30 juni 1656. Na terugkeer in Batavia januari 1657 werd hij benoemd tot Raad van Indië. Hij overleed op 5 oktober 1657 en werd met veel ceremonieel begraven.

Martinus Caesar, een zoon van Cornelis, was een opperhoofd op Deshima.Verhaal van het vergaan van het jacht de Sperwer (1656–1663) door Hendrik Hamel. Gearchiveerd op 12 mei 2023.

Categorie:Gouverneur van Nederlands-Formosa Categorie:Persoon in de Nederlanden in de 17e eeuw