Thionville (Duits: Diedenhofen, Luxemburgs: Diddenuewen, Nederlands, verouderd: DidenhoveLes délices des Païs-Bas ou description générale de ses dix-sept Provinces, Brusselle, MDCXCVII (1697)/Diedenhoven) is een gemeente in het Franse departement Moselle in de regio Grand Est. Thionville telde op inwoners, die Thionvillois(es) genoemd worden.

De stad ligt langs de oever van de Moezel en ligt in het Luxemburgse taalgebied (ofschoon deze taal er sterk op zijn retour is) en is bekend om zijn (stagnerende) staalindustrie.

Geschiedenis De Karolingers hadden in Thionville een landhuis, dat met hun verheffing koninklijk paleis werd. Later kreeg het gebied de status van bijzondere heerlijkheid, dat overging op de graven van Luxemburg.

Door haar strategische ligging kende de stad in de loop van haar geschiedenis vele verdedigingswerken. In de zestiende eeuw werd op bevel van koning Filips II en naar plannen van de Zuid-Nederlandse architect Van Noyen de middeleeuwse stadsmuur versterkt met zeven bastions. Hiervan zijn Bastions I (Bastion République) en III (Bastion Luxembourg) bewaard gebleven.

Tijdens de Dertigjarige Oorlog werd de stad in 1643 gedurende twee maanden belegerd door Franse legers onder leiding van Lodewijk II van Bourbon-Condé maar hij was gedwongen het beleg af te breken. Op 9 november 1659 ging het district Thionville als onderdeel van Frans-Luxemburg bij de Vrede van de Pyreneeën over van Nederlandse (Habsburgse) in Franse handen. In de achttiende eeuw bouwden de Fransen een bijkomend militair bolwerk (Couronné) op de rechteroever van de Moezel, een zwakke plek in de verdediging van de stad. Dit gebeurde naar plannen van Louis de Cormontaigne. Hiervoor moest het dorp Haute-Yutz wijken. Couronné op de pagina projects van de gemeente Couronné op de pagina equipements van de gemeente

Moderne tijd In de jaren 1871-1918 en 1940-1945 was de stad geannexeerd door Duitsland onder de naam Diedenhofen. Door de industrialisering en de metaalnijverheid groeide de bevolking sterk. Daarom werd rond 1900 beslist om de stadsomwallingen te slechten om nieuwe woonwijken te kunnen bouwen naar plannen van Josef Stübben. In de plaats bouwden de Duitsers een nieuwe fortengordel rond de stad in het kader van de Moselstellung (Moezelstelling). De Feste Obergentringen (Frans: Fort Guentrange), die het uiterste noordelijke punt van deze stelling vormde, was klaar in 1906. Op de rechteroever van de Moezel werden tussen 1905 en 1911 de Feste Illingen (Frans: Fort d'Illange) en tussen 1908 en 1914 de Feste Königsmachern (Frans: Fort de Koenigsmacker) gebouwd. Fort de Koenigsmacker p[ de website Les Amis du Père Scheil In de jaren 1930 werden de forten door de Fransen geïntegreerd in de versterkte sector van Thionville van de Maginotlinie.Sector Thionville op de website maginot.nl

De industriële neergang van de jaren 1970 trof Thionville maar de stad kon meeprofiteren van de nabijheid van Luxemburg en Duitsland doordat veel bewoners daar konden werken.

Bestuurlijk Op 1 januari 1967 werd de toenmalige gemeente Veymerange opgenomen in de gemeente Thionville. Op 5 maart 1969 volgde de toenmalige gemeente Volkrange. Op 1 juli 1970, ten slotte, volgden de toenmalige gemeenten Garche, Kœking en Œutrange. Histoire de la commune Thionville op de website Annuaire des Mairies et Villes Op 7 oktober 2013 werden enkele percelen met een totale oppervlakte van 2 hectare overgeheveld van de gemeente Florange naar de gemeente Thionville.

De stad was tot 2015 hoofdplaats van twee arrondissementen, nl. Thionville-Est en -Ouest, die in op 1 januari 2015 zijn gefuseerd tot het arrondissement Thionville, en van de kantons Thionville-Est en -Ouest. Op 22 maart 2015 werden de kantons opgeheven en werd Thionville de hoofdplaats van de op die dag gevormde kanton Thionville. Alleen de exclave Garche en Kœking maakt deel uit van het kanton Yutz.

Thionville was ook de hoofdplaats van de communauté d'agglomération Portes de France-Thionville. Portes de France-Thionville op de website Annuaire des Mairies et Villes Op 1 januari 2026 fuseerde dit met de communauté d'agglomération du Val de Fensch tot de Thionville Fensch Agglomération.

Geografie De oppervlakte van Thionville bedraagt . Op was de bevolkingsdichtheid inwoners per km². De Moezel stroomt door de stad. Boven de stad ligt de Mont Saint-Michel (392 m).

Een deel van de gemeente is nog landelijk. Hier liggen de dorpen of gehuchten Beuvange, Elange, Garche-Kœking, Œutrange, Veymerange en Volkrange. Garche-Koeking vormt een exclave, van de rest van de gemeente gescheiden door de gemeente Manom.

miniatuur|links|350px|Thionville met de belangrijkste infrastructuur, bodemgebruik en omliggende gemeenten.

Verkeer en vervoer In de gemeente ligt het spoorwegstation Thionville. De autosnelweg A31 loopt door de gemeente.

Bezienswaardigheden Nécropole nationale de Thionville, begraafplaats met graven uit de Eerste Wereldoorlog. La nécropole nationale de Thionville op de pagina Chemins de mémoire

Sport Thionville is één keer etappeplaats geweest in wielerkoers Ronde van Frankrijk. In 1999 won de Italiaan Mario Cipollini er in de massasprint. Thionville FC is de lokale voetbalclub.

Demografie Onderstaande figuur toont het verloop van het inwonertal., cijfers inwoneraantal volgens de definitie "population sans doubles comptes"

Geboren in Thionville

Johann von Aldringen (1584 of 1588-1634), militair Joseph Bodin de Boismortier (1689-1755), componist Nicolas Bonaventure (1753-1831), rechter en burgemeester Antoine Christophe Merlin (1762-1833), revolutionair Louis de Briey de Laclaireau (1772-1833), industrieel en edelman Antoine de Biber (1818-1873), kolonel en edelman Alexandre Lapissida (1839-1907), tenor, regisseur en theaterdirecteur Fritz von der Lancken (1890-1944) militair en verzetsstrijder Henry Anglade (1933-2022), wielrenner La Grande Sophie (1969), singer-songwriter Daniel Gomez (1979), voetballer Nasredine Kraouche (1979), voetballer Julien Quercia (1986), voetballer Benjamin Corgnet (1987), voetballer Youssef Maziz (1998), voetballer

Externe link Website van de gemeente