De polychromie in de westerse cultuur betreft de toepassing van meerdere kleuren in en op onder meer keramiek, beeldhouwwerken en bouwwerken vanaf de klassieke oudheid tot de moderne tijd in de westerse wereld. De term polychromie wordt sinds de 19e-eeuwse herontdekking van het kleurgebruik in de Griekse en Romeinse oudheid veel gebruikt in de kunstgeschiedenis en archeologie.
Klassieke beeldhouwkunst en architectuur miniatuur|Reconstructie van het oostelijke fronton van de Tempel van Aphaia op Aegina, Griekse Oudheid miniatuur|Reconstructie van een buste (ca. 485–480 v.Chr.) van een Griekse soldaat afkomstig uit de Tempel van Aphaia op Aegina. De kleuren sluiten aan op die van het Oude Egypte. De westerse cultuur kent haar oorsprong grotendeels in de oosterse en Egyptische beschavingen.Bakker, p. 67 De ontwikkeling van onder meer de Egyptische kunst werd voortgezet door de Grieken in de archaïsche en klassieke periode. Dat geldt ook voor het kleurgebruik. Tussen de klassieke en de hellenistische periode veranderde de representatie op het platte vlak duidelijk naar de frontale benadering en werd de kleur uiteindelijk schilderachtiger toegepast. (2007). Visual and written culture in ancient Egypt, pp. 234-235. Oxford University Press. In de Dorische orde werd polychromie volgens vaste regels toegepast. Op belangrijke onderdelen van de gebouwen werd een kleurlaag aangebracht die overeenkwam met de toon van het materiaal. Het waardevolle Pentelische marmer bleef onbeschilderd. Onderdelen van het hoofdgestel, zoals de metopen, mutuli, sluitstenen en de sima, werden gedecoreerd met vooral de kleuren blauw, rood en geel.Evers, p. 168 Bij de Romeinen werd een breed palet van pigmenten gebruikt in combinatie met meerdere toepassingstechnieken. (2007, april). Polychromy of Roman Marble Sculpture. Geraadpleegd op 5 december 2022
In de Romeinse schriftelijke overleveringen wordt beperkt gewag gemaakt van de schilderingen. De belangrijkste informatie komt van Plinius de Oudere en Vitruvius. Zo schreef Plinius dat de beeldhouwer Praxiteles van al zijn beelden de werken die door Nicias waren beschilderd als zijn beste werken beschouwde, (2007). The art of Praxiteles, II: the mature years - Fifth Chapter: Praxiteles at his Peak (around 364-360), p. 22. L'Erma di Bretschneider wat een aanwijzing is dat het beschilderen van de beelden een onderscheidende specialiteit was.
Naast de beschilderde polychromie had ook materiaalpolychromie een rol in de Romeinse kunst, zowel in de beeldhouwkunst als in de architectuur. Bij bronzen beelden werden legeringen van verschillende kleuren gebruikt, werd afgewisseld in de manier van patineren en werden voor onderdelen zoals de ogen en lippen soms andere materialen gebruikt, zoals marmer en koper.Verrycken, p. 55 De toepassing van polychrome marmeren vloeren in theaters, met onder meer de rode kleur, deed vermoedelijk tijdens de heerschappij van keizer Augustus de intrede. (2006). Roman theatres: an architectural study, p. 81. OUP Oxford.
Onderzoek en reconstructies Omdat de kleurstoffen in de loop der tijd vrijwel volledig zijn vergaan of vervaagd, werd in de bestudering van de kunstgeschiedenis lange tijd aangenomen dat de Griekse beeldhouwkunst en architectuur enkel draaiden om vormen en ruimtes. Men was het gebruik van pigmenten zelfs als onderontwikkeld en barbaars gaan beschouwen. De Griekse cultuur, die als ideaal werd beschouwd, was juist bekend komen te staan om de maagdelijke, plastische vormgeving. (1880). Algemeen noodwendig woordenboek der zamenleving (Vol. 3), p. 2078. Van Goor. Van de verfresten die wel werden gevonden werd gedacht dat deze later waren aangebracht.Kuchler, p. 1 Zo schreef de Duitse filosoof Georg Wilhelm Friedrich Hegel over Griekse beelden:
miniatuur|Reconstructie van het beeld Augustus van Prima Porta (Romeinse Oudheid), dat in het polychromiedebat over de klassieke kunst een belangrijke rol had. In de 19e eeuw werd de veelkleurigheid van de klassieke kunst herontdekt, nadat onder meer James Stuart en Nicholas Revett in de 18e eeuw al sporen van kleur hadden gerapporteerd. In 1814 verscheen met het werk Le Jupiter Olympien van de Franse architectuurtheoreticus Quatremère de Quincy een van de eerste omvangrijke studies over kleurgebruik op beeldhouwwerken, waarin hij zich nog vooral richt op het gebruik van goud en ivoor.Verrycken, p. 56 Het jaar erop bracht de Duitse beeldhouwer Johann Martin von Wagner het kleurgebruik onder de aandacht met de publicatie van een onderzoek naar de Tempel van Aphaia op Aegina, waarin de redacteur van het boek, de Duitse filosoof Friedrich von Schelling, aanvullingen deed op basis van het werk van Quatremère de Quincy.
Deze nieuwe inzichten leidden vanwege de heersende opvattingen van het neoclassicisme met name in Frankrijk tot een 'polychromiedebat'. De Parijse architect Jacques-Ignace Hittorff, die ook archeologisch onderzoek verrichtte, had een leidende rol in het debat, en vond de Franse architecten Henri Labrouste en Léon Vaudoyer aan zijn zijde. Naar aanleiding van een toespraak van Hittorff op de Universiteit van Parijs, werd ook architectuurstudent Gottfried Semper gegrepen door deze nieuwe discipline binnen de oudheidkunde. Hittorff publiceerde zijn onderzoek in het invloedrijke werk L'Architecture polychrome chez les Grecs (1851).Wagner & Von Schelling, pp. 281-282 Ook het werk Dorische Polychromie (1886) van Ludvig Fenger kreeg grote bekendheid. Het onderwerp raakte na de Eerste Wereldoorlog naar de achtergrond, tot het in de jaren 1960 vernieuwde aandacht kreeg.Verrycken, p. 58
Het in 1863 gevonden Romeinse beeld Augustus van Prima Porta vormt een belangrijk onderzoeksobject in het onderzoek naar polychromie in de klassieke oudheid, omdat het zowel Griekse als Romeinse kenmerken heeft.Brinkmann, Ostergaard, Collareta & Potts, p. 40 Door de jaren heen verschenen meerdere gekleurde reconstructies. Op basis van een pigmentanalyse in 2001 werd een kleurenpalet van zes/zeven kleuren vastgesteld, waaronder vier verschillende tinten rood en bruin. Het beeld was niet volledig beschilderd waardoor het kostbare Parische marmer (lychnites) zichtbaar bleef.Hengel, pp. 191-193
Het meeste onderzoek is gericht op de beeldhouwkunst uit de Griekse archaïsche periode, vroeg-klassieke periode en hellenistische periode, en op het Romeinse Keizerrijk. Het onderzoek naar de polychromie van bronzen beelden is pas veel later op gang gekomen. Onderzoek naar polychrome terracotta richt zich veelal op de hellenistische periode. (2018, 26 februari). polychromy, sculptural, Greek and Roman. Oxford Classical Dictionary. . Geraadpleegd op 22 februari 2023, van oxfordre.com.
Onderzoeksmethodiek Bij schilderingen op droog gips zijn de pigmenten in de loop der tijd, met de afbraak van organische bindmiddelen, losgekomen van de ondergrond. Onder vergroting en onder sterk licht zoals zonlicht kan het oppervlak worden onderzocht op de gelaagdheid van pigmenten en de mate waarin de bovenste lagen zijn afgeschilferd. (2020). Wall Paintings and Social Context: The Northeast Bastion at Ayia Irini. INSTAP Academic Press. Geraadpleegd van Google Books In eerste instantie werd veelal aangenomen dat de Griekse bouwwerken volledig gepolychromeerd waren geweest. Er verschenen dan ook volledig beschilderde reconstructies. Op basis van nader onderzoek op Griekse bodem ontstond een voortschrijdend inzicht dat de kleurtoepassing onder de Grieken genuanceerder was.Evers, pp. 167-168 Bij recent onderzoek wordt ook gebruik gemaakt van een chemische analyse, ultraviolet-fotografie en microscopische scans.Hengel, p. 190
Sieraden uit de Late oudheid miniatuur|Ostrogotische oorbellen in de dierstijl Met betrekking tot de late oudheid wordt de term polychromie in belangrijke mate gebruikt bij de beschrijving van verschillende kunststijlen van Germaanse volken zoals de Sarmaten, de Goten en de Hunnen, waaronder de specifiek zo genoemde polychrome stijl. Deze omvatte in het bijzonder de technieken cloisonné, filigraan en granulatie voor de vervaardiging van sieraden en decoratie van wapens. Lang werd aangenomen dat de stijl zich in Pannonië aan het hof van Attila de Hun had ontwikkeld en vanuit dat gebied door de Hunnen en (andere) Germaanse volken was verspreid naar Midden-, Zuid- en West-Europa en zelfs Noord-Afrika. Doordat daar echter vondsten zijn gedaan die gedateerd zijn op periodes vóór de komst van de Hunnen, worden ook andere gebieden als oorsprong aangewezen. Een belangrijke ontwikkeling van de polychrome stijl lijkt te hebben plaatsgevonden op het grondgebied van de Sassaniden en Iberië (in het huidige Georgië) en het oostelijke Middellandse Zeegebied. (2020). 'Styles'. In F. Curta, & D. Zupka, The Migration Period between the Oder and the Vistula (2 vols) (pp. 225-298). Brill. In de zogenaamde dierstijl werden zowel echte als fictieve dieren kleurrijk afgebeeld in onder meer sieraden. Het polychrome element in deze stijl was bij de Goten tijdens de Grote Volksverhuizing in de zesde eeuw wijdverbreid en bleef in de zevende eeuw een kenmerkend onderdeel bij de Visigoten. (1969). The goths in Spain, p. 151. (2011). Van holbewoner tot stadsmens: 12.000 jaar cultuurgeschiedenis, p. 149. Uitgeverij Christofoor.
Christelijk-middeleeuwse architectuur en beeldhouwkunst
De polychromie werd in de middeleeuwse kerken toegepast op bouwkundige delen zoals ornamenten, op glas en op altaren zoals retabels en houtsnijwerk. (1867). Bijdrage tot de Aesthetische kleurenleer - naar het Duitsch van Wilhelm Lübke (Vert.). In Hedendaagsche bouwkunst (pp. 3-9). Wolters. Geraadpleegd van Delpher. De meeste (zowel houten als stenen) beelden die in de middeleeuwen werden gemaakt, werden gepolychromeerd. De Franse kunsthistoricus Louis Courajod (1841-1896) merkte in de 19e eeuw op dat feitelijk alle beelden polychroom beschilderd waren geweest, tenzij er vanwege bijvoorbeeld geldgebrek niet aan toegekomen was.Schretlen, p. 220 Er bestonden verschillende methodes waarop de polychromie werd aangebracht. Bij beelden bestond de ondergrond veelal uit een dunne laag fijngemalen krijt vermengd met lijm, die na drogen was geschuurd. Hierop werd een patroon getekend, waarop de kleur of een voorbereidende laag voor de goudlaag werd aangebracht. Bij muurschilderingen was ten zuiden van de Alpen de fresco-techniek dominant, waarbij pigmenten op een natte ondergrond worden aangebracht en zich daardoor goed hechten. In de romaanse muurschilderkunst werd, vooral ten noorden van de Alpen, vaak op een droge ondergrond geschilderd (a secco), waarbij ten behoeve van de hechting bindmiddelen werden toegevoegd. Bij een tussentechniek (mezzo-fresco) werd de gedroogde ondergrond weer oppervlakkig nat gemaakt. Sommige romaanse muurschilderingen worden gekenmerkt door gekleurde grondlagen, zoals de donkerblauwe die veel voorkomt in Bourgondië.