Operatie Pheasant, ook wel bekend als de Bevrijding van Noord-Brabant, was een grote operatie om de Duitse troepen te verdrijven uit de provincie Noord-Brabant in Nederland tijdens de gevechten aan het westfront in de Tweede Wereldoorlog. Dit offensief was het resultaat van het mislukken van Operatie Market Garden en de geallieerde inspanning om de belangrijke haven van Antwerpen te veroveren. De operatie werd uitgevoerd door de geallieerde 21e Legergroep tussen 20 oktober en 4 november 1944.Goddard p 89

Na het initiële Duitse verzet te hebben overwonnen, bevrijdde deze operatie de steden Hoogstraten, Tilburg, 's-Hertogenbosch, Roosendaal, Bergen op Zoom, Willemstad en Breda en daarmee werd Noord-Brabant grotendeels bevrijd van Duitse troepen.Buckley pp 244–47

Achtergrond

In september 1944 hadden de geallieerden Operatie Market Garden gelanceerd, een groot offensief vanaf de Nederlands-Belgische grens door het zuiden van Nederland via Eindhoven en Nijmegen richting de Rijnbrug bij Arnhem. Het doel was om de Rijn over te steken en de Westwall te omzeilen ter voorbereiding op de laatste opmars richting Berlijn. De geallieerde luchtlandingstroepen slaagden erin de bruggen in te nemen, maar vertragingen en toenemende weerstand resulteerden in de nederlaag bij de Rijnbrug in Arnhem. De opmars stopte ten zuiden van de Nederrijn, resulterend in een smalle saillant die vanuit het noorden van België door het zuidoosten van Nederland liep en kwetsbaar was voor aanvallen. Duitse aanvallen in deze saillant werden afgeslagen. Een deel van deze aanvallen kwamen vanaf een bruggenhoofd ten westen van de bocht in de Maas nabij de stad Venlo. Operatie Aintree werd gelanceerd en deze dreiging werd onder hoge kosten weggenomen. Dit betekende echter dat de flank verder naar het westen richting Tilburg en 's-Hertogenbosch ook een bedreiging werd die weggehaald moest worden de saillant ook aan deze zijde moest worden verbreed.

Op 16 oktober had de commandant van de 21e Legergroep Field Marshall Bernard Montgomery het Britse 2e Leger zodanig gefocust dat het volledige gewicht van dit leger beschikbaar zou zijn voor de Anglo-Canadese poging om Antwerpen als belangrijkste bevoorradingshaven van de geallieerden te verkrijgen. De rechterflank van het leger zou langs de Maas trekken en de linkerflank ongeveer 15 km ten zuiden van Tilburg.

Startpositie Operatie Pheasant bestond uit 12 divisies die op 20 oktober 1944 vanuit verschillende startposities de aanval inzetten tegen de Duitse troepen. In het westen vond de Slag om de Schelde plaats, maar de frontlijn eindigde niet in Antwerpen; deze liep verder naar het oosten. Na Operatie Overlord was een corridor tot in Nijmegen ontstaan. Operatie Pheasant strekte zich uit over de frontlijn van Antwerpen tot Nijmegen. Het Britse 2e Leger nam de zuidflank aan het kanaal voor zijn rekening, terwijl het 12e Legerkorps (Verenigd Koninkrijk) de oostflank aan de corridor bezette. Hun aanvalsvector was naar het westen gericht. Dit korps bestond op dat moment uit vier divisies:

15e (Schotse) Infanteriedivisie 51e Highland Divisie (Operatie Colin) 7e Pantserdivisie (Verenigd Koninkrijk) 53e (Welshe) Infanteriedivisie (Operatie Alan)

De start van Operatie Pheasant aan de zuidflank vond plaats bij het Belgische kanaal Dessel-Turnhout-Schoten, waarbij gebruik werd gemaakt van het bruggenhoofd Rijkevorsel. Deze aanval werd uitgevoerd door:

49e (West Riding) Infanteriedivisie (Polar Bears) (Operatie Rebound) 1e Poolse Pantserdivisie (onder leiding van generaal Stanisław Maczek) 104e Infanteriedivisie (Timberwolves) 2e Canadese Divisie en 4e Canadese Pantserdivisie (Operatie Suitcase)

Daarnaast waren er kleinere groeperingen actief, zoals de gelegenheidsformatie Bobforce en de Prinses Irene Brigade.

Aan de zuidflank moesten eerst de dorpen aan de overkant van het kanaal worden bevrijd, zodat de geallieerde troepen hun startposities ten noorden van het kanaal konden innemen. Voor de Timberwolves was dit oorspronkelijk Sint-Lenaarts en Brecht, maar zij arriveerden later dan gepland; op 20 oktober bevonden zij zich nog in Mechelen. Op 23 oktober kwam de legereenheid aan in Wuustwezel. Het hoofdkwartier werd verplaatst naar Malle. Op 25 oktober begonnen ze met de strijd tegen de Duitsers. Andere troepen startten hun opmars vanuit verschillende locaties ten noorden van de kanaalzone. Ten westen van de Timberwolves was Operatie Suitcase bezig om via Essen naar Roosendaal en Bergen op Zoom op te trekken. Ten oosten van Hoogstraten had generaal Maczek zijn vertrekpunt in Baarle. Hierdoor konden de geallieerden meerdere noordelijke aanvalslijnen uitbouwen. Op de kaart is de omsingelende beweging rond Hoogstraten duidelijk zichtbaar, waarbij de omsingeling compleet werd met de verovering van Zundert op 29 oktober door de Timberwolves en de bevrijding van Breda op 30 oktober door Maczeks troepen.

De Duitse generaal Josef Reichert kreeg op de avond van 22 oktober van Berlijn toestemming om zijn troepen terug te trekken naar het noorden om een omsingeling in Hoogstraten te voorkomen. Deze actie werd in de vroege uren (nacht) van 23 oktober uitgevoerd.

Een nauwkeurige telling van het aantal betrokken soldaten is lastig, omdat sommige divisies regimenten in reserve hielden. Zo had de 104e Infanteriedivisie bijvoorbeeld het 413e en 414e Infanterieregiment geactiveerd, terwijl het 415e Regiment in reserve bleef. Aan geallieerde zijde waren naar schatting ongeveer 250.000 manschappen betrokken bij de operatie, tegenover ongeveer 100.000 Duitse soldaten, wat een verhouding van 2,5 geallieerde soldaten per Duitse verdediger opleverde.

Betrokken geallieerde eenheden 2e Leger (Major-General Miles Christopher Dempsey) 12e Legerkorps (Lieutenant general Neil Ritchie) 53e (Welshe) Infanteriedivisie (Major-General Robert Ross) 7e Pantserdivisie (Major-General Gerald Lloyd Verney) 4e Pantserbrigade (Brigadier Michael Carver) UK Independent Armoured Brigades 33e Pantserbrigade (Brigadier Henry Balfour Scott) 51e (Hoogland) Infanteriedivisie (Major-General Thomas G. Rennie) 15e (Schotse) Infanteriedivisie (Major-General Colin Muir Barber) 6e Guards Pantserbrigade (Brigadier Walter Greenacre) 1e Legerkorps (Lieutenant general John Crocker) 1e (Poolse) Pantserdivisie (Generaal Stanisław Maczek) 4e (Canadese) Pantserdivisie (Major-General Harry W. Foster) 49e (West Riding) Infanteriedivisie (Major-General Evely H. Barker) 104e (Timberwolf) Infanteriedivisie (Major-General Terry de la Mesa Allen Sr.) 34e Tankbrigade (Brigadier William Stanhope Clarke) 2e (Canadese) Pantserbrigade (Brigadier John F. Bingham)

Betrokken Duitse eenheden 15e Leger (Generaal der Infanterie Gustav-Adolf von Zangen) 89e Legerkorps (General der Infanterie Werner Freiherr von und zu Gilsa) 67e Legerkorps (General der Infanterie Otto Sponheimer, vanaf 25 oktober 1944 Generalleutnant Friedrich-August Schack, vanaf 28 oktober 1944 Generalleutnant Carl Püchler (die vervolgens op 1 november General der Infanterie werd)) 346e Infanteriedivisie (Generalleutnant Walter Steinmüller) 711e Infanteriedivisie (Generalleutnant Josef Reichert) 719e Infanteriedivisie (Generalleutnant Felix Schwalbe) Kampfgruppe Chill (Generalleutnant Kurt Chill) 88e Legerkorps ((General der Infanterie Hans Wolfgang Reinhard) 59e Infanteriedivisie (Generalleutnant Walter Poppe) 245e Infanteriedivisie (Generalleutnant Erwin Sander) 712e Infanteriedivisie (GeneralleutnantFriedrich-Wilhelm Neumann) 256e Volksgrenadierdivisie (Oberst Gerhard Franz), arriveerde van 15 tot 22 oktober aan het front Noot: Kampfgruppe Chill was een typische Duitse ad hoc eenheid. Generalleutnant Kurt Chill had na de terugtocht vanuit Normandië nog slechts restanten over van zijn 85e Infanteriedivisie, maar verzamelde energiek verspreide eenheden. Later werden aan de Kampfgruppe nog Fallschirmjäger en Sturmgeschütz-Brigades toegevoegd. Bij het begin van de operatie bestond had Chill tot zijn beschikking: zeven bataljons met 3500 man plus KGr Von der Heydte: I, III, IV/FJR 6, I/FJR 2, KGr Dreyer: I/HGö, Ohler, Bauer, met ondersteuning van Heeres-Sturmartillerie-Brigade 667 (31 StuG’s en StuH’s).

Geallieerde plan Er werd een operatie bedacht om het midden en westen van de provincie Noord-Brabant te bevrijden door middel van een opmars westwaarts op de as van 's-Hertogenbosch naar Breda. Om de nog steeds voortdurende strijd om de Schelde te ondersteunen, zou de geallieerde 21e Legergroep de aanval lanceren – delen van het Canadese 1e Leger zouden aanvallen vanuit België (Operatie Suitcase) en het Britse 2e Leger zou vanuit oostelijk Brabant aanvallen op de onbeschutte westelijke flank van de Nijmeegse corridor. De algehele operatie met de codenaam Pheasant zou op 20 oktober 1944 van start gaan.

Op de eerste dag zouden de 53e (Welshe) Infanteriedivisie en de 7e Pantserdivisie Operatie Alan lanceren om het belangrijkste doel te veroveren: 's-Hertogenbosch. Deze stad met zo’n 50.000 inwoners was in feite een middeleeuwse vesting met wallen, een gracht en een citadel, doorsneden door twee waterwegen: de Dommel en de Zuid-Willemsvaart.Delaforce (2015) pp 111–122

Bij Operatie Colin zou de 51e (Hoogland) Infanteriedivisie betrokken zijn; deze zou samen met de 15e (Schotse) Infanteriedivisie aan hun linkerkant aanvallen om de stad Tilburg te veroveren en verder naar het noorden op te rukken. Het plan van de divisie was aan te vallen vanuit Sint-Oedenrode, waarbij het doel van 153e Infanteriebrigade Schijndel was, de 152e Infanteriebrigade op links het bosgebied ten oosten van de Dommel zou schoonvegen en de 154e Infanteriebrigade (in Kangaroos) zou reserve zijn om mogelijkheden te exploiteren met als doel Esch, Boxtel en Vught in te nemen, evenals de steden en dorpen ten zuidoosten en zuiden van 's-Hertogenbosch.Delaforce (2017) pp 174–84

Het Britse 1e Legerkorps zou Operatie Colin aan de linkerzijde steunen, waarbij de 1e Poolse Pantserdivisie Breda zou moeten innemen en de Canadese 4e Pantserdivisie zou richting Bergen op Zoom rijden.Copp, Terry & Vogel, Robert p 50 Op de linkerflank van de Polen zou de Britse 49e (West Riding) Infanteriedivisie oprukken richting Willemstad aan te vallen door een bruggenhoofd proberen te forceren over de Mark. Ze zouden op de linkerflank worden bijgestaan door de verse Amerikaanse 104e (Timberwolf) Infanteriedivisie, die was toegewezen om het Britse 1e Legerkorps te ondersteunen.

Duitse verdediging Het Duitse 15e Leger beschikte op papier over zeven, later acht divisies. De naam divisiegroepen zou beter zijn, want de meesten waren met zware verliezen uit Normandië teruggekomen en/of hadden in de voorafgaande maand zware verliezen geleden. De enige frisse divisie was de bij het begin van Operatie Pheasant net arriverende 256e Volksgrenadierdivisie, maar deze divisie was net pas opgericht en totaal onervaren. Belangrijk voor de verdediging van von Zangen was, dat hij beschikte over een aantal pantsereenheden, die toegevoegd werden om de Duitse infanterie te versterken. Dit waren de Sturmgeschütz-Brigade 244, 280 en 667 en de schwere Panzerjäger-Abteilung 559. Deze eenheden zouden een belangrijke rol spelen in de verdediging.Didden p. 151-54

Operatie Pheasant Britse 12e Legerkorps