In 2024 vonden er verkiezingen voor het Europees Parlement plaats in de Europese Unie, waarbij circa 370 miljoen kiesgerechtigde burgers van de 27 lidstaten samen een volksvertegenwoordiging kiezen die een zittingsduur heeft van vijf jaar. Het was de tiende keer dat het Europees Parlement rechtstreeks werd gekozen en de eerste keer sinds het Verenigd Koninkrijk de unie verliet. De verkiezingen vonden plaats in de periode van 6 tot en met 9 juni 2024."Raad bevestigt: verkiezingen Europees Parlement van 6 tot en met 9 juni 2024", Europese Raad, 22 mei 2023, online geraadpleegd op 23 mei 2023. Gearchiveerd op 22 mei 2023. Aftrap voor de centrale campagne vond plaats op 29 april door het zittende parlement met de video "Use your Vote". Estland en Nederland waren de eerste landen waar werd gekozen, gevolgd door Ierland en Tsjechië. In de meeste lidstaten werd op zaterdag en zondag gestemd. De laatste stembussen sloten zondag om 23:00 in Italië, waarna de (voorlopige) verkiezingsuitslagen bekend werden gemaakt.

Het Europees Parlement heeft samen met de Raad van de Europese Unie, dat is de vergadering van vakministers uit de lidstaten, de wetgevings- en begrotingstaak in de Unie.De Raad van de Europese Unie is al naar gelang het onderwerp wisselend samengesteld uit de 27 vakministers van de EU-lidstaten die verantwoordelijk zijn op het betreffende gebied. Er is ook een EU orgaan dat bestaat uit staatshoofden of regeringsleiders, de Europese Raad. Beide moeten worden onderscheiden van de internationale organisatie Raad van Europa. Het Parlement oefent ook namens de burgers de politieke controle uit op de uitvoerende organen van de Unie.Artikel 14 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. De regels voor de verkiezingen zijn vastgelegd in de Europese verkiezingsakte van 1976; iedere lidstaat heeft binnen deze regels bepaald hoe de verkiezingen op nationaal niveau zullen worden georganiseerd.Resolutie Europees Parlement 11 november 2015: Hervorming van de kieswet van de EU De officiële inwoners van een lidstaat kunnen uitsluitend stemmen op een kandidaat of lijst uit het land waar ze wonen. Heeft een inwoner van een lidstaat echter een andere EU-nationaliteit, dan kan ook op kandidaten uit het thuisland gestemd worden. Woont een EU-burger buiten de Unie, dan gelden er per thuisland verschillende regels. miniatuur|Samenstelling na de verkiezingen van de delegatie van elke lidstaat De fractie van de centrum-christendemocraten EVP bleef met voorspeld 189 zetels de grootste, de progressieve sociaaldemocratische S&D (135), de liberale Renew (80) en de Groenen (52) verloren, de nationalistisch-conservatieve populisten ECR (72) en radicaal-rechtse ID (58) wonnen, vooral door stemmen in Italië en Frankrijk. Bij de niet-geregistreerden (98) zijn nieuwe nationale partijen in het Parlement ondergebracht als de Hongaarse centrumrechtse Tisza, die is uitgenodigd zich aan te sluiten bij de EVP fractie, alsmede de Hongaarse uiterst rechts-conservatieve Fidesz, die zich mogelijk aansluit bij ECR en de Duitse extreemrechtse Alternative für Deutschland, die bij ID is aangesloten, maar daar voor fractiegenoot Rassemblement national niet meer welkom is.

Verkiezingsdata De periode waarin verkiezingen voor het Europees Parlement plaatsvinden, is bepaald door de Europese Raad, de vergadering van regeringsleiders. Basis zijn de artikels 10 en 11 van de Europese verkiezingsakte die bepalen dat verkiezingen plaatsvinden in een periode van donderdag tot en met de eerstvolgende zondag. Zo kan elke lidstaat de Europese verkiezingen organiseren op zijn traditionele verkiezingsdag, zoals een zondag of feestdag in België, Duitsland en Frankrijk. De traditionele kiesdag in Nederland, de woensdag, is niet beschikbaar; daarom vinden de Europese verkiezingen daar op een donderdag plaats. Artikel 11 bepaalt dat de verkiezingen plaatsvinden in dezelfde periode als de eerste verkiezingen, die gehouden werden van 7 tot en met 10 juni 1979. Indien het onmogelijk zou blijken verkiezingen te organiseren in die periode, kan de Europese Raad – unaniem en ten laatste één jaar voor het einde van de huidige zittingsperiode – beslissen om de verkiezingen te vervroegen of uit te stellen. Dat is eerder gebeurd in 1984, 1989, 2014 en 2019. "10th European Parliament election in 2024", Die Bundeswahlleiterin, 2023, geraadpleegd op 10 mei 2023. Gearchiveerd op 19 juni 2023. In mei 2023 bevestigde de Raad dat de verkiezingen gehouden worden in de voorziene periode: van 6 tot en met 9 juni 2024.

Aantal zetels per land Elke EU-lidstaat heeft op grond van het inwonertal een specifiek aantal zetels in het Parlement. Als gevolg van het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de EU (brexit) werden 27 zetels van de Britse afvaardiging in januari 2020 herverdeeld over de andere landen. De resterende 46 zetels werden afgeschaft, waardoor het totaal daalde van 751 naar 705. Op basis van een rapport in februari 2023, geamendeerd in juni 2023, werd een voorstel gedaan om het aantal parlementsleden op te trekken om rekening te houden met bevolkingsaanwas en de degressieve proportionaliteit te bewaren. Het voorstel om het aantal zetels te verhogen naar 720 werd op 13 september door het Europees Parlement en op 22 september door de Europese Raad goedgekeurd.Europese Raad bepaalt samenstelling Europees Parlement, 22 september 2023. Dat is dus het aantal zetels dat in 2024 ter verkiezing staat.

Schema Lidstaat 2020–2024 2024–2029 21 17 6 14 96 7 14 79 21 21 13 76 12 8 11 6 6 29 19 52 21 33 8 14 59 21 21 Totaal 705 720

Actief en passief kiesrecht Bij de verkiezingen voor het Europees Parlement kunnen de officiële inwoners van een lidstaat uitsluitend stemmen op een kandidaat of lijst die in het eigen land is geregistreerd. EU-burgers die in een andere lidstaat dan het eigen land wonen, kunnen op kandidaten of lijsten uit het woonland en het thuisland stemmen. Op deze beperkte keus bestaat kritiek, omdat het best mogelijk is dat een politicus uit een ander land de standpunten van een kiezer beter vertegenwoordigt dan een politicus uit het eigen land. Dit geldt ook, onder voorwaarden, voor het passief kiesrecht. Het is dus niet mogelijk om op een kandidaat te stemmen, of zich kandidaat te stellen, in een andere lidstaat dan het eigen land of het woonland. In 2022 keurde het Europees Parlement een voorstel goed dat transnationale kieslijsten mogelijk moet maken. Er is echter tot op heden geen overeenstemming met de Raad over dit voorstel.

In België, Luxemburg, Griekenland en Bulgarije is er een opkomstplicht, wat betekent dat stemgerechtigden naar het stembureau moeten komen. Er is in deze landen bijgevolg een hoge opkomst. Er is geen stemplicht.

Partijfamilies In het Europees Parlement zijn zeven verschillende fracties gevormd, de zogenaamde partijfamilies, waarin nationale partijen samenwerken die zich tot eenzelfde politieke bloedgroep rekenen. De twee grootste zijn de Europese Volkspartij (EVP) van conservatieve- en christendemocratische partijen en de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten (S&D), de sociaaldemocraten. Verder zijn er de liberalen met de Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa (ALDE) die aan de bredere groep Renew Europe meedoen, de groenen, de nationaalconservatieven, een linkse fractie The Left en een extreemrechtse fractie. Er bestaat geen sterke fractiediscipline wat meebrengt dat bijvoorbeeld de Belgische nationale partij Open Vlaamse Liberalen en Democraten (Open Vld) en de Nederlandse Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD), die zich beide tot de politieke familie Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa (ALDE) rekenen, in het Europees Parlement hun eigen zichtwijze kunnen uitdragen en hun eigen stem kunnen uitbrengen.

Na de verkiezingen bekijken alle nationale politieke partijen (opnieuw) bij welke Europese fractie ze zich willen aansluiten. De andere deelnemers aan een fractie moeten daarmee instemmen. Als een gekozen lid of nationale partij bij geen enkele fractie welkom is, kunnen ze wel lid worden van het parlement. Ze vallen dan onder de zogeheten niet-ingeschrevenen (NI).

In de periode voor de verkiezingen van 2024 waren de Europese partijfamilies in volgorde van grootte:

Europese Volkspartij (EVP) Progressieve Alliantie van Europese Socialisten en Democraten (S&D) Renew Europe (RE) De Groenen / Vrije Europese Alliantie (Greens/EVA) Europese Conservatieven en Hervormers (ECR) Identiteit en Democratie (ID) Europees Unitair Links / Noord Groen Links (GUE/NGL)

Liberale fractie De samenwerking in de fracties ligt niet vast en is aan verandering onderhevig. Op 16 mei 2024 werd in Nederland een hoofdlijnenakkoord gesloten voor het nieuwe kabinet tussen onder andere PVV (Geert Wilders) en VVD. Op 16 mei 2024 sprak de voorzitter van de liberale fractie Valérie Hayer haar afkeuring uit over de betrokkenheid van fractiegenoot VVD bij dat akkoord. Op 21 mei deed zij dat opnieuw, omdat ze de standpunten van de PVV in strijd acht met de liberale waarden. Zij wil de kwestie na de verkiezingen binnen de fractie bespreken en er op 10 juni over stemmen of samenwerking met de VVD nog mogelijk is. Zij doelt daarbij op het „cordon sanitaire tegen extreemrechts” van de Europese Liberalen.

Europees lijsttrekker voor de VVD Malik Azmani kondigde aan in het Europees Parlement niet te willen samenwerken met de PVV, omdat Geert Wilders te kennen had gegeven de macht van de EU van binnenuit te willen uithollen.

Fractie Identiteit en Democratie Medio mei kondigde PVV-fractiegenoot Rassemblement national aan niet langer samen met de Duitse rechtsextreme Alternatieve für Deutschland in een fractie te willen zitten. De reden was dat de lijsttrekker van de AfD, Maximilian Krah, controversiële uitspraken had gedaan over de SS. Partijvoorzitter Marine le Pen kondigde aan zich los te willen maken van extreemrechts, ze overweegt samenwerking met de Italiaanse Fratelli d'Italia van premier Meloni, die deel uitmaken van de ECR-factie. Het streven van de Nederlandse PVV om 'Nederland op 1' te zetten, zal kunnen gaan botsen met het streven van andere (sterkere) nationaal-populistische partijen om hun nationaal belang op 1 te zetten. Oud PVV-er Marcel de Graaff, die overstapte naar Forum voor Democratie, werd in 2023 uit de fractie gezet vanwege te sterke banden met president Poetin. Bekende andere partijen in de I&D-fractie zijn verder Vlaams Belang en het Italiaanse Lega Nord.

Fractie Europese Volkspartij De partij Fidesz van de Hongaarse premier Viktor Orbán is in 2021 uit de fractie van de EVP gestapt na steeds sterker wordende weerstand vanwege Orbáns autoritaire leidersstijl en de onder zijn premierschap plaatsvindende erosie van de rechtsstaat. Orbán heeft het voornemen met alle uiterst rechtse partijen een nieuwe fractie te gaan vormen. De nieuwe partij Tisza van Orbán-uitdager Péter Magyar is wel welkom bij EVP. EVP-Spitzenkandidat Von der Leyen gaf voor de verkiezingen te kennen voor de toekomst niet zonder meer uit te sluiten om met partijen uit de fractie ECR samen te werken, afhankelijk van de verkiezingsuitslag. De Nederlandse partijen CDA en CU gaven na bereiken van het coalitieakkoord aan te twijfelen aan samenwerking met NSC (te eurosceptisch) en BBB (drijft te veel naar radicaal-rechts). De partijen passen volgens hen beter bij de fractie ECR.NSC lijsttrekker Dirk Gotink was jarenlang woordvoerder van EVP fractievoorzitterManfred Weber en BBB-lijsttrekker Sander Smit was tot 2022 beleidsmedewerker van CDA-Europarlementariër Annie Schreijer-Pierik.

Fractie Europese Conservatieven en Hervormers