Het Stierkalf-arrest (HR 7 maart 1980, NJ 1980, 353, ECLI:NL:HR:1980:AB7443) is een arrest van de Hoge Raad der Nederlanden betreffende het leerstuk van de aansprakelijkheid voor een onrechtmatige daad. Het is daarnaast het eerste arrest waarin de Hoge Raad gemotiveerd omging.Kottenhagen, R.J.P. (1986). Van precedent tot precedent. Over de plaats en functie van het rechtersrecht in een gecodificeerd rechtsstelsel. Arnhem: Gouda Quint.

Casus In 1971 is Van de Witte van achteren aangevallen door een aantal stierkalveren van Bosch terwijl hij (al gebruikmakend van zijn recht van overpad) door het weiland van Bosch liep. Van de Witte liep hierdoor lichamelijk letsel op en vorderde vervolgens schadevergoeding op grond van art. 1404 BW (oud).

Procesgang

Feitelijke instanties De vordering werd zowel door rechtbank als hof afgewezen omdat Bosch alle redelijkerwijs van hem te verwachten maatregelen had getroffen. Omdat hem daarom geen schuld trof, werd de vordering van Van de Witte afgewezen.

Hoge Raad De Hoge Raad komt in dit arrest terug op zijn eerder ingenomen standpunt. Hij verwoordt dit aldus:

De Hoge Raad gaat hiermee om: sinds het Stierkalf-arrest rust op de bezitter van het dier een risicoaansprakelijkheid en geen schuldaansprakelijkheid. Voor de vaststelling van de aansprakelijkheid ex art. 1404 BW (oud), is niet meer van belang of de eigenaar alle zorg en waakzaamheid heeft betracht die van hem kon worden gevergd. Een eigenaar van een dier kan dus ook aansprakelijk zijn voor de handelingen van dat dier, wanneer hem daarvan geen verwijt te maken valt.NJ 1980, 353 met annotatie van G.J. Scholten

Verdere ontwikkeling De uitspraak van de Hoge Raad anticipeerde op de inwerkingtreding van het toenmalige artikel 6.3.2.8. van het nieuwe Burgerlijk Wetboek, dat al aansloot bij de bestaande jurisprudentie.

Categorie:Nederlands arrest (burgerlijk recht)